Zondag 15/12/2019

Misdaad

“Het hoofd van zijn vrouw lag bij het vuilnis”: misdaaddokters over de zaken die ze nooit zullen vergeten

Lieve Dams, forensisch psychiater. Beeld Stefaan Temmerman

In Misdaaddokters, vanaf volgende week op Canvas, vertellen forensisch experts hoe ze zware misdaden reconstrueren. Welkom in een wereld waarin doden de waarheid ­spreken en psychiaters van hun stoel vallen.

LIEVE DAMS: “WAT IK TOEN HEB GEZIEN, ZAL IK NOOIT VERGETEN”

Over de feiten zelf wil Lieve Dams niet veel kwijt, maar het dossier dat haar altijd zal bijblijven, is een babymoord waarbij het kind verstikt werd in een handdoek, in een emmer water werd ondergedompeld en daarna bij het vuilnis werd gedumpt.

“Ik was aanwezig op de wedersamenstelling van de moord en wat ik daar heb gezien, zal ik nooit vergeten. We kwamen aan in het huis zoals het was verlaten na de arrestatie van de daders. De kopjes stonden nog op het aanrecht, de familiefoto’s op de kast verwezen naar de zorgeloze tijd van voor de feiten. Een gewoon huis in een gewone straat, wat bij mij de indruk versterkte dat de feiten iedereen hadden kunnen overkomen.”

Beroep: forensisch psychiater

Misdaad: babymoord

Datum: 2012

Daders: moeder en grootmoeder

Straf: 23 en 20 jaar cel

Dams had de daders – de moeder en de grootmoeder van de baby – eerder al gesproken. “Moeder en grootmoeder hadden een sterke band, maar op de wedersamenstelling zag ik de echte interactie tussen de daders – hun lichaamstaal, hun emoties. En die vertelden me veel meer dan hun ondervragingen. Die waarnemingen waren een meerwaarde bij het schrijven van mijn rapport.”

Als forensisch psychiater mag je je eigen emoties op zulke momenten niet laten meespelen, zegt Dams. “Ik moet alleen kijken naar de persoon die voor me zit en beoordelen of die een psychiatrische problematiek heeft. Maar dat betekent niet dat als ik ’s avonds naar huis rijd, niet nadenk over wat ik heb gezien. In het geval van de babymoord werd ik overspoeld door dankbaarheid voor mijn eigen leven en dat ik mijn kinderen zonder veel problemen heb kunnen grootbrengen.”

Dat de feiten iedereen hadden kunnen overkomen, terwijl ze toch bijzonder gruwelijk zijn, is voor Dams een no-brainer. “Een moeder zou nooit zonder reden haar kind ombrengen. Dat gebeurt alleen in een bepaalde gemoedstoestand. Bijvoorbeeld in de context van een scheiding, waarbij het vaak gebeurt dat een van de ouders de kinderen niet wil delen. Wanneer de baby dan ook nog een prematuurtje is, waardoor je als moeder een verzwakt lichaam hebt en minder partner kunt zijn, kan dat eveneens een rol spelen, net zoals een postnatale depressie dat kan doen bij een kinderdoding. Dat zijn normale zaken die toch kunnen leiden tot delictgedrag.”

Al komt zulk gedrag nooit alleen, meent Dams. “Er is altijd sprake van een samenspel van factoren: de persoonlijkheid van de dader, de interactie met anderen. Daarom vind ik niet dat een geesteszieke altijd ontoerekeningsvatbaar en dus onschuldig is. Ik adviseer zelden ontoerekeningsvatbaarheid. Ik ben voorstander van het Nederlandse systeem, dat een glijdende schaal hanteert. Bij ernstig of sterk verminderde toerekeningsvatbaarheid, bijvoorbeeld in het geval van schizofrenie of autisme, kun je eerst een straf krijgen en daarna een maatregel om aan je problematiek te werken. Een autist die een moord pleegt omdat hij paranoïde gedachten heeft en denkt dat zijn partner vreemdgaat, is niet bij voorbaat gestoord. Iemand die in een psychose zit en een rituele moord pleegt omdat hij dat moest van God, kan dat wel zijn.”

Geert Van Parys, forensisch patholoog. Beeld Stefaan Temmerman

GEERT VAN PARYS: “DE GRENS TUSSEN HIGH ZIJN EN DE DOOD IS ERG SMAL

Twee jaar geleden wordt Geert Van Parys bij een overlijden geroepen van een dertigjarige man in West-Vlaanderen. “Een onverwacht sterfgeval van een jonge mens: altijd de moeite waard om te onderzoeken”, zegt Van Parys. “We hadden snel door dat hij een drugsgebruiker was. Naast zijn lichaam lag een opgerold bankbiljet en een bankkaart. Maar de drugs vonden we niet onmiddellijk. We bevonden ons bovendien in een kraaknette woning – niet de omgeving die je verwacht bij een drugsdode.”

Plots merkt iemand een pakje op van UPS, dat diezelfde ochtend blijkt te zijn geleverd. Er steekt een zakje in met wit poeder en een gebruiksaanwijzing in het Chinees. “Een jonge politieman maakte er een foto van en haalde die door een vertaalapp. Het ging om U-47700, een diergeneesmiddel dat in Afrika wordt gebruikt om groot wild in slaap te brengen. Ik had er nog nooit van gehoord”, zegt Van Parys. Via een zoektocht op Google komt Van Parys op obscure blogs terecht waar drugsgebruikers elkaar tips geven. U-47700, bijgenaamd Pinky, staat er geboekstaafd als een designerdrug met hetzelfde effect als heroïne, maar wel een die veel krachtiger en goedkoper is: amper 17 euro per gram.

Beroep: forensisch patholoog

Feiten: overdosis drugs

Datum: 2017

Dader: U-47700, bijgenaamd Pinky

Twee weken later, een gerechtelijke plaatsopneming in Gent. Een doctoraatsfeestje op een universiteitslabo eindigt abrupt wanneer op het toilet een dertiger dood wordt aangetroffen. De MUG-arts denkt aan hartfalen, maar de procureur haalt er wetsdokter Van Parys bij. Pas als die de sokken van het slachtoffer uittrekt, vindt hij onder de voetzool een zakje met wit poeder: U-47700.

De drug doet Van Parys denken aan fentanyl, de pijnstiller waaraan Prince stierf na een overdosis. “Ronduit gevaarlijk: met een eenvoudige muisklik kun je U-47700 bestellen in China, maar omdat je de concentratie niet kent, is de grens tussen een high en de dood erg smal. Technisch gezien is U-47700, een chemisch opiaat dat in een labo wordt gemaakt, zelfs niet illegaal, omdat het niet op de lijst van illegale drugs staat.”

Van Parys maakte nog een derde overlijden mee na een overdosis Pinky. “Toen schrok ik echt: een designwoning, pas gebouwd, meubels van Philippe Starck – het kon zo in de weekendbijlage van een krant. De man, die twee jonge kinderen had, lag dood in bed. Zijn vrouw had hem gevonden. Ze wist niet dat haar man gebruikte – waarschijnlijk ging het om een experiment en had de man eerder al drugs gebruikt. Je neemt U-47700 niet als eerste drug.”

Per jaar stoot Van Parys op een twintigtal drugsgerelateerde overlijdens. “Silent killers, noem ik ze. Ze staan niet op de voorpagina van de kranten, omdat het meestal over marginalen gaat – polydrugsgebruikers die het klassieke traject afleggen van heroïne naar morfine en ten slotte methadon. Gebruikers van U-47700 zitten in een andere sociale omgeving. Ze denken dat ze hun gebruik onder controle hebben, maar ze weten niet wat ze in huis halen.”

Hans Hellebuyck, forensisch psychiater. Beeld Stefaan Temmerman

HANS HELLEBUYCK: “IK HEB TOEN TOCH EVEN MET MIJN OGEN MOETEN KNIPPEREN”

In het voorjaar van 2004 komt Jean-Pierre Decommere helemaal onder het bloed aan bij een vriendin. Hij kan niet uitleggen wat er is gebeurd. Doordat hij al weken aan de drank is, krijgt hij zijn zinnen en gedachten niet meer geordend. De vriendin belt de politie, die het appartement van Decommere in Nieuwpoort besluit te doorzoeken. De agenten treffen er een half in stukken gezaagd lijk aan waarvan ze het hoofd niet terugvinden.

Tijdens zijn ondervraging kan Decommere niet anders dan de moord op zijn partner Annie Devos bekennen. Zij had aangekondigd dat ze hem zou verlaten, waarop hij in haar slaap het hoofd insloeg met een bijl. Daarna was het plan diffuus: wat met het lijk? Na een maand naast het dode lichaam te hebben geslapen, besloot Decommere het in stukken te zagen. Het hoofd stak hij in een vuilniszak en dumpte hij in een vuilbak op straat.

Toen de politie hem oppakte, was Decommere net begonnen met de rest van het lijk in stukken te zagen. De resten wilde hij in een valies stoppen die hij speciaal daarvoor had gekocht.

Beroep: forensisch psychiater

Misdaad: partnermoord op Annie Devos en Annie Cloet

Datum: 2004 en 1993

Dader: Jean-Pierre Decommere

Straf: levenslange opsluiting 

In afwachting van zijn assisenproces kreeg Decommere, een gepensioneerde RVA-inspecteur, in de gevangenis bezoek van psychiater Hans Hellebuyck, die moest uitmaken of Decommere sociaal gevaarlijk was en of hij leed aan een geestesziekte. Als ze ontoerekeningsvatbaar verklaard worden, zijn daders onschuldig en krijgen ze in plaats van een gevangenisstraf een interneringsmaatregel opgelegd.

“In het dossier had ik gelezen dat Decommeres eerste vrouw, Annie Cloet, elf jaar voordien dood was aangetroffen in bad, met haar beide polsen doorgesneden”, zegt Hellebuyck. “Zijn volgende partner had hij van een dak geduwd, een val die de vrouw overleefde. Toen ik Decommere vroeg of de jury nog zou geloven dat de dood van Annie Cloet een zelfdoding was, gaf hij toe dat hij ook die vrouw had vermoord. Ik heb toen even met mijn ogen moeten knipperen. Een extra bekentenis kom je niet elke dag tegen.”

Hellebuyck was vooral verbaasd door de snelheid waarmee de bekentenis kwam. “Toen ik hem daarnaar vroeg, zei Decommere dat de vader van Annie Cloet destijds in de krant had gezegd dat hij niet geloofde in een zelfmoord. Hij dacht dat het gerecht het lijk ondertussen had opgegraven en na onderzoek tot dezelfde conclusie was gekomen. Ik herinner me nog dat Decommere voor zijn voortvarendheid op zijn kop heeft gekregen van zijn advocaat.”

Het is trouwens maar raar, zegt Hellebuyck, dat de eerste onderzoeksrechter de feiten klasseerde als zelfmoord, terwijl beide polsen van het slachtoffer waren doorgesneden. “Iemand moet mij toch eens uitleggen hoe je je tweede pols doorsnijdt als je al in je eerste pols hebt gekerfd. Maar goed: het dossier werd destijds onderzocht door de beruchte Veurnse ex-onderzoekrechter Yves Vanmaele (die legendarisch traag optrad in dossiers en een tijdje van corruptie werd verdacht, red.).”

In zijn psychiatrisch verslag omschreef Hellebuyck Decommere niet als een psychopaat, wel als een dader met psychopate trekken die, als hij ooit zou vrijkomen en opnieuw een relatie zou beginnen, sociaal gevaarlijk was. Decommere stierf in 2015 in de gevangenis van Brugge.

Joke Wuestenbergs, forensisch patholoog. Beeld Stefaan Temmerman

JOKE WUESTENBERGS: “HET HELPT ALS ER BIJ JEZELF EEN KANTJE AF IS”

Het was haar eerste onontdekte doding die ze zelf vaststelde, zegt Joke Wuestenbergs over de zwembadmoord die ze op haar bord kreeg in haar eerste jaar in het UZ Leuven, als assistent van wetsdokter Wim Van de Voorde.

“Ik was van wacht en kreeg telefoon van wat toen nog het parket van Hasselt was (
tegenwoordig parket Limburg, red.). In Leopoldsburg was een vrouw verdronken in een zwembad van 1,10 meter diep. Te veel alcohol, dacht de politie. Bovendien kon het slachtoffer niet zwemmen. Maar de vrouw vertoonde letsels die je niet met een verdrinking associeert. Overigens waren er vanaf hetzelfde adres eerder meldingen binnengekomen van intrafamiliaal geweld.”

Tijdens de autopsie stelde Wuestenbergs kneuzingen vast op het hoofd en het keelskelet van slachtoffer Cynthia Elisabeth. “Dan begint het spannend te worden. Ik heb professor Van de Voorde gebeld om te overleggen hoe we de parketmagistraat het best konden inlichten. De magistraat liet onmiddellijk de partner aanhouden, die snel een semi-bekentenis aflegde.”

Beroep: forensisch patholoog

Misdaad: wurging en verdrinking van Cynthia Elisabeth

Datum: 2011

Dader: Jesus Fornerino

Straf: 25 jaar cel

Volgens Jesus Fornerino was er een schermutseling geweest tussen hem en Elisabeth, waarbij ze in het zwembad waren terechtgekomen. Daar had hij haar bij de keel van zich weggeduwd. Knijpen, dat had hij niet gedaan, beweerde Fornerino: na een werkongeval had hij geen kracht meer in zijn rechterhand. “Maar dat heb ik kunnen weerleggen toen Fornerino achteraf bij ons op consultatie kwam om zijn rechterhand te testen”, zegt Wuestenbergs. “Met zijn knijpkracht was niets mis.”

Op zijn assisenproces in januari 2014 kreeg Fornerino 25 jaar cel. Twee maanden later werd hij dood aangetroffen in zijn cel in de gevangenis van Hasselt. Natuurlijk overlijden, deze keer.

Jaarlijks blijven er in ons land 150 dodingen onopgemerkt. Worden het makkelijkst gemist volgens Wuestenbergs: moorden waarbij geen overmatig geweld is gebruikt, zoals een vergiftiging, en wurgingen waarbij de dader een over­gewicht heeft op het slachtoffer.

“Het is dankbaar om te kunnen achterhalen hoe iemand gestorven is. Je speelt voor een stukje detective en dat trekt me aan”, aldus Wuestenbergs. “In de geneeskunde is er veel variatie en als specialist weet je veel van een klein deel van het lichaam. Maar ik vind het fijner om de kennis die ik tijdens zes jaar geneeskunde studeren heb vergaard, volledig te kunnen toepassen en op basis van deductie een overlijden te verklaren. Maar je moet ervoor gemaakt zijn. Het helpt als er bij jezelf een kantje af is, waardoor je dode of toegetakelde lichamen niet erg vindt.”

Wim Van de Voorde, forensisch patholoog. Beeld Stefaan Temmerman

WIM VAN DE VOORDE: “PLOTS HADDEN WE TE MAKEN MET EEN SERIEMOORDENAAR”

Als diensthoofd van de forensische biomedische wetenschappen in het UZ Leuven heeft Wim Van de Voorde al veel dode lichamen op zijn onderzoekstafel gehad, maar geen ander dossier heeft hem emotioneel en professioneel zo geraakt als dat van Ronald Janssen. “Nooit heb ik zoveel druk ervaren als toen er in mei 2007, een week na de verdwijning van Annick Van Uytsel in Diest, een pakket kwam bovendrijven in het Albertkanaal in Lummen.

“Het was een heuse begankenis aan het kanaal. De televisiecamera’s stonden opgesteld, nieuwsgierigen stroomden toe. Wat er in het pakket zat, was toen nog niet geweten, maar om het sporenonderzoek niet te verstoren, hebben we beslist het onaangeroerd naar Leuven te brengen.

Beroep: forensisch patholoog

Misdaad: moord op Annick Van Uytsel

Datum: 2007

Dader: Ronald Janssen

Straf: levenslang

“Toen we het pakket openden, moesten er knopen ontward worden. Die moesten gedocumenteerd worden, want dat kon wijzen op een bepaalde deskundigheid van de dader. Daarna moest de verpakking uitvoerig beschreven worden.

“Pas na een uur kwamen we bij het lichaam, dat in staat van ontbinding was. Om uitsluitsel te krijgen over de identiteit, heb ik de radioloog foto’s laten nemen om die te vergelijken met een breuk die Annick eerder had opgelopen. Na een tweede positieve match met gebitsgegevens stroomde de autopsiezaal plots leeg. De procureur heeft toen iedereen tegengehouden, met de boodschap dat we eerst de ouders van Annick moesten inlichten, omdat zij uiteraard aan het meekijken waren op tv.”

Tijdens de autopsie stelde Van de Voorde vast dat de letsels op het lichaam van Annick niet strookten met de klassieke doding gevolgd door dumping. “Er waren aanwijzingen dat ze nog één of twee dagen geleefd had. Dat betekende dat de dader de fiets had laten verdwijnen, het slachtoffer had verborgen en gelegenheid moest hebben gehad om het lichaam te dumpen.”

Ook de zware verwondingen aan het hoofd, die Van de Voorde aanbracht op een 3D-print van de schedel om op het proces te tonen, vertelden een bijzonder verhaal: normaal gaat dat gepaard met veel bloed, maar op het lichaam van Annick was geen enkel bloedspoor te vinden. “De dader had het lichaam dus grondig gereinigd. Dat sloeg in als een bom. Plots hadden we niet meer te maken met een klassieke doder, maar met een seriemoordenaar.”

Extra moeilijkheid: de politie trok de bevindingen van de wetsdokter in twijfel. Volgens enkele speurders moest het om een dader gaan die per ongeluk een fietser had aangereden, in paniek was geraakt en het lichaam had verborgen. “Op basis van mijn bevindingen was dat uitgesloten”, aldus Van de Voorde. “Toch kreeg ik bijkomende opdrachten om mijn resultaten te verduidelijken. Dat zorgde voor nogal wat persoonlijke druk. Mijn dochter zat in de klas met de broer van Annick, mijn vrouw – die ook arts is – kwam haar ouders tegen in de Delhaize. Je leeft mee, maar ik moest tegenover iedereen afstand houden. En het antwoord op de cruciale vraag, of Annick misbruikt was, mocht pas op het assisenproces beantwoord worden.

“Uiteindelijk ben ik fier dat mijn werk in deze zaak de waarheid heeft gediend en dat ik voor de ouders het maximale eruit heb kunnen halen op forensisch vlak. Het was niet evident om dat op het assisenproces te verwoorden, maar ik denk dat ik een serene, empathische getuigenis heb afgelegd. Ik heb er speciaal op gelet dat ik niet sprak over ‘het lijk’ of ‘het slachtoffer’, maar dat ik het gewoon had over Annick.”

Misdaaddokters, vanaf woensdag 6 februari om 21u20 op Canvas

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234