Vrijdag 20/09/2019

Interview

Het grote onderwijsdebat: ‘Als de kwaliteit blijft dalen, zullen er dure privéscholen ontstaan. De Vlaming zal het niet blijven pikken’

Ons onderwijs sukkelt stilaan uit de wereldtop: Vlaamse leerlingen behoren tot de slechtst gemotiveerde van 72 onderzochte landen en hun kennis daalt op alle geteste vakken, in alle lagen van de bevolking. Reken daar het lerarentekort bij dat almaar nijpender wordt en er staan ons donkere tijden te wachten.

Karin Heremans, directeur van het Atheneum Antwerpen, ziet er opgewonden uit. Haar telefoon staat roodgloeiend, nadat een Leuvense rechtbank het hoofddoekenverbod in het gemeenschapsonderwijs heeft onderuitgehaald. Door dat vonnis mag een Leuvens meisje straks als enige haar hoofddoek dragen op school, voor alle anderen blijft het verbod gehandhaafd.

Heremans: “Ons onderwijs heeft zo veel noden, het is jammer dat de zoveelste storm over de hoofddoek het debat wéér komt doorkruisen.”

De N-VA droomt van een Vlaams decreet dat een verbod op religieuze symbolen in het hele Vlaamse onderwijs oplegt. Een goede zaak?

Heremans: “Om de eindeloze discussie te stoppen is er nood aan een algemene regel, ja. Wij hebben het verbod ingevoerd nadat Sharia4Belgium in onze school was geïnfiltreerd. Meisjes uit de buurt werden zwaar onder druk gezet om de hoofddoek te dragen, we hadden bewijzen zat.

“Onze school ligt pal in het centrum van Antwerpen en heeft leerlingen van minstens vijftig verschillende nationaliteiten. We hebben gemerkt dat de afwezigheid van symbolen voor rust zorgt.

“Ik wéét dat er een verschil is tussen een atheneum in een grootstad en een plattelandsschool, maar een versnipperd beleid is verwarrend. Je kunt niet van elke school verwachten dat ze een dossier aanlegt om te bewijzen dat er ongezonde, radicale invloeden spelen. Maak één regel voor alle scholen, zodat de discussie eindelijk kan stoppen. Zullen we het dan nu over de belangrijke zaken hebben? (lacht)

Wat moet de absolute prioriteit zijn voor de volgende minister van Onderwijs?

Onderwijsexpert Pedro De Bruyckere: “Het lerarentekort. Alles staat of valt met voldoende goede leerkrachten. Tegen 2028 verwacht men dat er elk jaar vijfduizend tot zevenduizend te weinig zullen zijn, en het aantal studenten in lerarenopleidingen daalt nu al.”

Waaraan is dat lerarentekort te wijten?

Onderwijsexpert Jan Van Damme: “Aan een slecht beleid. Twintig jaar geleden zeiden wij al dat er een professionelere en wetenschappelijke lerarenopleiding nodig was. Voor een onderwijzer is knowhow even belangrijk als voor een arts. In mijn schooltijd stonden die twee beroepsgroepen intellectueel nog op hetzelfde niveau. Kan íémand zich dat vandaag nog voorstellen?”

Wat is er fout gelopen?

Van Damme: “De slimme studenten worden geen leraar meer. Na de democratisering van het hoger onderwijs stimuleerden ouders hun kinderen om naar de universiteit te gaan in plaats van voor leraar te studeren. Het gevolg is dat het niveau van de nieuwe leerkrachten steeds verder wegzakt. Dat blijkt ook uit mijn onderzoeken, maar daar wordt totaal geen rekening mee gehouden. Daarom heb ik besloten dat ik mijn tijd niet meer wil verliezen met Vlaanderen, ik werk alleen nog aan internationale publicaties.”

De Bruyckere: “In 2010 was er een nijpend tekort in het kleuteronderwijs, door een minibabyboom. Tóén wisten we al dat we vanaf 2019 een gigantisch probleem zouden hebben in het secundair onderwijs.”

Heremans: “De voorbije weken waren enorm stresserend. Wij hadden dertien openstaande vacatures. Vroeger konden we uit tientallen sollicitanten de beste kandidaat kiezen. Als er nu twee komen, moet je één van beide meteen aannemen of je bent die kwijt. Gelukkig hebben we alle jobs kunnen invullen.”

Waartoe kunnen lerarentekorten leiden?

Heremans: “Grotere klassen, leerlingen die vaker aan zelfstudie moeten doen, gemotiveerde leraars die extra uren en vakken erbij nemen en overwerkt raken…”

Van Damme: “Je krijgt nog meer kwaliteitsverlies, nog meer vakken die gegeven worden door ondeskundige leerkrachten.”

Heremans: “Zo belanden we in een vicieuze cirkel, want nu al houdt 40 procent van de actieve leerkrachten het binnen de vijf jaar voor bekeken. De job is nog nooit zo zwaar geweest, door de toenemende diversiteit, de anderstaligheid, het dalende respect voor leraars, het M-decreet dat ons in de maag werd gesplitst… Begin maar als leerkracht in een klas met vijf kinderen met leerstoornissen en vijftien leerlingen die thuis geen Nederlands spreken.”

Van Damme: “Ondanks dat tekort moet ook de kwaliteit van de leraars omhoog. Elke directeur van een basisschool klaagt over het niveau van zijn jonge leerkrachten. Die huidige leerkrachten moet je massaal bijscholen, en er moet dringend een universitaire lerarenopleiding voor het basisonderwijs komen, waardoor je opnieuw sterke studenten aantrekt en er onderzoek gebeurt naar leertechnieken.”

De Bruyckere: “Nu zijn scholen al blij als alle lessen gegeven kunnen worden. Dan wordt het moeilijk om leerkrachten vrij te maken voor bijscholing. Op veel scholen worden die budgetten gewoon niet aangesproken, omdat er geen tijd voor is.”

Heremans: “Wij organiseren vóór elk schooljaar drie dagen workshops en bijscholingen. Dat vraagt een extra engagement van onze mensen, in de zomer.”

De Bruyckere: “Het probleem is dat het lesgeven niet meer als een aantrekkelijke job wordt gezien. In het begin van elk schooljaar feliciteer ik mijn studenten omdat ze voor de lerarenopleiding dúrven te kiezen. En dan vraag ik wie de opmerking heeft gekregen: ‘Had je niets beters kunnen doen?’ Meer dan de helft!”

Liggen de lonen te laag?

De Bruyckere: “Nee, in vergelijking met het buitenland zijn die normaal. In Nederland liggen ze een pak lager. De startlonen zijn niet hoog, maar ze stijgen vrij snel.”

Heremans: “Het ligt aan de werkdruk.”

Van Damme: “En aan het amateuristische beleid.”

Een ontslagen bankbediende zou perfect wiskunde kunnen geven, maar in het onderwijs verdient hij maar de helft van wat hij gewend was.

De Bruyckere: “Dat komt omdat de zogenaamde zij-instromers hun anciënniteit niet mogen meenemen. Dat moet dringend aangepast worden.”

Van Damme: “Dat had twintig jaar geleden al gebeurd moeten zijn.”

De Bruyckere: “Maar het kost geld. En je moet de zij-instromers die de voorbije jaren naar het onderwijs zijn overgestapt, ook iets extra geven. Zo gaat het plots over véél geld.”

Van Damme: “Als we kwaliteit willen leveren, moeten we de masters in het onderwijs een masterswedde betalen. Nu lopen die weg naar andere sectoren, omdat de minister en de vakbonden weigeren hun het loon te geven dat bij hun diploma past.”

Je hoort mensen vaak verzuchten dat een leraar vroeger gerespecteerd werd. Vandaag lachen leerlingen hem uit in de klas en krijgen ze thuis nog gelijk ook.

Van Damme: “Het gezag van de leraar moet hersteld worden. Als ik vroeger thuiskwam met een opmerking in mijn agenda, kreeg ik nog een klets erbij. Nu trekken ouders naar de directie, en soms zelfs naar de rechter.”

De Bruyckere: “Veel ouders zijn hoger opgeleid dan de leraar en denken vaak dat ze het beter weten.”

Van Damme: “Ze weten dat alleen de twee gebuisden uit hun klas naar de lerarenopleiding zijn gegaan. (hilariteit) Lach maar, het is zo!”

Heremans: “Door het internet weten sommige leerlingen soms zelfs meer dan de leerkrachten. We mogen niet verwachten dat het supermannen zijn.”

Van Damme: “Ouders moeten weer respect opbrengen voor de leraar. Kinderen hebben dat uit zichzelf, maar als ze hun ouders neerbuigend over leerkrachten horen spreken, is dat fataal. Rechters en directies zouden klagende ouders ook vaker op hun plaats mogen zetten. Maar er zijn geen wonderoplossingen. Het gaat om een mentaliteit in de maatschappij: het respect voor autoriteiten is afgekalfd.”

Heremans: “Als directie proberen we onze leerkrachten nooit af te vallen, zeker niet in het bijzijn van ouders of leerlingen.”

Sommige leerkrachten zeggen dat ze geen te moeilijke toetsen durven te geven, uit angst voor rechtszaken van ouders die alles tot in detail uitpluizen en op zoek gaan naar procedurefouten.

Van Damme: “Dat is een neveneffect van te zwakke leerkrachten. Hoogopgeleide, sterke leerkrachten kunnen ouders wél de mond snoeren.”

Internationaal scoren onze leerlingen steeds slechter. In april bleek dat één op de vijf 11-jarigen de basisvereisten voor begrijpend lezen niet haalt. Midden 2018 lekte uit dat de helft van de kinderen de eindtermen voor Frans niet beheerste. En in 2016 doken onze 15-jarigen omlaag in een internationale wiskundetoets van de OESO. Ligt dat alleen aan zwakkere leerkrachten?

Van Damme: “In 2003 gingen we een eerste keer flink achteruit in die internationale tests. Volgens mij lag dat aan de eindtermen die men had ingevoerd, de minimumlat waar leerlingen over moeten. Sindsdien proberen leerkrachten er vooral voor te zorgen dat hun leerlingen over die lat raken, en vergeten ze hun beter presterende leerlingen te pushen om voor medailles te gaan.”

Heremans: “Een school mag niet tevreden zijn als alle leerlingen het basisniveau halen, ze moet ook de toppers uitdagen. In onze wetenschapsrichtingen werken wij samen met chemiebedrijven, het Instituut voor Tropische Geneeskunde, de logistieke sector… Zo kunnen we onze sterke leerlingen stages aanbieden. Maar voor alle anderen moeten we zorgen dat ze het basisniveau halen.”

Onderwijsspecialisten als Dirk Van Damme en Wouter Duyck zeggen dat het gelijkekansenbeleid te ver is doorgeslagen. Directies en inspecties willen zo veel mogelijk leerlingen laten slagen om hen niet te verliezen, maar daardoor is de kwaliteit gedaald.

Van Damme: “Dirk Van Damme was kabinetschef onder minister Vandenbroucke en heeft zich al verontschuldigd voor het slechte beleid. Het gelijkekansenbeleid zat vol goede bedoelingen, maar men is de kwaliteit uit het oog verloren. (tot Heremans) Uw samenwerking met de bedrijfssector is knap, maar je kunt toch niet van elke school verwachten dat ze die extra’s zelf uitvindt?”

‘Het is niet populair om te pleiten voor de toppers’, zei Wouter Duyck vorig jaar in Humo. ‘Maar het zijn die leerlingen die doctoreren, spin-offs lanceren en grote ondernemingen opstarten. Hoe hoger hun IQ, hoe meer welvaart ze creëren. Als je een kenniseconomie wilt zijn, moet je dus zorgen dat je wereldtop blijft inzake onderwijs.’

Heremans: “Maar door een grotere focus op technische richtingen krijg je meer loodgieters, bouwvakkers, lassers en andere knelpuntberoepen. Er is een én-én-beleid nodig.

“Ik vind het zeer zorgwekkend dat er bij de regeringsonderhandelingen geen mensen uit het onderwijs betrokken worden. De politici beslissen over de toekomst van onze jongeren zonder voeling te hebben met het onderwijs. Aan het eind van elke legislatuur heb ik het gevoel dat de minister of de schepen van Onderwijs zijn domein eindelijk in de vingers heeft. Maar dan komt er weer een nieuwe die zich wil profileren. Het gevolg is dat leraars onderwijshervormingen door de strot wordt geduwd, zoals nu met de nieuwe eindtermen en de modernisering van de eerste graad in het secundair onderwijs.”

Van Damme: “In december keurde het parlement die nieuwe eindtermen goed en een halfjaar later worden ze al ingevoerd. Compleet onverantwoord. Wat betekent dat voor de kwaliteit van de leerplannen en de handboeken, denkt u? Die moesten halsoverkop herschreven worden. Er had minstens twee jaar vorming en evaluatie aan moeten voorafgaan. Nu worden die eindtermen er snel door gejaagd.”

Heremans: “Als directie hebben we iemand extra moeten aanwerven die mee de kwaliteitszorg opvolgt: we verzuipen in het papierwerk.”

Dat is een vaak gehoorde klacht van leraars. Valt die papierwinkel niet af te bouwen?

De Bruyckere: “De Antwerp Management School heeft daar in 2013 een rapport over gemaakt. Daaruit bleek dat de administratieve last nog goed meeviel. Maar scholen willen het té goed doen en vragen hun leerkrachten om alles te documenteren, zodat ze zeker in orde zijn voor de inspectie.”

Je hoort soms dat uitgebluste leerkrachten zich indekken door alle papieren netjes in te vullen, zodat niemand hun iets kan maken.

Van Damme: “Als je onzeker bent en te weinig professionele deskundigheid hebt, ben je bang voor de inspectie en ga je alles op papier zetten. Een goede leerkracht heeft dat niet nodig.”

Mevrouw Heremans, als een chemieleraar in uw school 60 procent van zijn leerlingen buist, wat doet u dan?

Heremans: “Dan zal ik dat zeker onderzoeken.”

Van Damme: “Wees eerlijk: in zulke gevallen is er meestal druk van de directie om hogere punten te geven. Veel leerkrachten zullen niet eens de moed hebben om zulke scores voor te leggen.”

Heremans: “Daar ben ik het absoluut niet mee eens.”

In het onderwijsdossier van Het Laatste Nieuws getuigden leerkrachten vorig jaar dat ze onder druk van de directie hogere punten gaven. Een chemieleraar was op meerdere scholen weggestuurd, omdat hij weigerde de lat lager te leggen. En een LO-leerkracht vertelde me dat ze verplicht werd om leerlingen die faalden op de Coopertest toch een 6 op 10 te geven, ‘omdat ze moeite hadden gedaan’. Is het zo dat we de jongeren klaarstomen voor de toekomst?

Heremans: “Sorry, dat zijn anekdotes.”

De Bruyckere: “Die anekdotes zijn zeer talrijk. Maar helaas hebben we daar geen hard wetenschappelijk materiaal over.”

Gelooft u echt dat de internationale achteruitgang van ons onderwijs niets te maken heeft met die zesjescultuur?

De Bruyckere: “Nee, maar ik kan het niet staven. Ons onderwijs is een grote zwarte doos. De autonomie van de scholen is een van de grote rijkdommen, maar de kostprijs daarvan is dat we bijvoorbeeld niet weten hoe het komt dat het begrijpend lezen zo fors achteruitgaat. We weten amper wat scholen doen.”

Van Damme: “Frank Vandenbroucke heeft destijds de financiering zo aangepast dat hogescholen en universiteiten onder meer betaald worden volgens het aantal geslaagde studenten. Dat wordt vaak aangehaald als reden waarom directies hun leraars onder druk zetten om zo veel mogelijk leerlingen te laten slagen.”

Wat vindt u van scholen die geen punten meer geven, maar liever met stickertjes en bloemetjes werken, omdat de leerlingen gedemotiveerd kunnen raken als ze onder het klasgemiddelde scoren?

De Bruyckere: “Da’s een symbooldiscussie. Kinderen met twee sterretjes weten dat ze het slechter hebben gedaan dan die met vijf sterretjes. Cijfers blijven de eenvoudigste vorm van feedback, maar de toelichting door de leraars maakt het verschil.

“Klasgemiddeldes vind ik moeilijker. Als jij in een sterke klas een 7 op 10 haalt, en het klasgemiddelde ligt op 8, zul je je misschien minderwaardig voelen.”

Of volgende keer beter je best doen?

De Bruyckere: “Mogelijk. Maar in een zwakke klas zul je met diezelfde 7 en een klasgemiddelde van 6 een compliment krijgen en misschien op je lauweren rusten.”

Van Damme: “Zwakke leerlingen weten dat ze zwakker presteren. Dat mag je duidelijk maken, maar het mag er niet toe leiden dat de leerkracht hen minder respectvol behandelt.

“In de freinetschool die ik mee heb opgericht, kwamen elk jaar kinderen aan die elders zwak presteerden en zich daardoor niet meer gewaardeerd voelden, ook niet door de leerkracht. Een maand later presenteerden ze een project voor de klas en bloeiden ze weer helemaal open. Hoeveel leerlingen krijgen te horen: ‘Als je het niet beter doet, vlieg je naar het TSO’? Dat zijn domme reacties.”

Heremans: “De inspectie floot ons enkele jaren geleden terug omdat we nog altijd herexamens gaven. Maar leerlingen met een moeilijke thuissituatie zijn soms bezig met overleven en niet met leren, waardoor ze onderpresteren of moeilijk gedrag vertonen in de klas.

“Wij werken die leerlingen in de zomervakantie bij en laten hen opnieuw examen doen. De inspectie vraagt nu om dat voortaan tijdens het schooljaar te doen. We doen dat, maar dat verhoogt opnieuw de werkdruk voor de leerkracht.”

In het HLN-dossier verklaarden vier leerkrachten Frans dat het taboe op herexamens nefaste gevolgen heeft: ‘Leerlingen die een tekort hebben, krijgen een waarschuwing, maar als ze het jaar erna opnieuw falen, krijgen ze gewoon een nieuwe waarschuwing.’

De Bruyckere: “Als je de leerlingen niet helpt om hun kennis bij te spijkeren, zal er natuurlijk niets veranderen.”

Van Damme: “Ik vind dat je moet ingrijpen als er na die eerste waarschuwing niets verbetert. Waarschuwingen op elkaar stapelen heeft geen zin.”

In een clash met Lieven Boeve, baas van het katholieke onderwijs, hekelde Bart De Wever in Terzake tijdens de verkiezingscampagne dat het onderwijs te veel gericht is op ‘pretpedagogie’ en het aanleren van vaardigheden, terwijl de nadruk vroeger meer lag op kennisoverdracht en theorie. Ook leerkrachten getuigden in de kranten dat ‘alles tegenwoordig fun moet zijn’.

De Bruyckere: “Los van die pejoratieve term was het hoog tijd dat dat eens werd aangekaart. We hebben te lang gedacht dat jongeren geen kennis meer nodig hadden, aangezien ze alles op het internet kunnen opzoeken. Zo hebben we het kind met het badwater weggegooid. Er is een gulden middenweg nodig: kennis én vaardigheden. Een leerling automechanica moet een motor uit elkaar kunnen halen én weten waarvoor elk onderdeel dient.

“Uit een recent rapport blijkt dat de taalvaardigheid van onze leerlingen ongeveer gelijk is gebleven, maar de grammaticakennis is sterk afgenomen. Nochtans, als je vreemde talen wilt leren, heb je die nodig. Ten bewijze: de helft van onze leerlingen haalt het basisniveau voor Frans niet meer.”

Van Damme: “Dat het begrijpend lezen zo sterk is achteruitgegaan, is alarmerend, want dat is essentieel om kennis op te doen.”

Heremans: “Leerlingen leren het best als ze zich goed voelen en de teksten hen boeien. Helaas zijn de handboeken niet aangepast aan de snel evoluerende samenleving.”

Bedoelt u nu dat je hen beter teksten van Zwangere Guy of Wannes Cappelle laat ontleden dan gedichten van Guido Gezelle?

Heremans: “Je moet hun beide voorschotelen: oude en moderne cultuur.”

Wat vindt u van het pleidooi voor een Vlaamse canon?

Heremans: “Het is hallucinant om nog maar te durven dénken dat die zaken niet in de lessen Nederlands, geschiedenis en aardrijkskunde aan bod komen. Aan de universiteit staat men er vaak versteld van dat onze allochtone leerlingen de Vlaamse schrijvers zo goed kennen. Waarom niet? Dat staat in de eindtermen. De Vlaamse canon is een symbooldiscussie: wij geven die leerstof al.

“We mogen ook de psychologie van de nieuwkomers niet vergeten. Het is fout om te verwachten dat zij onze identiteit voor 100 procent overnemen. Ze mogen toch nog een stuk zichzelf blijven?”

Loopt het op vlak van taal en lezen thuis niet mis? Kinderen zijn meer bezig met smartphones en videogames dan met strips en boeken.

De Bruyckere: “Dat is niet de verklaring. In het Verenigd Koninkrijk gebruiken ze ook smartphones en tablets, en daar gaat het lezen erop vooruit.”

Heremans: “Verlaag de leerplicht naar 3 jaar. Kansarme jongeren worden thuis te weinig geprikkeld. Hoe sneller je hen in de kleuterschool krijgt, hoe beter.”

De Bruyckere: “Maar de ongelijkheid neemt nauwelijks af in de kleuterklas. Zolang we dat niet verhelpen, is schoolplicht vanaf 3 jaar een dure, inefficiënte maatregel.”

Van Damme: “Dat klopt: in het eerste leerjaar leren kinderen veel bij en halen de kansarmen hun achterstand in. In de derde kleuterklas leren ze weinig bij en blijft de kloof gelijk. In landen die maar één jaar kleuterklas hebben, staan ze soms verder dan bij ons. Kleuters moeten al spelend leren, maar in onze kleuterschool is het te veel spelen en te weinig leren.”

Tony Mary, die negentien jaar bestuurder was in het Brusselse gemeenschapsonderwijs, zei onlangs in Humo dat veel anderstalige kinderen hun eerste levensjaren slijten bij analfabete moeders die geen Nederlands spreken. ‘Gevolg: ze zijn al verloren nog vóór ze starten in het lager onderwijs, ze kennen zelfs geen puzzels.’

Heremans: “Als je hen verplicht naar de eerste kleuterklas stuurt, leren ze puzzels leggen en kennen ze de taal wanneer ze naar de lagere school gaan.”

Van Damme: “Maar voor we dat doen, móét de kwaliteit in het kleuteronderwijs naar omhoog. En puzzels leggen moeten ze thuis of in de kinderopvang al leren.”

Veel anderstalige kinderen gaan niet naar de crèche, omdat hun moeders thuis zijn.

Van Damme: “Dan moet daar eerst iets aan gebeuren.”

Heremans: “Een verlaging van de leerplicht zal ook geld kosten. Je kunt een kleuterjuf niet voor een klas zetten met 24 kindjes, van wie de helft geen woord Nederlands spreekt en een kwart niet weet wat een puzzel is. Er zijn co-teachers nodig. In onze lagere school zetten we ook twee leraars in grote klassen.”

In sommige scholen worden de zwem- en turnlessen geboycot en soms afgeschaft, omdat moslimmeisjes niet mogen meedoen van hun ouders. Hoe pakt u dat aan?

Heremans: “Dat is een uitdaging voor onze school. Maar het helpt dat wij 25 leerkrachten van andere origine hebben. Zij hebben een voorbeeldfunctie en kunnen ouders duidelijk maken hoe belangrijk beweging en sport zijn voor hun kind. Door te leren zwemmen, kunnen ze misschien ooit hun kleine broertje redden. Zo krijg je de ouders vaak wel mee.”

En wat als ze blijven weigeren?

Heremans: “Dat gebeurt haast nooit. En wij schrappen zeker geen lessen. Als je daarmee begint, is het einde zoek. Maar ik beweer niet dat het allemaal vlekkeloos verloopt. Het vraagt veel inspanningen om leerlingen en ouders te overtuigen.”

De N-VA en Open Vld zijn van plan om de schoolbesturen te tonen wie de baas is.

Van Damme: “Terwijl ze moeten samenwerken! En een onderzoeksbeleid voeren. Jo Vandeurzen deed dat op Welzijn, maar helaas hebben wij voor Onderwijs nog niet zo’n minister gehad.”

Heremans: “Ik zit vooral te wachten op het loopbaanpact. De minister van Onderwijs slaagt er nu al twee legislaturen niet in om daarover een akkoord te sluiten met de vakbonden. Dat gaat onder meer over de lonen, de werkdruk en de positie van de leerkracht. Je kunt geen grote hervormingen doorvoeren zonder rekening te houden met de job van de leerkracht.”

Van Damme: “Als de kwaliteit blijft dalen, vrees ik dat er dure privéscholen zullen ontstaan. De Vlaming zal het niet blijven pikken.”

De Bruyckere: “Een basisschool oprichten is vrij makkelijk, voor een secundaire school is dat zo goed als onmogelijk. Op dat vlak zijn wij een oase. Voorlopig ben ik er trots op dat er bij ons zo weinig privéscholen zijn, maar dan moet de kwaliteit van ons onderwijs wel omhoog.”

Van Damme: “Ik ken scholen die ver verwijderd liggen van een zwembad en alle zwembeurten schrappen, omdat ze het vervoer naar het zwembad niet meer kunnen betalen zonder hun maximumfactuur te overschrijden. Ik ben al zo diep gezakt dat ik vind dat een school dan aan de ouders extra geld mag vragen.

“De masters die nodig zijn in het onderwijs, moeten ook betaald kunnen worden door scholen die dat wensen. Als de overheid hen niet wil betalen, moeten de scholen de factuur maar naar de ouders sturen.”

De Bruyckere: “Maar dan worden die scholen veel duurder en zitten we ver van gelijke kansen.”

Van Damme: “Juist. De overheid zal dus extra inspanningen moeten doen, bijvoorbeeld door de meerkosten voor leerlingen met een studiebeurs voor haar rekening te nemen.”

© Humo

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234