Zondag 19/09/2021

‘Het is nog niet te laat. We hebben tien jaar om het tij te keren’

‘Niet elke unieke plek moet eindigen als de zoveelste kloon van Marbella aan de Costa del Sol. Een bijzondere plek als Galápagos verdient het toch evenzeer als Brugge om in zijn originele staat bewaard te blijven?’ De vingers van de nieuwe directeur van het Darwinonderzoeksstation (CDRS) Gabriel Lopez jeuken, ook al kijkt hij aan tegen een berg uitdagingen. Daar mag hij misschien de creationisten bij rekenen.

Of ze ook een speciale schooldag organiseren voor het Darwinjaar? De man tegenover ons recht zijn rug, vlecht zijn handen in elkaar en zegt dan kalm: “Ik geloof dat ik u iets moet uitleggen: wij zijn zevendedagadventisten. Wij geloven dat god de aarde en alle leven op aarde heeft gecreëerd. Wij geloven niet dat alle dier- en plantensoorten het product zijn van evolutie. Wij geloven in de schepping.”

Dat vertelt u in de godsdienstles?

Javier Mariño: “Ook in de biologieles. Wij combineren schepping en biologie. Onze leerlingen krijgen de evolutietheorie wel, maar als één van de vele theorieën. Niet als de waarheid, eerder als deel van ‘een cultuur’.”

Behandelt u ook de beroemde Galápagosvinken of de niet-vliegende aalscholver die gelden als een bewijs voor de evolutietheorie?

“De vinken komen aan bod in het wetenschappelijk programma, maar niet als voorbeeld van evolutie.”

Hoe verklaart u dan dat je hier zoveel sterk gelijkende maar toch duidelijk verschillende soorten vlak bij elkaar vindt?

“God heeft de vinken geschapen, ze hebben zich gewoon een beetje aangepast aan de omgeving. Voor ons zijn de vinken geen verschillende soorten die zich na duizenden jaren ontwikkeld hebben uit één gemeenschappelijke voorouder.”

Hoe hebben ze zich dan wel ontwikkeld?

“Ze hebben zich niet ontwikkeld tot nieuwe soorten. Wij geloven dat ze al zo waren toen god de aarde, het leven, alle dieren en planten, 6000 jaar geleden geschapen heeft.” Een vingerknip. “Zo, allemaal tegelijk.”

Vinden jullie het dan niet vreemd dat het Darwinonderzoeksstation en de rest van de wetenschappelijke wereld daar anders over denken?

“Wij respecteren ieders gedachten. In Ecuador is 90 procent van de bevolking gelovig. Zestig procent gelooft dat god de aarde heeft geschapen. Ook de twee andere katholieke scholen hier in Puerto Ayora geloven in een schepping. De Bijbel is onze informatiebron. Voor ons is Darwin gewoon iemand met een theorie. Eén van de vele.”Ook dit zijn de Galápagoseilanden anno 2009. Meer bepaald de Loma Linda lagere school op de, godbetert, Charles Darwin avenue in Puerto Ayora. Het schooltje kwam er jaren geleden al “ter ere van een inmiddels verdwenen Loma Linda-‘universiteit’”, voegt directeur Javier Mariño er nog aan toe. Een arm van Amerikaanse creationisten met behoorlijk wat bekeringsdrang. Ze kwamen daar zoeken naar bewijzen van hun religieuze visie op de wonderlijke natuur op de eilanden.Een officiële reactie van het Darwinstation op de religieuze biologielessen in het schooltje krijgen we niet. Daar zijn ze te diplomatisch voor. Elena Albarado, bezieler van het enige cultureel centrum en bovenal kritisch waarneemster van haar gemeenschap wil wel reageren. “Voor veel Ecuadorianen, ook Galapageños, is Darwin niemand meer dan een man die planten en dieren bestudeerde en er ‘een’ theorie over schreef. Ze kennen zijn naam, van het onderzoeksstation, maar zien hem meer als een beroemde sponsor. De wetenschappers hebben Darwin als verklaring, zij hebben hun god.”Maar zelfs Elena schrikt van zoveel starheid bij de directeur. “Zulke mensen zijn fanatiek en gesloten. Hun ideeën ga je niet veranderen. Ze gaan je niet eens de kans geven om te tonen hoe het echt zit.” Wie die kans wel heeft gekregen, zoals zij, kan er niet omheen. “Ik ben streng katholiek opgegroeid, ik was ook heel sceptisch, tot ik de niet-vliegende aalscholver zag. Zoiets in levende lijve zien, opent je geest.”Het starre geloof is een symptoom van een dieper liggend probleem, vindt Elena. Ook al leven ze temidden van de mooiste bewijzen, veel inwoners en zeker de nieuwe immigranten hebben nooit een niet-vliegende aalscholver gezien, laat staan één van de andere Galápagoseilanden bezocht. “Sommigen leven al jaren in dit stadje, maar hebben nog nooit één van de ongerepte en veel typischer

Lakmoesproef

Twee werelden samen op een kluitje en toch zo vaak blind en doof voor elkaar. Dat was één van Gabriel Lopez’ grootste teleurstellingen toen hij dit jaar aantrad als directeur van het Darwinstation. “Ik voel in de lokale gemeenschap geen echte drang om deze unieke natuur te bewaren. En dat is deels onze schuld”, slaat hij een mea culpa. “We zijn er niet in geslaagd om de bevolking de échte waarde van Galápagos diets te maken, hoe uniek de archipel is, maar ook hoe ontzettend kwetsbaar. Wie dat wel beseft, weet dat de huidige ontwikkelingen en groei fundamenteel niet houdbaar zijn.”Toch beweegt er vanalles in de goede richting. Er zijn verplichte inburgeringscursussen voor nieuwe migranten, de lokale bevolking wordt betrokken bij restauratieprojecten. Vliegtuigen worden gedesinfecteerd. Er komt een fonds voor de aanpak van geïntroduceerde uitheemse soorten. De haalbare bezoekerscapaciteit wordt onderzocht. Maar vooral, er waait een nieuwe wind in Ecuador zelf.Lopez: “Het beleid van de archipel was te versnipperd. Op het hoogste regeringsniveau wordt erkend dat het zo niet verder kan.” Lopez hoopt vurig dat Quito de agenda meer zal bepalen dan de huidige enge lokale belangen. “Deze Ecuadoriaanse president is anders. De Amerikaanse pers schildert hem wel graag af als een tweede Chávez, maar ik zie vooral een sterke persoonlijkheid die komaf durft maken met oude en machtige elites. Een hoogopgeleid man die de moderne wereld kent, maar ook de inheemse bevolking.”Het komende jaar wordt de lakmoesproef. “Als de Ecuadoriaanse overheid echt wil investeren in een duurzame toekomst voor Galápagos, zal dat moeilijke beslissingen vergen en een krachtdadig antwoord tegen machtige lobby's.”

Jeukende vingers

Niet alleen de politieke wind zit potentieel goed. Vijftig jaar na oprichting heeft het CDRS de hand in eigen boezem gestoken.“We hebben ons te lang gericht op al wat leeft binnen de grenzen van het Nationaal Park, 97 procent van de archipel. Vandaag realiseren we ons des te meer dat vooral de drie procent daarbuiten de grootste impact heeft op de unieke soorten én op de algemene gezondheid van het ecosysteem.”De koerswijziging die ingezet werd met het document ‘Galápagos at risk’ wil Lopez verder uitdiepen. “De klemtoon ligt nog altijd op natuurbescherming, maar alleen daarmee redden we het niet. We restaureren sinds kort ook actief vernielde eilanden zodat we bedreigde soorten kunnen laten terugkeren. We moeten ook de drijfveren van de huidige onhoudbare ontwikkelingen bij de wortel aanpakken. Zachte heelmeesters maken etterende wonden.”Spijtige buitenlandse voorbeelden tonen hem hoe het vooral niét moet. “Als adolescent ben ik langs de Mexicaanse kust van Yucatan getrokken. Ronduit adembenemend. Tien jaar later vond ik er alleen nog een kleurloos doorslagje van andere toeristische plekken zoals het Spaanse Marbella aan de Costa del Sol. Een unieke natuurlijke omgeving zoals Galápagos verdient het toch evengoed als Brugge om goed bewaard te blijven? Niet elke bijzondere plek op aarde moet een zoveelste kloon van Cancún of Marbella worden. Once it is gone, it's gone. Hier wil ik dat absoluut vermijden.”In plaats van af te knappen op de berg uitdagingen, beginnen Lopez’ vingers net te jeuken. “En wel hierom: 20.000 mensen in Puerto Ayora, iets meer dan 30.000 voor de hele archipel, dat is nog beheersbaar. Ik ben ervan overtuigd dat het kan.” Verwar het niet met naïviteit, benadrukt hij. “Toerisme hier verbieden is ondenkbaar. Ik weet ook dat president Correa een land moet besturen en dus moet zorgen dat er geld in het laatje komt. Gebeurt dat via toerisme, dan blijft Galápagos het onbetwiste kroonjuweel.”Dat neemt niet weg dat Lopez volop wil ijveren voor een begrenzing van de bezoekerscapaciteit en een grondig masterplan voor de toekomst. “Achter de schermen leggen we de bouwstenen voor een investeringsfonds voor een duurzame gemeenschap op de Galápagoseilanden. We praten met heel veel ondernemers en visionaire privé-investeerders. Ik hoop binnenkort met een plan naar de regering van Ecuador te kunnen trekken.”“De wereld snakt naar een duurzaam ecosysteem als voorbeeld. Galápagos is daar de uitgelezen pek voor. Waarom zoiets niet uittesten op een plek waar het nog net niet te laat is? Galápagos heeft het ‘point of no return’ nog niet bereikt, ik zie dit moment als een absolute opportuniteit. Want vergeet niet: Galápagos is een icoon, de ogen van de wereld zijn erop gericht. Die positie moet je grijpen als een kans. We hebben tien jaar om het tij te keren. Zo’n duurzaam model voor Galápagos is meer dan een droom. Met politieke wil en een privéfonds moet het lukken.”

Bewaard achter glas

Dat voluntarisme valt ook op bij medewerkers van het Darwinstation. Ondanks herhaaldelijke frustraties, blijven ze vooral het glas halfvol zien. “Deze archipel blijft ook vandaag het best bewaarde natuurgebied ter wereld”, onderstreept Felipe Cruz, geboren en getogen in Galápagos. “95 procent van de originele biodiversiteit is hier vandaag nog. Honderd jaar geleden zag het er écht naar uit dat deze wereld het niet zou overleven. Tenzij achter glas, in museumcollecties ver van hier.”De laatste jaren zijn er geen soorten meer uitgestorven, gaat hij overtuigd verder. “Ja, de Galápagospinguin is ernstig bedreigd, de niet-vliegende aalscholver ook, maar de vuistregel hier is dat de meeste soorten minder talrijk zijn dan elders. Hier vind je misschien 15.000 flamingo's terwijl je ze in Kenia met miljoenen tegelijk ziet. Maar door die lage aantallen kunnen negatieve antropogene factoren ze wel met een vingerknip van de kaart vegen.”Cruz vecht al jaren voor het behoud van zijn geboorteplaats. Hij was één van de bezielers achter project Isabela, waarbij alle verwilderde uitheemse geiten van het eiland moesten verdwijnen omdat ze de oorspronkelijke fauna en flora bedreigden. “Iedereen verklaarde me gek. Maar het is ons gelukt. Vandaag zie je dat de oorspronkelijke vegetatie zich herstelt”, klinkt het trots. “Ik hou met hart en ziel van deze plek. Ik ben ervan overtuigd dat het tij voor Galápagos zal keren.”De bewoners actief betrekken bij hun werk als natuurbeschermers, kan wonderen doen, vult plantkundige Rachel Atkinson aan. Zij zet haar schouders onder de restauratie van het eiland Floreana en hoopt er de bedreigde spotlijster te kunnen herintroduceren. Maar zonder medewerking van de lokale bewoners zal het haar nooit lukken om de natuur in Floreana weer in zijn oorspronkelijke staat te herstellen. “Daarom hebben we lokale jongeren ingeschakeld. Ze hapten toe omdat het hen een vaste job voor twee jaar opleverde, maar vandaag zijn het wel onze beste ambassadeurs. Zij overtuigen de anderen.”Ieder klampt zich vast aan een andere strohalm. “Het klopt dat hier steeds meer mensen leven en dat de invasieve uitheemse soorten oprukken. Maar je moet hier tenminste niet opboksen tegen grote multinationals zoals in de Amazone”, verklaart ornithologe Birgit Fessl haar blijvende strijdlust. “Grote touroperators kan je toch nog iets makkelijker overtuigen van hun eigen belang bij een gezond ecosysteem.”“Hier kan je met kleine ingrepen nog veel verwezenlijken.” Kijk maar naar de mangrovevink, die in sneltempo aan het verdwijnen was, zegt Fessl. “Er waren nog maar honderd paartjes over. We hadden geen idee wat er aan de hand was. Het park hield vol dat ze de zwarte rat, hun voornaamste vijand, onder controle hadden. Tot ik de vinken nauwer begon te bestuderen. Rond de mangrovebossen zag je inderdaad geen ratten, maar in de bossen wel. Het was een kwestie van de rattenvallen aan te passen en de vinkenpopulatie herstelde zich.”Dat die redding slechts tijdelijk was en de mangrovevink inmiddels weer moet opboksen tegen een andere, grotere vijand, de bloedzuigende larves van de vlieg Philornis, wil ze even niet aan het hart laten komen.

Roze met zwarte streepjes

Als de passie toch even dreigt uit te doven, wakkert de natuur het soms zelf weer aan. Soms met een verrassing van formaat zoals begin dit jaar. “Toen hebben we een totaal nieuwe reptielensoort ontdekt op de Wolfvulkaan op Isabela: de roze landleguaan. Die leguaan heeft een roze huid met zwarte banden ter hoogte van de staart”, licht Washington Tapia, hoofd van het Nationaal Park de vondst trots toe.“Parkwachters die er veertig jaar gewerkt hebben, hadden er nooit één gezien. Vijftien jaar geleden werd er kort melding van één exemplaar gemaakt, maar we dachten dat het dier een pigmentstoornis had. Dat die niet fundamenteel verschilde van de andere twee types landleguanen. Pas toen we bloedstalen genetisch analyseerden, bleek dat het om een totaal nieuwe soort ging.”En er was meer. “Evolutionair gezien is deze soort 5,7 miljoen jaar geleden afgesplitst van de andere landleguanen. Toen bestonden de eilanden nog niet eens! Bovendien zijn de twee gekende landleguaansoorten veel nauwer met elkaar verwant dan de roze met één van beide. Heel vreemd. Wat er precies gebeurd is, weten we niet, maar het is razend interessant. Misschien is de roze leguaan wel een gemeenschappelijke voorouder van de land- en de zeeleguanen.”Niet alleen de biodiversiteit blijft vandaag nog verbazen, ook de blijvende verdedigingslinie van de eilanden tegen buitenwereld doet dat. “Het droge en barre klimaat hield vroeger vreemde indringers buiten, dat is ook nu nog zo”, zegt Birgit Fessl. “Vorig jaar hadden we die enge Philornisvlieg die de Darwinvinken bedreigt, ook ontdekt op Daphne, één van de kleinere, onbewoonde eilanden. Dit jaar bleken ze alweer verdwenen. Philornis kan niet overleven in dat barre, extreme klimaat. Waar mensen vandaag kunnen leven, kunnen de meeste dieren ook leven. Maar op de meer ongerepte eilanden krijgen sommige ziektes nog geen voet aan de grond omdat de oorspronkelijke verdedigingslinie van de archipel nog steeds werkt.”

Uit het nest

Maar zoals Darwin als geen ander wist: de natuur kan ook onverbiddelijk zijn voor wie hier wel al lang leeft. Zo kunnen zelfs de lieflijkst ogende tafereeltjes zoals de broedende blauwvoetgent wreed zijn. Want wie beter kijkt, ziet in elk nest een klein en een nóg kleiner jong, een schets van de machtsverhoudingen. Dat is altijd zo. De blauwvoetgent legt eerst één eitje en pas een paar dagen later een tweede. Omdat vogels altijd eerst het jong voeden dat het luidst smeekt, krijgt de oudste alles. Is er genoeg voor twee, dan krijgt de kleinste ook wat. “Wreed, maar ook slim”, legt ornithologe Birgit Fessl uit. “Als er niet genoeg is voor beiden, en de ouders voeden toch twee monden, riskeren ze dat ze allebei sterven. Voeden ze alleen het oudste jong, dan is de kans groter dat er tenminste eentje overleeft.”Bij de blauwvoetgent wordt het nog een gradatie erger. “De oudste duwt de jongste het nest uit. Daarna kijkt niemand er nog naar om. Het is een overlevingsstrategie. Dat kleintje krijgt enkel een kans als de oudste ziek wordt of sterft en zo uit beeld verdwijnt.”Natuurlijke selectie en concurrentie op zijn rauwst. Het doet je automatisch nadenken over een andere vraag: hoe zal het aflopen met de concurrentie tussen de bonte groep bewoners van de Galápagos zelf? Zal de plek zijn originaliteit behouden, 'de coëxistentie tussen mens en dier' zoals socioloog Christophe Grenier het omschrijft?Of zal ook hier de ene de andere finaal uit het nest duwen?

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234