Woensdag 08/12/2021

Interview

"Het is lastig om je als Limburger niet benadeeld te voelen"

null Beeld Karel Duerinckx
Beeld Karel Duerinckx

Paul Kumpen, vader van autoracer Anthony, oefent zich in het afscheid nemen. De topman van het bouwbedrijf dat zijn naam draagt, stapte al uit het fietsbedrijf Ridley, zijn 'aangenomen kind'. Opvolging voor het bouwbedrijf is er nog niet. "Ik zal het missen."

En plots kraakt de stem, en vullen de ogen zich met tranen. Paul Kumpen (65) is veel, maar vooral oprecht. "Ja, ik ben een emotioneel mens. Maar de ratio moet zegevieren."

Terugblikkend op wat is geweest, krijgt Paul Kumpen het even moeilijk. Het rijk gevulde leven, het geslaagde parcours, het besef dat alles eindig is. Meanderend over dit alles, bij het genot van een lekkere lunch, wordt graven in dat verleden even lastig.

Of we als eerste een gesprek konden hebben met de man wiens invloed tot ver buiten de grenzen van het groene Limburg reikt? Dat kon, en zo zitten we in het fraaie De Kristalijn in Genk. Door de grote ramen kijken we naar het aangrenzende golfterrein Spiegelven, waar een frisse wind de gevoelstemperatuur nog enkele graden dieper onder nul duwt.

Binnen is het aangenaam warm. Paul Kumpen, vader van de bekende autoracer Anthony Kumpen, is een voorname gastheer. Niks aan de man doet denken aan beton of asfalt. Integendeel, hij zit zoals altijd netjes in het pak. Niks gewrongen, maar met de naturel van een estheet. Every inch a gentleman. Als aperitief bestelt hij een glas water. "Ik kan niet zo goed tegen alcohol. Ik drink graag een glas wijn bij het eten, maar daar stopt het."

'Stoppen', het woord zal de komende drie uur als een rode draad door het gesprek snijden. Met een gemengd gevoel van trots en weemoed blikt Paul Kumpen terug. Hij stond ruim tien jaar geleden aan de wieg van Voka. Samen met die andere economische zwaargewichten Jef Roos en Luc Debruyckere mag Paul Kumpen zich de geestelijke vader noemen van de samensmelting van de acht regionale Kamers van Koophandel en het Vlaams Economisch verbond (VEV) tot Voka.

Met evenveel trots kijkt Paul Kumpen naar zijn voorzitterschap van Voka - Kamer van Koophandel Limburg. Sinds 2006 leidt hij de regionale afdeling die onder zijn bewind groeide tot ruim 3.000 leden, en 45 medewerkers. Maar zijn mandaat loopt ten einde.

null Beeld Karel Duerinckx
Beeld Karel Duerinckx

Vastklampen en loslaten

Bang voor het zwarte gat is hij niet, daarvoor ligt er nog voldoende op de plank. Guitig: "Ik ga nu wel 's avonds iets meer thuis zijn." En dan iets stiller. "Het zal niet makkelijk zijn, dat geef ik toe. Ik ben daar mee bezig. Vastklampen wil ik niet, maar loslaten valt me zwaar."

Of hij misschien de macht zal missen? Over hem gaat immers de mythe dat er in Limburg weinig of niks gebeurt zonder dat Paul Kumpen zijn zegje heeft. "Dat is inderdaad wat het is: een mythe", glimlacht hij. "Ik heb geen macht. Ik heb invloed. Macht is de verkeerde vorm van invloed. Macht is zeggen hoe het moet, pure powerplay en altijd gelijk willen hebben. Invloed daarentegen is input geven, iets bijbrengen en serieus genomen worden. Ik ga hard voor mijn eigen mening, dat wel. Maar ik ben ook niet te beroerd om bij te sturen."

Voor de politiek heeft Paul Kumpen niet het juiste karakter, zegt hij zelf. Ja, hij is gevraagd en omfloerst gepolst, diverse keren zelfs. Maar telkens hield hij de boot af. "Ik ben te eigengereid voor de politiek. En bovendien, dit land is door zijn regelgeving toch quasi onbestuurbaar gemaakt? Daar heb ik het moeilijk mee. Hoe kun je vandaag nog aan politiek doen, wanneer de democratie versmacht wordt door de hegemonie van de enkeling? Als één iemand zich verzet, ligt alles meteen stil. Zo kun je toch niet meer besturen."

Besturen deed Paul Kumpen bovenal in het familiale bouwbedrijf. Het mag bijna een wonder genoemd worden dat Kumpen N.V. vandaag nog bestaat. Met welgeteld één dag ervaring op de teller moest hij het bedrijf door de moeilijkste periode uit zijn bestaan gidsen. Zijn vader stierf plots op 53-jarige leeftijd, aan een hartkwaal.

De taxi's die besteld waren voor het huwelijksfeest van zijn jongere broer, werden die zaterdag gebruikt, maar dan voor de begrafenis van zijn vader. Paul Kumpen, toen een broekje van 24 jaar, had er net z'n eerste dag op het bedrijf opzitten.

"Natuurlijk was dat te jong, ik kon onmogelijk een zaak runnen. Het was één catastrofe. Ook psychologisch was dat voor mij een hel. Ik had net mijn vader verloren. Iedereen in de buitenwereld stond te kijken hoe snel Kumpen ten onder zou gaan. Maar net dat wakkerde intern het groepsgevoel aan, en ik kon rekenen op verschillende mensen die me mee hebben gevormd. De toenmalige directeur wegenbouw is mijn tweede vader geworden. Hij is net negentig geworden, ik ben vorige zondag nog met hem gaan eten.

"Neen, in mijn eentje had ik het niet overleefd, zeker niet in die haaienwereld van veertig jaar geleden. Openbare werken, wegenbouw, en ik als twintiger in dat mijnenveld! Al was ik wel koppig. Ik herinner me dat ik in die beginjaren naar Brussel werd gesommeerd. We hadden een grote opdracht binnengehaald op het vliegveld van Zaventem. Daar kreeg ik te horen dat ik dat werk nooit zou aankunnen en dat ik het moest uitbesteden. Ik stond als jong ventje tegenover persoonlijkheden als Georges Daelemans (Wegebo, LID), die veertig jaar ouder was dan ik. Dat had echter het omgekeerde effect op mij. Ik ben naar huis gereden, heb mijn mensen samengeroepen, en we zijn er volledig voor gegaan."

Tot vandaag blijft de opmerkelijke boutade van de invloedrijke West-Vlaamse industrieel Walter Vanden Avenne hem bij. "Hij zei me dat ik het geluk heb gehad om mijn vader vroeg te verliezen. Zo hoefde ik niet op te boksen tegen de oudere generatie. Hoe vreemd ik die uitspraak destijds ook vond, er zit een kern van waarheid in."

null Beeld Karel Duerinckx
Beeld Karel Duerinckx

'Kumpen zonder Kumpen'

Met goed 430 mensen en een omzet van zo'n 120 miljoen euro is de bouwgroep Kumpen vandaag een middelgroot bedrijf in zijn sector. Een gediversifieerde groep ook, actief in algemene bouwwerken, wegenwerken, vastgoedontwikkeling, renovatie en tunneling, en PPS-projecten (publiek-private samenwerking, red.). Door die verschillende activiteiten is de groep minder onderhevig aan de rare kronkels van de conjunctuurschommelingen.

Veel inkomsten komen van overheidsopdrachten. Maar enige schizofrenie tussen de ondernemer Kumpen en de Voka-voorzitter Kumpen valt niet te bespeuren.

"Veertig procent van mijn omzet komt van de overheid. Maar wat is er daar mis mee? Als er een aanbesteding is, dienen we een offerte in. De overheid heeft één criterium: de laagste prijs. Punt. Meer dan de helft van mijn werk vloeit overigens meteen terug naar diezelfde overheid, in de vorm van sociale en maatschappelijke bijdragen."

De tijd dat aanbestedingen in achterafkamertjes werden bedisseld, ligt ver achter ons, zegt de man die hele snelwegen van asfalt voorzag. "Gelukkig ook, nu speelt iedereen op gelijke voet. Wij hebben in het bedrijf altijd op dat waardenpatroon geleefd. Ik kende niks anders. We kregen dat met de paplepel ingegoten. En ik durf te zeggen dat mijn kinderen dat ook hebben." Na Paul Kumpen zal het bouwbedrijf allicht geen Kumpen meer in zijn rangen tellen. De vier kinderen, Oliver, Anthony, Christopher en Nina, hebben andere horizonten opgezocht.

"Spijt? Ja en neen. Ze mogen komen, maar moeten niet. Maar als ze willen komen, dan wel op basis van objectieve criteria. Ik ben zeker dat ze het goed zouden doen, al heeft niemand zich er opgeworpen. Ze zijn allemaal zelfstandig en doen wat ze graag doen. Dus daar kan ik niet treurig om zijn. Mijn levenswerk is voor mij het sociaal-maatschappelijke. Belangrijker dan mijn naam op de bedrijfsgevel is het besef dat ik heb bijgedragen aan onze welvaart. Door mensen werk te geven. Mijn kinderen gaan dat ook op hun manier doen, via hun bedrijfjes. Maar vergis je niet, ik ga zeker nog vier jaar door."

Vijftien jaar geleden al gaf Paul Kumpen de dagelijkse leiding uit handen. Hij kon zich zo toeleggen op het netwerken en het binnenhalen van opdrachten. "Dat was lastig. In het begin bemoeide ik me nog te veel. Tot onze personeelsdirecteur mij erop wees dat dat niet goed werkte. Er was geen eenheid van leiding. Dat is moordend voor een organisatie. Dus heb ik de klik gemaakt. En dan komt de tweede mokerslag. Langzaamaan komen er minder mensen aankloppen aan jouw deur, gaan ze een deur verder. Dat moet ook zo, maar dat doet verdomd pijn."

Ridley

Net zoals bij Ridley, het fietsenbedrijf waarvan Kumpen mee aan de wieg stond als investeerder. Vorig jaar verkocht hij zijn belang van 50 procent, na een verschil in visie met gedelegeerd bestuurder Jochim Aerts. Terwijl Aerts opteerde voor een stand alone-visie, zag Kumpen meer heil in het opgaan in een grotere groep.

"Wij wilden de Porsche van de Volkswagengroep worden, of de Ferrari van de Fiatgroep. Een nichespeler binnen een grote groep, dan konden we onze groei veel sneller realiseren. Nu is het stapje voor stapje. Enfin, dat was mijn visie. Jochim had de zijne. En dan moet je consequent zijn, anders heerst er een voortdurende tweestrijd, en dat is niet gezond. Ridley zie ik als een aangenomen kindje, en ik wens het oprecht het allerbeste toe voor de toekomst."

Limburg benadeeld

Het belang van Paul Kumpen in Ridley werd deels overgenomen door de Limburgse Reconversiemaat-schappij (LRM). Opgericht destijds om de provincie te helpen bij haar transitie na de sluiting van de mijnen. Een zegen én een vloek voor Limburg, die mijnen. Ze brachten welvaart, maar wiegden de provincie in slaap. En toen al het goud uit de grond was gehaald, gaapte enkel de grote leegte.

Paul Kumpen windt zich op. "Ik weet dat dit de algemene visie van buitenaf is, welnu, ik ga daar niet mee akkoord. Vergeet niet dat tegen de tijd dat de mijnen hier sloten, de rest van Vlaanderen al twee generaties nieuw ondernemerschap had zien ontstaan. Hier was er niks, hoe zou het ook kunnen? De mijnen werden ons opgedrongen. We mochten er wel in werken, maar het was niet van ons. Mijn vader heeft als jongetje nog voor de kasteelheer gewerkt. Mijn familie werkte op de boerderij die eigendom was van het kasteel. Vier dagen per week werken voor de kasteelheer, de rest mochten ze houden.

"Er was hier niks. Daardoor missen we die opbouw van kapitaal. Na de mijnen werden dan grote buitenlandse groepen aangetrokken. Philips, Ford, die zijn intussen gesloten. We hebben geen cadeaus gekregen. LRM? Dat geld is goed benut. Die mensen zijn goed aan de slag gegaan met het geld dat over was na de mijnsluiting. Wie de middelen van de LRM of het bestaansrecht ervan in vraag stelt, snapt het niet. Het is een geschenk en dat geef je niet terug. Dat we er goed mee omgaan, dat moet geapprecieerd worden, niet in vraag gesteld.

"Wij zijn geen klagers in Limburg, we doppen onze boontjes wel, hebben we altijd gedaan. Maar wees nu eens eerlijk: als je vaststelt dat de snelweg hier in decennia niet is aangepast, dat de treinstellen hier tweedehands zijn, als je niet rechtstreeks naar Antwer-pen kunt sporen, dan valt het moeilijk om je niet benadeeld te voelen. Nie-mand staat op ons te wachten. Wij kunnen zelf heus wel roeien, maar dan moet men ons wel de roeispanen geven. De loonhandicap speelt hier ook enorm. Duitsland en Nederland zitten hier vlakbij, hè." Dan, hoorbaar zuchtend: "We hebben het altijd getrokken, maar nu trekken we het even niet meer, vrees ik."

Defaitisme is nochtans niet besteed aan Paul Kumpen. Maar de makkelijke slogans en het gebrek aan waardering voor ondernemers snapt hij niet. "Wij stellen twee zaken ter beschikking van onze mensen: middelen en vertrouwen. Daarmee moeten we het doen. Dat geld dat je investeert is risicokapitaal. En daar is er al veel van verloren gegaan, dat is eigen aan ondernemen en aan risico's nemen. Maar we zijn nu op een punt gekomen dat het niet meer rendeert om nog risicokapitaal te investeren. Dertig procent van de hoogste inkomsten genereren 80 procent van alle belastingen. Vermogensbelasting, roepen de vakbonden. Maar we zitten al bijna op kop in Europa. In plaats van er nog een schepje bij te doen, zeg ik: ruim eerst op.

"Ik heb er als ondernemer geen problemen mee om belastingen te betalen. Maar ik moet wel eerst iets kunnen verdienen voordat ik iets kan afdragen. De belastingen zelf zijn maar een klein deeltje van wat ik totaal afdraag. Van mijn totale maatschappelijke bijdrage als ondernemer zijn mijn belastingen zowat 10 procent. Driekwart van de ondernemers weet niet dat hun maatschappelijke bijdragen zeven tot acht keer hoger liggen dan hun belastingen."

De koffie wordt geserveerd, tijd om af te ronden. De wind buiten is nog opgestoken, de kou is bijna tastbaar. Voor Paul Kumpen ideaal fietsweer. Na de vroege dood van zijn vader heeft hij gezworen dat hij zijn gezondheid ten koste van alles gaaf wilde houden. Hij gaat vier keer per jaar op doktersbezoek, en houdt zelfs een mapje bij met zijn bloeduitslagen. "Per jaar fiets ik zo'n 8.000 kilometer. Elke zaterdag en zondag, minstens twee tot drie uur. Neus in de wind. Zalig. Ik ontspan door inspanning. Stilzitten in de sofa, dat is niks voor mij."

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234