Vrijdag 26/04/2019

Gaybashing

"Het is niet zo dat onze rechten voor eens en altijd verworven zijn"

Beeld REUTERS

De brute aanval op een homokoppel in Gent, begin deze week, was een pijnlijke herinnering aan de discriminatie die de lgbtq-gemeenschap nog steeds ervaart. Een weekend later vindt de Antwerp Pride plaats. Tijd om weer op de barricaden te gaan staan?

Een kleine drie kilometer. Zo lang is het traject van de parade van de Antwerp Pride, die zaterdag om twee uur zal vertrekken op de Vlaamsekaai, in de Antwerpse Zuidwijk, en van daaruit de stad doorgaat, tot aan Sint-Pietersvliet, aan het Eilandje in Antwerpen-Noord. Maar de weg die onze samenleving nog heeft te gaan, als het op de aanvaarding van de lgbtq-gemeenschap aankomt, is een stuk langer.

De brute aanval op een homokoppel uit Gent, begin deze week, diende daarvoor als een pijnlijke herinnering. Een van de mannen hield er twee gebroken ruggenwervels aan over. Eerder, in februari, werd Jamie Deblieck, Mister Gay Belgium, in zijn thuisstad Roeselare uitgescholden voor ‘fucking homo’, en kreeg hij daarna een aantal schoppen te verwerken. En dan was er nog het verhaal van Jeroen, een leraar uit Schaarbeek. Eind mei werden hij en zijn vriend het slachtoffer van homofoob geweld. Net als in Gent werd hij het slachtoffer van zijn eigen buren. “Het was fysiek en publiek voor de hele straat. Het was beschamend, pijnlijk, en vooral, het waren mijn Turkse onderburen”, schreef hij nadien op Facebook. “Ik schreeuwde om hulp, zonder zelf fysiek te worden, maar hij bleef doormotten.” 

Recent werd ook Nederland geconfronteerd met stuitende gevallen van homofobie. Reclameposters van de kledingketen Suit Supply, met daarop twee zoenende mannen, werden gevandaliseerd en beklad met hakenkruisen. In de gemeente Heerlen, in Nederlands Limburg, werd een transgender zowel verbaal als fysiek toegetakeld. In Amsterdam mocht de bekende dragqueen Jennifer Hoplezz, een van de ambassadeurs van de Amsterdamse Pride, niet in een taxi stappen. Op de slotavond van de Pride, nota bene.

Durf opvallen

Op de Antwerp Pride zullen zulke scenario’s zich – hopelijk – niet afspelen. Maar het feest van de holebi- en transgendergemeenschap zal de recente opflakkeringen van homofobie wel aankaarten. “De Pride is ooit ontstaan om dit agressief en gewelddadig gedrag aan te klagen”, legt organisator Bart Abeel uit. 

De Pride snijdt het thema op verschillende manieren aan, klinkt het. Soms impliciet, soms expliciet, zoals in een politiek debat, gemodereerd door professor politicologie Dave Sinardet (VUB), die zelf homo is. “Gezien de actualiteit kunnen we niet om dat thema heen”, stelt Sinardet. “Het is sowieso een probleem dat heel sterk leeft bij de lgbtq-gemeenschap”. 

Jeroen Van Lievenoogen, de echtgenoot van Antwerps politiekorpschef Serge Muyters, was lange tijd de uitbater van The Boots, het bekende holebicafé in Antwerpen, en zetelde ook een tijd in het bestuur van de Pride. “De problematiek rond gaybashing moet zeker een plaats krijgen, ook tijdens de parade”, zegt hij. “De problemen zijn heel ernstig en mogen niet worden weggestoken. Integendeel: we moeten zoveel mogelijk druk leggen op de beleidsmakers, om dit soort zaken aan te pakken.”

Hijzelf is nooit het slachtoffer geweest van fysiek geweld, vertelt Van Lievenoogen. “Maar ik heb vrienden die het wel al hebben meegemaakt. En een paar weken geleden liep ik zelf nog door de Nieuwstraat in Brussel, en werd ik daar nageroepen op straat. Ik probeer dat te negeren om te vermijden dat het tot een confrontatie komt. Maar op den duur gaan mensen zich wegsteken omwille van hun geaardheid. Dat zou niet mogen. Je moet durven opvallen, als je dat wilt. Daar mag niemand een probleem van maken.”

Maar dat gebeurt dus wel. Volgens het Interfederaal Gelijkekansencentrum Unia nam het aantal geopende dossiers de laatste vijf jaar met maar liefst een vijfde toe. Ook de politie maakt gewag van een stijgend aantal aangiftes. Uit navraag van deze krant, eerder deze week, bleek dat er in Gent vorig jaar dertien gevallen van homofoob of transfoob geweld werden gemeld bij de politie. In 2015 waren dat er nog vijf. In 2018 staat de teller, nu al, op zes. 

Jeroen Van Lievenoogen Beeld Thomas Sweertvaegher

Toch moeten die cijfers genuanceerd worden, klinkt het bij holebi- en transgenderkoepelvereniging Çavaria. “In het verleden was er een gigantische onderrapportering van dat soort geweld. Dat maakt het moeilijk om een volledig beeld te krijgen van de situatie, en op de evolutie ervan doorheen de tijd.” De moord op Ihsane Jarfi, die in 2012 door vier mannen in de buurt van Luik werd doodgeslagen, staat te boek als de eerste homofobe moord in ons land. Maar dat is waarschijnlijk enkel omdat homofoob geweld pas sinds 2006 als dusdanig wordt geregistreerd.

Een homokoppel in Gent wordt begin deze week bruut aangevallen. Een weekend later vindt de Antwerp Pride plaats. Beeld dm

Fluisteren op de Meir

Een uitgebreide belronde leert dat fysiek geweld gelukkig eerder uitzondering dan regel blijkt. Maar verbaal wordt er ook geïntimideerd, getuigde acteur en schrijver Tim Taveirne in een opiniestuk eerder dit jaar (DM 29/5). “Sindsdien is het al zeker drie keer opnieuw gebeurd dat ik op straat loop en iemand iets naar me roept”, zegt hij vandaag. 

Verbaal geweld mag ook niet onderschat worden. Het kan pijn doen. Intimideren. In je hoofd kruipen. “Als iemand je in het midden van de Meir slaat, denk ik dat anderen wel zullen ingrijpen. Als iemand je in het midden van de Meir kruist en een scheldwoord in je oor fluistert, blijft dat voor iedereen onzichtbaar. Maar je bent wel de rest van de dag van je melk. En als dat elke week gebeurt, nestelt dat zich in je hoofd.”

Hij deed geen aangifte bij de politie. En echt onveilig voelt hij zich niet. “Maar ik twijfel soms wel over wat ik aantrek, omdat ik bang ben dat sommige kledingstukken negatieve reacties uitlokken. Wat niet zo is, natuurlijk. Soms heb je gewoon pech en kom je de verkeerde mensen tegen.”

Dit weekend zal hij trots meelopen tijdens de Pride. “Eén dag per jaar kunnen we heel zichtbaar zijn. Met alle extremen die daarbij horen. Ik vind het belangrijk dat de gemeenschap, als je het dan toch zo wil noemen, zich toont. En toont dat het oké is om anders te zijn. Dat is de strijd die we voeren: we willen dat wat ‘anders’ is, wat niet past binnen de witte, heteronormatieve consensus, ook omarmd wordt. Want verscheidenheid is bijzonder. Ik vind het idee dat we allemaal hetzelfde zijn, eigenlijk nogal gratuit. Er is heel veel dat ons allemaal verbindt, maar we mogen de verschillen niet wegmoffelen. We moeten die durven zien.”

Organisator Bart Abeel verwoordt het zo: “Aanvaarding en respect voor holebi’s en transgenders betekent ook dat we onszelf moeten kunnen zijn. En we zijn nu eenmaal ‘anders’. Men vindt soms dat we niet te gek moeten doen, dat we niet moeten provoceren, dat we salonfähig moeten zijn. Maar een Pride is net daarom belangrijk. Omdat iedereen er zichzelf kan zijn.” 

Pluimentooien

Toch wordt het stereotiepe beeld van de gemiddelde gaypride, waar vaak de meest flamboyante deelnemers – denk: pluimentooien, hoge hakken en lederen pakjes – het meest opvallen, niet bij iedereen binnen de lgbtq-gemeenschap op gejuich onthaald. “Ik kan perfect begrijpen dat niet iedereen zich daarbij comfortabel voelt”, stelt Sinardet. “En als je als tiener nog in de kast zit, kan ik me inbeelden dat die extravagante beelden, die de media er uitlichten, je coming-outproces kunnen bemoeilijken, als je jezelf daar niet in herkent. Maar aan de andere kant moet iedereen zich op zo’n Pride kunnen uiten zoals die dat wil. Je kunt daarop geen censuur plegen: dat druist in tegen het hele idee van de Pride.”

VRT-journalist Riadh Bahri was er vroeger niet voor te vinden. “Het is blijkbaar weer de tijd van het jaar om pluimen in je gat te steken”, zei hij toen, als de Belgian Pride weer door Brussel trok. “Ik identificeerde mij daar niet mee. Ik ben een doordeweekse jongen. Ik denk niet dat je mijn seksualiteit kunt aflezen aan de broek die ik draag.”

Dave Sinardet. Beeld Thomas Sweertvaegher

Dit jaar was hij wel aanwezig op de Belgian Pride. “Omdat ik het belangrijk vind om te blijven hameren op gelijke rechten en emancipatie. Uiteindelijk is dat wat diversiteit is: aanvaarden dat sommige mensen anders zijn dan jij.” 

Bahri woont in Brussel. “Ik denk dat er in België weinig plekken zijn waar je je als homo soms zo onveilig kunt voelen als in Brussel. Ik heb zelf al wat incidenten meegemaakt. Mensen die ‘sales pédés’ roepen naar mij en mijn partner. Een keer moest ik weglopen, toen ze op de Anspachlaan achter me aankwamen. Op den duur denk je dat dat de normale gang van zaken is. Absurd, eigenlijk. Met mijn nieuwe partner loop ik soms wel hand in hand over straat, maar ik pas nog steeds mijn gedrag aan, als ik denk dat het voor problemen gaat zorgen. Als je ’s nachts over de Lemonnierlaan loopt, laat je elkaars hand het best los. Maar doordat ik mijn gedrag aanpas, kan ik niet zijn wie ik eigenlijk ben.”

Plicht

Net daarom is de Pride, ook in 2018, nog zo belangrijk. “Soms vragen ze me: is zo’n Pride nog nodig?”, zegt Abeel. “In onze maatschappij is de gelijkwaardigheid van holebi’s en transgenders wettelijk geregeld, en qua aanvaarding staan we veel verder dan een jaar of tien geleden. Maar wat er nu in Gent is gebeurd, drukt ons weer met de neus op de feiten. Dus ja, zo’n Pride is nog nodig.”

Samen met de Antwerp Pride is er ook het Queer Arts Festival, dat nog tot het einde van de maand loopt in het MAS. Voor curator en stadsdichter Maud Vanhauwaert, die onlangs in De afspraak getuigde over de moeilijkheden die haar Joodse vriendin in haar gemeenschap ondervindt, toont de gaybashing in Gent dat we de vooruitgang van de afgelopen decennia niet te vanzelfsprekend mogen vinden. “Er zijn veel holebi-pioniers voor ons op de barricade gaan staan, om te strijden voor onze rechten. Het is echter niet zo dat die rechten voor eens en voor altijd verworven zijn. Kijk maar naar Bermuda, waar het homohuwelijk weer werd afgeschaft. En ja, ook in ons eigen land, dat toch wereldwijd een voortrekker is, heerst nog veel homofoob geweld.”

Voor haar nieuwe stadsgedicht – een nieuwe versie van het spelletje ‘Wie is het?’ – interviewde ze twintig mensen die zichzelf als queer beschouwen. Het is ook de term die ze zelf het liefst gebruikt – ‘lesbisch’ duwt haar te veel in een hokje. “Jarenlang wilde ik het niet publiekelijk hebben over mijn geaardheid, maar nu denk ik daar anders over. Het voelt ergens als een plicht om mijn stem te verlenen aan verhalen die gehoord dienen te worden.”

Bij de persconferentie van de Antwerp Pride, begin juli, liet burgemeester De Wever zich dit ontvallen: “De Pride was vroeger vooral revendicatief. Er viel van alles te eisen. Ik zeg niet dat er nu niets meer te eisen valt en dat er geen problemen zijn. Maar de eerste associatie met de Pride is vooral plezier.”

Klopt, klinkt het bij de deelnemers, maar stellen dat er niets meer wordt geëist, is de waarheid geweld aandoen. “De Belgian Pride droeg destijds heel duidelijke eisen naar voor”, zegt Sinardet. “De legalisering van het homohuwelijk, de rechten op adoptie. Die zijn inmiddels verworven, en dus zijn die heel concrete vragen ook een beetje verdwenen. Maar wil dat zeggen dat de Pride enkel nog feest is, en geen eisenplatform? Als je naar cijfers over welzijn bij holebi’s kijkt, is er nog veel werk aan de winkel. En al helemaal als je verder kijkt dan onze landsgrenzen. De Antwerp Pride onderscheidt zich op dat vlak alleszins van Amsterdam, waar de Pride steeds om passe-partout-onderwerpen als love of unity draait. Antwerpen kiest voor concrete en soms controversiële thema’s, zoals identiteit. Twee jaar geleden was het lgbt-vluchtelingen, waarover ik in debat ben gegaan met Bart De Wever. Er wordt dus ook gefocust op inhoud. En er wordt echt een visie uitgedragen.”

Utopie

Zo wil de Pride nog steeds een rol spelen in het vooruitgangsverhaal van lgbtq-rechten. “Initiatieven als de Pride en het Queer Arts Festival zijn bijzonder belangrijk om dat bewustzijn te vergroten”, vindt Vanhauwaert. “En om de hele thematiek ook in een positief daglicht te zetten. Eigenlijk vormen de Pride and het Queer Arts Festival één groot feest van de diversiteit. Iedereen is welkom, man of vrouw, homo of hetero, blank of zwart, en iedereen die zich ergens tussenin voelt.”

Ook Van Lievenoogen durft de toekomst onomwonden positief in te schatten. Ondanks de opflakkering van homofoob en transfoob geweld. “Die uitzonderlijke reacties zijn een gevolg van het feit dat holebi’s en transgenders juist meer aanvaarding vinden”, ziet hij. “Het zijn stuiptrekkingen van de evolutie. Op lange termijn ben ik zeker positief.”

Maud Vanhauwaert. Beeld Joris Casaer

Anderen zijn minder optimistisch, ook al zijn er tekenen van vooruitgang. “Onlangs riep er een vrouw, toen ik hand in hand liep met mijn partner: ‘Bravo, les mecs!’”, vertelt Bahri. “Maar de eerste reportage die ik acht jaar geleden voor de VRT maakte, ging over gaybashing in Brussel. Er gingen maatregelen komen, en zware straffen, maar het gebeurt nog steeds.”

We moeten ons er ook bij durven neerleggen dat de situatie nooit perfect zal zijn, vindt Bahri. “Ik denk dat het een utopie is om te denken dat iedereen, de volle 100 procent van de samen­leving, ons zal accepteren. Ik vind het ook niet abnormaal dat sommige mensen problemen hebben met homoseksualiteit. Ik betreur het dat mijn eigen vader mijn geaardheid niet aanvaardt, maar ik neem het hem niet kwalijk. Mensen mogen mij weerzinwekkend vinden. Maar daarom mogen ze nog niet op mijn bakkes slaan.”

Niet iedereen is dus even overtuigd van die vooruitgang. “Ik zou toch voorzichtig zijn”, zegt Sinardet. “Net omdat die brede acceptatie nog zo pril, zo recent is. In het politieke debat zie je nu opnieuw klassiek-conservatieve stemmen en groeperingen, zoals Schild & Vrienden, opduiken. Voorlopig blijft dat fenomeen redelijk marginaal, maar waar staan we binnen twintig of dertig jaar? Er kunnen altijd sterke tegenbewegingen komen. Want de geschiedenis is niet lineair. We zullen nooit een eindpunt bereiken. Toen Barack Obama de presidentsverkiezingen won, werd dat gezien als het einde van het racisme in de VS, als de definitieve omarming van de multiculturele samenleving. En nu zitten we met Donald Trump. Met andere woorden: je moet altijd waakzaam blijven.”

En dus is de rol van de Antwerp Pride kennelijk nog niet uitgespeeld. Omdat de verworven­heden verdedigd moeten worden, en er nog steeds nieuwe stappen naar een meer inclusieve samenleving kunnen worden gezet. Het goede nieuws: steeds meer mensen en instellingen lijken daarvan overtuigd. 

“Als ik zie hoezeer de stad meegaat in de Pride, pleziert mij dat enorm”, vertelt Abeel nog. “We krijgen ook spontaan steun van het M HKA, het MAS, het Stedelijk Onderwijs, de Universiteit Antwerpen: ze investeren, ze doen moeite om de Pride te helpen. Dat is een teken dat we op de goede weg zijn. Ja, er is een harde kern in de maatschappij die zich tegen ons keert. En vaak gaat het dan om mensen van Oost-Europese of islamitische afkomst. Maar we mogen niet vergeten vanwaar we zelf komen. We mogen niet vergeten dat nog niet zo lang geleden heel de samenleving homo’s beschouwde als ziek en marginaal. Dertig jaar geleden heeft mijn eigen moeder me nog de deur gewezen.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.