Vrijdag 27/11/2020

'Het is verkeerd om een werk naar je hand te willen zetten'

Philippe Herreweghe dirigeert dinsdag in het Paleis voor Schone Kunsten in Brussel de Missa Solemnis van Beethoven. Daarmee viert hij twintig jaar residentie in die muziektempel. 'Dat is het basisprobleem van de oude muziek: wat betekent zij nu? Hoe ouder ik word, hoe minder ik het antwoord ken.'

Herreweghe is voor elke muziekliefhebber iemand anders. Sommigen beschouwen hem als de ultieme Bachvertolker, of als de man die hen de ogen heeft geopend voor de diepten van Bruckner, of nog als de intellectueel onder de musici, die elke partituur met het ontleedmes tot zijn ware proporties kan terugbrengen. Hij is dat allemaal en toch ook niet, maar hij is zeker een groot musicus. Zoals dat bij alle grote musici het geval is, beweegt hij iets in je. Zijn opvattingen, zoals die in zijn manier van muziek maken tot uiting komen, dagen je uit, stoten op onbegrip of tenminste op tegenstand. Hij maakt het je als luisteraar niet altijd gemakkelijk.

Wat zit daarachter? Je zou kunnen denken: onzekerheid, of breekbaarheid. Als hij dat hoort, laat Herreweghe een kort, zenuwachtig lachje horen maar geeft meteen toe: de onwrikbare zekerheid van sommige andere oudemuziektenoren ("Ik speel Schubert en niemand heeft ooit voor mij iets van Schubert begrepen; trouwens, ik heb in de partituur nog veertien fouten gevonden") heeft hij niet. Zelfs niet als hij over de muziek spreekt waar hij het meest mee geassocieerd wordt: Bach.

"Ik denk dat er niet veel mensen zo veel Bach gespeeld hebben als ik, als je het in uren concert- en repetitietijd bekijkt. Als je mij een wit blad papier geeft, denk ik dat ik de motetten van Bach uit het hoofd kan opschrijven. En toch vraag ik mij nog altijd af: is het wel juist wat ik hier doe? Ik weet het absoluut niet. En dan heb ik het niet over musicologische kwesties zoals bezetting. Zelfs bij een werk als het requiem van Vittoria, waar we perfect van weten wie het heeft gezongen - vijf knapen en de andere stemmen per drie bezet - is de vraag nog altijd even groot.

"En die vraag is: wat is de kracht van die muziek op zijn sterkst, zowel absoluut als in het spanningsveld met de moderne concertsituatie? Of je zo'n werk zingt in een Spaanse kathedraal of in een Italiaans operahuis of in een moderne concertzaal is drie keer een totaal andere ervaring. In die kathedraal krijg ik gewoon kippenvel als de krachtige stem van mijn eerste sopraan de akoestiek 'pakt' en 'Kyrie eleison' intoneert. In een concertzaal voor een abonneepubliek is dat iets heel anders. Dat is het basisprobleem van de oude muziek: wat betekent zij nu? Hoe ouder ik word, hoe minder ik het antwoord ken.

"Toen we in de jaren zeventig met Gustav Leonhardt in de Hervormde Kerk in Haarlem cantates van Bach opnamen, stelde ik mij die vraag helemaal niet. Leonhardt was de paus, die muziek was fantastisch en zijn manier om ze te spelen was de enige juiste. We betoogden zelfs tegen het burgerlijke concertleven! Volslagen idioot natuurlijk. Maar met de jaren werd de twijfel groter naarmate mijn blik zich opende. Dat heeft nooit betekend dat ik het wou opgeven. Maar bij Bach heb ik het hoe langer hoe moeilijker. Wat moet ik eigenlijk met teksten als 'Jesu, dein Tod...'? Ik geloof het gewoon niet meer.

"Maar bij Mahlers 'Des Knaben Wonderhorn' word ik al emotioneel als ik gewoon de tekst lees. Want de problemen die daarin worden aangesproken zijn mijn problemen. Bij Bach krijgen de existentiële problemen van de mens vorm in het kader van de religie, dus van een collectief. De individuele spanningen op alle gebied - eenzaamheid, seksualiteit - worden in een keurslijf geperst dat de mensen samenhoudt. De muziek verklankt dat systeem en om de ware emotie te ervaren moet je in dat systeem stappen. Mahler verklankt de eenzaamheid zelf.

"Tussen zijn tijd en nu is er heel weinig verschil. Er is sindsdien nog geen nieuw systeem gevonden. Je ziet er nu wel een komen, waarin de spanningen gesublimeerd worden in consumptie. Vandaar dat er nog zo weinig goede muziek is, tenzij enkele eilandjes, zoals Olga Neuwirth (een Oostenrijkse componiste, SM). Er is geen systeemmuziek meer van enig belang, de waardevolle hedendaagse muziek is fragmentarisch. Maar bij Schumann, Brahms en Mahler voel ik: dat zijn ook mijn problemen."

Balinees ballet

En toch laat hij zijn Collegium vocale nog altijd Bach zingen en in mindere mate zelfs vroegere muziek. "Bij de polyfonie uit de renaissance is de aantrekkingskracht te vergelijken met die van een Balinees ballet: je voelt en weet dat dat heel veel betekent maar je begrijpt er eigenlijk niets van. Het is als een taal die je niet verstaat maar je bent ontroerd door de schoonheid van de klanken. Dat betekent nochtans niet dat je ze niet kunt uitvoeren, want het weefsel als dusdanig is er belangrijker dan de inhoud. Pas na de reformatie en het concilie van Trente is de inhoud, de boodschap van de religieuze muziek op de voorgrond getreden. Daardoor is qua complexiteit de meeste barokmuziek kinderspel vergeleken met die uit de renaissance. Vandaar het grote succes van de barokmuziek vandaag: het is ritmisch en simpel."

Jarenlang werd Herreweghe nochtans gezien als een van hen die men in Frankrijk de 'baroqueux' noemt: iemand die barokmuziek uitvoert zoals toen. Merkwaardig genoeg is de meeste barokmuziek, op enkele uitzonderingen zoals Bach en Purcell na, helemaal niet zijn ding, en ziet hij heel goed in dat het onmogelijk is de muziek precies zo uit te voeren als vroeger.

"Onze verantwoordelijkheid is veeleer te proberen de essentie van de muziek te doorgronden en voor de toehoorder duidelijk te maken. Een heel goed voorbeeld daarvoor is Stravinsky. We hebben van bijna al zijn werken opnames die door hemzelf gedirigeerd zijn. Daarenboven heeft hij zelf gezegd dat muziek niets kan uitdrukken. En in zijn partituren staat nagenoeg alles uitgeschreven, niet alleen de noten maar ook heel nauwkeurige dynamische en tempoaanduidingen. Welnu, als je hemzelf hoort, blijkt hij vaak heel sterk af te wijken van wat hij heeft geschreven. En in opnames van repetities hoor je hem soms lachen met zijn eigen aanduidingen. Nochtans liggen de opnames van vele andere dirigenten, zoals Leonard Bernstein, volgens mij veel verder van de geest van zijn muziek dan de zijne."

Met andere woorden: een 'juiste' uitvoering, die precies weergeeft wat er in de partituur staat, is een illusie, maar doorgaans weet de componist wel wat hij doet en moet de uitvoerder dat trachten te doorgronden.

"Ik heb het grootste respect voor Bernstein en ik voel mezelf een dwerg naast hem, maar als ik zijn erg 'Amerikaanse', effectvolle interpretaties van de liederen van Mahler hoor, denk ik niet dat Mahler er gelukkig mee geweest zou zijn. En dat doet volgens mij wel degelijk ter zake. De componist vangt een glimp op van iets onbeschrijflijks en probeert dat in klanken te vatten. En wij begrijpen daar een paar procent van. Het zou totaal verkeerd zijn dan nog iets anders te willen doen of het werk naar je hand te zetten.

"Anderzijds ben ik er mij ook van bewust dat elke tijd zijn eigen manier heeft om te kijken naar het verleden. Wij kijken anders naar een schilderij van Piero della Francesca dan iemand uit de negentiende eeuw. In de muziek laat de uitvoerder noodzakelijkerwijs ook die kijk horen. Maar ikzelf doe bijna niets anders dan kritisch te zijn over die eigen kijk."

Die zelfkritiek is er zelfs ten opzichte van het element waar Herreweghe zowat mee geïdentificeerd wordt: de herontdekking van een 'oude' stemkleur. "Als ik kleine 'barok'-stemmetjes in een kathedraal zoals die van Burgos polyfonie hoor zingen, dan weet ik: dat kan het niet geweest zijn. De dimensies kloppen niet. Maar ik heb ooit een mannenkoor uit Paraguay gehoord, zeer krachtige stemmen met een haarzuivere intonatie. Misschien was dat wel het restant van wat de jezuïeten daar in de renaissance hebben aangeleerd in hun 'reductiones', theocratische kolonies waar de muziek een belangrijke rol speelde.

"Gelukkig hebben we Paul Van Nevel die zulke dingen prachtig doet. En dat is echt heel moeilijk. Als je Stravinsky dirigeert, ben je als een fotograaf die een foto maakt van een werk. Bij wat oudere muziek moet je een schilder of tekenaar zijn die probeert weer te geven wat er staat. Maar bij muziek van Josquin Desprez of Vittoria ben je een schilder die probeert een werk weer te geven dat hij in het halfduister door een gordijn ziet."

Philippe Herreweghe dirigeert op 15.11 om 20 uur zijn eigen ensembles Collegium vocale en Orchestre des Champs-Élysées in de 'Missa Solemnis' van Beethoven in het Paleis voor Schone Kunsten in Brussel. Tevoren (om 18.15 uur) wordt daar de documentaire Collegium Vocale, 40 jaar passie van Pierre Barré en Thierry Loreau geprojecteerd.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234