Donderdag 24/09/2020
Patrick Deboosere: 'Je verplicht mensen langer te werken in naam van groei waar zij uiteindelijk niets aan hebben.'

Demografie

‘Het is een mythe dat we langer moeten werken’: demograaf Patrick Deboosere

Patrick Deboosere: 'Je verplicht mensen langer te werken in naam van groei waar zij uiteindelijk niets aan hebben.'Beeld Thomas Sweertvaegher

Omdat de levensverwachting stijgt, wordt het pensioensysteem onbetaalbaar en moeten we langer werken. Het klinkt onwrikbaar als een natuurwet, maar het klopt niet, stelt demograaf Patrick Deboosere (VUB) in zijn boek Lang leve de vergrijzing. ‘Dat doemdenken is misplaatst.’

Het is een stevige knuppel die hij in een druk bevolkt hoenderhok gooit en dat beseft Patrick Deboosere (68) maar al te goed. “Sommige economen zijn het met mij eens, anderen zijn niet opgezet met mijn boek. ‘De vergrijzingskost is enorm en de enige oplossing is langer werken, amen’, stellen zij.”

Klopt dat niet? De OESO, toch geen amateurs, adviseert ons land de pensioenleeftijd op te trekken naarmate de levensverwachting stijgt.

Deboosere: “De vraag is welke keuze we maken om het grotere aantal pensioenen door de vergrijzing mee te financieren. De pensioenleeftijd verhogen gaat uit van een dubbele misvatting die men niet ziet, of omwille van ideologische redenen niet wil zien. Ten eerste gaat de levensverwachting niet over onze levensduur maar over de gemiddelde sterfte. Die daalt al 150 jaar omdat we altijd maar meer vroegtijdige sterfte vermijden. We worden op individueel niveau niet ouder, maar meer mensen worden oud.

“Ten tweede is het niet zo dat we steeds langer jong blijven. Als ik sommigen hoor, lijkt het wel alsof we de toverformule hebben om veroudering te stoppen. Onzin. We kunnen mensen beter oplappen en genezen, waardoor de sterftekans zelfs op hogere leeftijd zakt. Maar het fysieke verouderingsproces is onveranderd. Mensen zijn nog altijd niet gemaakt om hard te blijven doorwerken tot na hun vijftigste. Daarom is de pensioenleeftijd koppelen aan de stijgende levensverwachting een slechte keuze.”

Nederland doet het toch?

“Ja, als een van de enigen. Voor iedere maand meer levensverwachting, een maand langer werken. Maar door het verzet binnen de bevolking is dat nu al afgezwakt. Slechts 15 procent van de werkgevers is voor. Want die 65-plussers op de werkvloer zijn moe. Zij zijn niet plots energieker omdat de levensverwachting is gestegen. 

“Stel dat die stijging er is omdat er, onder andere, minder jonge verkeersdoden vallen. Meer jonge mensen blijven dus in leven en zij zullen nu wel bijdragen aan de sociale zekerheid. En omdat door die evolutie de levensverwachting stijgt, moeten ouderen langer werken? Waar slaat dat op? De verwarring over de levensverwachting, vergrijzing en het verouderingsproces is enorm.”

Beeld Thomas Sweertvaegher

U stelt zelfs dat we de vergrijzing moeten omarmen.

“Zeker. De doemberichten zijn misplaatst. De vergrijzing is een succes. Een lang en gelukkig leven, ziekte en dood onder controle houden, dat is wat de mens altijd heeft nagestreefd. Waarom dat, nu we het eindelijk verwezenlijken, als negatief bestempelen?”

Omdat het ons voor een grote socio-economische uitdaging stelt?

“We moeten inderdaad wat meer middelen vrijmaken om het stijgende aandeel ouderen op te vangen. In de afgelopen eeuw is het aandeel 65-plussers gestegen van 6 naar 19 procent. Tussen nu en 2040 zal dat nog tot zo’n 24 procent stijgen, waarna het zal stabiliseren. De zwaarste stijgingen hebben we dus achter de rug. Het is niet geloofwaardig dat nog eens 5 procent erbij, wat 4 procent extra van het bruto binnenlands product zou vergen (in 2014 kwam dat overeen met ongeveer 17 miljard, BDB), gespreid over al die jaren zo onoverkomelijk zou zijn. Zeker niet nu we rijker zijn dan ooit. Want niet alleen neemt het aantal ouderen toe, de economie evolueert ook. We hebben vandaag vier keer meer rijkdom dan in de jaren 60. We zijn zes keer productiever dan na de Tweede Wereldoorlog. In dit land is er altijd voor gekozen om een mooi deel van die vooruitgang in de sociale welvaart te stoppen.”

Waar komt de paniek dan vandaan?

“In ieder geval niet van het Planbureau. Sinds 2000 stelt de Studiecommissie voor de Vergrijzing jaar na jaar dat we bijkomende financiering moeten zoeken voor het grotere aandeel ouderen. Maar op geen enkel moment is er alarm geslagen en gesteld dat de pensioenen onbetaalbaar worden. Maar sinds de crisis van 2008 is er een omslag ingezet vanuit Europa, bij het Internationaal Monetair Fonds en de OESO. Het neoliberale schaarstedenken is in het discours geslopen. Alsof we plots niet meer in staat zijn de sociale welvaartsstaat te bekostigen. Bepaalde economen reageren daarom afwijzend op de rapporten van het Planbureau met ‘die cijfers zijn een onderschatting’. Zo is het makkelijk paniek zaaien. 

“Johan Van Overtveldt (Europees Parlementslid voor N-VA, oud-minister van Financien, BDB) stelde tien jaar geleden, toen hij journalist was, zelfs dat de vergrijzingskost geen 4 maar 26 procent van het bbp bedraagt. Compleet fout, maar klakkeloos overgenomen.”

Maar hoe moeten we het dan betalen? Zeker nu de economie niet sterk groeit?

“Daar leven ook misvattingen over. Groei is de toename in procent van wat je al produceert. Elk jaar produceert België dezelfde rijkdom opnieuw plus wat extra en dat noemen we de groei. De afgelopen jaren was dat 1,7 procent en de Nationale Bank gaat uit van een toekomstige groei met 1,2 procent. Simulaties tonen dat zelfs een groei van één procent volstaat om de vergrijzing op te vangen. 

“Groei kan door met zijn allen meer te produceren of door met meer mensen meer uren te werken. Vanuit het neoliberale dogma van groei om de groei is er toenemende druk om meer mensen langer aan het werk te zetten. Maar dat groeifundamentalisme vergeet dat de economie er moet zijn voor de mens, en niet omgekeerd. Prille economieën hebben nog een sterke groei nodig, maar dat de groei in een volwassen economie zoals de onze vertraagt, hoeft geen probleem te zijn. Verschillende economen stellen het groeidogma nu in vraag, maar veel politici houden er verkrampt aan vast.”

Misschien omdat het gat in de begroting zo groot is?

“Dat moet inderdaad gedicht worden. Maar kijk dan ook naar hoe het ontstond. In 2008 moesten de banken gered worden en er is ook in twee jaar tijd 3 procent meer van het bbp naar de sociale zekerheid moeten gaan. Dat is bijna de volledige vergrijzingskost in erg korte tijd. Zelfs dat was niet dramatisch, dus waarom zou diezelfde inspanning gespreid over twintig, dertig jaar zo onmogelijk zijn?

Beeld Thomas Sweertvaegher

“Bovendien heeft de regering-Michel een deel van dit gat gecreëerd door de taxshift. Onderzoek toont dat het niet de beloofde jobs opleverde en het was ook geen echte ‘shift’. Die verlaging van de patronale bijdragen, een gunst aan de bedrijven, is niet elders gerecupereerd. Dan krijg je een gat. Door die taxshift is zo’n 2 procent van het bbp, de helft van de vergrijzingskost, in rook opgegaan. Ook de belastingvermindering voor vennootschappen betekent minder inkomsten.” 

Hoe zou u het gat dichten?

“Er zijn andere opties dan mensen langer doen werken en de sociale zekerheid afbouwen. Zo heeft België al lang geen echt progressief belastingsysteem meer. Je komt erg snel in de eerste schijf van 25 procent terecht en eenmaal boven de 41.000 euro per jaar zit je in de hoogste belastingschijf van 50 procent. En de afgelopen decennia zijn alle hogere belastingschijven geleidelijk afgebouwd. Dat terugdraaien en geleidelijk wel een progressief systeem invoeren, zou een oplossing zijn, zeker in combinatie met een vermogensbelasting. In haar rapport van 2014 verwees de Pensioencommissie al naar de vermogensbelasting als alternatieve financieringsbron. 

“Econoom Paul De Grauwe berekende dat een vermogensbelasting van 1 procent op alle vermogens boven de één miljoen euro, zonder de eigen woning mee te tellen, ongeveer 3 procent extra van het bbp zou opleveren. Dan kun je dat gat dichten en gradueel de vergrijzingskosten beginnen opvangen. Vier op de vijf Belgen zijn volgens onderzoek voor. Maar politici luisteren daar niet naar. Vandaar volgens mij de woede, de brexit, de protesten in Frankrijk, de vertrouwensbreuk tussen burgers en politiek. Mensen voelen dat het niet kan dat zij niet rondkomen met hun pensioentje terwijl de rijkdom toeneemt, we steeds productiever en performanter worden. Ondertussen versluizen de allerrijksten hun gestegen winsten naar belastingparadijzen. Dat is veel slechter voor onze economie dan de pensioenleeftijd niet verhogen.”

U zegt dus: haal het geld bij de allerrijksten.

“Ja. Dat klinkt controversiëler dan het is. Nu is er een enorme opstapeling van kapitaal die zelfs niet in de economie terechtkomt. Het zit in die belastingparadijzen of in kunst die niemand kan zien. Op de luchthaven van Genève is er een freeport van veertien voetbalvelden groot waar geen belastingen gelden. Daar zijn meer Picasso’s gestockeerd dan er in het Picasso-museum hangen.

“Tot niet zo lang geleden was de zogeheten Keynesiaanse economie de norm. Kapitalisme maar mét ruimte voor de sociale welvaartsstaat. Dat wordt nu afgebroken. Niet de mens maar de groei staat centraal. In de VS is de groei groter dan in Europa, maar de helft van de bevolking heeft zijn inkomen sinds de jaren 80 niet zien stijgen terwijl de inkomens van de rijkste 0,1 procent er astronomisch toenamen. Voor de bepleiters van een neoliberaal beleid hier zijn de VS het grote voorbeeldland. De aanval op de pensioenen past in die tendens. Je verplicht mensen langer te werken in naam van groei waar zij uiteindelijk niets aan hebben.

“De pensioenleeftijd optrekken gaat ook in tegen de logica van de geschiedenis. De laatste vijftig jaar is ze altijd maar gedaald omdat onze welvaart steeg. Ondertussen zijn we een pak rijker maar moet ze weer omhoog? In ons land is dat zelfs zonder slag of stoot doorgevoerd. In 2014 stond het in geen enkel verkiezingsprogramma. Vervolgens voerde de regering-Michel het in. Ieder debat is ontweken. Dat is wrang. Dit gaat om de enige tijd die wij in onze levens hebben. Daar wordt zeer lichtzinnig mee omgesprongen en dat breekt nu zuur op.”

Lang leve de vergrijzing, Patrick Deboosere, Uitgeverij EPO, 288 p., 22,5 euro.

Patrick Deboosere

- 1951 Geboren in Roeselare

- 2008 wordt professor demografie aan de VUB

- 2018 wordt voorzitter van de Hoge Raad voor de Statistiek

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234