Vrijdag 15/01/2021

'Het is me overkomen. Het was toevallig ik'

Precies dertig jaar na het overlijden van de Antwerpse schrijver Maurice baron Gilliams (1900-1982) spreekt Paula Sörnsen (75) voor het eerst. Met haar had de schrijver de laatste tien jaar van zijn leven 'de vrouw van zijn leven' gevonden.

Een liefde tussen leven en dood", schrijft hij in de brieven aan zijn "eeuwige Geliefde". Zij was de enige tegen wie hij zei: "Als ik er niet meer ben, zal jij voor me moeten schrijven."

"Jij moet het voor mij waarmaken", dat kreeg ze mee van Gilliams. Schrijven doet ze niet, maar ze spreekt nu, eindelijk, na veel wikken, wegen, aarzelen. "Ik ga niet prat op het verhaal, het was een intiem gebeuren."

Sinds Gilliams overlijden in 1982 is Paula een vurig pleitbezorger van zijn werk en neemt ze het secretariaat van Vita Brevis, de stichting die naar de wens van de auteur werd opgericht, voor haar rekening.

Na vier gesprekken - "Menselijke warmte kan een bres slaan in een verbergend omhulsel", zegt ze - mag ik het imposante en ontroerende pak correspondentie lezen, tientallen brieven vanaf zomer 1979 tot 29 september 1982, plus Paula's gedenkschrift. Ik mag het borstbeeld van Gilliams zien in haar werkkamer, het schrijntje dat voor hem is opgericht. "Ik praat nog elke dag met hem", zegt ze.

In augustus 1972 ziet Paula Sörnsen, de medische secretaresse van dokter Lemmens in het Sint-Lucasziekenhuis in Ekeren, een grijzende, aristocratische man naar het dokterskabinet to- gen. Ze is meteen onder de indruk. "De klank van zijn stem! Niet minder dan zielsverwarmend."

Hij zou vijf dagen blijven voor diabetesonderzoek. Respectvol als Paula is, gaat ze bij hem langs en vraagt of hij tevreden is over het ziekenhuis. Hij vraagt haar of ze zijn boeken heeft gelezen. "Ik moest bekennen van niet, maar be- loofde dat snel goed te maken. Ik begon met zijn verzen en was helemaal weg van de Mariacy- clus. Vooral het Lazarusgedicht sprak me aan."

Even later bezorgt Paula de door Gilliams benodigde insuline bij hem thuis. Aanvankelijk gaat de medicijnpost door de brievenbus, maar de patiënt wil dat Paula de ampullen persoonlijk komt afgeven.

Maurice Gilliams is op dat moment samen met Maria de Raeymakers, de vrouw die hij heeft leren kennen als hoofdverpleegster toen hij, uitgeput, drie maanden in het Stuyvenberg- ziekenhuis lag, eind 1938, begin 1939. Met haar woont hij al decennialang samen, maar ze zijn niet getrouwd tot 1976, omdat zijn eerste, op 27 augustus 1935 gesloten en even later al gestran- de huwelijk met Gabriëlle Baelemans niet ontbonden raakte. Maria en hij leven als broer en zus, bekent hij Paula.

Schuldig

"Ik werd aanvaard door Marieke", zegt Paula. "Schuldig heb ik me niet gevoeld, ik was eerder bang om fouten te maken: tegenover zijn echtgenote, tegenover zijn gevoelige natuur. Maar natuurlijk werd er gepraat. Maurice Gilliams ging op stap met een jong ding."

Zondag wordt hun vaste afspraakdag. De schrijver en de medische secretaresse gaan sa- men wat eten, wandelen door de stad of praten bij hem thuis over zijn gedichten. Later neemt Paula hem mee naar plekken uit zijn jeugd, nog later naar het Antwerpse Begijnhof.

"Elk uitstapje was zalig, vooral in de natuur, de parken van Antwerpen, Park Den Brandt, het Peerdsbos. In zo'n omgeving valt de eigen lichamelijke beperking gemakkelijker weg en komt het geestelijke naar voren. Hij zei en schreef me dat ik hem uit zijn decennialange eenzaamheid had weten te halen. Dat hij door de zondagen samen wist: 'Ik heb niet tevergeefs geleefd.'

"Voor mij was het meteen duidelijk: wij wa- ren gelijkgezinde wezens. Zielsgenoten. Ge- kwetste zielsgenoten. We hadden beiden de ontgoocheling van een mislukt huwelijk te verwerken." Het grote verschil stipt Gilliams aan: de "heerlijke vastberadenheid van Paula", die hij volledig mist. Paula: "Hij was, afhankelijk van wie er bij hem was, een groot verteller in het sappigste Antwerps, of een stille man in keurig Nederlands. Hij kon een heel aangename mens zijn, maar ook vreselijk moeilijk en depressief."

Hij leest haar stukken van Gregoria voor. "Om te weten of ze helder genoeg waren", zegt ze. "Hij wou voor mij de sluier van zijn hermetische schrijven oplichten."

Door Paula gaat Gilliams weer schrijven. Hij maakt na een lange stilte weer dagboekaantekeningen. Voor haar zal hij het werk dat hij nooit klein heeft gekregen, Gregoria, over zijn eerste huwelijk, voor de achtste keer herschrijven. Hij zal het opdragen aan Paula (Celesta) Sörnsen.

Paula: "'Celesta' stond voor hemels. Die sfeer in een samenzijn voelen en bewaren was voor ons zeer belangrijk. Dat hij die opdracht (postuum, Gregoria of een huwelijk op Elseneur, Meulenhoff-Kritak, 1991) liet afdrukken heeft me verwonderd."

Hij heeft dingen toegevoegd voor haar, schrijft hij. En hij vertrouwt haar nog een literair geheim toe: "In de nacht toen mijn mama ontsliep, heeft ze naar het schrijven van mijn miserabele avontuur gevraagd en ik heb het beloofd." Hij bedoelt dat hij Gregoria voor Paula én voor zijn moeder wil afmaken. Voer voor biografen.

1982 betekent een subliem halfjaar voor Gilliams dankzij Paula. Aan het eind van zijn leven is de man die zijn hele leven heeft geworsteld met depressies, melancholie, uitgesproken perfectionisme en moederbinding eindelijk ge- lukkig. Paula heeft hem het geluk gegeven, "dat de voorsmaak van de onsterfelijkheid bezit", dat hem vleugels geeft. Op 20 juni 1982 schrijft hij haar: "Ben ik, blijf ik een zittend, een schrijvend mysterie? (...) Ik wil een opvlucht uit mijn bastion ondernemen. (...) Ik wil maar bij U zijn."

Hij bekent: "Ik ben smoorverliefd op u. Ik had plotseling willen doodgaan om U nooit meer te verliezen" (10 juli 1982). Paula noemt hij "mijn allerliefste, Vrouw naar mijn verlangen, Van-God-gegeven, allerliefste Zonnekind".

Paula is van de liefdesverklaring én van de brieven nog steeds onder de indruk, maar relativeert ook. "Het is me overkomen. Het was toevallig ik."

Vlinderend artiestje

Als Paula's omgeving - ouders en vrienden - wat ongerust wordt over haar contact met de oudere man en haar waarschuwen voor - in de woorden van Gilliams - "een vlinderend artiestje", ontkent de schrijver formeel. "Ik ben geen gevaarlijke brandweerman. Ik ben geoefend in disciplinaire, platonische tucht. Niets met slaapkamers en ledikanten te maken", schrijft hij (13 mei 1982). "Ik ben geen driftendraver."

Hun verhouding is speciaal, bevestigt hij schriftelijk, "als het ware niet van deze wereld". En kan bijgevolg "Marietje niet vernederen of smartelijk treffen" (28 mei 1982).

Voor beiden zijn er beslommeringen die ze denken niet aan te kunnen. Paula: "Ik woonde met mijn dochtertje weer bij mijn ouders. Maurice had inmiddels een zieke vrouw."

Vanaf 8 augustus 1980 is Gilliams ervan overtuigd dat Paula hem liefheeft. Ze is hem in juli gaan opzoeken in het Sint-Elisabethgasthuis en ze zijn spontaan in elkaars armen gevallen.

"Op geestelijk niveau zijn wij man en vrouw aan het worden", schrijft hij haar. En: "Alles, alles in mij is aan het herbeginnen."

"Voor mij heeft een levensloop de vorm van de eeuwige cyclus", zegt Paula. "Ik leef zelf ook zo. Ik vond het dus totaal niet vreemd dat deze man zou eindigen waar hij was begonnen."

Ze benadrukt dat Gilliams' geestelijke vermogens tot op het eind in optima forma waren. Wat hij optekent in zijn dagboek klinkt behoorlijk extatisch. In één schrijven noemt hij Paula "een sacrale realiteit". Hij verlangt ernaar samen met Paula te communiceren, dat wil zeggen: te communie te gaan.

"Het is van mijn jonge mannenjaren geleden dat ik voor de H. Tafel heb geknield", schrijft hij haar. "Thans, nààst U, zou ik wederom daartoe kunnen overgaan, liefst in een onaanzienlijk kapelletje, ergens in een vergeten uithoek, op het land. Voor mij als voor U zou het zijn alsof we met elkander trouwden (...) De mensen zullen er niets van begrijpen, en dàt hoeft ook niet, want het grenst aan een geestelijk Mysterie."

En wat verder: "Met mijn ziel ben ik totaal van U, U is met Uw zieltje totaal van mij. Samen bezitten we uw dochtertje als ons kind; Uw goede ouders zijn mijn goede ouders. Opnieuw begin ik, naar de geest, in een roes te leven, zoals het mij in mijn beste momenten, als kind, overkomen is." Op 9 augustus 1982 tikt hij: "Mijn liefde voor U is o.m. een vormgeving van mijn authenticiteit, géén terloopse, aangename verpozing maar een volstrekt en compleet bereikt einddoel van mijn bestaan."

Gilliams, die zijn hele leven had gewaakt over de man en mythe met zijn naam, zag de slotfase van zijn leven als volgt: na de dood van de zieke Marieke zou hij trouwen met Paula. Marieke bleef ziek en in leven. Ze zou hem zes jaar overleven.

In de nazomer van 1982 borg de regisseur zijn ultieme regie op. Zijn testament en de praktische regels voor zijn uitvaartdienst in de Sint-Joriskerk, wat de vrijdenkers zeer zou verrassen, lagen klaar. Niet voor het eerst. Wel voor het eerst mét kerkelijk afscheid. De invloed van Paula? "Deels. Hij had wel meer katholieke vrienden en ik geloof niet dat hij het geloof ooit echt heeft afgezworen."

De laatste zondag

"Die laatste zondag zijn we alleen buiten ge- weest om zijn vrouw te bezoeken in het ziekenhuis. Maurice woonde aan de Lange Gasthuis- straat op nummer 13, het ziekenhuis zat op nummer 45. Hij was zeer moe, stapte moeizaam en had last van een tandontsteking. Het was een ellendige dag, ik kampte met een groot gevoel van machteloosheid. Ik was erg bezorgd, maar mocht dat van hem niet zijn: 'Ik heb dat nog al gehad. Komt in orde.' Men kon Maurice niet tegenspreken. Ik wist gelukkig dat hij de volgende dag een onderzoek had."

Die volgende dag, maandag 18 oktober, sterft Gilliams. De officiële versie luidt: zijn hart begaf het na een hevige astma-aanval. Of bezweek hij aan een gebroken hart? Of had hij bewust zijn insulinedosis niet laten aanpassen bij de ontsteking?

"Ja, hij miste de kracht om voor mij te blijven leven", zegt Paula. "En ja, hij zag de dood als verlossing. Het gekke is dat hij gestorven is op de naamdag van Sint-Lucas, de patroonheilige van het ziekenhuis waar ik werkte en waar we elkaar voor het eerst hebben gezien."

Haar laatste woorden aan Gilliams, aan de telefoon op maandagochtend 18 oktober 1982: "Maurice, ik vind je wel, waar je ook bent." Zijn laatste woorden aan haar: "Dag schatteke."

"Ik heb hem gevonden, diezelfde dag nog, in het dodenhuisje. Het was onwezenlijk."

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234