Dinsdag 24/11/2020

ColumnBregje Hofstede

Het idee dat alles, ook kerst, draait om consumeren, maakt me knorrig

Beeld Damon De Backer

Auteur Lize Spit en haar collega Bregje Hofstede, allebei 31, vertellen beurtelings over hun leven. Deze week: Bregje Hofstede.

In een klein Frans dorp sta ik te kijken naar een poster waarmee KFC zijn kerstspecial aanprijst. De Christmas bucket is een infarctwaardige portie gefrituurde kip in een rood-met-witte emmer, en ik vraag me af wat die, op het sterretjesmotiefje na, met kerst te maken heeft. Misschien het feit dat je zo’n emmer plofvlees nooit in je eentje weggewerkt krijgt, en sharing is caring.

Er was een tijd dat ik het heel aanstekelijk vond: de kerstliedjes in de cafés, de lichtjes boven de winkelstraten, en overal de reclames van knappe mensen in glitterjurken of dieprode kasjmiertruien die lachend door marmeren gangen zwieren. Dit jaar voel ik voor het eerst vooral vervreemding bij het zien van de kerstcampagnes. Het ziet er prachtig uit, en het gaat nergens over. Puur vorm, nul inhoud. Het idee dat alles, ook kerst, draait om consumeren, maakt me knorrig en ik steek mijn handen dieper in de zakken van mijn winterjas.

Ik wacht in dit dorpje op een makelaar die mij en mijn vriend een huis zal laten zien. We staan al even op de parkeerplaats en proberen onze voeten warm te stampen.

‘Kunnen we geen theezetten?’, vraagt mijn vriend. ‘We hebben alleen een aansteker nodig voor het campinggasje.’

En dus wandel ik de dorpsstraat af, op zoek naar vuur, maar er is bijna niemand op straat. De enige mensen die ik zie zijn een corpulente man en vrouw, die beiden in een ronkende auto zitten, en naar elkaar schreeuwen. Ik vind vreemden aanspreken eng, zeker als degene die ik aan moet spreken bij voorbaat al kwaad is. En eerlijk gezegd vind ik vreemden die zeker geen elegant kasjmier dragen, maar identieke fleecetruien en vettig haar, nog een beetje spannender, omdat ze eruitzien alsof ze wel iets anders aan hun hoofd hebben.

Aarzelend loop ik op de auto’s af en vraag, in mijn meest beleefde Frans, of ze lucifers hebben.

“Ik rook niet meer”, zegt de man, zonder me aan te kijken. “Wat wil ze?” roept zijn vrouw. Ik herhaal mijn vraag en ze zegt dat ook zij niet meer rookt.

“Ik heb wel een allume-cigare”, zegt de man, en wijst op de lader in zijn dashboard. Als ik uitleg dat het voor een campinggasje is, stapt de vrouw zuchtend uit haar auto – moeizaam, slepend met haar rechterbeen – en hijst de kermende garagedeur omhoog. Binnen is een chaos van dozen en uitpuilende kasten, maar ze diept toch ergens een rode aansteker op. Daarmee wankelt ze naar de auto’s terug.

Ik bedank en wil al weglopen, maar de man heeft de aansteker alweer uit mijn hand gegrist en zegt: “Die is leeg.” Zijn beurt nu om overeind te komen en in de garage te verdwijnen. Nog altijd hebben ze me niet aangekeken of begroet. Ik sta opgelaten te wachten in de rook van de lopende motoren totdat de man terugkomt. “Voilà. Ik heb hem bijgevuld. Niet terugbrengen. Houden.”

Daarmee stappen ze beide in een auto en rijden weg, schreeuwend naar elkaar.

 Misschien moet ik hier gaan wonen, denk ik, en eventjes ben ik intens vrolijk.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234