Donderdag 08/12/2022

Het is een kunst om Marilyn te zijn

Shall I be her?" vraagt Marilyn Monroe, gespeeld door Michelle Williams, in My Week With Marilyn aan de jongeman met wie ze een uitstapje maakt. "Zal ik haar zijn?" En daar huppelt ze al de trap af waar onderaan bewonderaars staan te wachten. Borsten vooruit, schouders naar achter, hoofd achterover, mond in een brede lach, kushandjes: Marilyn de ster.

"Zal ik háár zijn?" Het is een retorische vraag die de echte Marilyn ook stelde. 'Haar' was het publieke personage, de Marilyn die ze had opgetrokken uit de clichés van het supervrouwelijke. Sexy, maar niet bedreigend, een vrouw die mannen (en trouwens ook andere vrouwen) de indruk gaf dat ze hen nodig had.

Zowel die publieke als de privépersoon Marilyn, is in My Week With Marilyn te zien. En Elsie, haar personage in de film die ze aan het opnemen is. My Week With Marilyn speelt zich af in 1956 als Marilyn in Londen is om The Prince and the Showgirl te maken met de Britse acteur Sir Laurence Olivier. Behalve de strijd tussen twee acteurs uit verschillende tradities - hij een klassiek toneelacteur, zij een actrice op wie de camera verliefd is - vertelt de film het verhaal van de korte, intense, en ook wat onwaarschijnlijke vriendschap tussen een wereldster en de derde assistent op de set.

Het is een krachttoer waaraan Williams zich heeft gewaagd. Hoe speel je een vrouw die zichzelf al speelde, iemand van wie gezicht, stem, lichaam en de maniertjes zo bekend zijn dat iedere kijker zich bevoegd zal achten een oordeel over de gelijkenis te vellen?

In interviews heeft Williams gezegd dat ze tot in den treure naar films en beeldmateriaal heeft gekeken, dat ze 's avonds nauwelijks het personage los durfde te laten, uit angst het kwijt te raken. De manier waarop Marilyn de vliegtuigtrap afloopt met haar nieuwe man, de schrijver Arthur Miller, lijkt precies op de beelden die daarvan bekend zijn. De film grossiert in poses die we kennen van Marilyn. Williams draagt de kleren die we van foto's kennen, ze praat met net zoveel valse lucht als Marilyn, imiteert haar loopje. Williams oefende het met haar knieën aan elkaar gebonden, de echte Marilyn liet naar verluidt altijd één hak iets korter maken, zodat ze vanzelf met haar heupen wiegde.

Lijkt ze? Ja, ze lijkt. Nu lijkt iemand al gauw op Monroe. Blond haar, rode lippen met een moedervlek daarboven, en een witte halterjurk zijn genoeg. Madonna kan het, Lady Gaga, Paris Hilton, Drew Barrymore, James Franco en duizenden travestieten overal ter wereld. Er zijn tientallen verwijzingen naar Monroe in de beeldcultuur: in reclames, in muziekclips en in films (zie bijvoorbeeld L.A. Confidential of Pulp Fiction).

Er zijn maar een paar films waarin een hoofdrol is weggelegd voor het personage Monroe: My week With Marilyn, Insignificance van Nicolas Roeg uit 1985, waarin Theresa Russell met hoogblond haar, rode lippen, moedervlek en een witte halterjurk 'de actrice' speelt. Blonde, een film die nog moet worden gemaakt, gebaseerd op de roman van Joyce Carol Oates. Naomi Watts gaat er de hoofdrol in spelen.

En dat is het wel een beetje. Toeval kan dat niet zijn. Blond haar, rode lippen en een witte halterjurk schreeuwen 'Marilyn Monroe' uit. Maar wie een hele film Monroe wil blijven, zal verder moeten reiken dan die onmiddellijke herkenning. De meeste acteurs die bekende mensen spelen, hoeven niet perfect te lijken. Sean Penn hoeft er niet echt uit te zien als de homoactivist Harvey Milk, want we weten toch niet meer precies hoe die eruit ziet. In My Week with Marilyn zie je dat Kenneth Branagh als Laurence Olivier meer vrijheid heeft dan Michelle Williams. Hij hoeft Olivier alleen te suggereren, zij moet Marilyn zíjn.

Wat Naomi Watts ervan maakt, moeten we nog zien. Russell heeft voor Insignificance goed naar Monroe gekeken - zij praat met dat wat timide stemmetje van het hulpeloze vrouwtje, ze kopieert houdingen en loopje. Dat doet ze wat minder goed dan Williams, maar Russell hoeft minder op Marilyn te lijken dan Williams. Roegs film is het fictieve verhaal van vier iconen zonder naam, die elkaar hadden kunnen ontmoeten in 1954. 'De actrice', 'de professor', 'de senator' en 'de honkbalspeler', mannen die je niet spontaan herkent, maar die binnen de context van de film voor de communistenjager McCarthy en sportman Joe DiMaggio, Monroe's ex-man, staan.

Williams lijkt meer, maar tegelijkertijd op een bepaalde manier ook minder op Marilyn dan Russell. Ze speelt de wereldster, maar My Week With Marilyn pretendeert ook een beeld te geven van de privépersoon, van Norma Jeane, het meisje dat die wereldster creëerde. In My Week With Marilyn is ook zij opgetrokken uit de bekende clichés. Privé is ze precies zoals wij denken dat ze was: manipulatief, onzeker, grappig, ongelukkig, lief, dwingend, verslaafd aan drank en medicijnen. "Haar talent was om mensen medelijden met haar te laten krijgen", zei actrice Celeste Holm, met wie ze in All About Eve speelde.

Russell als 'de actrice' legt in Insignificance 'de professor' de relativiteitstheorie uit met een speelgoedautootje en een zaklamp. Dat is grappig, want onverwacht. Maar waarom zou Monroe niet ook zo'n kant hebben gehad? Ze moet een sterkere vrouw zijn geweest dan het beeld dat van haar is overgeleverd, een sterkere vrouw dan My Week With Marilyn toont. Ze was niet, of in elk geval niet alleen, een hulpeloos vrouwtje. Ze kwam naar Londen om de eerste film te maken die door haar eigen productiemaatschappij werd geproduceerd. Ze wilde een ander soort rollen en dwong dat af, net zoals ze eigenhandig een ijzersterk imago schiep, dat van een onbeduidend meisje een wereldwijd idool maakte.

Dat is Jean Harlow (1911-1937), de blonde actrice en seksbom, naar wie Monroe zich modelleerde, niet gelukt.

Wij hebben ons van Marilyn Monroe een clichébeeld gevormd waaraan My Week With Marilyn naadloos voldoet. Natuurlijk, het is een beeld dat ze zelf neerzette in films als How to Marry a Millionaire (1953) of The Seven Year Itch(1955). Maar het is een beeld dat die films totaal is ontstegen. Iedereen kent Monroe, de seksbom, de filmster, de vrouw die vrouwelijker dan vrouwelijk was. Lang niet iedereen kent haar films noch haar rollen die dat imago nuanceren, zoals, bijvoorbeeld, die van de gescheiden Roslyn Taber in The Misfits, de laatste speelfilm die ze voltooide. Arthur Miller schreef die film voor haar, gaf haar een serieuze rol, die ze speelt met een ernst en kwetsbaarheid die ver af staan van haar imago.

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234