Maandag 25/05/2020

'Het is een kleine stad in de stad'

infrastructuur

leuvens kunstencentrum concentreert activiteiten op één locatie

Donderdag, vrijdag en zaterdag opent het Leuvense STUK zijn nieuwe locatie in het gerenoveerde Arenberginstituut. Een week later bijt choreograaf Wim Vandekeybus de spits af van het tiende Klapstuk- festival, dat gespreid wordt over zes maanden. Twee redenen voor coartistiek directeur Griet Van Laer, die samen met An-Marie Lambrechts het parcours van STUK uitstippelt, om terug en vooruit te blikken.

Leuven / Van onze medewerkster

Sally De Kunst

De verwarring die de verspreiding van de STUK-locaties in de Leuvense binnenstad bij menig bezoeker wel eens zaaide, behoort voorgoed tot het verleden. Vanaf heden kun je er niet meer naast kijken: achter de reusachtige STUK-letters in de Naamsestraat huizen het voormalige Stuc en het internationale dansfestival Klapstuk voortaan samen onder de vlag STUK in het door de Nederlandse architect Willem-Jan Neutelings deels gerenoveerde en deels nieuwe Arenberginstituut. De werken aan het gebouw, dat door de KU Leuven vijftig jaar in erfpacht werd gegeven in ruil voor het gebruik van een aantal auditoria en ruimtes voor de Cultuurraad, werden gefinancierd door het Vlaamse Gewest (2,97 miljoen euro), de stad Leuven, de provincie Vlaams-Brabant en de KU Leuven (elk 1,48 miljoen euro) en privé-sponsors (173,525,47 euro). De resterende 867,646,6 euro werd nog niet gevonden, maar coartistiek directeur An-Marie Lambrechts zei gisteren hoopvol te zijn over de afronding van die financiering.

Onder het motto 'Alice in Wonderland' omvat het nieuwe STUK een tiental uiteenlopende ruimtes voor voorstellingen, concerten, exposities en tentoonstellingen en een filmzaal, Cinema Zed, waar de vzw Fonk, de organisatie achter Leuven Kort!, een aanbod zal brengen dat zich situeert "tussen de Brusselse Cinema Novo en de Gentse Studio Skoop". Opvallend aan het ontwerp van architect Neutelings is dat al die ruimtes zich rond een centrale patio bevinden en dat er veel aandacht werd besteed aan daglicht en transparantie. Van in de foyer en het café kun je binnen kijken in verschillende zalen en tussen de Naamsestraat en de Schapenstraat loopt, dwars door het complex, een openbare route.

"Dat was ook de meest zinvolle beslissing", legt coartistiek directeur Griet Van Laer uit, "om, zodra je weggaat van die versnippering, werkelijk zichtbaar te zijn in de stad. De plekken waar we vroeger werkten, waren fijn, maar uiteindelijk bleef wat we deden te onzichtbaar voor de Leuvenaar. Van een aantal voorstellingen ben ik overtuigd dat het meer mensen interesseert dan diegenen die het nu komen bekijken. Voor een deel zijn we daar al enkele jaren mee bezig, via het Dubbelspel-programma met het Cultureel Centrum, om die mix van publieken te verkrijgen, van studenten en andere mensen. Ik hoop eigenlijk dat STUK zal functioneren als een plek waar iedereen gewoon binnenwandelt, waar mensen via de foyer en het café op een natuurlijke manier hun weg vinden naar de zalen. Een kunstencentrum is immers een kleine stad in de stad. Je kunt alleen maar proberen om zoveel mogelijk mensen te stimuleren om daaraan te participeren."

"Een Vooruit voor Leuven", blokletterde De Morgen in maart 1999, toen de plannen van architect Neutelings voor het Arenberginstituut bekend werden gemaakt.

Griet Van Laer: "Dan toch maar een kleintje. (lacht) Nee, het is niet zo dat wij een Vooruit willen worden. Het Arenberginstituut lijkt een enorm gebouw, maar als je kijkt naar het aantal speelplekken en repetitiemogelijkheden, dan blijft dat hetzelfde als vroeger, alleen is alles nu geconcentreerd op één locatie. In die zin kun je de Soetezaal met haar 220 zitplaatsen vergelijken met de zaal in de Vlamingenstraat, alleen heeft ze een grotere scène. De Labozaal verhoudt zich dan weer tot de ruimte die we hadden in de Brandweerkazerne. In de programmering zal er dus niet geweldig veel veranderen. Wel in die zin dat er nu iets beter uitgeruste werkplekken zijn, en dat we daardoor de studiowerking in evenwicht kunnen brengen met de presentatie, en voor de presentatie in langere reeksen kunnen werken. De centralisatie op één plaats zal ook tot gevolg hebben dat verschillende kunstdisciplines beter op elkaar kunnen inwerken."

Op jullie website wordt de filosofie van STUK uiteengezet in 'acht sleutels voor het nieuwe huis': 'persoonlijk contact', 'artisanaal', 'organisch', 'diversiteit / simultaneïteit', 'productief / receptief', 'vrijheid', 'open enclave' en 'complex'.

"Dat zijn de basisbegrippen die we Neutelings hebben aangereikt voor het concept van het gebouw. We hebben daarbij beklemtoond dat we heel gedifferentieerd en kleinschalig wilden blijven werken. Sowieso zijn er uit de financiële beperkingen die we hadden ook een aantal van de oplossingen voortgekomen. Maar dat maakte de gesprekken met Neutelings interessant, want net door die beperkingen werden we gedwongen na te denken over wat we als kunstencentrum met een festivalwerking nu écht wilden. Essentieel was voor ons dat we het publiek goed konden ontvangen, dat onze artiesten beter konden worden bediend qua infrastructuur, dat we ze een keuze konden geven uit ruimtes en dat we twee goede zalen hadden om werk te presenteren.

"In de 25-jarige geschiedenis van STUK ging het in se altijd over diezelfde discussiepunten, die in het verleden door de verschillende ploegen telkens anders werden ingelost. Hoe ga je om met je publiek en met je artiesten? Hoe is de verhouding presentatie-productie? De evolutie van STUK gaat ook nu nog altijd om die vragen. Een definitief antwoord of systeem is er niet, maar juist daarin zit net de uitdaging om telkens weer een andere stap te zetten."

In een interview met De Scène geeft An-Marie Lambrechts aan dat er ook een behoefte was om de formule van Klapstuk te herdenken. Was de repertoirekeuze met grote namen een logische stap?

"Uit het Klapstuk-archief blijkt dat Michel Uytterhoeven (huidig directeur van het Vlaams Theater Instituut, SDK) met zijn eerste editie in 1983 ook een soort overzichtsfestival heeft opgezet. Op dat moment was er in Vlaanderen nog niet veel te zien van Amerikaanse hedendaagse dans, en toen heeft hij werk van onder meer Merce Cunningham en Trisha Brown naar hier gebracht. Dat werd getoond in combinatie met voorstellingen van Belgische choreografen, zodat er een wisselwerking was. Na twee à drie edities heeft Bruno Verbergt (huidig algemeen coördinator Antwerpen Open, SDK) het concept herdacht in een productiefestival met presentaties, gecombineerd met een jaarwerking met residenties en producties. Johan Reyniers (huidig artistiek directeur van het Kaaitheater, SDK) is verder gegaan in die lijn, maar meer thematisch. Bij die ploegen is Klapstuk altijd een doorstroming geweest tussen de jaarwerking en het festival. Toen An-Marie en ik de editie '99 begonnen uit te werken, waren we het er snel over eens dat het Klapstuk-festival door een extern artiest zou moeten worden gecureerd, en toen hebben we Alain Platel aangesproken.

"Voor dit festival zijn we opnieuw de dialoog aangegaan met Alain. Hij bleek de behoefte te hebben om via een aantal producties die een onuitwisbare indruk op hem hebben gemaakt terug te kijken op zijn persoonlijke geschiedenis van de afgelopen twintig jaar. Volgens mij hing dat soort terugblik al langer in de lucht, niet alleen bij programmatoren, die graag achterom kijken, maar ook bij artiesten. Als je ziet dat Pina Bausch Kontakthof zelf opnieuw opneemt of dat de vraag die wij gesteld hebben aan die zes makers niet negatief onthaald is, dan blijkt toch dat er een soort nood is aan repertoire. Ik vind dat eigenlijk niet meer dan logisch. Je creëert als choreograaf immers iets op een bepaald moment, en als je dan in je verdere evolutie nog eens kunt terugblikken op wat er van dat basismateriaal is overgebleven, dan zal dat tot heel andere inzichten leiden. Bovendien geeft het een jong publiek de kans om te ontdekken wat er de afgelopen twintig jaar binnen de hedendaagse dans is gebeurd."

STUK opent zijn nieuwe locatie in de Naamsestraat 96 in Leuven op 10, 11 en 12 januari. Het festival Klapstuk gaat van start met Scratching the Inner Fields van Wim Vandekeybus/ Ultima Vez op 15 en 16 januari, telkens om 20 uur in de Schouwburg, Bondgenotenlaan 21, Leuven. De herneming van What the Body does not remember van Wim Vandekeybus/ Ultima Vez speelt van 17 tot en met 21 januari in STUK, Naamsestraat 96. Info: 016/20.81.33. of www.stuk.be.

Nieuwe STUK en Klapstuk uit de startblokken

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234