Donderdag 05/08/2021

'Het is hier niet slecht, maar we willen zo snel mogelijk terug'

Vorig jaar was Ahmed nog advocaat in Syrië, succesvol en gelukkig. Tot zijn zoon een poster van president Assad verscheurde en ze moesten vluchten. Nu is hij een van de zeventienduizend Syriërs die in een Turks vluchtelingenkamp leven. Ze doden de tijd tot ze kunnen terugkeren naar eigen land. 'Als mijn huis er tenminste nog staat.'

De tondeuse bromt over het hoofd van Ahmed. De man knijpt zijn ogen dicht voor het neerdwarrelende haar. "We hebben alles achtergelaten, dragen hier kleren die de Turken ons hebben gegeven, maar dat betekent niet dat we ons niet meer moeten verzorgen", knipoogt hij.

Kapper Najem is niet eens kapper. Hij heeft zich hier, in het kamp, omgeschoold. "Ik had een tondeuse en op een dag heb ik gevraagd of ik een stoel mocht neerzetten in deze barak." Een oude radio, een kappersschort die hij kreeg van een Turkse medewerker in het kamp, een borstel in de hoek: Najems kapsalon in het tentenkamp was geboren. Het duurde niet lang voor de mannen stonden aan te schuiven. Hier een baard trimmen, daar een snor inkorten of hoofdhaar kort knippen. Zelden een scheerpartij: de meeste mannen in het kamp zijn diepgelovig en laten liever hun baard staan.

Ahmed veegt wat prikkende haren weg, staat op en loopt naar zijn tent. Opnieuw een dag in het vluchtelingenkamp waarin hij de tijd zal doden met tv-kijken, roken en wat rondlopen. Wat een verschil met zijn leven vroeger, in Idlib, toen hij nog een succesvolle advocaat was en in een mooi huis woonde met zijn vrouw en hun vijf kinderen. "Tot mijn zoon Mustafa buiten, op een plein, een grote poster met president Assad op verscheurde. Daarna werd Syrië te gevaarlijk voor ons."

Mustafa komt er zelf bijstaan, een slungelige tiener in jeans en vaalgrijs T-shirt. Hij grijnst breed als hij aan het incident denkt. "Ik volgde de revolutie al van in het begin op het internet", zegt hij. "Toen ook in Idlib demonstraties begonnen, ben ook ik de straat opgegaan. In het begin was het nog gemoedelijk, maar week na week werden de protesten grimmiger en verschenen er ook sluipschutters in gebouwen." Ahmed onderbreekt: "Ik heb hem verboden nog te gaan. Ik was ook tegen Assad, maar ik wist waartoe het regime in staat was. Mijn broer is gefolterd in de gevangenis omdat hij iets tegen Assad had geschreven."

Mustafa valt in: "Dat wist ik allemaal, maar ik werd meegesleept door het enthousiasme en de woede tijdens de betogingen. En toen heb ik, gewoon omdat ik zo boos was, die poster in stukken gescheurd. Gewoon buiten, in de straat. Enkele uren later hoorden we dat de politie onderweg was. Toen zijn we gevlucht."

Sigarettenfabriek

Ahmed vluchtte met zijn twee zonen naar Turkije. Hij zit sinds augustus vorig jaar in dit vluchtelingenkamp bij het plaatsje Yayladagi, in de provincie Hatay, op een steenworp van de Syrische grens. Dit is een van de zeven tentenkampen die de Turkse regering in de regio heeft ingericht om de vluchtelingenstroom uit Syrië op te vangen. Het totaal aantal mensen dat de oorlog in Syrië ontvluchtte naar Turkije wordt nu door de Turkse regering op zeventienduizend geschat, maar hun aantal groeit iedere dag. "We bereiden ons langzaam voor op de opvang van vijftigduizend Syriërs", zegt Suphi Atan, de regioverantwoordelijke van de Turkse overheid. "Maar we houden er rekening mee dat in de toekomst het totaal aantal nog kan oplopen tot honderdduizend."

Yayladagi Tekel, zo heet het kamp. Tot voor enkele jaren was het complex een sigarettenfabriek van het Turkse merk Tekel. Nu staan overal tenten van de Turkse Rode Halve Maan. De meeste overtrokken met blauw plastic, tegen de stortbuien van de afgelopen weken. Daarin zitten mannen, vrouwen en kinderen. Sommigen slapen, anderen kijken tv of zitten op een stoel voor hun nieuwe woning en staren wat voor zich uit. Levend van dag tot dag, met de hoop snel terug te kunnen keren. Toen hij zeven maanden geleden toekwam, hoopte Omar dat de val van president Assad niet lang op zich zou laten wachten. Nu vreest hij dat Assad wel eens een blijver zou kunnen zijn. "Die man is niet kapot te krijgen", zegt de 40-jarige man. Hij ziet er veel ouder uit dan zijn leeftijd. Hij toont de weinige tanden in zijn mond, de littekens op zijn handen. "Wat ik over de familie Assad denk? Haat voel ik, pure haat." Meer dan twaalf jaar heeft hij onschuldig in de cel gezeten, kwam vrij, maar werd vorig jaar opnieuw vervolgd. "Het vreet aan mij, iedere dag. Ik heb bijna geen rustig leven gekend in Syrië."

Amper zeventien was hij toen hij werd opgepakt. Aanzetten tot terrorisme, luidde de beschuldiging. Omar had niets met terrorisme, maar was wel betrokken bij de Moslimbroeders, een groepering aan wie Hafez al-Assad, vader van de huidige president, de oorlog had verklaard. Omar werd in de beruchte Tadmur-gevangenis, in Centraal-Syrië, gegooid. De krappe cel moest hij delen met anderen. "Ik had zo'n 80 centimeter plaats. Slapen moest ik op mijn zij, met mijn benen opgetrokken. Vlakbij hoorden we hoe gevangenen werden gefolterd. We hoorden de slagen op de onderkant van de voeten, de zweepslagen, de kreten van pijn. Vreselijke geluiden waren dat."

Tadmur werd in 2001 gesloten en Omar kwam vrij. In het geheim zette hij zijn activiteiten bij de Moslimbroeders verder, maar vorig jaar kwam hij opnieuw in het vizier van de beruchte Syrische inlichtingendienst en vluchtte hij naar Turkije. "Ik heb gehoord dat ze mijn huis in Jisr al Shugur in brand hebben gestoken." Hij haalt zijn schouders berustend op. "Verwondert mij niets." Hij haalt een schrift tevoorschijn: zijn autobiografie, die hij hier in het kamp schrijft. "Om de tijd te doden maar ook om te vertellen hoe wreed het Syrische regime is." Hij klapt het schrift dicht. "Als u mij nu excuseert, ik moet verder gaan schrijven."

Het kamp in Yayladagi is brandschoon. Vuilnismannen harken zwerfvuil samen, vuilniswagens rijden rond, vrouwen borstelen voor de tent. Eten en drinken krijgen de vluchtelingen van de Turkse overheid, bidden kunnen ze in de moskee, kinderen volgen les in een klein schooltje dat werd ingericht. In de tien maanden dat het kamp er staat, werden baby's geboren en stierven bejaarden. Sommigen zetten handeltjes op in sigaretten, anderen begonnen een kleine snackbar in een tent. Pitta, houmous, frisdrank. "Het is hier niet slecht", zegt Abu Arif, een man met imposante snor en even indrukwekkende embonpoint, die op een gammele stoel voor zijn tent zit. "Maar ik hoop dat we snel terugkunnen."

Zijn vrouw komt plots af met een foto van een jongen, ongeveer zes jaar. Het zou een schoolfoto kunnen zijn van om het even welk kind: schoongeboende rode wangen, een keurig overhemd. "Hier, schrijf hier maar over, dit is wat wij daar iedere dag meemaakten", zegt de vrouw, plots met tranen in de ogen. "Deze jongen werd op de schoot van zijn vader doodgeschoten. Zijn vader wilde samen met hem in een auto vluchten toen er rellen uitbraken." De vrouw keert snikkend terug in de tent.

Bidden en Allah danken

De familie, man, vrouw en vijf kinderen, vluchtte zeven maanden geleden uit Jisr al Shugur, nadat criminele bendes verschillende keren waren langsgekomen in het aannemerskantoortje van Abu Arif. "Ze wilden geld of ze zouden mij vermoorden. En anders mijn kinderen ontvoeren. Waarom? Dat weet ik nog altijd niet goed. Ik was maar een keer op een demonstratie, en dat was helemaal in het begin van de revolutie." Degenen die aanklopten bij Abu Arif, waren de leden van de beruchte shabiha, privémilities van het Assadregime die worden omschreven als geboefte en gespuis. "Ze hebben eerst mijn kantoor kort en klein geslagen, zodat ik thuis moest werken. Maar toen mijn zoon vertelde dat hij op straat was lastig gevallen door hen, was het tijd om te vertrekken."

Abu Arif en zijn familie stapten urenlang om uiteindelijk aan het prikkeldraad te komen aan de Turkse grens. Die plaats had een vriend, die al eerder vluchtte, doorgegeven per gsm. Diezelfde vriend wachtte hen aan de doorgeknipte afscheiding op. "Uiteindelijk zijn we hier beland. Onze buurman, die samen met ons was vertrokken, zijn we uit het oog verloren. Ik weet zeker dat ze de grens niet zijn overgestoken. Ik vrees het ergste voor hem. Het is in de afgelopen maanden moeilijker geworden om uit Syrië te vluchten. Het leger heeft landmijnen gelegd en de controles verscherpt", zegt hij. "Mijn neef wilde ook vluchten, maar werd bijna gepakt. Nu verbergt hij zich in Idlib, iedere week in een ander huis."

Abu Arif zegt dat hij al weet wat hij gaat doen eenmaal Assad is afgezet. Want dat de president het niet meer lang zal uithouden, daarvan is hij overtuigd. "Ik ga eerst bidden en Allah danken en dan een groot feest geven voor heel de straat." Hij zwijgt abrupt. "Als mijn huis er tenminste nog staat", mompelt hij dan.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234