Vrijdag 18/10/2019

'Het is een dirty world, een dirty game'

INTERVIEW. Sinds de Israëlische schrijver Nir Baram in 2013 het overdonderende, zopas vertaalde Wereldschaduw aan de wereld gaf, schrijft hij geen fictie meer. De zelfdoding van een vriend maakte dat onmogelijk. En de geboorte van zijn kind: 'Mijn zoon is altijd in mijn gedachten. Een goede reden om niet te schrijven."

De vorige keer dat we elkaar spraken, was ik op bezoek in zijn stad, Tel Aviv. Ditmaal zijn we in Amsterdam, waar hij writer in residence is. We ontmoeten elkaar in een Italiaans koffietentje om te praten over zijn net in het Nederlands verschenen roman Wereldschaduw (zie bijgevoegde bespreking). De regen hoost tegen de ruiten, af en toe dondert het en vertakt zich in de hemel een netwerk van schichten.

Nir Baram (°1976) komt binnen, klopt zijn paraplu uit. 'You kind of fucked me', zegt hij lachend en doorweekt. Voor we beginnen te spreken, wil hij discussiëren over een woord uit ons vorige interview, waarin ik zijn blik typeerde als verontschuldigend. (Uit nieuwsgierigheid had hij het stuk door Google laten vertalen.) Hij had lang over het woord nagedacht. Vroeger was hij altijd de bad boy, legt hij uit. "Maar misschien ben ik veranderd. Ik heb inderdaad mijn verlegen buien."

Een zilveren kettinkje ligt op zijn felgekleurde trui, zijn ogen zijn donker omrand. Ik confronteer hem ermee dat hij - naar ik heb begrepen van een oud-klasgenoot - het type was dat zelden naar de les kwam maar wel mooi een 9,1 haalde. Een bad boy én het beste jongetje van de klas, opper ik. Hij glimlacht, zijn blik is geamuseerd, intelligent. We komen te spreken over Joost Zwagerman. Nirs beste vriend, met wie hij zijn eerste reizen naar Londen maakte, pleegde vorig jaar zelfmoord. Sindsdien heeft Nir geen fictie meer geschreven. Onlangs stapte hij het Holland Casino uit en wilde hij, zoals hij vroeger gewoon was, zijn vriend op de hoogte stellen van zijn gelukkige hand; een seconde lang was de vriend er nog, levend en wel, tot Nir zich herinnerde wat er gebeurd is.

Is hij de enige reden dat je niet meer schrijft?, vraag ik. "Een andere belangrijke reden is mijn vaderschap. De eerste weken als vader verkeerde ik in blinde paniek. Ik was bang dat hommels hem zouden aanvallen, dat de bomen zouden neervallen en de lucht zou neerstorten. Maar nu hij iets sterker is geworden, ben ik rustiger. De band tussen ouder en kind is heel eigenaardig, niet te vergelijken met de andere liefdestypes in een mensenleven. De beste meeteenheid is tijd: hoeveel tijd besteed je aan het denken aan de ander? Nou, ongeveer al mijn tijd, mijn zoon is altijd in mijn gedachten. Ik heb permanent twee stemmen in mijn hoofd: mijn autonome eigen stem, maar ook die van mezelf als vader. Goede redenen om niet te schrijven, lijkt me zo."

In de Israëlische krant Haaretz publiceerde je onlangs een reportageserie over het leven langs de groene lijn, Israëls wapenstilstandgrenzen. Zijn zulke reizen niet gevaarlijk voor een kersverse vader?

"(Zijn gezicht ontspant; weer die glimlach) Het plan was er eerder dan de zwangerschap van mijn geliefde, en ik ben niet iemand die terugkomt op zijn beslissingen. En ik ben heel blij dat ik die reis heb ondernomen. Veel vooroordelen die ik koesterde, bleken niet te kloppen. Zo wonen er tal van Israëli's in Palestijns gebied, en wonen er ook tal van Palestijnen in Israëlisch gebied. Ik dacht dat de grens veel minder poreus was, duidelijker. Maar er zijn veel zombiezones, waarin niemand de baas is. De machine wordt niet draaiend gehouden door wetten, maar door arrangementen."

In de conclusie van je serie leek je af te stappen van grote ideeën, ten bate van kleine oplossingen.

"Aan de ene kant zijn er de voorstanders van ideologische oplossingen, die termen als eenstaatoplossing en tweestatenoplossing gebruiken, aan de andere kant zijn er de pragmatici. Beide uitersten zijn onzinnig. Er zijn honderd problemen en duizend oplossingen.

"De werkelijke kwestie is een andere, namelijk die van morele autoriteit. Je kunt over alles debatteren, maar er is één principe waar iedereen het over eens moet zijn: de noodzaak van een gebied waar totale gelijkheid heerst tussen Israëli's en Palestijnen. Totale gelijkheid, dus niet dat Palestijnen zich bij de grens moeten identificeren en Israëli's niet. Zoals het er nu voorstaat, bestaat er van de Westbank een Joodse en een Palestijnse kaart. Die twee kaarten vertonen nauwelijks overlap. Maar niemand met politieke macht durft die noodzaak van totale gelijkheid onder woorden te brengen. Dát is de wortel van het probleem."

Heb je veel kritiek gekregen op je analyse?

"Natuurlijk. Vooral vanuit zionistische hoek, waarin veel aanhangers van een tweestatenoplossing te vinden zijn; zij vonden me cynisch. Maar zij leven in een droomwereld. De praktijk kent alleen chaos, overal zijn nederzettingen, een tweestatenoplossing is onmogelijk tenzij je 250.000 nederzettingen weghaalt. Maar laten we er niet te veel over praten; ik houd niet van schrijvers die hun Israëlische wortels uitbuiten omdat dat mediageniek is, puur bezettingsexotisme. Vraag me liever naar mijn boek."

Goed. Je vorige boek speelde aan de vooravond van de Tweede Wereldoorlog. Hoe beviel het om nu te schrijven over het heden?

"Uitstekend! Het was spannend om mensen aan het woord te laten die normaliter gedemoniseerd worden; de grote bedrijven, de jeugdige protestbewegingen. Ik heb willen laten zien dat niemand het kwaad of het cynisme vertegenwoordigt, iedereen vertegenwoordigt zichzelf, en iedereen vindt manieren om zichzelf te rechtvaardigen.

"Zo heb ik binnen het bedrijf, MSV, naast de op-standige Daniel Kaye, ook de mensen die bang voor hem zijn aan het woord gelaten. Ik heb al die verschillende stemmen willen laten klinken. En ja, het is ook eenvoudiger om over het heden te schrijven, je hoeft minder moeite te doen om je in te leven. Ik ben opgegroeid tussen sommige personages van mijn boek, ik herken de teleurstelling, het cynisme, het raakt me allemaal direct."

Wereldschaduw is zowel idealistisch als cynisch te noemen.

"Dat klopt inderdaad wel. De interessantste personages worden bepaald door de tijd waarin ze leven, maar zijn tegelijk atypisch; ze zijn deels cynisch, deels idealistisch. Pas wanneer ik helemaal ben doorgedrongen in het gevoelsleven van mijn personages, als de beslissingen die ze nemen niet literair zijn maar instinctief, niet door mij ingegeven maar door henzelf, pas dan ben ik klaar om te schrijven."

Je bent ervan beschuldigd dat je in het boek geweld verheerlijkt.

"Onlangs sprak ik met een aantal Israëlische rechters en studenten over mijn boek; ze noemden de Londense protestgroep nihilistisch, fascistoïde, gewelddadig. Met andere woorden, ze konden het niet uitstaan dat de groep een andere vorm van idealisme aanhing dan zijzelf hadden aangehangen, dat er gestreden werd met andere wapens.

"Voor de Londenaars is geweld deel van het revolutionaire gesprek, zoals het dat historisch gezien vaker is geweest. De Franse Revolutie, de Russische Revolutie, wat was ervan overgebleven zonder ge-weld? Wie heeft bepaald dat geweld tot het verleden behoort? Het is een dirty world, een dirty game. Dat begrijpen de Londenaars heel goed, morele vraagstukken interesseren hen niet. Ze accepteren het geweldsmonopolie van de staat niet, ze willen een nieuwe vorm van effectief protest bewerkstelligen, ze zoeken een manier om de kapitalistische wereld en zijn geëigende vormen van protest te omzeilen."

Wat antwoordde je de rechters en de studenten?

"Dat ze vanuit de mooie zaal waarin we zaten, met hoge plafonds, goed geboend, niet konden oordelen over de wanhoop van anderen."

In het boek heet dat 'in de afgrond staren'. De Londenaars willen dat de hele wereld de afgrond in staart, zoals zij, de verstotenen en verschoppelingen van het systeem, ook jarenlang hebben moeten doen.

"Precies. Op dat moment gaf ik niet antwoord als schrijver, maar als personage."

Het boek gaat voor een groot deel over vrijheid en verzet. Hoewel menig personage in het boek zichzelf vrij waant, in de zin dat hij in verzet gaat tegen de gevestigde orde, plaats jij dit al op de eerste pagina van het boek in perspectief. Iedereen, schrijf je, zit 'gevangen in de cirkel van het lot'.

"Iedereen beschikt in zekere mate over vrijheid. Dat bedoelde ik zojuist, ten aanzien van de Londenaars. Zij nemen de vrijheid om op een manier te protesteren die men niet meer gewend is, ze rebelleren tegen de tegenwoordig heersende aannames, tegen de basale regels. Ze maken dingen stuk om te laten zien hoe vrij ze zijn.

"Tegelijk zijn ze gebonden aan de regels van hun protest; vanaf het moment dat ze hun eerste steen hebben geworpen, zijn ze gebonden aan het beeld dat de buitenwereld van hen heeft. De mensen van MSV zoeken naar vrijheid, ze verlangen naar verlossing, maar de bestaande structuren houden hen tegen. En Daniel Kaye dwingt zijn vrijheid af, hij verlangt naar een wedergeboorte, de ultieme vorm van vrijheid, maar ook dat is een worsteling."

Niet iedereen is even vrij.

"Nee, bevolkingslagen hebben hun eigen werkelijkheid. Dat herinner ik me nog zo goed aan mijn reizen naar Londen, toen ik sprak met de daklozen. Hun wereld was fundamenteel anders, ze lazen geen kranten, keken geen televisie. Ze geloofden niet in The New York Times maar in samenzweringstheorieën, en ze voelden geen enkele verplichting ten opzichte van de maatschappij, want wat had de maatschappij ooit voor hen gedaan?

"Ik kom uit een familie waar participatie belangrijk is; waar de assumpties en basale regels van de samenleving als correct worden beschouwd. Maar veel mensen hebben die luxe niet; zij zien niets anders dan hun pad."

Heb jij weleens in de afgrond gestaard?

"Tweemaal. Na de zelfmoord van mijn vriend, en na de dood van mijn moeder. Ik was vijftien toen ze ziek werd, en zestien toen ik wist dat ze doodging. Op het moment dat zij ziek werd, was ze in zekere zin mijn moeder niet meer; ik moest nu voor haar zorgen, en zij niet langer voor mij. Angst, onzekerheid...: de wereld zag er vanaf dat moment fundamenteel anders uit. Die existentiële ervaring heeft me altijd achtervolgd, de familie was verscheurd, mijn jeugd was voorbij.

"Toen ben ik begonnen met schrijven: een dagboek over haar laatste dagen, deels gefictionaliseerd. Ik praatte er niet over, dat vond ik egocentrisch. Ik had het schrijven nodig om mijn trauma onder woorden te brengen. Terwijl de afgrond voor mijn vriend het einde was, was hij voor mij het begin."

Nir Baram spreekt om 14 uur met Mark Schaevers in het Salon van het Felixpakhuis.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234