Dinsdag 15/10/2019

Het hart van de jonge wielrenner is broos

In 2003 verscheen een studie in de European Heart Journal. Men had bijna vijf jaar lang 46 topsporters met hartritmestoornissen gevolgd. Tachtig procent waren wielrenners. Negen van die sporters stierven aan plotse hartdood, zonder uitzondering wielrenners, zonder uitzondering jonger dan de rest van de groep.

Lange tijd werden de hartdoden uit het wielrennen verklaard door dopinggebruik. Alle specialisten zijn het erover eens dat er geen verband is tussen doping en plotse hartdood. Plotse hartdood is ook niet het voorrecht van wielrenners, maar wordt meer gemediatiseerd dan die van pakweg voetballers. De opvallendste hartdoden van de laatste jaren waren trouwens geen wielrenners, maar voetballers - Miklos Fehrer (Benfica), Mark-Vivien Foé (Kameroen), Antonio Puerta (FC Sevilla) - en vorig week treurde Frankrijk nog om een jonge voetballer. Ze waren in actie onwel geworden en als gevolg daarvan overleden.

Vlaanderenrenner Frederiek Nolf stierf in zijn slaap en dat is uitzonderlijk, meent Jan Vercammen, als cardioloog verbonden aan het UZ Gent en het Ypermanziekenhuis in Ieper en zelf een fervent fietser. "Een gewone burger heeft vijftig tot zestig keer meer kans te sterven tijdens een inspanning, terwijl dat bij een sporter nog steeds vijf tot zes keer meer is."

Alle hartfalens zijn te vergelijken met kortsluitingen in de elektrische leidingen van een huis. Ineens gaat het fout en valt de stroom uit waardoor het hart stopt. Cardiologen als Johan Van Lierde, ooit lid van de cardiologische commissie van de internationale wielerbond, onderscheidden eerder in deze krant drie soorten sportharten: het hart waar niks mis mee is, het hart dat ongeschikt is voor topsport en dat door een screening wordt ontdekt en ten slotte een derde soort harten dat op het eerste gezicht goed is, maar waar na een korte tijd een kortsluiting optreedt, maar niet altijd, niet overal en dus niet voorspelbaar.

Bij jonge sporters vallen drie types hartfalen te onderscheiden, weet dr. Vercammen. "De hypertrofische myocardiopathie of verdikte hartspier is er één van. Daarnaast is er de aangeboren stoornis in de rechterkamer die ook vaak aanleiding geeft tot een kortsluiting. Ten slotte is er het Brugada-syndroom, een slecht functionerende hartspier ten gevolge van een genetische aandoening."

Vooral die laatste hartaandoening treft gezonde jongen mensen in hun slaap.

Een plotse hartdood is meestal geen verrassing, zegt cardioloog Van Lierde van Genk. "Een plotse dood komt nooit onaangekondigd, maar men moet de symptomen kunnen herkennen. Flauw vallen door een inspanning is daar één van."

De laatste Belgische hartdode in het wielrennen viel in september 2004. De veldrijder Tim Pauwels overleed tijdens een wedstrijd, nadat hij een week eerder al onwel was geworden. Precies omdat het hart de beperkende factor is in het wielrennen en ook het meest belaste onderdeel van het menselijk lichaam, worden wielrenners de laatste tien jaar speciaal gescreend. Om het andere jaar wordt een elektrocardiogram bij inspanning of een echografie afgenomen bij alle renners tot en met de amateurs. In Italië geldt dit voor alle sporters en is men ook strenger dan bij ons. Elke minste aanwijzing op een hartaandoening is er aanleiding voor een sportverbod. Italië heeft bijna geen hartdoden in de sport.

Jan Vercammen kent echter ook de beperkingen van de screening: "Jammer genoeg zien wij in zo'n cardiologisch onderzoek niet alles. Soms glipt er een potentieel hartfalen door de mazen van het net en soms gaat het later ook fout."

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234