Woensdag 23/06/2021

Analyse

Het is akelig stil in de Afrikaanse bestuurskamers

null Beeld Foto AFP
Beeld Foto AFP

Prominente Afrikanen klagen over het gebrek aan hulp in de strijd tegen ebola. Maar het continent heeft zelf de gezondheidszorg verwaarloosd.

Michael Sata is ziek. Dat kan gebeuren, zelfs als je president van Zambia bent. Begin deze week werd bekend dat hij zijn ambt tijdelijk heeft overgedragen aan de minister van Defensie. Zodat Sata naar het ziekenhuis kan. Niet in eigen land, maar in het buitenland. Want Sata vertrouwt de Zambiaanse gezondheidszorg niet.

Het wantrouwen van de president is waarschijnlijk terecht. Zoals de meeste presidenten in Afrika is Michael Sata verantwoordelijk voor een systeem dat, in de woorden van een commentator, 'in een zwaar belabberde toestand' verkeert. En dat door eigen schuld. Het is een kwestie die ook speelt in de huidige ebola-crisis.

Afgelopen maandag kwamen ministers van de Europese Unie, niet voor het eerst, bijeen om te spreken hoe zij hulp kunnen bieden aan de landen in Afrika die door ebola zijn getroffen. Angst voor besmettingen in Europa speelt bij dergelijk overleg een rol. Maar vanuit Brussel komen wel zaken op gang.

Millenniumdoelen

Desondanks zeggen prominente Afrikanen, zoals de Ghanees Kofi Annan, de vroegere secretaris-generaal van de Verenigde Naties, 'bitter teleurgesteld' te zijn. De internationale gemeenschap, zo stelde Annan vorige week, had eerder moeten reageren.

Maar ondertussen is het akelig stil in Addis Abeba, de hoofdstad van Ethiopië, maar ook het hoofdkwartier voor de Afrikaanse Unie. De AU, momenteel geleid door een voormalige minister uit Zuid-Afrika, het meest ontwikkelde land op het continent, is in de strijd tegen ebola nog nauwelijks of niet in actie gekomen.

Ja, er wordt gewerkt aan trainingen van Afrikaanse gezondheidswerkers, bedoeld om hen naar de zwaarst getroffen landen in West-Afrika uit te zenden. Maar wat vooral opvalt, meent de Oegandese commentator Charles Onyango-Obbo, is 'hoe weinig het continent heeft gedaan'. Zeker, het heeft maar weinig middelen ter beschikking. Maar ook daarvoor is Afrika op de eerste plaats zelf verantwoordelijk.

Volgend jaar komt officieel een einde aan de vijftien jaar die waren gesteld voor de zogeheten Millenniumdoelen. Verbetering van de gezondheidszorg speelde daarbij een grote rol. Begin deze eeuw beloofden de lidstaten van de Afrikaanse Unie plechtig dat zij de uitgaven voor gezondheidszorg zouden verhogen tot 15 procent van hun nationale budgetten.

Daarvan is heel weinig terechtgekomen. Slechts vier landen (Rwanda, Togo, Zambia en Botswana) hielden zich aan de afspraak, zo bleek vorig jaar uit een rapport van het consultancybureau KPMG. Voor vijf landen ligt het percentage slechts op 5 procent, terwijl 25 landen minder dan 10 procent uittrekken om hun eigen bevolking gezond te houden.

En zelfs dat is slechts een gedeelte van het verhaal. Zoals KPMG schrijft: 'Wijdverbreide en roofzuchtige corruptie zorgen ervoor dat grote delen van het budget voor gezondheidszorg verdwenen zijn.' Dat geldt ook voor geld dat door internationale donoren is geschonken. Enkele tientallen jaren geleden deden de meeste, arme Afrikaanse landen het met hun gezondheidszorg beter dan arme Aziatische landen. Die verhouding is helemaal omgedraaid.

Bestuursprobleem

Geen wonder dan dat in Guinee, Sierra Leone en Liberia, de door ebola zwaarstgetroffen landen, de gezondheidszorg momenteel op instorten staat. Vrijwel alle aandacht gaat uit naar de ongeneeslijke ziekte. Voor patiënten met andere aandoeningen bestaat nauwelijks tijd en ruimte. Vooruitgang die wel degelijk werd geboekt, zoals in Sierra Leone met de zorg voor moeder en kind, dreigt tot stilstand te komen.

Afrika kan dit probleem zeker niet alleen aan. Maar Afrikaanse overheden, schrijft Charles Onyango-Obbo, moeten niet alleen roepen dat de internationale gemeenschap 'niet genoeg doet', maar ook zichzelf 'ongemakkelijke vragen' durven stellen.

Hij geeft het voorbeeld van Liberia, waar onder anderen leden van de regering van president Ellen Johnson Sirleas kort na het begin van de ebola-uitbraak met hun gezinnen naar het buitenland verdwenen, of soldaten die besmette gebieden afgesloten moesten houden zich lieten omkopen. 'Dit alles bewijst dat in het grootste deel van Afrika ziekte niet altijd een medisch probleem is. Het is een bestuursprobleem.'

Cuba stuurt waar West-Afrika behoefte aan heeft: artsen en verpleegkundigen

Er is een land dat vrijwel onmiddellijk reageerde op de vraag om hulp in de strijd tegen ebola in West-Afrika: Cuba. Het is ook het land dat precies datgene stuurt waaraan de meeste behoefte bestaat: artsen en verpleegkundigen. Het Latijns-Amerikaanse land zegt Afrika te willen helpen. Maar er zijn ook eigen belangen.

De geschiedenis van het communistische Cuba in Afrika is al bijna vijftig jaar oud. In 1965 dook de held van de Cubaanse revolutie, de van oorsprong Argentijnse arts Ernesto 'Che' Guevara, op in het oosten van Congo, het vroegere Zaïre. De rebellenleider daar, de latere president Laurent-Désiré Kabila, bleek echter meer geïnteresseerd in drank en vrouwen.

Meer militaire steun volgde, zoals in Angola. Maar Cuba doet in Afrika en elders in de wereld ook aan 'medische diplomatie'. In het continent werken al zo'n vierduizend geneeskundigen. Voor de hulp aan ebola-landen zijn nu zo'n 250 medisch deskundigen uitgezonden, deels getraind door de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO).

Opvallend in de Cubaanse hulp is dat de artsen en verpleegkundigen die naar West-Afrika gaan, zeggen dat zij in het geval van besmetting niet gerepatrieerd wensen te worden. Daarmee zou moeten worden voorkomen dat in hun eigen land de ziekte uitbreekt.

In de strijd tegen ebola in Afrika krijgen de Cubanen te maken met Amerikaanse militairen. De Verenigde Staten, die geen diplomatieke banden met Cuba wensen, hebben zelf immers ruim vijfhonderd soldaten voor Liberia beschikbaar. In de hoofdstad Monrovia bouwen de VS een behandelingscentrum. Het is nog onduidelijk of besmette Cubanen daar toegelaten zullen worden.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234