Zaterdag 21/09/2019
Beeld Geert Joostens

John John & Missy

Het is een merkwaardige gewoonte van kinderen om tranen te reserveren voor de vertrouwde kring

Bart Eeckhout is opiniërend hoofdredacteur bij De Morgen en papa van John John (8) en Missy (5).

Drama (op kindermaat). John John is op een verjaardagspartijtje met de kin tegen een balk gevallen. Flinke jaap in de kin, ­melktand eruit. Volgens ooggetuigen nam je zoon het ongeval op als een man. “Kijk, mijn tand”, zei hij krampachtig glimlachend, met geopende hand voor zich uit. Waarna hij zich stoer omdraaide en zijn zachtjes schokkende schouders niet op ­schokschouderen duidden, maar wel op stilletjes huilen.

Pas wanneer vader en moeder, in lichte staat van alarm, het park komen binnengestoven, rollen de tranen over de bestofte wangen. Wenen. Van de pijn, van de schrik, van de straal bloed op zijn T-shirt. Eindelijk mag het, papa en mama zijn er. Alsof er een masker afvalt.

Het is een merkwaardige gewoonte van kinderen om tranen te reserveren voor de vertrouwde kring. Je herinnert je nog, die keer dat je, een jaar of zeven oud, bleef staan bij de reuzedozen Playmobil in het grootwarenhuis dat toen nog Priba 2000 heette. Je ouders waren met de winkelkar allang richting wc-rollen gelopen. En dus was je ­officieel verloren gelopen, hoewel je al die tijd gewoon was blijven staan waar je stond. Zittend op de klantenbalie hoorde je je eigen naam afroepen. Geen kik gaf je, tot je ouders weer voor je stonden. Tranen. Tuiten.

Of toen je, eigenlijk nog veel te jong, mee op Chirokamp trok. Tien dagen regen in Limburg. Het regende binnen, alle matrassen nat. Je hield je flink, tot het tijd was om afgehaald te worden. Hevig huilen. Je bent nooit meer op kamp gegaan.

De uitgestelde tranen wijzen erop dat kinderen al jong leren de schijn op te houden. “Je moet niet huilen.” Hoe vaak zouden ouders het niet zeggen wanneer er alweer eens op de knie gevallen is of wanneer papa tien minuten te laat in de avondopvang verschijnt? Het is bedoeld als troostende motivatie, het klinkt als een gebod.

Maar de tranen gaan er niet mee weg. Hoogstens worden ze ­opgehouden voor later. Er gaat geen troostende kracht uit van de ­woorden ‘Huil maar niet’. Ze worden uitgesproken uit gêne, omdat ­volwassenen niet geconfronteerd willen worden met hun eigen onmacht jegens kinderverdriet. Terwijl je eigenlijk juist wat vaker zou moeten zeggen: ‘Doet je kin pijn? Huil maar even, kan geen kwaad.’

Vanaf haar geprivilegieerde positie in het bad houdt je dochter in de gaten hoe haar moeder de gehavende kin van haar broer verzorgt. De potjes waar ze anders thee en spaghetti mee serveert, blijven onaangeroerd. Alle ogen zijn gericht op het schouwspel voor de badkamerspiegel.

“Ik heb ook pijn”, zegt Missy. Ze wijst op haar knie. “O, een blauwe plek”, antwoord jij, naast het bad gezeten. “Neen, hier.” Ze wijst op een microscopisch klein rood puntje op dezelfde knie. “Gevallen”, jokt ze.

Je zegt dat jij haar zal verzorgen, maar dat wil ze niet. Ze wil mama. Maar, beseft ze, om haar aandacht te krijgen, zal ze moeten huilen. 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234