Zondag 18/04/2021

Achtergrond

Het is oké om te rouwen (ook over kleine dingen)

null Beeld Elise Vandeplancke
Beeld Elise Vandeplancke

Een dierbare, een job, het gevoel van vrijheid: iedereen verloor afgelopen jaar wel iemand of iets. Corona kan ons dan ook wat leren over hoe we met verlies omgaan, zeggen rouwexperts. ‘Er doet zich een rouwrevolutie voor.’

Doodmoe zijn. Geprikkeld reageren of juist bij het minste in tranen uitbarsten. Slecht slapen. Nergens enthousiasme voor voelen, zelfs niet voor een film of een wandeling met vrienden. “Ik dacht: please, laat het niet weer dat zijn.”

Jeroen (36) had een aantal jaar eerder de zwarte hond genaamd depressie aan de leiband weten te leggen, maar afgelopen najaar herkende hij opnieuw enkele symptomen. Met een klein hartje ging hij naar de huisarts. Die vermoedde dat hij wellicht niet depressief maar rouwende was, hoewel er geen naasten van Jeroen aan de gevolgen van covid waren gestorven. “Maar mijn huisarts zei: sta eens even stil bij wat je het voorbije jaar allemaal hebt verloren.”

Rouw wordt doorgaans geassocieerd met het emotionele proces dat iemand na het overlijden van een dierbare doormaakt, maar eigenlijk is rouw niet onlosmakelijk met de dood verbonden. Het is een verlieservaring die in verschillende vormen en intensiteiten voorkomt.

En mensenlief, wat hebben we het voorbije jaar veel verloren. Sommigen verloren hun job, anderen hun relatie, of hun zaak. Spontaniteit verloren we, en onze vrijheid. Sociale contacten. Overgangsmomenten. Toekomstperspectief. Blind vertrouwen in de wetenschap. En wij allemaal: een jaar van ons leven. Dat we ons soms zo miserabel voelen, is begrijpelijk en hoeft zeker niet problematisch te zijn.

Erika Vlieghe

“Hoe sterk er ook is geijverd om rouw op te nemen in de DSM-5 (de classificatie van psychiatrische stoornissen, red.): rouw na verlies is een normale beleving, ook al is die moeilijk of pijnlijk”, zegt klinisch psycholoog en rouwexpert Manu Keirse, die enkele maanden geleden een coronahoofdstuk toevoegde aan zijn boek Helpen bij verlies en verdriet (2017).

“Het is een misvatting te denken dat rouw alleen een persoonlijke beleving is van mensen bij wie een dierbare is overleden. Op een bepaald moment waren wereldwijd meer dan 2,6 miljard mensen in lockdown. De samenleving heeft een gevoel van veiligheid, van normaal leven verloren. Dat mensen zich nu uitgeblust of verdrietig voelen, is dus een normale reactie op de abnormale omstandigheden waarin we gedwongen worden.”

Het is belangrijk dat we deze verliesgevoelens ook echt als een verlies benoemen. Zég dat je het verdomme mist om te werken. Zeg dat je het lastig vindt dat je je broer in het buitenland al een jaar niet hebt gezien. Zeg dat je het gevoel hebt dat je laatste schooljaar je is afgenomen. De pijn en de rollercoaster van emoties die door je heen razen onder woorden brengen, helpt bij de verwerking ervan, hoe banaal je ‘verlies’ ook kan lijken, weet Keirse. “We mogen die gevoelens niet wegwimpelen, niet voor onszelf, maar ook niet omdat je anderen niet oncomfortabel wilt maken. Elk rouwproces start met erkenning: de erkenning van die pijn door jezelf, maar ook door je omgeving.”

Niet elk verlies wordt door iedereen even intens ervaren. Wie zegt dat een dierbare gestorven is, kan doorgaans wel op begrip rekenen; het is een pijn die we begrijpen en die we associëren met de gevoelens die rouw in een mens losmaakt. Maar als je aangeeft ongelukkig te zijn omdat je je favoriete sport al bijna een jaar niet meer hebt kunnen beoefenen, krijg je nog te vaak te horen dat je op je tanden moet bijten.

Vaak is dat ook wat we onszelf zeggen.

“Ik ben soms kwaad op mezelf dat ik het zo moeilijk heb”, zegt Jeroen. “Ik heb vrienden wier grootouders gestorven zijn, of die op financiële bijstand wachten omdat hun job in de cultuursector al een jaar plat ligt. Dat zijn echt tragische toestanden. En oké, ik heb net als iedereen wel wat verloren, maar omdat anderen het zwaarder hebben, vond ik altijd dat ik niet zo moest zeuren.”

Rouwtherapeut Johan Maes benadrukt dat erover praten en erkenning krijgen belangrijk is, maar dat het ook essentieel is om te kijken hoe het gemis in iets anders kan worden omgezet. Om niet enkel verliesgericht, maar ook herstelgericht te denken en te handelen. “Ik denk dat Erika Vlieghe het in essentie daarover had: wanneer we alleen maar onze pijn uitspreken en op het negatieve focussen, kan dat ongezond worden en kan het die pijn op den duur versterken. Wanneer we bijvoorbeeld het gevoel hebben dan we onze autonomie zijn verloren (een psychologische behoefte die volgens de Motivatiebarometer van de UGent een flinke tik heeft gekregen, KS), kunnen we daar om treuren, verdrietig en boos zijn, maar mogen we ook kijken naar waarop we wél nog controle kunnen uitoefenen en daarop inzetten. Dat betekent niet dat je gewoon ‘sterk moet zijn’, maar dat je ook moet zien hoe je met kwetsbaarheid kunt omgaan en dat ook positieve ervaringen worden geactiveerd.”

“Onze hond krijgt nu een driedubbele portie liefde”, lacht Daniella (60). In september werd ze voor het eerst grootmoeder, maar haar zoon woont in het Verenigd Koninkrijk en zijn vriendin heeft een onderliggende aandoening waardoor zij zich voor de veiligheid volledig moet isoleren. Daniella heeft haar kleinzoon van bijna zes maanden nog niet kunnen vastpakken. “We doen ons best hoor, we facetimen om de twee dagen. ‘Hij herkent jullie al’, zeggen ze dan, maar daar ben ik nog niet zo zeker van. We zullen wel zien, zeker?” De kersverse ‘nonna’, zoals ze zichzelf laat noemen, wil er niet te veel aan denken. Dan krijgt ze het moeilijk. “Mijn zoon maakt soms mopjes: ach moeder, wees blij dat je zijn kakbroeken nu niet moet ruiken, maar ik heb er zoveel voor over om zo’n babypampertje te verversen. Wanneer ik mijn kleinzoon eindelijk zal zien – hopelijk deze zomer – zal hij al zoveel zelf kunnen. Ik probeer me op te trekken aan de wetenschap dat híj hier tenminste geen last van ondervindt. Hij weet nu (nog) niet wie we zijn, dus hij mist ons niet, maar mijn man en ik zullen het eerste levensjaar van onze kleinzoon onherroepelijk kwijt zijn. Dat krijgen we niet terug.”

Rouwen om wat komt

Rouw is een complex beestje met verschillende gedaanten. Er is rouw om wat voorbij is, maar ook om wat nog komen moet en om wat nooit meer kan zijn. Anticiperende rouw, wordt dat in de vakliteratuur genoemd, waarbij je het verlies van een bepaalde vooropgestelde toekomst ervaart. Die anticiperende rouw gaat volgens Amerikaans rouwexpert David Kessler vaak met angst en onzekerheid gepaard, emoties die welig tieren tijdens een globale pandemie, veroorzaakt door een nieuw virus dat zowat ieder aspect van ons zijn aantast en waarover nog iedere dag nieuwe inzichten vergaard worden.

We rouwen om het oude normaal, maar ook al om het nieuwe normaal, dat steeds minder rooskleurig oogt. Gaan we elkaar ooit nog in de armen kunnen vallen? Met een gerust hart bij onze grootouders op bezoek gaan? Op café of in het stadion innig een doelpunt kunnen vieren? Dansen te midden van een massa wildvreemden?

Voor Eva (28) is het besef dat wat ze ervoer rouw is, pas onlangs gekomen. Een klein jaar geleden werd haar vader, een zeventiger, met corona in het ziekenhuis opgenomen. Zijn leven heeft een tijd aan een zijden draadje gehangen. “Toen hij op de IC lag, had ik mezelf er mentaal al op voorbereid dat hij er niet meer zou uitkomen. Dat hij uiteindelijk zelf het ziekenhuis is buitengewandeld, voelde als een half mirakel. In het begin was er dus vooral vreugde en opluchting. Maar uiteraard laat zo’n ervaring iemand van 75 niet onberoerd. Mijn vader is sinds zijn opname echt een stuk ouder geworden.”

Manu Keirse, klinisch psycholoog: ‘De samenleving heeft een gevoel van normaal leven verloren. Dat mensen zich nu uitgeblust of verdrietig voelen, is normaal.’
 Beeld Elise Vandeplancke
Manu Keirse, klinisch psycholoog: ‘De samenleving heeft een gevoel van normaal leven verloren. Dat mensen zich nu uitgeblust of verdrietig voelen, is normaal.’Beeld Elise Vandeplancke

Als kind al besefte Eva dat haar vader sneller minder zou kunnen dan de papa’s van klasgenootjes, omdat hij ouder was, maar ze had voor zichzelf ergens het compromis gemaakt “dat het tot zijn tachtigste nog wel vlot zou gaan”. Plots is die tijd toch al daar, en voelt het gezin alsof zijn laatste goede jaren hen zijn afgenomen. “Het is complex natuurlijk. Ik rouw niet om mijn papa, want hij is er nog, maar om de papa die ik niet meer ga ­hebben.”

Als een dier in de zoo

Het is duidelijk dat een groot deel van onze maatschappij momenteel met gevoelens van verlies worstelt; het is echter minder duidelijk hoe, wanneer en of we die gevoelens te boven gaan komen. Wie rouwverwerking zegt, denkt doorgaans aan de vijf fasen van rouw – ontkenning, woede, onderhandelen, neerslachtigheid en uiteindelijk aanvaarding – die psychiater Elisabeth Kübler-Ross in 1969 onderscheidde.

Maar, zo zeggen rouwexperts, dat systeem is intussen wat achterhaald. “Vandaag spreken we van rouwarbeid, vier rouwtaken die mensen moeten vervullen om zich aan het leven met verlies aan te passen. Die vier rouwtaken lopen in elkaar over, het is niet zo dat het netjes chronologisch verloopt”, zegt Keirse.

Mensen die verlies hebben geleden, moeten de werkelijkheid van het verlies onder ogen zien, de pijn van dat verlies laten binnenkomen en ervaren, zich aanpassen aan de wereld na dit verlies en opnieuw leren genieten en herinneringen bijhouden. “De huidige maatregelen om de pandemie in te dijken zorgen er echter voor dat het bijzonder moeilijk is om die rouwtaken te vervolledigen. Zelfs binnen de meest klassieke benadering van rouw – de emoties die je voelt wanneer een dierbare gestorven is – is het vaak heel complex geworden.”

In ons land zijn inmiddels meer dan 22.000 mensen aan de gevolgen van covid overleden. Uit een onderzoek van het Universitair Ziekenhuis Gent bij 165 nabestaanden van overleden covidpatiënten uit de eerste golf blijkt dat de overgrote meerderheid niet gepast afscheid kon nemen: voor het overlijden gaat het om 81 procent; na het overlijden om 75 procent. Niet alleen bleek fysiek afscheid nemen door besmettingsgevaar onmogelijk, ook kreeg niet iedereen de kans om telefonisch afscheid te nemen of te videobellen.

Uit diezelfde studie bleek dat het merendeel met vrienden (61 procent) of familieleden (35 procent) over hun emoties wilde praten, maar door de maatregelen voelen ze zich minder verbonden met hen (respectievelijk 68 en 67 procent). Een op de zes vindt dat hij of zij niet rouwt zoals het zou moeten.

“Als mensen niet aan het sterfbed hebben gestaan, maar bijvoorbeeld via de telefoon te horen hebben gekregen dat een dierbare overleden is, krijgen ze voornamelijk een cognitieve boodschap mee. Het ontbreekt hen aan andere input om die informatie ook echt te laten doordringen”, zegt psychiater Uus Knops. “Wanneer je geboren wordt kom je alleen op de wereld, maar word je meteen tegen de huid van je moeder gelegd voor de hechting. Wanneer je sterft, verlaat je de wereld, maar is er ook nood aan onthechting.”

Nadat haar broer in 2005 in Venezuela was verdwenen, schreef Knops het boek Casper: een rouwboek. Zij weet dus als geen ander hoe complex het rouwproces kan worden als je geen afscheid kunt nemen. Kán worden, want dat hoeft niet zo te zijn, benadrukt ze. “Het is niet zo dat alle rouwprocessen die nu plaatsvinden complexe rouwprocessen zijn, maar de sociale component bij een overlijden mag niet onderschat worden.”

Dat sociale aspect komt meestal ook aan bod bij de begrafenis, waar door de coronamaatregelen lange tijd slechts vijftien mensen aanwezig mochten zijn (sinds 8 maart zijn dat er vijftig) en waar er niet geknuffeld mag worden. “Een cliënt vertelde me dat hij zich als een dier in de zoo voelde”, zegt Knops. “Iedereen was er voor hem, had aandacht voor hem, maar moest tegelijkertijd ook afstand houden. Ook het ontbreken van een koffietafel wordt als een groot gemis ervaren. Doorgaans is dat de plek waar de emotionele ontlading plaatsvindt, waar je fijne herinneringen kunt ophalen en zelfs weer even kunt lachen.”

Nationaal rouwmoment

Al sinds de zomer gaan er stemmen op voor het organiseren van een nationaal rouwmoment, waarbij we als maatschappij kunnen stilstaan bij wie en wat we verloren hebben. Een officieel nationaal moment is er nog niet, maar de rouw­initiatieven rijzen als paddenstoelen uit de grond. Brusselse en Vlaamse nachtclub- en discotheek­eigenaren organiseerden vorige week nog een In Memoriam waar mensen kaarsen, bloemen en kransen op de stoep voor de inkomdeuren van hun favoriete club konden neerleggen. De non-­profit­organisatie Reveil, die al enkele jaren troostconcerten organiseert op een honderdtal Vlaamse begraafplaatsen, lanceerde het project Boodschap aan de Overkant. Hierbij kunnen Vlamingen een zogenaamd ‘sm-mis-je’ naar een overleden dierbare sturen. Enkele steden en gemeenten gingen een samenwerking aan met vzw Reveil en projecteren de boodschappen van hun inwoners op het stadhuis, bibliotheek of marktplein.

Uus Knops zette in naam van het collectief Moving Closer samen met professor Elke Van Hoof en vzw Kunstwerk haar schouders onder de oprichting van zogenoemde Onumenten: cirkelvormige gedenkplaatsen, ontworpen door Bas Smets, die in het Zoniënwoud een gelijkaardig monument heeft ontworpen ter herdenking van de slachtoffers van de aanslagen in Brussel. Een tiental van deze Onumenten zullen in verschillende steden, gemeenten en natuurgebieden geplaatst worden om mensen een plek te geven om te herdenken, te herbronnen en weer verbinding te vinden. ­Iedereen die iets of iemand heeft verloren, kan er terecht. Normaal ging het eerste Onument op 13 maart onthuld worden, maar die datum wordt nu verschoven naar een moment waarop mensen wel weer kunnen samenkomen.

“Op termijn kunnen die Onumenten ook voor andere afscheidsceremonieën dienen”, zegt Knops. “Rouwen gebeurt de laatste jaren steeds persoonlijker, mensen geven er hun eigen draai aan, en het hoeft niet meer allemaal in de kerk of een uitvaartcentrum. We zien dat er zich een rouwrevolutie voordoet, en gelukkig maar. Verlies is een deel van het leven, en we moeten er op een open manier over kunnen praten. Het is belangrijk dat we rouw wat meer normaliseren.”

Krampen en golven

Het is een wensdroom van alle rouwexperts die ik spreek. Rouwen is in Vlaanderen nog steeds iets wat voornamelijk achter gesloten deuren plaatsvindt. Verdriet steken we liever weg. Wie of wat we verloren hebben komt niet ter sprake in het dagelijkse leven, en wanneer het onderwerp per ongeluk toch naar boven komt wordt het snel onder de mat geveegd. Omdat we het niet ongemakkelijk of extra pijnlijk willen maken. Terwijl mensen die rouwen juist aangeven dat ze het fijn vinden om bijvoorbeeld fijne herinneringen op te halen, om foto’s te laten zien van het huis dat ze verloren hebben, om gepassioneerd te spreken over datgene wat ooit zo’n vreugdevolle plek in hun leven innam.

“Rouw wordt in onze samenleving en gezondheidszorg nog te veel als een geheel van onaangename reacties beschouwd – klachten en symptomen die, liefst zo snel mogelijk, moeten worden aangepakt, verwerkt, opgelost of een plaats gegeven”, zegt Maes. “Het heeft een veel te negatieve bijklank. Ik spreek graag van rouw als de achterkant van hechting. Het is het bewijs van onze liefde, die we door verlies op een andere manier moeten leren vormgeven. Wie niet liefheeft, voelt geen rouw, maar ook omgekeerd. In wezen is rouw daarom een mooie ervaring van liefde en verbinding, ook al kan ze lelijk uit de hoek komen.”

UusKnops, psychiater : ‘We moeten open over ons verlies kunnen praten.  Het is belangrijk dat we rouw wat meer normaliseren.’ Beeld Elise Vandeplancke
UusKnops, psychiater : ‘We moeten open over ons verlies kunnen praten. Het is belangrijk dat we rouw wat meer normaliseren.’Beeld Elise Vandeplancke

Wie de woorden van de therapeut herkent: dat is goed mogelijk. In de populaire Marvel-reeks Wanda­Vision werd enkele weken geleden een gelijkaardig sentiment uitgesproken: “What is grief if not love persevering?” Niet bijster grensverleggend of erudiet, maar omdat het een aspect van rouw verwoordde dat we in onze westerse maatschappij niet voldoende hebben verkend, stonden sociale media op hun kop. “Alle scenaristen die niet op deze zin zijn gekomen, mogen zich wentelen in middelmatigheid”, was een van de lovende kritieken.

In de populaire cultuur wordt rouw vaak voorgesteld als een rechtlijnig, donker, pijnlijk proces dat je doorgaans alleen moet doorworstelen, een proces dat niet grillig, maar gradueel verloopt. In de bestseller Eat Pray Love van Elizabeth Gilbert is de weg zoeken in een donker bos een metafoor voor haar rouwproces; in de film Swingers zegt een personage het zo: ‘Elke dag word je wakker en doet het een beetje minder pijn, tot je op een dag wakker wordt en het helemaal geen pijn meer doet.’

Joan Didion noteerde in haar boek The Year of Magical Thinking (2005), over het verlies van haar man: ‘I wanted to get the tears out of the way so I could act sensibly.’ De essayiste die haar lezers wel vaker meeneemt in haar gedachtegang, beschrijft in het boek hoe ze ervan uitging dat het moment van de begrafenis het moeilijkste zou worden, maar dat het daarna zou verbeteren. Dat het tijd nodig zou hebben, maar dat de grafiek voorzichtig opwaarts zou zijn. ‘Maar’, zo schrijft ze naar het einde toe, ‘rouw is anders. Rouw houdt geen afstand. Het komt in krampen, in opstoten, in ­golven.’

Veerkracht

Een golf staat wel vaker symbool voor moeilijke psychologische processen. De enige zekerheid die golven bieden is dat de massa water die opkomt, ook weer naar beneden wordt getrokken, en omgekeerd. In tussentijd kun je kopje-onder gezogen worden, ondersteboven door de kracht van het water. Maar evengoed steek je na afloop je hoofd boven het oppervlak om te zien dat je in tussentijd verder bent geraakt dan je had durven denken. Net als bij rouwverwerking, waarbij dat wat afwezig is juist als ontzettend aanwezig wordt ervaren, heeft de pandemie het belang van rouwen blootgelegd.

‘De confrontatie met een crisis van deze aard dwingt de hele samenleving stil te staan bij de wijze waarop wij leven en de mogelijkheid van de dood onder ogen te zien’, schrijft ook Keirse in zijn boek Helpen bij verdriet en verlies in tijden van corona (2020). ‘Het is essentieel dat we collectief – en niet iedereen individueel – stilstaan bij het verlies. De dood van miljoenen mensen wereldwijd, maar ook het verlies van het leven zoals het voorheen was vraagt om een maatschappelijk antwoord. Sta stil bij het feit dat verlies een deel is van een natuurlijke cyclus. Laat ons samen rouwen, maar ook samen geloven dat er een nieuwe wereld kan groeien.’

Wie hier een hapklaar stappenplan verwachtte, is wellicht teleurgesteld. Juist omdat rouw in zoveel verschillende gedaanten voorkomt, is de verwerking ervan ook niet in een nette one size fits all-verpakking te gieten. Maar wie verrast is zichzelf hier tussen de regels te lezen, kan al wel een belangrijke stap in het proces zetten. Zeg dat je je rot voelt. En weet dat het normaal is dat je je rot voelt. Sommigen gaan meer tijd nodig hebben om met die rotgevoelens om te gaan, maar experts benadrukken iedere keer opnieuw hoe veerkrachtig de mens is. Wanneer, niet als, de situatie zich normaliseert gaan we de balans kunnen opmaken en herstellen. Op een dag zullen we het leven vieren dat we kwijtgespeeld zijn. Rouwen gaat immers over leven. Rouwen ís overleven.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234