Woensdag 05/10/2022

AchtergrondAmerikaanse politiek

Het Hof buigt zich over verkiezingsregels, en dat kan grote gevolgen hebben voor de Amerikaanse democratie

Toeristen bij het gebouw van het Amerikaanse Hooggerechtshof in Washington, D.C. Het in meerderheid conservatieve Hof maakt een einde aan progressieve politieke praktijken in de Verenigde Staten. Beeld Getty Images
Toeristen bij het gebouw van het Amerikaanse Hooggerechtshof in Washington, D.C. Het in meerderheid conservatieve Hof maakt een einde aan progressieve politieke praktijken in de Verenigde Staten.Beeld Getty Images

Na abortus, wapens en broeikasgas neemt het Hooggerechtshof nu de verkiezingsregels in de Amerikaanse staten onder de loep – tot afgrijzen van de Democraten

Bas den Hond

Voor Zeus moest je oppassen, begrepen de oude Grieken. Je wist nooit wie de oppergod wanneer met zijn bliksemschicht zou treffen. Soms als terechte straf, soms gewoon omdat het hem wel een goed idee leek.

In Washington DC, in een gebouw met een marmeren gevel en Korintische zuilen, geïnspireerd door de antieke tempels in het verre Europa, zetelt een instituut met een soortgelijke macht over de Amerikaanse politiek: ongrijpbaar, wispelturig, onontkoombaar. Vooral in juni, elk jaar weer, bliksemt het een paar keer flink in de Amerikaanse hoofdstad, wanneer de negen leden van het Hooggerechtshof, zonder aan te kondigen wanneer precies, de conclusies vrijgeven van de meest zwaarwegende zaken. Regelmatig gaan daarbij juridische bouwwerken, die jarenlang betrouwbaar dienst deden, in vlammen op.

Afgelopen maand waren dat vooral wetten en regels die progressieve Amerikanen niet graag zagen sneuvelen: het landelijke recht op abortus; het recht van staten om het dragen van wapens buitenshuis te beperken. Niet alle rechters waren het daarmee eens, de progressieve leden van het Hof spraken er schande van. Maar die groep omvat nog maar drie van de negen rechters.

En terwijl de buren van die rechters in het Congres, en even verderop de president in zijn Witte Huis, dat nog allemaal aan het verwerken waren, klonk in de verte alweer het gerommel van de volgende onweersbui. Na de zomer, kondigde het Hof aan, zal het bezien of rechters eigenlijk wel toezicht mogen houden op verkiezingen in de VS.

De bestorming van het Capitool als voorproefje

Bij die mededeling werd het met name Democratische politici koud om het hart. Het Hooggerechtshof zou weleens, denken ze, het leerstuk van het ‘onafhankelijke staatsparlement’ tot landelijk dogma kunnen verheffen. Een juridische mondvol met een subtiele achtergrond en deze mogelijk rampzalige uitkomst: dat de landelijke presidentsverkiezingen in 2024 een Democratische winnaar opleveren, maar er dankzij ingrijpen van Republikeinen op lokaal niveau uiteindelijk een Republikeinse president uit de bus komt. En dat dan de bestorming van het Capitool op 6 januari 2021 nog maar een bescheiden voorproefje zal blijken te zijn geweest van de crisis in de Amerikaanse democratie.

De voorbereidingen zijn al in volle gang, vrezen de Democraten. In allerlei staten waar de Republikeinen de macht in handen hebben, zijn er de afgelopen maanden voorverkiezingen geweest voor die partij, waarbij werd bepaald wie de kandidaten zouden worden voor allerlei lokale politieke functies. Daarbij hebben er veel kandidaten gewonnen die volhouden dat Donald Trump de presidentsverkiezingen van 2020 helemaal niet verloren heeft. Zij maken in die staten grote kans in november ook gekozen te worden, tot minister van Justitie bijvoorbeeld, of van Binnenlandse Zaken.

Wie ervan overtuigd is dat er bij de verkiezingen in 2020 grootscheepse fraude is gepleegd, ook na alle onderzoeken die het tegendeel aantoonden, of dat in ieder geval de kiezer wil wijsmaken, zal dat bij volgende verkiezingen opnieuw zeggen. Zo iemand zal bereid zijn om een ‘frauduleuze’ verkiezingsuitslag te corrigeren. Als dit in 2021 in een handvol door Republikeinen geregeerde staten was gebeurd, en zij die uitslag officieel hadden gemeld aan het Congres in Washington, dan was Donald Trump weer president geworden.

Geen rechter heeft iets te zeggen

Dat mag natuurlijk niet zomaar. In alle staten zijn er wetten en regels die voorschrijven hoe de verkiezingen dienen te verlopen, en rechters die de nakoming daarvan kunnen afdwingen. Maar volgens het idee van het ‘onafhankelijke staatsparlement’ is dat allemaal onterecht. Want de Amerikaanse grondwet zegt het letterlijk: “De tijden, plaatsen en wijzen van het houden van verkiezingen voor afgevaardigden en senatoren zullen in elke staat worden voorgeschreven door de volksvertegenwoordiging daarvan.” Dat geldt ook voor presidentsverkiezingen. Als je dat letterlijk leest, heeft geen enkele rechter, federaal of in de staat zelf, daar nog niets over te zeggen.

Zouden volksvertegenwoordigers in de Amerikaanse staten zo opportunistisch zijn om hiervan misbruik te maken? Uiteraard. En niet alleen Republikeinen. Beide grote partijen maken ook nu al uitbundig gebruik van bestaande mogelijkheden binnen het Amerikaanse politieke systeem om, eenmaal in een machtspositie gekomen, die heerschappij zo lang mogelijk te behouden.

Via ‘gerrymandering’ bijvoorbeeld, het zodanig trekken van de grenzen van districten dat de eigen partij de meerderheid van de zetels behoudt, zelfs al komt die daarvoor stemmen tekort.

Gunstig voor de Republikeinen

De zaak die het Hooggerechtshof nu besloten heeft te behandelen, gaat precies daarover. In North Carolina trokken de Republikeinen nieuwe grenzen voor kiesdistricten, die voor henzelf gunstig waren. Het Hooggerechtshof van die staat keurde dat af. Aan de federale hoge rechters vragen de Republikeinen nu om hun collega’s in North Carolina terug te fluiten. Die zouden zich niet met hen moeten bemoeien.

Als het Hof daarmee instemt, speelt het niet alleen de Republikeinen in North Carolina in de kaart, maar in tientallen andere staten waar zij de meerderheid hebben in het parlement. In sommige van die staten is momenteel de gouverneur nog een Democraat, die onwelgevallige wetten met zijn of haar veto kan treffen. Maar volgens de grondwettelijke bepaling die het Hooggerechtshof nu onder de loep neemt, mag ook de gouverneur zich niet bemoeien met het verloop van verkiezingen.

Zal het Hooggerechtshof die revolutionaire stap durven nemen? Het onderuithalen van Roe versus Wade, de uitspraak uit 1973 die abortus voor het hele land legaliseerde, maakt duidelijk dat het Hof, althans de conservatieve meerderheid ervan, niet terugdeinst voor beslissingen waarvoor ‘controversieel’ nog een zwakke omschrijving is. Hoogleraar recht Leah Litman van de Universiteit van Michigan noemde het in haar podcast het ‘YOLO-Hof’, naar de Engelse afkorting voor you only live once, je leeft maar één keer.

Lang gewacht op een meerderheid

De conservatieven in het Hof hebben immers lang moeten wachten op het moment dat ze een doorslaggevende meerderheid hadden. Na de benoeming van Amy Coney Barrett, eind 2020, vlak voordat Donald Trump tegenspartelend het presidentschap aan Joe Biden moest overdoen, konden ze met zijn vijven niet alleen de progressieve vleugel, maar ook de voorzichtige conservatieve opperrechter John Roberts voor voldongen feiten plaatsen. Dat deden ze voortvarend.

Wat zouden de conservatieve rechters nog meer kunnen doen? Komend jaar behandelt het Hof een zaak tussen de Harvard Universiteit en een groep studenten die het niet eens is met een toelatingsbeleid dat niet-witte studenten extra kansen geeft. Ook zal het Hof beslissen over een vorm van gerrymandering die tot nu toe door de wet juist wordt beschermd, en waarbij de grenzen voor een district zodanig worden getrokken dat daarbinnen veel zwarte of latino-Amerikanen wonen, zodat er ook een zwarte of latino-afgevaardigde wordt gekozen.

De teneur is duidelijk, schreven de politieke activisten Bill McKibben en Akaya Windwood in de Britse krant The Guardian: de zekerheden die het Hooggerechtshof bezig is onderuit te halen zijn allemaal ontstaan in de jaren zestig en vroege jaren zeventig, de periode waarin de VS grote stappen zetten in de richting van een samenleving met meer gelijkheid en meer rechten voor alle burgers. Het steuntje in de rug voor zwarte studenten, het arrest Roe versus Wade dat abortus legaliseerde, de Clean Air Act die de strijd tegen luchtvervuiling inzette, de regulering van vuurwapens die toen, hoe gebrekkig ook, zijn beslag kreeg, en de Voting Rights Act die moest voorkomen dat zwarte Amerikanen met allerlei trucs uit het stemhokje werden geweerd.

Tijd om weer te protesteren

McKibben en Windwood zien dat nu weer afgebroken worden, onder meer doordat hun generatie, die dat allemaal voor elkaar kreeg, daarna op haar lauweren ging rusten, genietend van wat er bereikt was. De door hen opgerichte groepering Third Act (‘derde bedrijf’) roept diezelfde generatie op weer in verzet te komen: “Wij zijn de leeftijd voorbij dat toegang tot abortus beslissend is voor hoe ons leven zal verlopen, en we zullen doodgaan voordat de klimaatverandering op zijn ergst is. Maar dat geeft ons juist de kans om onbevreesd te vechten voor de toekomst.”

Jongeren kunnen de energie leveren voor die strijd, maar ouderen, zeggen McKibben en Windwood, weten meer, stemmen trouwer dan jongeren, en zijn vaak rijker. “Het wordt tijd voor ons om weer in protest de straat op te gaan, misschien een beetje langzamer, maar niet met minder hoop of vastberadenheid.”

Daar staat tegenover dat conservatieven juist zeer gelukkig zijn met de nieuwe koers van het Hof. Zij vatten die liever samen als een gestage ontmanteling van ‘de administratieve staat’, waarmee ze alle tentakels bedoelen die de overheid tot in de kleinste hoekjes van het bestaan heeft uitgeslagen, waardoor de individuele burger in zijn vrijheid beknot wordt, de staten aan bevoegdheden verliezen en de bevolking als geheel onvoldoende te zeggen heeft over het beleid.

Het Hof maakt Democraten machteloos

De recente beslissing over het uitstootbeleid van het milieuministerie EPA is daar een goed voorbeeld van. Er zouden regels komen voor het broeikasgas CO2 op basis van die Clean Air Act. Die werd aangenomen in 1963, toen klimaatverandering door die uitstoot nog helemaal niet op de politieke agenda stond. Als nieuw beleid grote gevolgen heeft voor burgers of bedrijven, moet het Congres dat nieuwe beleid maar in een wet vastleggen, vindt het Hof. De verwachting is dat het nog veel meer organen van de overheid de pas af zal snijden in afwachting van expliciete wetten voor wat ze van plan zijn.

In een normale democratie is dat een redelijk standpunt. Maar in de politieke realiteit van de VS staat zo’n oordeel bijna gelijk aan een definitief verbod. Want het moment dat het Congres een stoer klimaatbeleid gaat voeren, is nog ver weg. President Biden zou zo’n wet nog wel door het Huis van Afgevaardigden kunnen krijgen, waar de Democraten de meerderheid hebben, maar in de Senaat zijn traditioneel 60 van de 100 stemmen nodig om een wet aan te nemen. Met hun 50 stemmen staan de Democraten daar machteloos.

Om diezelfde reden komt er voorlopig echt geen wet die burgers het recht op abortus teruggeeft, ook al vindt een meerderheid van de Amerikanen dat een goed idee. Het Hooggerechtshof heeft niet gezegd dat dit niet mag, alleen dat zo’n recht – bij nader inzien, na 49 jaar – nergens in de Grondwet te lezen is. Om aan de benodigde 60 stemmen voor een wetswijziging te komen zouden de Democraten, vanwege de ongelijk aflopende termijnen van senatoren, jaren achtereen verkiezingen moeten winnen – in het snelste scenario achtereenvolgens dit jaar, in 2024 en in 2026, wat erg onwaarschijnlijk is. De 60-stemmenregel afschaffen zou een andere optie zijn. Maar daar zijn zelfs niet alle Democraten het over eens, bang als ze zijn dat ze na verloren verkiezingen dat blokkademiddel zelf niet meer zullen kunnen inzetten.

Zolang dit de manier is waarop de Amerikaanse volksvertegenwoordiging functioneert, zijn het de negen rechters in die pseudotempel achter het Capitool die de Amerikanen letterlijk de wet stellen. En hun bliksemschichten zullen nog heel lang van rechts komen.

Als, als, als... de toevalligheden die Amerikaanse vrouwen het abortusrecht kostten

De politiek werkt altijd met enige vertraging door in de ideologische opstelling van het Amerikaanse Hooggerechtshof. Dat komt doordat de leden van het Hof voor het leven worden benoemd door de Senaat, en opvolgers worden voorgedragen door de president van dat moment.

Dat het Hof nu een sterke conservatieve meerderheid heeft, is echter ook het gevolg van toevalligheden, gecombineerd met een keihard politiek optreden van de Republikeinen.

Dat begon in 2016 met het overlijden van de conservatieve rechter Antonin Scalia. Barack Obama was president en droeg rechter Merrick Garland voor (de huidige minister van Justitie) als nieuwe rechter. Het Hof had tot dat moment een conservatieve meerderheid, maar nam soms ook beslissingen die progressieven toejuichten, zoals het erkennen van het homohuwelijk.

Met het aantreden van Merrick Garland zou het Hof een progressievere signatuur krijgen. Maar de Republikeinen weigerden, in strijd met het gebruik, de voordracht zelfs maar te behandelen. Een nieuwe rechter voor het Hof voordragen kon je in een jaar waarin er presidentsverkiezingen waren niet doen, hield de Republikeinse leider Mitch McConnell vol. In feite hoopten de Republikeinen op de komst van een Republikeinse president die vervolgens de nieuwe rechter zou kunnen voordragen. Hun hoop kwam uit, Donald Trump won op het nippertje van Hillary Clinton (ze kwam maar 80.000 stemmen in drie staten tekort) en hij benoemde in 2017 Neil Gorsuch.

Trump mocht ook een vervanger voordragen voor Anthony Kennedy, een gematigd conservatieve rechter die met pensioen ging. Brett Kavanaugh maakte zijn opwachting – na een bijzonder rumoerige procedure in de Senaat, omdat hij ervan werd beschuldigd jaren geleden iemand te hebben aangerand.

Nog had de conservatieve vleugel niet volledig de overhand, want opperrechter John Roberts, bezorgd om de reputatie van het Hof, gaf zijn stem niet aan al te extreme standpunten. Maar in het laatste jaar van Donald Trumps presidentschap, nog geen twee maanden voor de verkiezingen, overleed de progressieve rechter Ruth Bader Ginsburg. De Republikeinen vergaten hun eerdere regel over nieuwe rechters in een verkiezingsjaar, en Donald Trump droeg Amy Coney Barrett voor. In iets meer dan een maand was haar benoeming een feit. Het verdwijnen van het landelijke recht abortus was daarna een kwestie van tijd.

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234