Woensdag 26/01/2022

'Het is de dubbelheid die ons bindt'

Stefan Hertmans over de vrouwelijke oorlogsveteranen in zijn toneelstuk Mind the gap

door Steven Heene

Stefan Hertmans

Meulenhoff, Amsterdam,125 p., 600 frank.

'Welkom in de langste straat ter wereld, mooie smeerlap met uw zwarte blinkende ogen.' Met die woorden heet Klytaemnestra haar man Agamemnon welkom in een armoedige bar, de mistroostige plek waar ze een gruwelijk moment uit haar huwelijk reconstrueert: de opoffering van hun kind om het Griekse leger de wind in de zeilen te geven. Klytaemnestra zal het Agamemnon nooit vergeven, en 'de langste straat ter wereld' komt symbool te staan voor een nog veel omvangrijker conflict: de oorlog tussen man en vrouw. Schrijver Stefan Hertmans trok naar het front en kwam terug met een nieuw toneelstuk: Mind the gap.

'Niemand heeft een langere doodlopende steeg dan wij", zegt Klytaemnestra nog tegen haar vent, waarop die haar tegen de muur duwt en verkracht. Dit beschrijft ze met eigen woorden, want Mind the gap is een toneelstuk dat hoofdzakelijk uit monologen bestaat: respectievelijk van Antigone, Klytaemnestra en Medea. Op basis van hun wedervaren in de Griekse tragedies schreef Hertmans een indrukwekkende tekst over wraak door zielenpijn die volgend jaar door Gerardjan Rijnders wordt geregisseerd. Deze coproductie van het Brusselse Kaaitheater en Toneelgroep Amsterdam gaat in première in november 2001 en is de tweede bijdrage van schrijver, dichter en essayist Hertmans aan het toneel. De eerste dateert van het begin van de jaren negentig en heet Kopnaad, een 'tekst voor vier stemmen' die door Jan Ritsema werd geregisseerd en die te zien was op het Theaterfestival 1994. Het was een in alle opzichten opmerkelijk debuut, te meer omdat Kopnaad door nogal wat mensen 'onspeelbaar' werd geacht.

Hertmans: "Toen ik Kopnaad maakte in opdracht van het Nieuwpoorttheater, wou ik zo onspecifiek mogelijk schrijven wat theater betreft. Ik dacht: ik wil dit zelf geen theatertekst noemen, we zullen wel zien wat ze daarmee doen. Ik heb achteraf pas geleerd, door met theater om te gaan, dat het natuurlijk wel een theatertekst is. Vandaar dat ik Mind the gap volmondig een theatertekst durf te noemen."

Voor zijn nieuwe toneelstuk, geschreven in opdracht van het Kaaitheater en Brussel 2000, vertrok Hertmans van een essay uit Fuga's en pimpelmezen, zijn commentaarbundel over actualiteit, kunst en kritiek. Hertmans: "Die tekst ging over de betekenis van de vrouwen in de Griekse tragedies. Ik wou laten zien hoe die vrouwen daarin een catastrofaal moment vertegenwoordigen: zij verbreken telkens de handeling die door de mannen wordt opgezet. Ik had al een essay over Medea geschreven, naar aanleiding van een boek van Christa Wolf. Ik heb mij tegen haar interpretatie afgezet omdat ik vond dat ze Medea behandelde zoals zeer vaak is gebeurd de afgelopen decennia: vanuit een vaag feministisch standpunt, waarbij Medea wordt vergoelijkt. Bij Christa Wolf wordt ze zelfs een soort edele Oost-Duitse Ossie Medea, die het opneemt tegen de boze Wessies. Volgens die interpretatie heeft ze haar kinderen ook niet zelf vermoord - dat is alleen maar een roddel. Haar broer is door iemand anders omgebracht. Eigenlijk is ze een Florence Nightingale die de pestlijders in Thebe helpt. Ik was echt geschokt daardoor.

"Als je Medea wilt verdedigen, moet je uitgaan van het feit dat ze haar kinderen vermoord heeft. Dat ze in haar wraak jusqu'au bout des choses gaat, omdat ze het geweld dat de man haar heeft aangedaan, wil wreken. Het geweld van de man is het geweld van de taal. Jason gaat met dat jonge prinsesje lopen en zegt Medea dat het voor haar eigen bestwil is. Dat haar twee kinderen daardoor koningszonen worden et cetera. Hij praat haar dus in een scenario waarvan zij weet dat het niet klopt. Wat de man doet, is misbruik maken van de rationaliteit en de vrouw onredelijk noemen. Ik denk dat je daar op een dieper feministisch punt komt, als je Medea verdedigt in het feit dat ze wel degelijk haar kinderen de strot oversnijdt. Omdat zij het geweld van de taal en de rationaliteit van de man op geen enkele andere manier kan verbreken dan door een oeroud gebaar: zijn zonen kapotmaken. Zo castreert ze hem eigenlijk.

"Vanuit die gedachte ben ik over de radicaliteit van Antigone gaan nadenken. Zij gaat op haar manier even ver, net als Klytaemnestra. Die wreekt haar geofferde dochter. Ze vindt dat Agamemnon voor zijn gezin moest kiezen en niet voor de raison d'état, in dit geval: zijn dochter offeren om de goden om wind in de zeilen te smeken, om de oorlog in Troje te gaan winnen. Wat Antigone betreft: zij kiest tegen Kreon voor het begraven van haar broer Polyneikes, die als een verrader wordt beschouwd. Elk van deze vrouwen kiest met andere woorden voor de familiewet en doorprikt de rationaliteit van de man, die zij telkens als manipulatie ervaren. Hun enige antwoord daarop is een zeer bloederige, ouderwetse wraak.

"Ik ben daarbij een boek gaan herlezen dat in de eerste feministische golf werd gelezen maar nu een beetje vergeten is: Das Mutterrecht, een negentiende-eeuws werk van Johann Jakob Bachofen. De interpretatie van Bachofen is, dat wat we zien in de Griekse tragedies de laatste sporen vormen van een gigantische oorlog tussen mannen en vrouwen, de overgang van een matriarchaat naar een patriarchaat. Er zijn theorieën die zeggen dat de matriarchaten hebben standgehouden zolang de mens het verband tussen paren en baren niet kende. Je moet je eens voorstellen wat vrouwen voordien betekenden: wezens die plotseling opzwellen, bij de bevalling beginnen te krijsen en die, in bloed, een nieuwe mens van tussen hun benen halen. Als je dat bekijkt zonder het verband van de seksualiteit is dat een goddelijk, maar ook schrikwekkend beeld. Maar op het moment dat de mannen ontdekken dat er een verband is tussen baren en hun seksualiteit - we spreken nu over heel lange processen in de tijd - grijpen ze de macht. De vrouw wordt dan de kruik waarin het pneuma van de man wordt uitgerijpt. Vandaar de rationaliteit van de man: hij kan raisonneren tegenover het gevoel dat de vrouw heeft van het leven, maar dat haar altijd terugvoert naar de oude familiewet. Volgens Bachofen berust daar ook de traditie van de wraakgodin Nemesis op: de neiging van de vrouw om, als er iets mis ging door de onderdrukking van de man, zich op een bloederige, radicale manier te wreken. Die oorlog, of de laatste sporen daarvan, zou constant woekeren in de Griekse tragedies. En als je die verhalen op die manier bekijkt, dan is Antigone geen irrationele lastpost, maar iemand die evenzeer een wet verdedigt. Een oudere, ongeschreven wet.

"In die zin heb ik geprobeerd om die vrouwen heel dicht naar een radicaliteit toe te schrijven, zo radicaal mogelijk met hun lijf, op een donkere manier. Ik heb geprobeerd om drie tableaus te maken, een beetje zoals schilders van religieuze onderwerpen op zoek gingen in de bijbel naar iets wat nog niet getoond was. Bij Klytaemnestra is dat het moment waarop zij wacht op Agamemnon, voor ze hem zal vermoorden. In het werkelijke verhaal gooit ze een net over zijn hoofd; bij mij rekent ze met hem af in een bar. Antigone hoor je spreken op het moment in de grot waar ze zich meteen daarna zal ophangen. Wat ze daar heeft gezegd, weet niemand. Ik wou woorden laten klinken die niemand kent, eigenlijk ook om de onmogelijkheid te benadrukken om de Grieken echt te begrijpen. In het derde tableau zie je hoe Medea een vrijscène met Jason naspeelt waarin ze haar kinderen vermoordt. Voor dit deel vond ik inspiratie in de manier waarop Heiner Müller Jason en Medea behandelt: als twee evenwaardige, lucide schoften. Ik laat ze, als ze al weten wie ze zijn, weer op elkaar kruipen. Eigenlijk spelen ze Who's afraid of Virginia Woolf. Ik denk dan aan Liz Taylor en Richard Burton in de gelijknamige film. Dan hebben ze het over hun fictief kind dat ze vermoorden met woorden. Hij zegt: 'We never had a child', waarop zij antwoordt: 'Oh George, don't do that.' Het verwijst naar wat Hölderlin altijd heeft benadrukt over het Griekse theater: dat het goddelijke woord doodt. Dat is wat die George doet: hun ingebeeld kind doden met woorden."

Hertmans schreef ook een merkwaardige epiloog waarin Medea, Klytaemnestra en Antigone terugkeren als hoertjes op straat en waarin laatstgenoemde haar passerende broer Polyneikes probeert te verleiden.

"De Griekse tragedies zijn catastrofes. Dat woord komt van een Grieks werkwoord dat 'naar beneden stromen' betekent. De handeling dondert in een stroomversnelling naar beneden. In dit verband heb ik als laatste deel een heel korte vaudeville geschreven. Daarin wordt Polyneikes op straat doodgeslagen door zijn vader, Oedipus. De zaken zijn dan omgekeerd en Polyneikes wordt bliksemsnel begraven door zijn zus Antigone, die haar jasje op hem legt. Dat was voor mij vanaf het begin duidelijk: ik wou haar absoluut haar broer laten begraven. Uit respect voor haar archaïsche, ongeschreven, gruwelijke wet."

Volgens Hertmans kunnen we de Grieken nooit volledig begrijpen. Is dat ook de 'gap' uit de titel, een verwijzing naar de boodschap in de Londense metro die waarschuwt voor de kloof met het perron?

"Absoluut. Mind the gap betekent een tiental dingen, waaronder: let op voor de kloof tussen ons en de Griekse tragedies. Het boek L'imitation des modernes van Philippe Lacoue-Labarthe is daarin heel belangrijk. Hij heeft onder meer de Antigone van Hölderlin vertaald, de versie die ook voor mij het uitgangspunt was. Het is Lacoue-Labarthe die stelt dat de mimesis van de Grieken, de hele traditie zeg maar sinds de renaissance om de oude Griekse cultuur na te bootsen, eigenlijk een onmogelijke zaak is. Wat hij beweert komt neer op het volgende: Hölderlin is in zijn verwoede poging tot mimesis zo ver gegaan dat hij als eerste inzag dat het onmogelijk is. Waardoor hij eigenlijk een beetje Grieks wordt. Want pas als je begrijpt dat je de Grieken absoluut niet kunt nabootsen, dat er geen grond is om op te staan, dan pas begin je een beetje van die cultuur te begrijpen. Een beetje, maar nooit helemaal."

Wat maakt de oude Griekse cultuur dan zo ongrijpbaar?

"Ik denk dat het vooral te maken heeft met het Dionysische van die cultuur. Ik denk dat wij niet voldoende inlevingsvermogen hebben om ons voor te stellen hoe het is te leven in een wereld waarin filosofen beweren dat de mens bestaat uit vier elementen: aarde, water, lucht en vuur. We kunnen ons de geestelijke impact daarvan niet voorstellen. Hölderlin kwam er dicht bij in zijn zeer eigenaardige, door Schiller en Goethe weggelachen vertaling van Antigone. Hij ziet in de Griekse woorden de etymologische wortels. Een van de regels waar nogal wat om te doen was, luidt letterlijk: 'je spreekt een roodgeverfd woord' - een woord dat onheil brengt, kortom. Maar kalchainous, het Griekse woord dat hier 'roodgeverfd' betekent, verwijst ook naar Kalchos, een ziener, én het betekent 'purperslak'. Het is dus bijzonder ingewikkeld wat er allemaal in die Griekse teksten gezegd wordt, en voor ons quasi onmogelijk om te verstaan.

"De Griekse tragedies bevatten iets radicaals dat ons altijd weer ontglipt. Om het met een modieus Engels woord te noemen: je moet een double bind respecteren. Je weet dat je dat Griekse niet kunt vatten, maar je mag niet stoppen om het toch te proberen. Het is die dubbelheid die ons bindt.

"Er zit ook een woordspelletje in de titel Mind the gap, en wel: de geest als kloof. 'Geest, de kloof'. De verwijzing naar de metro is meegenomen, omdat de metro als iets onderaards fungeert. Daarnaast verwijzen de metroscènes naar de vrees voor dat onderaardse, voor het onderbewustzijn. Naar het bloed, de seks, de radicaliteit in ons allemaal. Dingen waar wij Socratisch mee om proberen te gaan, door het potje gedekt te houden, terwijl de archaïsche Grieken dat aspect van het leven lieten openspatten."

Het Dionysische leeft toch ook nog in onze cultuur, zonder twijfel?

Hertmans: "Het bestaat uiteraard nog. We kunnen het niet uitschakelen. Maar het heeft een plaats gekregen. We kunnen van onszelf zeggen dat we Dionysisch zijn, maar daardoor zijn we het juist niet meer. Het is een soort freak-outcultuur geworden, en dat is het Dionysische niet. Alleen zij die echt op de alles-of-nietsgrens balanceren of erover gaan, zelfs de dood ingaan, die begrijpen dat waarschijnlijk."

Denkt hij dan aan de rave- en technoparty's waarop jongeren zich overgeven aan een roes? "Het is speculatie natuurlijk, maar ik denk dat die rituelen wel in de buurt komen van de Griekse rituelen. Ook in die tijd ging men al gereguleerd om met de roes, en wou men tot op een bepaalde grens gaan. Misschien zit het verschil erin dat het uit zijn op alleen maar een lustbeleving, niet Grieks is. Het oeverloos bewustzijn dat ontstaat op het moment dat je over alle grenzen van je geest en je lichaam gaat, de doodsmaak die je kunt proeven als je werkelijk schrik krijgt, wellicht dat dát Dionysisch is. Maar nogmaals: het blijft voor ons een afgesloten terrein, want zelfs als we er zo over spreken, is het iets dat we installeren. We maken er als het ware al eens een uitstap naar, maar we leven niet in zo'n cultuur.

"Volgens mij is het onmogelijk om echt aan te voelen wat de Grieken voelden. Ik heb net gisteren nog iets aangestreept bij Cees Nooteboom; het ging over Antigone. (leest voor) 'Antigone kan nooit meer onschuldig zijn. Ze heeft zichzelf gelezen.' Dat is, denk ik, ook een fatale kloof, die afstand."

'Pas als je begrijpt dat je de Grieken absoluut niet kunt nabootsen, dat er geen grond is om op te staan, dan pas begin je een beetje van die cultuur te begrijpen'

Een indrukwekkende tekst over wraak door zielenpijn

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234