Woensdag 14/04/2021

Het humanisme op zijn kop

De eerste week van het Kunstenfestival verliep hobbelig: niet alle creaties beantwoordden aan de hoge verwachtingen. Maar zaterdag keerde het tij totaal. De Duitse allround kunstenaar Christoph Schlingensief verbaasde vriend en vijand met Via Intolleranza II, een doortastende reflectie over Luigi Nono’s opera Intolleranza (1961).

‘Via Intolleranza II’ van Christoph Schlingensief eerste uitschieter Kunstenfestivaldesarts

Nono’s werk is dan wel de rode draad in Via Intolleranza, maar ook niet meer dan dat. Die opera vertelt het verhaal van een geëmigreerde mijnwerker die uit heimwee terugreist naar zijn vaderland.

Zijn weg is bezaaid met obstakels. Hij verzeilt in een massademonstratie, wordt gevangengenomen, vlucht, maakt een bomexplosie mee en is getuige van een uitbarsting van rassenhaat. Uiteindelijk blijkt zijn geboortegrond getroffen door een overstromingsramp. Dit verhaal diende Nono als vehikel voor een virulente, humanistische aanklacht tegen een onmenselijke wereld. Schlingensief evoceert deze helletocht o.a. met een film uit 1911 naar Dantes Inferno. Zo kadert hij Nono’s verhaal meteen in een culturele traditie. Hij projecteert van elk tafereel ook de korte inhoud, geannoteerd met bedenkingen.

Maar voor een getrouwe uitbeelding van het verhaal of de muziek van Nono ben je bij Schlingensief aan het verkeerde adres. Dat besef je al als Issouffou Keniou, een griot of dichter-zanger uit Burkina Faso, en zijn (vermeende) dochter Kandy het stuk openen met een gelegenheidslied. Onmiddellijk daarna neemt een zakelijke, kokette Brigitte Cuvelier het podium over. Ze drumt de Afrikanen opzij om een dankwoord uit te spreken aan de sponsors. In één adem voegt ze er aan toe dat het met de regisseur, die aan kanker lijdt, heel slecht gaat. Ze meldt ook de problemen die de productie teisterden. Zo raakte de Afrikaanse cast door de IJslandse aswolk niet in Berlijn.

Helemaal waar is het verhaal niet, want even later duikt Schlingensief zelf toch op. De scène zet echter wel de toon. Ze demonstreert het probleem met humanistische aanklachten à la Nono in het theater: het blijft een gesprek tussen gelijken - de weldenkende elite in de zaal en op het podium - over minderbedeelde vreemdelingen, Afrikanen etcetera. Wat betekent dat mededogen, die welmenende multiculturele belangstelling dan eigenlijk? Wat zegt dat over ons en over de anderen? Dat vraagt Schlingensief zich in een anderhalf uur durend bombardement van klank en beeld af.

Hij doet dat niet op een theoretische, maar op een directe, praktische manier, zoals het de Fluxus-kunstenaar in hem past. Hij richtte in Burkina Faso een operadorp op en rekruteerde er negen performers. Figuren die lokaal in hoog aanzien staan zoals de griot, maar ook een dwerg als Amado Komi. Net als in vroeger werk heeft Schlingensief het immers niet over verschoppelingen, maar werkt hij met hen als volwaardige partners. Dat scheelt. Die Afrikanen vormen met hun zang en dans een tegengewicht en een gesprekspartner voor de Europese cast. Twee speel- en muziektradities staan hier naast elkaar. Soms versterken ze elkaar, soms overvleugelt de ene de andere. Je moet al een doorgewinterde Nonokenner zijn om in schaarse flarden dodekafonische muziek het origineel te herkennen. Aangestoken door het Afrikaanse vuur lieten de Europeanen de heilige partituur zelfs vaak los: zangeres Olivia Stahn vertelt dat ze volop improviseerde.

Het levert een onbeschrijflijke, barokke beeldenclash van muziek, film, theater en dans op. Het persoonlijke - Schlingensiefs eigen ziekte voorop - en het politieke raken daarin onontwarbaar verknoopt. Het zieke lichaam wordt een beeld van het zieke Afrika, maar ook van het zieke Europa. Het gaat inderdaad niet enkel over arme Afrikaantjes. Schlingensief portretteert zijn Afrikaanse cast zelfs vaak, tegen de stereotypen in, als scherpe ideologiecritici. Kandy citeert Adorno als ze zich afvraagt wat de band is tussen kunst en realiteit. Andere Afrikanen hekelen het humanisme.

Schlingensief spaart niemand, ook zichzelf niet. Hij zet zichzelf te kijk in de slotfilm waaruit blijkt hoe hij in Afrika vaak heftig verlangde naar een knusse taxi om hem naar huis te brengen. Ook hij is soms een bange, blanke man. Maar toch is er altijd ook zijn buitengewone, lucide onbevangenheid. Die maakt van deze Via Intolleranza II een werk hors catégorie. Schlingensief stopt niet bij het bekende uurtje westerse zelfhaat, maar dwingt ons om met hem met open vizier na te denken over de complexe vragen die een geglobaliseerde wereld stelt.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234