Zondag 24/01/2021

Het grote gelijkvan een klein kereltje

'I'm exhausted', mompelt Tyler Hamilton binnensmonds. Je zou van minder, een solovlucht van 142,5 kilometer opzetten, van de uitlopers van de Pyreneeën tot in Bayonne. Uitgerekend Tyler Hamilton deed dat, een renner die eigenlijk helemaal niet in Frankrijk hoort te zijn, maar thuis in Boston, in bed met zijn sleutelbeenbreuk. Maar neen, hij fietste door, wint een bergrit en klimt naar de zesde plaats in het klassement. Discussie gesloten, zo lijkt het: de winnaar heeft altijd gelijk, zelfs als hij eigenlijk ongelijk heeft.

Bayonne

Van onze verslaggevers

Walter Pauli en Tony Landuyt

Een voorspelling: volgend jaar moeten alle renners vlak voor de Tour naar de dokter. Die vraagt hen hun bovenlichaam te ontbloten, haalt dan een klein maar zwaar hamertje te voorschijn en tikt iedereen tweemaal op het rechtersleutelbeen, hard en secuur. Twee rechte breukjes, en dan een ongehoorde massa pijnstillers erop: Tyler Hamilton heeft proefondervindelijk bewezen dat een renner er per uur een kilometer of twee sneller mee rijdt.

Tyler Hamilton is een enigma. Op iedere vraag die hem over zijn fysieke toestand gesteld wordt, antwoordt hij: 'I'm suffering.' Of hij goed geslapen heeft. 'No.' Hij kan immers niet op zijn zij liggen - de pijn is dan echt niet te harden - en moet dus proberen de ogen te sluiten met zijn gezicht naar het plafond. Pijn en vermoeidheid: het is een ijzeren wet in de Tour de France dat zelfs de sterkste renners daar aan ten onder gaan. Tyler Hamilton is zo al een klein, haast schraal mannetje. Als (tot nu toe meestal Amerikaanse) tv-zenders hem interviewen, sluit hij vaak even de ogen.

Het is dat, inderdaad erg telegenieke beeld, die zweem van lijden die even over Hamiltons gezicht trekt, dat Telekom-manager Walter Godefroot verleidde tot de uitspraak dat "Tyler Hamilton een Amerikaans showmanneke is". Team CSC, de ploeg van Tyler Hamilton, leeft normaal gezien op goede voet met Telekom (manager-ploegleider Bjarne Riis behaalde bij de Duitsers zijn grote successen in de Tour), maar dat namen ze niet.

Tijdens de eerste rustdag, te Narbonne, sommeerde CSC de pers naar hun hotel, en de verzamelde journalisten kregen er de röntgenfoto's van Hamilton onder de ogen, waarop duidelijk de streepjes van de breuk te zien zijn. Hamilton zelf vindt dat Godefroot recht heeft op "zijn mening", nodigt hem ook uit om eens de röntgenfoto's te komen bestuderen, maar voegt er wel aan toe "dat de verklaringen van Godefroot eigenlijk betekenen dat ik, én het CSC-team, hier gewoon staan te liegen. En dat apprecieer ik niet."

Dat is dus één kant van het verhaal, gedocumenteerd met medisch bewijsmateriaal: Tyler Hamilton heeft inderdaad een sleutelbeenbreuk, en hij doorstaat verschrikkelijke pijnen, die hem van nog groter succes weerhouden hebben. Hamilton zegt dat ook: "Tot mijn ritoverwinning was ik erg ontgoocheld in deze Tour. Een zevende plaats in de tussenstand (klassering tot de rustdag te Pau, nvdr) is natuurlijk niet slecht, maar ik voelde aan mezelf dat er dit jaar veel meer in zat."

Toch is er ook een andere kant. Niet gesteund door röntgenfoto's, maar door tv-beelden, en de waarneming van iedere dag. Eerst de waarneming, je moet er trouwens geen kraan voor zijn om het te zien: Tyler Hamilton fietst mee in het Tour-peloton, en iedereen weet dat dat een nerveuze en harde bedoening is. Trekken, duwen, sleuren, wriemelen: het is de klassieke beeldtaal voor de Tour, en het zijn allemaal werkwoorden waarbij je je armen moet gebruiken. 'Je schouder zetten', probeer dat maar eens zonder dat je sleutelbeen druk kan verdragen.

Het is zo moeilijk, zo hard, zo belastend voor lijf en (boven)leden, dat Remmert Wielinga, een jonge Nederlander bij Rabobank, het niet onder de knie kreeg, 'gewoon' meerijden in het Tour-peloton. Hij moest voortdurend lossen, terug bijtrekken, wat zo vermoeiend was dat hij gisteren opgaf. Wielinga heeft de armen laten zakken, zeg maar. Of hard trappen, op een col, zeker in een tijdrit, maar evengoed in de meer doordeweekse vlakke ritten: je moet ervoor aan je stuur kunnen trekken, en dus belast je je sleutelbeen.

De tv-beelden zijn nog pittiger. Bij de aankomst te Bayonne bonkte Tyler Hamilton met zijn hand - zijn rechterhand - herhaaldelijk op zijn stuur, om daarna de twee armen omhoog te steken voor het klassieke winnaarsgebaar. Hij gaf geen krimp, dacht er niet aan om blijkbaar alleen zijn linkerarm op te heffen. Door de blijdschap eventjes de pijn vergeten? De pose?

Conclusie. Omdat ze er bij CSC altijd de nadruk op leggen dat het om een "niet-verplaatste breuk" gaat, het bot zit helemaal zoals het hoort, neigt 'de karavaan' naar een nieuwe consensus. Wat 'de karavaan' in godsnaam voor zinvols te zeggen heeft over een strikt medische zaak van een renner? Wel, het volgende. Binnen alle ploegen is 'de zaak-Hamilton' een van de meest bediscussieerde thema's tijdens deze Tour. Sleutelbeenbreuken zijn namelijk aan de orde van de dag in elke ploeg, bijna iedere renner heeft ooit wel eens die kwetsuur opgelopen en weet hoe pijnlijk het is, en ploegdokters kennen maar één probaat middel om het tegen te gaan: rust, of, bij een 'verplaatste breuk' (de twee stukken van het bot zijn over elkaar geschoven), opereren.

De tientallen ploegdokters die hier rondlopen praten dus onderling voortdurend over 'le cas-Hamilton'. Ze hoeden zich er wel voor om zich publiekelijk uit te laten over het oordeel van een collega, zeker omdat ze de foto's niet zelf onder ogen kregen, en ze delen hun mening met de ploegleiders en de -managers, die hen voortdurend vragen "hoe dat kan" (en, wees er zeker van, zich afvragen of dat in de toekomst een oplossing is als een renner uit hun team op een ongelukkig ogenblik valt en een sleutelbeen oploopt).

En overal hoor je dezelfde opinie: "Deze breuk is eigenlijk een barst." En zo'n barst hebben de meesten al genezen met paardenmiddelen. De overdrijving is trouwens niet nieuw: het beruchte "gebroken kaaksbeen" van Eddy Merckx in 1975, opgelopen bij een domme val bij de start van de tweede Alpen-rit in Valloire, was strikt gezien ook een 'gebarsten kaaksbeen'. Maar 'gebroken' klinkt zoveel dramatischer, en was bovendien nodig om aan het Belgische thuisfront Merckx' nederlaag tegen Thévenet te verantwoorden. Maar ook gebarsten botten kunnen verdraaid pijn doen. Fabien Dewaele liep in de Tour van 2001 een barst in zijn dijbeen op toen hij, héél stiekem, van het hotel van Lotto naar dat van Mapei reed om daar een contract te tekenen, spijtig genoeg bleef hij met zijn wiel tussen de tramrails zitten, sloeg om, dijbeen gebarsten, en hij kon bij Lotto komen uitleggen hoe dat wel gebeurd was. Dewaele reed de proloog nog, eindigde als laatste, kon de pijn niet harden en gaf nog voor de eerste rit op. Een sleutelbeen is voor een wielrenner net iets minder essentieel dan een dijbeen, natuurlijk, maar reken maar dat Hamilton bikkelhard is voor zichzelf, en de voorbije weken vaak heeft moeten doorbijten, want pijn zal het zeker doen, ook met pijnstillers.

Renners vragen zich trouwens een beetje angstig af of hun volgende revalidatie niet sterk ingekort dreigt te worden. Michael Boogerd is op zijn hoede. Hij rijdt met een ingegroeide teennagel. "Stél", zei Boogerd, "dat de pijn in die teen niet te harden was geweest, en ik had opgegeven. Denk je dat het publiek dat nog begrijpt, laat staan aanvaardt? De zaak-Hamilton zal hoe dan ook negatieve gevolgen hebben voor de renners."

Maar laten we even die breuk voor wat ze is. Zelfs al mocht hij even fit zijn als Ullrich of Armstrong, dan nog leverde Tyler Hamilton een prachtprestatie. De weinig bekende 'Baskische Pyreneeën' zijn erg ruig. De cols zijn niet zo hoog, maar steil en smal. Bjarne Riis drukte zijn CSC-renners op het hart bijzonder attent te zijn. Hij vertelde hun in een paar woorden zijn eigen verhaal van 1996, en dat is inderdaad memorabel genoeg om durvers en kunners te inspireren.

In 1996 namelijk heeft Bjarne Riis in die verloren uithoek van Frankrijk de grote Miguel Indurain afgemaakt. Dat klinkt brutaal, maar zo was het. De dag ervoor al had Riis de rit naar Hautacam gewonnen, en mocht Indurain zijn droom vergeten van een zesde Tour-zege op rij. Maar het kon nog erger, nog vernederender. De volgende rit ging naar Pamplona, de stad van Indurain. Daar hadden ze zich al voor de Tour opgemaakt om er hun Indurain te vieren als de man die Anquetil, Merckx en Hinault deed vergeten, een beetje te vroeg dus. Maar de Spanjaarden corrigeerden zichzelf snel. In één nacht hadden ze het concept van de rit naar Pamplona omgegooid. Aan de start te Argelès-Gazost heette het al dat het geen "fiesta" meer zou zijn, maar een "homenaje", een huldetocht, een eerbetoon aan de grote sportman Miguel Indurain. Wel, de Baskische Pyreneeën zorgden ervoor dat Pamplona en Indurain ook die huldetocht op hun rug konden schrijven. Het ging toen over de Soulor, Marie Blanque, Larrau-Bagarguy, en Soudet: zo steil, zo ruw, dat Indurain het tempo van Riis niet kon volgen. Op de Soudet zag je hem op een bepaald ogenblik van links naar rechts wankelen. Het was daar in Pamplona nogal een "homenaje", toen ze Indurain ácht minuten na Riis zagen binnenkomen. Welja, dat zijn de Baskische Pyreneeën, zei Riis: je kunt er wat forceren. De CSC-renners wisten dus waar het op stond. Daarom was het des te pijnlijker dat Tyler Hamilton zich in het begin van de rit compleet liet verrassen op de côte des Crêts, een helling van vierde categorie. Het peloton splijt in twee, een weinig attente Hamilton zit achteraan. Paniek, want de andere CSC'ers hadden beter geluisterd naar Riis. Maar de sfeer binnen de ploeg is prima, en dus waren er vijf man binnen de kortste keren bereid om zich uit te laten zakken, Hamilton op te wachten en zichzelf steendood te rijden om hun baas tot bij de eerste groep te brengen. Na de aankomst herinnerde Hamilton dus wel honderdmaal aan het geweldige werk van de ploegmaats. De ritwinnaar ging zelfs zo ver zich bij zijn teamgenoten te excuseren voor zijn onbetamelijke gedrag die ochtend. "En dus kon ik niet anders dan hen compenseren voor dat werk." En wat een compensatie. Intussen was immers een vlucht vertrokken met nogal wat namen met klank. 'Onze jongens' Wauters en Van de Wouwer waren mee (zie elders in de krant), David Millar, Inigo Cuesto, Alvaro Gonzalez de Galdeano, Sandy Casar, Juan-Miguel Mercado, David Latasa en Nicky Sörensen, een CSC-maat.

Intussen was Hamilton wel bij de les. Op de voor Indurain zo rampzalige Soudet demarreerde hij uit het peloton, zo snel hij kon naar de vluchters toe, die toch drie minuten voorop lagen. Toen Hamilton ging, was er nog twaalf kilometer te klimmen. Toen hij de vluchters bijhaalde, nog drie. Hamilton volgde tot de volgende serieuze klim, de Larrau-Bagarguy, om er zelf tegenaan te gaan. Niemand kon hem volgen, en ook het peloton niet. Nochtans werd er gereden. Eerst door Mario Bruseghin en Dario Cione, de twee resterende helpers van Fassa Bortolo die de zesde plaats van kopman Ivan Basso probeerden veilig te stellen. Nadien kwamen ook de oranje shirts van Euskaltel helpen jagen, om Hamilton niet te veel tijd te laten terugnemen op Iban Mayo en Haimar Zubeldia, en omdat ze een bolwassing hadden gekregen omdat ze uitgerekend in de Baskische etappe collectief de goede vlucht hadden gemist. Het hielp niet, Tyler Hamilton liep verder uit, op een bepaald ogenblik tot 5:21. Toen vond zelfs Telekom dat het mooi was geweest. Het is niet de bedoeling Hamilton, een uitstekend tijdrijder, ook nog eens over Vinokoerov naar de derde plaats in het klassement te laten wippen. En bovendien, sterke Erik Zabel was in de hoofdmacht de laatste Pyreneeën-cols over gekomen, ver voor de andere sprinters dus, en die rook een prima kans voor de groene trui. Telekom dus achter Hamilton aan. Ze kregen hulp van QuickStep, dat Paolini en Bettini in stelling wilde brengen voor een ritzege. Maar tevergeefs. Hamilton was al te ver, en al moest hij nog stevig inleveren op het jagende peloton, hij bleef ze toch voor. Zabel trok trouwens in de sprint voor de tweede plaats aan het langste eind, de oude vos mengt zich weer nadrukkelijk in de strijd om het groen. Maar een kleine twee minuten voor Zabel was Hamilton dus al aangekomen. En Godefroot heeft in die zin gelijk dat je een Amerikaan niet moet leren hoe voor mooie mediamomenten te zorgen: handje schudden met Bjarne Riis - "oh, how beautiful", kreunt een kerel van WorldCycling.com - en dan dolblij over de aankomstlijn. Knuffels van iedereen, ook van Lance Armstrong, zichtbaar tevreden voor zijn ex-ploegmaat: "Met dríé ploegen hebben we achter Tyler gereden, en hij redde het toch. Ongelofelijk sterk."

En zo rijdt CSC, toch een van de meer bescheiden ploegen in de Tour, zijn derde prachtige Ronde van Frankrijk op rij. De vorige twee jaar beleefde CSC het festival-Jalabert, die op zijn oude dag tweemaal de bolletjestrui won, en twee jaar terug ook twee ritten achter zijn naam schreef. Dit jaar is Jalabert er niet bij, en vreesde iedereen dat CSC een minder goed jaar zou kennen, maar neen.

Ieder jaar kom je ze tegen in de Tour, een hele ploeg, zoals dat in het Frans zo sierlijk heet 'en état de grâce', en in het Nederlands wat hoekiger en wel zeer letterlijk vertaald wordt als 'in staat van genade'. CSC bevindt zich in die staat. Jakob Piil ritwinnaar in Marseille, Carlos Sastre ritwinnaar op Ax-3 Domaines, nu Tyler Hamilton, bovendien twee man bij de toptien (Hamilton zesde, Sastre tiende), en de zeer vanzelfsprekende leider in het ploegenklassement. Sportief is dat prachtig, en ook financieel tikt dat lekker aan. En dan, natuurlijk, nog al die extra publiciteit met het gebroken, misschien alleen maar gebarsten sleutelbeen. "De kwetsuur van Hamilton en zijn ongelofelijke doorzettingsvermogen hebben binnen de ploeg voor een geweldige sfeer gezorgd", heet het er nu. Drama, pijn, emo-sport: het nieuwe sleutelbeen tot succes.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234