Dinsdag 04/08/2020

Het is vechten tegen de clichés van de geschiedenis

Schmelzer studeerde eerst musicologie maar lag daar al gauw overhoop met zijn professoren. Daarna schakelde hij over op antropologie. Die combinatie is nog altijd te horen in zijn manier van muziek maken, die van diversiteit een handelsmerk heeft gemaakt. Toch blijft het eigenaardig dat een jonge man zich zo vastbijt in muziek van vele eeuwen geleden. Waarom toch? “Ik heb altijd in een stadscultuur geleefd en die zit altijd vol tekens die verwijzen naar het verleden. Daarenboven heb ik een bijna overgeculturaliseerde jeugd gekend: Latijn-Grieks in een katholiek college en zo. Ergens heb ik ook een gevecht willen voeren tegen die cultuur, ik vond het allemaal fake. Het verleden is voor mij nooit een puur verleden en de cultuur is voor mij nooit een zuivere cultuur. Mij boeien de aspecten die haaks staan op het gecanoniseerde verleden. De meeste dingen in onze moderne tijd zijn oeroud en verwijzen naar allerlei tijden. Dit station bijvoorbeeld (we zitten in een café naast de nieuwe achteringang van het Antwerpse Centraal Station aan het beruchte Kievitplein, SM). Je voelt dat hier iets heeft moeten wijken voor de moderniteit. Ik heb niets tegen het heden maar wel tegen een actualiteit die geen enkele vorm van gelaagdheid meer heeft. Hetzelfde geldt voor het gecanoniseerde verleden. Neem bijvoorbeeld een schilderij van Van Eyck. Men spreekt altijd over het realisme ervan. Maar als je inzoomt op details, zie je ook antirealisme en zelfs expressionisme, bijvoorbeeld in de manier waarop hij een steen schildert. Er is iets heel actueels in het verleden en in het actuele heden is er iets gelaagds, dat het met het verleden verbindt. “Ik geloof in zulke paradoxen, ze zijn voor mij levensnoodzakelijk. Men probeert mij soms in de etnomusicologische hoek te duwen: ‘Uw muziek klinkt volks’. Dat interesseert mij helemaal niet, ik geloof zelfs niet in het onderscheid tussen de westerse elitaire cultuur en de traditionele cultuur. Wij, ‘geciviliseerde’ mensen, zitten ook vol met traditionele cultuur en onbewuste pseudoreligieuze elementen.”

Is uw aanpak dan niet rationeel?

“Ik vind historisch onderzoek heel belangrijk. Je kunt dat hoog gegrepen of intellectueel vinden maar het is wel de inzet van mijn werk. Ik probeer de vraag hoe het verleden is, hoe het werkt en hoe wij het percipiëren, met veel gezond verstand te benaderen.”

Bij elke cd zit er wel een diepgravend essay.

“Ik vind het erg belangrijk dat de tekstboekjes geen illustratie zijn van wat er op de plaat staat. Ze moeten een surplus zijn. De plaat zelf moet een vrij directe ervaring teweegbrengen; de tekst mag gerust complex zijn en meer perspectief bieden. Ook een beetje polemiek mag wel.”

Kun je eigenlijk wel weten hoe het vroeger klonk?

“De materie van een muziekstuk is het sonore materiaal en bij oude muziek hebben we dat niet meer. Het is daarenboven verbrokkeld want een mis van een bepaalde componist kon ook toen gezongen worden in verschillende kerken, door verschillende soorten zangers. Het zoeken naar een ‘oertekst’ lijkt mij dan ook absurd en anachronistisch. De authenticiteit van het oeuvre ligt niet in maar tussen de manuscripten. In de verschillen tussen de manuscripten doemt er een waarheid op. Authenticiteit is nagenoeg oneindig.”

Zijn er dan geen foute uitvoeringen?

“Natuurlijk wel. Maar vanuit het metier van de specialist van de oude muziek groeit een kritisch gevoel dat ervoor zorgt dat je het kaf van het koren kunt scheiden. Anderzijds vind ik wel dat je tot de limiet van het mogelijke moet gaan in de keuze van wat je in de hedendaagse praktijk wilt realiseren. Waarom dan met oude instrumenten en niet met pakweg saxofoons? Dat is heel moeilijk te zeggen, dat is een artistieke keuze op basis van metier. Ik pretendeer geen wetenschappelijkheid.”

Luisteraars zoeken bij oude muziek vaak naar een “middeleeuwengevoel”.

“Ja, en het is erg belangrijk dat de uitvoering een ‘klimaat’ heeft. Anderzijds zijn wij ook beeldenstormers. Als er één morele taak is weggelegd voor de uitvoerder van oude muziek, dan is het vechten tegen de clichés van de geschiedenis. Ik wil dus een klimaat geven van een tijd, zonder dat mensen daar één beeld op kunnen plakken.”

Soms hoor je bij jullie verschillende zang- en speelstijlen in één uitvoering.

“Ik heb een zanger uit Estland, een uit Spanje en een Vlaming. Als die samen een motet zingen, hebben die niet helemaal dezelfde uitspraak van het Latijn. Dat vind ik pas boeiend. Ik geloof nooit dat men zulke dingen vroeger corrigeerde of gelijkschakelde. In de kapel van Filips de Schone zaten Spanjaarden, Fransen, Vlamingen en mensen uit de Baltische landen. Homogeniteit? Ik geloof niet dat dat een kwaliteit an sich is. Ik gebruik die diversiteit in de klankkleur als expressiemiddel. “Realiteit is ook altijd rauw, en dat probeer je te transponeren in het artistieke. Ik krijg dan vaak te horen: ‘Dat kan toch niet, dat hof was verfijnd!’ Dan ben ik geslaagd, want ik heb de clichés van de geschiedschrijving doorprikt. ‘Hoofs’, wat betekent dat? De meeste mensen weten niet wat de hoofse liefde betekent, ze redeneren in categorieën uit de sentimentele stijl, die naar de achttiende en negentiende eeuw ruiken.”

Met deze cd waagt Graindelavoix zich in volle renaissance en ontdekt het een nagenoeg onbekende componist, Nicolas Champion. Doorheen zijn Missa de Sancta Maria Magdalena gaat het op zoek naar de Maria Magdalenacultus aan het Bourgondische hof. De uitvoering ademt met haar flamboyante versieringen en ‘open’ toonvorming een haast extatische sfeer uit, die ons eraan herinnert dat bij ons de late gotiek in de renaissance plaatsvindt. Na de mis horen we nog een aantal chansons, waaruit - met één uitzondering, het scabreuze ‘Se j’ayme mon amy’ - vooral een breekbare melancholie spreekt die al naar de latere liedkunst verwijst. Ook hier creëert het ensemble een sfeer die ons doet nadenken over het mooie en het lelijke van die tijd. (SM)

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234