Zondag 29/03/2020

Het is de schuld van de Russisch-Poolse geschiedenis

Nina L. Chroesjtsjeva

bij de dood van de Poolse president Lech Kaczynski

Nina L. Chroesjtsjeva is een Russisch-Amerikaanse onderzoekster van het World Policy Institute in New York. Chroesjtsjeva is de auteur van Imagining Nabokov: Russia Between Art and Politics. Zij is de kleindochter van gewezen Sovjetleider Nikita Chroesjtsjov.

Uitgerekend op een ogenblik dat het eeuwenlange wantrouwen tussen Rusland en Polen plaatsmaakte voor een betere onderlinge verstandhouding, crashte een oude Russische Tupolev met de Poolse president en zijn gevolg. Nina L. Chroesjtjeva over de wreedheid van het toeval.

Elke gebeurtenis roept in Rusland dezelfde vraag op: wie is schuldig? Wat betreft het drama dat het leven eiste van de Poolse president Lech Kaczynski en van 95 andere Poolse leiders kunnen we die vraag in minstens één opzicht met zekerheid beantwoorden: de geschiedenis treft schuld.

De gebeurtenis is zo verschrikkelijk dat ze bijna een slechte mop lijkt, of een duister KGB-complot, of een geschifte samenzwering uit James Bond - of een combinatie van de drie. Toch was de crash die heel Polen in rouw dompelde geen van al die dingen. Een tragedie die geen logische verklaring verdraagt, bevestigt slechts één zaak: de wreedheid van het toeval.

Wat als de mist geen veilige landing in de luchthaven van Smolensk had verhinderd? Wat als het vliegtuig geen twintig jaar oude Tupolev-154 van Russische makelij was geweest maar een veiliger model? Wat als de Poolse piloot de Russische luchtverkeersleider had gehoorzaamd en het vliegtuig had omgeleid naar Moskou of Minsk?

Jammer genoeg staat de wreedheid van het toeval ook centraal in de eeuwen van wantrouwen tussen Polen en Rusland. De ironie (als er al sprake is van ironie) is dat de tragedie plaatsvond op een moment dat het wantrouwen eindelijk plaats aan het ruimen was voor betere, meer zakelijke relaties en een grotere verstandhouding tussen de twee landen.

Na 70 jaar van ontkenning was de Russische leiding (gewone Russen evenwel nog niet) bereid toe te geven dat Jozef Stalins NKVD (de voorganger van de KGB) meer dan 20.000 Poolse officiers, intellectuelen en geestelijken afslachtte in het bos van Katyn in 1940. De Russische premier Vladimir Poetin, zelf ooit een KGB-officier, had zijn Poolse ambtsgenoot Donald Tusk zelfs uitgenodigd om de tragedie samen te herdenken.

Maar Kaczynski, een lid van Solidarnosc in de jaren ’80 die ernaar streefde het communistische regime omver te werpen, wantrouwde de Russen meer dan Tusk. Hij stelde zijn eigen delegatie samen om Katyn te bezoeken, en vroeg zich hardop af of de Russen hem een visum zouden geven. Uiteraard werden geen Russen uitgenodigd.

Toen de piloot van het presidentiële vliegtuig (ironie, opnieuw, van Russische makelij) aangemaand werd niet te landen in de dichte mist, heeft hij, of misschien de president zelf, misschien twijfels gehad omtrent de Russische bereidheid om eerlijk advies te geven. Het is best mogelijk dat ze zich afgevraagd hebben of de slinkse KGB-mensen rondom Poetin niet gewoon een farce wilden maken van de Katynherdenking van Kaczynski.

Russisch-Poolse verdenkingen en meningsverschillen gaan terug tot de zestiende eeuw, toen Polen veel machtiger was (het Groothertogdom Moskou was gewoon een achtergesteld gebied). In de loop van de eeuwen waren er oorlogen (begonnen door zowel Polen als Rusland) en werden delen van Polen veroverd door de Russen, gevolgd door pogingen tot ‘russificatie’, waarbij het Russische christelijk-orthodoxe rijk probeerde het “welbespraakte”, “misleidende”, op West-Europa gerichte katholieke Polen te controleren.

Toen was er de bolsjevistische revolutie van 1917, waaraan de Polen weigerden deel te nemen, en de miraculeuze overwinning van maarschalk Jozef Pilsudski op het Rode Leger aan de poorten van Warschau in 1920. Gedurende het interbellum stonden Polen en het Sovjetregime bijna onafgebroken met getrokken mensen tegenover elkaar.

Toen Stalin in 1939 het Molotov-Ribbentrop-pact met nazi-Duitsland tekende, bood dat hem een kans om Polen binnen te vallen. Het bloedbad van Katyn was een direct gevolg, waarbij Stalin de massamoord op de elite van Polen beval om de Poolse samenleving te onthoofden en het verzet te breken.

Katyn was voor de Sovjets ook de gelegenheid om een einde te maken aan de relaties met de Poolse oorlogsregering in ballingschap in Londen. Omdat de Poolse leiders weigerden de Russen vrij te pleiten, beschuldigde Stalin de Polen ervan dat ze collaboreerden met de Duitsers om de schuld van de nazimisdaden op de Russen af te wentelen. Kort daarna ontstond het idee om een marionettenregime op te zetten in Warschau. Ook al duurde het pact tussen de Sovjets en de nazi’s niet lang - Duitsland viel Rusland binnen in 1941 -, voor Polen was er geen uitweg. Toen Hitler verslagen was, kwam het opnieuw in de Russische invloedssfeer, deze keer van Sovjet-Rusland.

Maar Polen hield niet op te streven naar en te staken voor onafhankelijkheid. De opkomst van Solidarnosc in de jaren ’80 was de vroegste en de ernstigste klap voor het stagnerende Sovjetsysteem. De in Polen geboren paus Johannes Paulus II symboliseerde de anticommunistische ‘dreiging’ die Polen op dat moment betekende voor de Sovet-Unie. De oproep van de paus tot religieuze vrijheid in de wereld, ook in de socialistische landen, had een averechts effect op de atheïstische Sovjets en orthodoxe Russen.

De hele 20ste eeuw lang bleef de vijandelijkheid tussen Rusland en Polen in volle hevigheid doorwoeden, niet alleen op politiek vlak, maar ook op cultureel, uiteraard ook volgens een oud patroon. Alexander Poesjkin, Nicolai Gogol en Fjodor Dostojevski wantrouwden de Polen, noemden hen koud en afstandelijk en manipulatief. Ze vonden dat Polen altijd de kant van het Westen koos in plaats van het op te nemen voor de Slavische broeders. Aan de vriendschap tussen Poesjkin en Adam Mickiewicz kwam in 1830 een einde, na de Poolse opstand tegen de heerschappij van de tsaren.

De vijandelijkheid ging zo diep dat toen beide landen niet langer communistisch waren en Rusland op zoek ging naar een nieuwe vakantiedag voor de herdenking van de bolsjevistische revolutie op 7 november, het land koos voor 4 november, de verjaardag van de overwinning van de Russische Bojaren in 1612 op de Poolse koning Sigismund, die kortstondig Moskou had bezet.

Nu gaat zowel in Moskou als Warschau het gerucht rond dat de tweede tragedie van Katyn misschien een nieuw tijdperk van bilaterale relaties zal inluiden. Maar zoals de Poolse essayist Stanislaw Jerzy Lec het stelde: “Je kunt de ogen sluiten voor de werkelijkheid, maar niet voor de herinnering.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234