Zondag 27/09/2020

'Het is een enorm voorrecht in iemands leefwereld binnen te mogen'

Op de grote Markt in Mechelen komt hij me tegemoet. Met onder de arm een aktentas. Hij, de schrijver van legendarische interviews voor het weekbladHumo. Hij, die van de Spekpater meer spek dan pater maakte. Hij, die op de sofa zat met W.F. Hermans, Lou Reed en Andy Warhol. Hij, die ons nog kort voor zijn 67ste wekelijks verrast met deHumo-reeks 'Het lieve leven'. Hij schudt mij de hand en zegt: 'Ik ga je nog veel moeten leren, Guillaume.' Goeiemorgen Wilfried Hendrickx.

We rijden samen naar Nederland, waar ik een stekje heb aan het water. Op mijn uitdrukkelijk verzoek brengt Wilfried mij tijdens het rijden de basistechnieken van het interview bij.

"Ik hou van het interview", zegt hij. "Ik zou er zelfs over kunnen doceren. En ik zie meteen de fouten die jij, als neofiet, maakt. Fout één:your place, not mine.Neem de geïnterviewde niet mee naar jouw plek. Doe het op zijn plek. Waar hij thuis is. Jij wil binnen geraken in zijn wereld, niet andersom."

Van de zenuwen mis ik veertien afritten. We zijn halfweg Utrecht voor ik doorheb dat Vlissingen aan de andere kant van het land ligt.

Een uur later dan voorzien zitten we bij het water. Mijn terrastafel.

Ik heb mijn best gedaan. Kussentjes op de stoelen. Potje verse thee.

"Je zet ons tegenover elkaar. De tafel tussen ons is veel te breed. Interviewer en interviewee horen dicht bij elkaar te zitten. Waar is je recorder?"

"Ik schrijf wel op wat je zegt", antwoord ik aarzelend.

"Ga jij zitten schrijven terwijl ik hier tegen jou zit te vertellen? Hoe kan jij nu in hemelsnaam enige belangstelling opbrengen voor wat ik zeg als je de hele tijd op dat blad zit te kribbelen?"

Dat blad is een map met liedjesteksten die er toevallig lag. De achterkant is leeg. Was leeg. Ik leg mijn pen neer.

"Kijk mij in de ogen. Dat schept intimiteit. Bij oogcontact heb je veel meer neiging elkaar de waarheid te vertellen."

Ik kijk weg van mijn blad, recht in de ogen van Wilfried Hendrickx. Ze kleuren het soort blauw waarover vriendinnen aan elkaar vertellen voor ze diep zuchtend van hun glaasje cava drinken. Zijn neus en wenkbrauwen volgen een strak mathematisch patroon maar zijn mond verraadt humor en zin in werelds genot.

Wilfried Hendrickx: "Een goed interview is het gesprek dat de lezers graag zelf hadden willen voeren met de persoon die jij mag interviewen. Met de vragen die zij hadden willen stellen. In een sfeer van vertrouwen. Je bent er om de lezers te dienen, niet de geïnterviewde en zeker niet jezelf. Je hebt het ongelooflijke privilege dat je in hun plaats de kans krijgt om met hun held te praten. Dat gesprek kan geheel oppervlakkig blijven, of het kan diep gaan. Het mooiste is als iemand zich begint bloot te geven. Op een manier die hij zelf niet had verwacht. Om dat te verkrijgen moet je intimiteit scheppen. Je moet jezelf klein maken. De knop van je eigen ijdelheid afzetten. De ijdelheid van de geïnterviewde is de kerosine van het vraaggesprek. Als je iemand de volle aandacht schenkt, streelt dat zijn ego. Let wel, je aandacht moet oprecht zijn: de twee uur dat een interview duurt, is de interviewee voor mij de belangrijkste mens op aarde. Ook dankbaarheid is belangrijk. Het is de basis van elk goed interview. Je moet beseffen dat een gesprek met iemand een geweldig geschenk is. Iemand geeft jou een deel van zijn tijd. Je mag binnentreden in zijn wereld. Wees dankbaar."

Stilte. Even vraag ik me af waarom Wilfried stopt met vertellen, tot de gedachte mij te binnen schiet dat ík het ben die vragen moet stellen.

Wilfried Hendrickx, hoe begin je best met een interview?

"Wim Kayzer van de VPRO heeft mij ooit een schitterende raad gegeven: begin met een vraag naar de kindertijd. Dan laten mensen het heden los en gaan ze heel ontspannen vertellen. Ikzelf vraag in 'Het lieve leven' altijd eerst naar de band met de ouders, de roots. Mensen worden zacht en emotioneel als ze terugdenken aan hun jeugd. Dan komen ze los, dan openen ze zich."

Herinnert u zich de eerste keer dat u zich schuldig voelde?

"Gek dat je mij dat vraagt. Ik was een jongetje van een jaar of drie, vier en de juf had mij een kaart cadeau gedaan. Zo'n prent met het kindje Jezus erop. Als beloning omdat ik flink was geweest. Heel mooi. Ik was er trots op en liep naar huis met dat kaartje in mijn twee handen, als een kostbaar juweel. Plots sprong een hond op mij af, een Duitse scheper, en ik schrok zo hard dat ik die prent in tweeën scheurde. Ik vond het verschrikkelijk. Ik had iets heel waardevols gekregen en zelf stuk gemaakt. Ik was radeloos en voelde mij diep schuldig. Hoe moest ik dit uitleggen thuis? Het was mijn eerste confrontatie met gevoelens van verdriet en onrecht en spijt."

Onrecht? Het was toch niet uw schuld.

"Toch voelde het zo aan. Ik heb altijd een uitgesproken gevoel voor onrecht gehad. Toen ik een jaar of zeven was, kregen wij de Spekpater over de vloer. Die kon prediken over de arme negertjes in Afrika en de vervolging van de katholieke priesters in het Oostblok. Zo vurig en hevig speelde hij in op mijn gevoelens dat ik mijn hele spaarpot leeg kapte in de collectebussen die daarna rondgingen. Ik legde kussens in onze garage opdat de mensen van Oostpriesterhulp wat konden uitrusten als ze moe waren van het geld ophalen. Ik serveerde hen melk en koekjes."

Hebt u de Spekpater later zelf ooit geïnterviewd?

"Nee. Hij heeft dat geweigerd. Het eerste deel van het Dossier Spekpater dat ik over hem had geschreven was al verschenen, dus hij was op zijn hoede. Terecht waarschijnlijk. Maar wel jammer. Want hij had zich ongetwijfeld goed verdedigd. Hij was welbespraakt en zeer goed gedocumenteerd. In de kerken werd toen gepreekt tegen 'dat goddeloze bladHumo'."

U zegt dat de interviewer zich goed moet voorbereiden. Kan de geïnterviewde zich ook voorbereiden?

"Vind ik wel. Kijk, als je destijds door een blad alsHumowerd geïnterviewd, wist je dat het door bijna één miljoen mensen zou gelezen worden. Dan denk je toch even na voor je aan zo'n gesprek begint, nee?"

Hoe hebt u zich voorbereid vandaag?

"Eén, ik heb door mijn archief gebladerd om te kijken of daar nog interessante anekdotes voor jou tussen zaten. Twee, ik heb nagedacht over wat ik de voorbije veertig jaren intuïtief heb gedaan, de techniek van het interview, zeg maar. Drie, ik heb jou op voorhand duidelijk gemaakt waarover ik met je wil praten en waarover niet. Het is een rollenspel en iemand leidt de dans. Als jij als geïnterviewde niet voor jezelf hebt bepaald waarover het zal gaan en hoe ver je wilt gaan, zal de ander het doen. Als je onvoorbereid een interview ingaat, zit je voor je het weet van alles te vertellen dat je liever voor jezelf had willen houden. Dat is ook voor de interviewer niet prettig, want achteraf komt er vaak spijt. Mensen komen dan klagen en weerleggen soms dingen die ze zelf hebben gezegd."

Maar 'het staat wel op het bandje'?

"Daar doe ik niet aan mee. Ik ben te oud geworden voor dat soort spelletjes. Ik schep die intimiteit, die sfeer van vertrouwen, maar ik ga er geen misbruik van maken om te kunnen scoren. Mijn doel is dat mensen zich blootgeven, dat ze hun ware karakter tonen aan de lezer. Als ze die dingen ongecensureerd vertellen en in druk willen zien, wil ik het graag opschrijven. Maar alleen dan.

"Rocco Granata heeft mij verteld hoe hij de nacht heeft beleefd dat zijn dochter zoek was in de brand van het Antwerpse Switel-hotel op oudejaarsavond 1994. Zijn angst, zijn wanhoop. Hij is tijdens het interview hard beginnen wenen toen hij dat verhaal weer naar boven bracht. Maar het deed hem zichtbaar deugd en hij was dankbaar dat het er eindelijk uit was. Aan de andere kant: uit een interview met Chris Lomme heb ik ooit één derde moeten schrappen omdat ze zaken had verteld over haar overleden echtgenoot Nand Buyl die heel persoonlijk waren. Het straffe van dat interview was dat het na al dat schrappen nog altijd mooi overeind bleef. Nee, die tape, die gebruik ik niet als een soort bewijsmateriaal. Hij dient in de eerste plaats als geheugensteuntje, omdat je je anders tijdens het gesprek zit suf te noteren. Zoals jij hier nu almaar zit op te schrijven, Guillaume, zonder mij in de ogen te kijken. Rustig oogcontact zou dit interview veel persoonlijker maken."

Is interviewen een ambacht of een kunst?

"Het is een kunstambacht. Je brengt iemand in beeld. Onderschat niet wat het voor een mens betekent om geïnterviewd te worden. Foto komt in de krant. Gedachten worden afgedrukt. Dat kan heel confronterend zijn. Het is een soort impressionistisch portret dat je maakt. Je moet er aanleg voor hebben. Toen ik als jonge gast liftend door Europa trok, maakte ik er al een spelletje van de chauffeur uit te vragen. Alles wilde ik van 'm weten. Het zit gewoon in mij. Ik heb een bijzondere fascinatie voor wat de medemens drijft. Ik kan er niks aan doen. Verder is het gewoon heel veel doen. Je groeit in dit vak, je wordt almaar beter. Ik heb er meer dan duizend gedaan. Mijn beste interviews zijn die van de laatste twee jaar. En toch ben ik nog altijd zenuwachtig voor iedere nieuwe ontmoeting. Gaat zij mij haar hart tonen? Gaat hij mij geen arrogante kwast vinden?"

Wat was het ergste dat u overkwam als interviewer?

"Dat iemand opstapt. Het is me drie keer overkomen. Jan Leyers is weggelopen. Dom van mij om middenin het gesprek één negatieve opmerking over één song op zijn nieuwe plaat te maken. Ik dacht, Jan is een stevige jongen, die kan er wel tegen, maar je onderschat het effect als je laat blijken dat je niet echt dol op zijn werk bent. Fout van mij. Yasmine, de voormalige tv-omroepster, die zelfmoord pleegde, ook. Dat was een triest verhaal. Ze was nog jong. Begin van haar carrière, maar Guy Mortier had haar al gespot. Het gesprek kwam niet op gang. Nu had ik toevallig van de macho's Walter Grootaers en Herman Brusselmans te horen gekregen 'dat die Yasmine een volbloed lesbo' was'. Ik confronteerde haar hiermee, en ze werd lijkbleek. Einde gesprek. Maar het allerergst was F1-ster Keke Rosberg. Ik was een absolute fan en door het dolle heen dat ik de wereldkampioen mocht interviewen. Zijn vriend Elio De Angelis was kort voordien omgekomen tijdens de Grand Prix van Zuid-Afrika en mijn eerste vraag was of hem dat veel verdriet deed. Keke zweeg, slikte en zei:'I can't do this interview.'Hij liep weg. Geweldige blunder van mij. Ik dacht dat F1-piloten psychologische burchten waren. Niet dus. Het is de grootste afgang die je als interviewer kunt meemaken. Je moet leren aanvoelen wanneer de tijd rijp is om met dat soort vragen af te komen."

(Hij valt even stil. Staart in zijn lege kopje en kijkt mij aan. Recht in de ogen.)

"Maar ik heb ook heel mooie dingen meegemaakt."

Ah.

"Voetballer Swat Van Der Elst mocht ik interviewen toen die door New York Cosmos werd gekocht. Dus ik kom in New York terecht op een party waar toevallig een dozijn internationale sterren rondlopen. Mick Jagger, Pelé, de legendarische Ahmet Ertegun van Atlantic Records, Giorgio Chinaglia, Franz Beckenbauer, om er maar een paar te noemen. Ik mocht er tussen lopen met mijn bandopnemer en iedereen wilde wel wat zeggen. Dan wijst Bob Colacello, hoofdredacteur vanInterview Magazine, en ook aanwezig, mij erop dat zijn baas Andy Warhol misschien wel te vinden is voor een interview. Ik moest maar bellen.

"Maar het allergrootste moment uit mijn carrière was een interview met Lou Reed. Je moet weten, ik was een fanatieke fan van Reed. Nog steeds trouwens. Nu kwam er op de redactie, laat op de dag, een boodschap binnen van zijn manager:'Mr. Reed is available for a twenty minutes interview next Monday in NY.'Gelukkig voor mij waren de meeste rockjournalisten te bang voor een confrontatie met de legendarisch tegendraadse Lou Reed en bleek ik de enige die bereid was snel de plas over te vliegen dat weekend.

"We werden met enkele journalisten samen ontvangen in Lou's kantoor op Broadway en mochten een voor een bij hem komen. De man voor mij was amper drie minuten bezig toen Lou uit zijn krammen schoot, een cd in de Hifi stak en over de luide muziek heen brulde:'You don't listen to the music, you understand shit!'Einde van dat gesprek. Lou deed dat met journalisten, dat was bekend. Het was aan mij. Nu wist ik dat er niets zo gevaarlijk is als je eigen helden interviewen. Je wordt dan wat overgevoelig. Dus ik had me de hele reis geoefend om niet te veel complimenten te geven. Maar op het ogenblik dat ik bij hem mocht komen, begon ik desondanks met:'Mr. Reed, I admire everything you've done. Your music has made every day of my life worth living. Thank you!'Hij glimlachte en ik mocht alles vragen over zijn hele oeuvre. Een halfuur later kwam de pr-manager even aantikken dat de tijd op was maar Lou zei:'This boy deserves more time.'"

Als afsluiter, is er een onbereikbaar iemand die u nog graag had geïnterviewd?

"Ach, Bob Dylan natuurlijk. De man geeft geen interviews. Triest is dat, weet je. Als je een podium krijgt en zoveel geld verdient en zoveel aandacht krijgt, dan heeft het publiek toch recht op een beetje conversatie, nee? Al die mensen die zoveel van je werk houden en die je zo graag eens zouden horen vertellen over jezelf, hoe kun je die in de kou laten staan?"

Meneer Hendrickx, ik ben u...

"Heb ik je al verteld hoe belangrijk het uitschrijven is? Hoe ga je dat nu doen zonder bandopname? Jij gaat waarschijnlijk zelf wat verzinnen op basis van een paar sleutelwoorden die je hebt zitten noteren? Het wordt allemaal jouw tekst in plaats van mijn woorden. Fout, fout, fout. Ach, het zal er wel weer op neerkomen dat ik een halve dag nodig heb om jouw tekst bij nalezing à la Guy Mortier wat te fatsoeneren en enigszins leesbaar te maken(is inderdaad zo gebeurd, GVDS). Een goed interview moet overkomen als de prestatie van de geïnterviewde, niet van de interviewer. Maar goed,I forgive you. (lacht)Deze ene keer. Heb je er trouwens zelf wat aan gehad?"

...zeer dankbaar voor dit gesprek.

Ik zet Wilfried af in zijn loft waar we samen nog even veertig jaarHumo's doorbladeren met alle artikels die hij ooit schreef. Hij slaakt er zelf een zucht bij. "Ach, hier hebben we de oude en demente Ramses Shaffy. Wat was die man blij dat hij, in zijn ogen althans, mijn versleten lichaam mocht binnendoen. Niet op de mond, Ramses! En van mijn lul blijf je af!"

Zoals hij daar nu staat, deze Wilfried Hendrickx, vind ik het moeilijk om aan te nemen dat hij zevenenzestig is. Meer zie ik in hem het jongetje dat trots door de straat loopt. Maar wel wat wijzer. Met het prentje diep in zijn zak. Met honden weet je nooit.

Voor een laatste keer kijkt hij mij diep in de ogen. "Het is altijd mijn droom geweest uitsluitend van mijn pen te leven. Ik heb vijf romans geschreven, een dertigtal grote dossiers en zo'n duizend interviews. Ik prijs mezelf gelukkig."

Het is hem ten volle gegund.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234