Vrijdag 09/12/2022

Het hobbelige parcours van de Israëlisch-Amerikaanse relatiesOnder George Bush Sr. (1989-1993)Van kritiek tot engagement

Aanvankelijk was de positie van de regering-Bush met betrekking tot Israël minder uitgesproken pro-Israëlisch dan in de Reaganjaren. Zo herinnerde vader Bush er bij het begin van zijn ambtstermijn aan dat Oost-Jeruzalem bezet gebied was en niet ressorteerde onder de soevereiniteit van Israël, een uitspraak die voor woede zorgde in de Joodse staat. De kritische koers werd echter verruild voor een duidelijk engagement jegens Israël nadat het Irak van Saddam Hoessein het kleine Koeweit binnengevallen was en Israël met scuds bestookt werd. Onder druk van de VS zag Israël af van represailles tegen Irak, zodat Arabische landen als Syrië en Egypte eveneens aan de kant van Koeweit en de VS bleven staan. Bush en zijn minister van Buitenlandse Zaken James Baker waren cruciaal voor de organisatie van de Vredesconferentie van Madrid in 1991, die de aanzet zou vormen tot de daaropvolgende Israëlisch-Palestijnse toenadering.

Onder Bill Clinton (1993-2001)Veroordeling van nederzettingenpolitiek

Nadat de Palestijnse Bevrijdingsorganisatie (PLO) en Israël elkaar wederzijds erkend hadden, maakte Bill Clinton bekend dat de VS ook met de PLO zouden praten. Op 26 oktober 1994 was Clinton aanwezig bij de ondertekening van het Israëlisch-Jordaanse vredesakkoord, in 1995 werd op het Witte Huis een interimakkoord bezegeld tussen Israëli’s en Palestijnen. De sfeer sloeg om na de moord op Yitzhak Rabin in november 1995. Het vredesproces stokte en in Israël kwam Benyamin Netanyahu aan zet. Bill Clinton veroordeelde diens uitbreiding van de Joodse nederzettingen op de Westoever. De Israëlische verkiezingen van mei 1999 werden gewonnen door de Arbeidspartij van Ehud Barak. Onder diens premierschap werd gepoogd het vredesproces opnieuw op de rails te krijgen, maar de Israëlisch-Palestijnse gesprekken op het Witte Huis, in Oslo, in Camp David en Sharm-el-Sheik resulteerden aan het eind van de rit in een mislukking.

Onder George W. Bush (2001-2009)Uitgesproken pro-Israëlische koers

Anders dan vorige regeringen, die de nederzettingenpolitiek van Israël steevast verwierpen, gaf de regering-Bush in het kielzog van 9/11 te kennen dat het “onrealistisch” was de bestandslijn van 1949 als eindresultaat van eventuele onderhandelingen te zien. “De realiteit op het terrein is veranderd”, luidde het toen. De regering-Bush veroordeelde zowel het Israëlische als het Palestijnse geweld en riep Israël routineus op zich na operaties “zo snel mogelijk” uit de Palestijnse gebieden terug te trekken. Hoewel de latere buitenlandminister Condoleezza Rice meermaals naar het Midden-Oosten reisde, was zij van het standpunt dat Israëli’s en Palestijnen zoveel mogelijk zelf naar oplossingen moesten zoeken. De algemene indruk was dat de regering-Bush niet alleen uitgesproken pro-Israëlisch was maar bovendien weinig engagement toonde in het streven naar vrede in het Midden-Oosten. Wel verzetten de VS zich nadrukkelijk tegen mogelijke Israëlische acties tegen Iran. (LD)

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234