Woensdag 19/02/2020

'Het grootste deel van de dag denk ik dat ik de beste ben'

Thrillerauteur met nieuw boek. Gepubliceerd in 50 landen. Meer dan 33 miljoen verkochte exemplaren. Jo Nesbø (57) lijkt samen te vatten in drie puntjes, toch geldt hij als een van de meest veelzijdige Scandinavische schrijvers.

De reservatie in het restaurant in Oslo is door ons gemaakt, onder zijn naam. Met een naam als Nesbø kom je in Noorwegen dan ook verder dan met pakweg Reymen of Temmerman. Dat bewijst ook de kok, die verheugd vraagt of Nesbø het restaurant zelf gekozen heeft. De hoop in zijn ogen is te groot om te fnuiken, dus een bevestigend antwoord is op zijn plaats. Ook al was het de keuze van Nesbø's agent. Een interview tijdens een diner, want een mens kan maar zichzelf zijn met een indigestie en sla tussen zijn tanden. Diezelfde agent sms't tijdens een aperitief van het huis dat Nesbø onderweg is. Probably on his bike. Want zo doen ze dat in Noorwegen. De agent vermeldt niet dat hij een lederen vest en een bril met oranje glazen draagt. Type Bono, vermoedelijk zonder het glaucoom. Moeilijk is het dus niet om de man te herkennen, zo getuigen ook de andere gasten die Nesbø met een verraste blik volgen van de inkom tot aan ons tafeltje. Ongeveer de helft vergeet verder te kauwen.

- "Hello mister Nesbø."

- "Hi."

- "I hope you don't mind us talking during the dinner."

- "I hope you don't mind me eating during the talking."

Jo Nesbø, dames en heren.

Geen loner, wel alleen

Profvoetballer. Beursmakelaar. Popmuzikant. Bestsellerauteur. Dat zijn de officiële titels. Mooi op zijn cv, al is het weinig waarschijnlijk dat iemand hem daar ooit naar zal vragen. Belangrijker zijn de officieuze titels, delen van hem die een cv niet halen. Vader. Broer. Zoon. Onder meer.

Nesbø komt uit een familie van lezers en verhalenvertellers. Moeder was een bibliothecaris, vader zat namiddagen lang te lezen. Elke dag kreeg Nesbø verhalen te horen. Steeds dezelfde verhalen, maar op zo'n manier gebracht dat hij ze telkens opnieuw wilde horen.

"Zatte buren die de verkeerde voordeur kozen. Mijn oma die naar Amerika trok en met afzakkende panty's over Fifth Avenue wandelde. Het waren verhalen die verteld konden worden in 10 seconden, maar bij ons duurden ze wel 10 minuten. De pointe snapten we meestal niet eens, daar draaide het ook niet om. De manier waarop ze verteld werden, primeerde op de inhoud. Wij hadden plezier in het plezier dat de volwassenen hadden tijdens het vertellen. Voor hen waren die verhalen een soort basis, een familiegeschiedenis die zo overgeleverd kon worden. Die verhalen vormen je identiteit, net daarom moeten ze herhaald worden. Anders stopt het. Als niemand het navertelt, gaan verhalen mee de dood in. Ik was een luisteraar als kind, maar tegelijk verteller. Woord na woord kon ik alles navertellen. Luisteren werd op die manier even belangrijk als vertellen. Het ene kan niet losstaan van het andere. Schrijven is een reactie op lezen, net zoals muziek maken een reactie is op luisteren naar muziek."

Nesbø zou oorspronkelijk opgroeien in Oslo, waar zijn ouders dat ook hadden gedaan. Maar toen hij en zijn twee broers nog klein waren, verhuisde het gezin naar Molde, een fjordenstadje op zo'n 400 kilometer van Oslo.

"Er was niets mis met Molde, het was een goede plaats om op te groeien. Maar de plek die we achterlieten, was meer dan goed. Die was magisch. En door er niet meer te zijn, werd het in mijn hoofd nog specialer. Je zou kunnen zeggen dat ik in Molde een stiller kind werd, ware het niet dat ik dat al was. Ik was geen loner, maar ik was wel altijd de minst sociale. Mijn broers daarentegen waren extravert. Zij wilden altijd samen zijn met anderen en praten. Dat zij konden rondhangen met vrienden, was iets dat ik niet kon vatten. Ik heb ooit gevraagd aan mijn broer wat hij dan juist deed als hij zogezegd ging rondhangen met een vriend. In de kelder zitten, luisteren naar platen en praten, zo bleek. Ik snapte dat niet. Ik kende die vriend, die jongen was saai en had geen verhalen te vertellen. Voor mijn broer was het echter voldoende om gewoon samen te zijn, bovendien had die jongen volgens hem wel goede platen. Mij overtuigde het niet. Ik wilde dan liever alleen zijn of iets lezen."

Die daar

In Molde begon Nesbø te voetballen, ook een vorm van rondhangen maar dan in competitieverband. Het bleek het eerste in een reeks van dingen die hij goed kon. Uitermate goed. Zo goed dat hij op zijn negentiende mocht dromen van een profcontract bij Tottenham. Tot zijn kruisbanden scheurden.

"In die periode wist ik niet hoeveel voetbal voor mij betekende. Omdat ik zo jong was, beschouwde ik het niet als iets wat betekenis had. Het was even belangrijk als eten en drinken: het was iets wat ik gewoon deed. De wedstrijd die we dat weekend zouden spelen, die was belangrijk. Al de rest niet. Niet voetballen was ondenkbaar voor mij. Toen ik gekwetst raakte, zou je verwachten dat mijn wereld instortte, maar dat was niet het geval. Mijn eerste reactie was niet eens zo depressief. Mooi, dacht ik, dan heb ik tijd voor andere dingen. Het was pas na twee of drie jaar dat het besef echt kwam. Ik zag mijn vrienden op televisie de bekerfinale spelen en ik zat thuis."

Nesbø moest zichzelf heruitvinden. Niet goed wetend welke richting hij uit wilde, koos hij voor studies economie. Het grootste argument? De vrijheid om daarna nog te kunnen doen wat hij wilde. Als hij dat tegen dan wist. Hij trekt zijn schouders op terwijl hij het zegt, alsof toekomstplannen overbodig zijn als je bakken talent hebt.

"Ik was geen harde werker. Ik deed zelden hard mijn best en tot mijn achttiende sloeg ik over wat ik te moeilijk vond. Anderzijds was op die leeftijd alles nog makkelijk. Sport, school, het ging me goed af. Pas op de universiteit bereikte ik een punt waarop ik een tandje moest bijsteken. En ik deed het niet. Mijn punten zakten en dat verbaasde me eigenlijk. Ik was blijkbaar niet het genie waarvoor ik mezelf hield. Meer nog, ik ontmoette steeds meer mensen die slimmer waren dan ik. Een grote shock. Dat was frustrerend, maar tegelijk ook bevrijdend. Het was de eerste keer in mijn leven dat ik mezelf moest inhalen, dat ik moest bijbenen. Weten dat ik daartoe in staat was, heeft me veranderd."

Samen met de cijfers kwam ook de muziek in Nesbø's leven. Af en toe schreef hij songs voor bands van vrienden en samen met zijn broer Knut en enkele anderen was er in 1992 plots een eigen band, Di Derre (vertaald: Die daar). Een popband met een punkattitude. Google de naam en je krijgt 'ongeveer 1.250.000 resultaten'. Wat begon als een partyband, groeide dan ook uit tot een popsensatie. Of een punksensatie, afhankelijk van je kapsel en schoeisel destijds.

"Ik zag mezelf als schrijver, niet als muzikant. Het succes van de band was volgens mij dan ook meer gebaseerd op de verhalen in de songs dan op iets anders. Wij waren de jongens op de achterste rij in de klas. Wij maakten ironische grappen, zonder de muziekindustrie te willen bepalen. Iets wat andere bands wel ambieerden. Het was de enige rol die we konden aannemen. Toen we steeds meer succes kregen, werden we uit die rol getrokken. Ze plukten ons van die achterste rij om ons op de eerste rij te zetten. Dat was niet onze bedoeling. Die muziek was niet alles voor mij en dat mocht het ook niet zijn. Ik wilde de druk er niet bij om te presteren, om clubs te vullen en daarvan afhankelijk te worden. Ik had echt geen idee waarom we zo populair waren en ik was ervan overtuigd dat het na een paar maanden wel allemaal voorbij zou zijn. Dan moest iedereen weer gaan werken en in dat geval wilde ik geen bruggen verbrand hebben. Om die reden bleef ik als beursmakelaar werken, als enige met een fulltimejob naast de band. Ik wilde een normaal leven, werken van maandag tot vrijdag, en intussen uitkijken naar de shows in het weekend. Dat impliceerde wel dat ik op optredens arriveerde na de soundcheck en weer vertrok voor de afterparty. De anderen hadden dus al de meisjes."

Er lijkt een groot relativeringsvermogen vanuit Nesbø te gaan. Als het ene niet lukt, doen we het andere wel. Al is het misschien meer een soort van fatalisme. Het ene zal wel niet lukken, dus dan doen we het andere. Ondanks of dankzij die ingesteldheid, werd wel alles wat hij deed een succes.

"Toen de band op zijn hoogtepunt zat, veranderde alles. Op een bepaald moment hadden we 180 optredens per jaar, die ik nog combineerde met mijn job. Dat werd me teveel. Ik had nood aan een break, van alles. Ik vertrok vijf weken naar Australië en schreef er mijn eerste boek."

Ook dat eerste boek, De vleermuisman, relativeerde hij op voorhand al. "Ik stuurde het boek naar de uitgever onder een pseudoniem. Ik wilde niet dat ze het zouden uitbrengen omdat ik een bekende naam had. Maar dan nog. Hoogstwaarschijnlijk zou het niets worden en dan had ik mijn naam tenminste niet verbrand."

Het werd een succes.

Zo vader, zo zoon

Twee jaar voor dat eerste boek stierf Nesbø's vader, de man die altijd graag zelf een boek had geschreven. Stof genoeg ook om dat te doen, met een carrière bij de Duitsers aan het oostfront tijdens de Tweede Wereldoorlog, terwijl de familie van Nesbø's moeder bij het verzet zat. Een unieke combinatie, op z'n zachtst gezegd. En een verhaal dat verteld moest worden, al zou Nesbø dat pas in een van zijn volgende boeken doen.

"Er gebeuren veel dingen met een zoon wanneer zijn vader sterft. Zelf was ik heel close met mijn vader, ik had een drang om hem gelukkig te maken. Al bleek dat voor mij belangrijker dan voor hem. Hij speelde zelf ook muziek en vond de band leuk, maar hij zei ook dat het me niet mocht afleiden van het echte leven. Mijn moeder was daarin het tegenovergestelde, van haar moest ik mijn dromen volgen. Het was moeilijk kiezen en toen mijn vader overleed, wist ik dat ik zelf keuzes moest gaan maken. Maar wel met de verantwoordelijkheid om zijn dromen te vervullen. Ik zei eerder dat ik economie koos om daarna nog opties te hebben, maar het is waarschijnlijker dat ik het deed omdat mijn vader die kans niet heeft gehad. Dus ik moest ze grijpen.

"Vaak maak je als mens beslissingen zonder op dat moment te weten waarom. Het lijkt misschien allemaal terug te brengen tot het toeval, maar daar geloof ik niet in. Ik denk dat de beslissingen die we nemen heel rationeel zijn. Er is altijd een reden waarom we iets doen, maar er is tijd nodig om dat te beseffen. Hetzelfde met mijn boeken, met mijn hoofdpersonage Harry Hole. Ik liet hem dingen doen en besefte achteraf dat het over mij ging."

In dat opzicht moet er ook een reden zijn waarom Nesbø al van bij die eerste worp koos voor het misdaadgenre. Een man zoals hij zou namelijk elk genre aankunnen, vandaar dat hij later naast zijn misdaadromans ook enkele kinderboeken heeft geschreven. Die keuze voor crime bleek slechts een simpele optelsom van enkele feiten.

"Ik had vijf weken om iets te schrijven en ik had al veel vrienden zien beginnen aan een boek om het halfweg op te geven. Het leek me dus een goed idee om het eenvoudig te houden. Een verhaal met een begin en een einde. Misdaad paste daar perfect bij. Ooit heb ik gezegd dat misdaadfictie de punkrock van de literatuur is. Bij punkrock strip je een song tot de essentie, exact wat je moet doen in een misdaadverhaal. Het is een genre waarin iedereen zich kan vinden en waarvan iedereen denkt dat hij het kan schrijven. De lezers kunnen als het ware participeren, alsof het een dialoog is tussen schrijver en lezers. Er zijn regels aan verbonden. Als je op de cover ziet dat het een misdaadboek is, komen daar meteen verwachtingen bij. En die worden ingewilligd. Er heerst een grote sociale etiquette in zulke verhalen. Mensen verwachten bepaalde gedragingen en reacties van de personages, terwijl daarmee gebroken wordt. Alles wat je wel of niet schrijft, heeft een betekenis in dit genre. Het is een techniek waarbij je lezers kunt manipuleren. Ik laat je kijken naar mijn rechterhand, terwijl ik met mijn linkerhand een trucje doe."

Goed en slecht

Een mens zou verwachten dat een misdaadschrijver het doet voor de moraliteit, het schoppen van een geweten met maatschappijkritiek als het moet. Maar niet zo bij Nesbø.

"Dat zijn niet mijn uitgangspunten. Ik schrijf niet over politiek, wel over mensen. Ook al is alles wat je schrijft of niet schrijft ook vanuit een eigen standpunt, dus dat is dubbel. Ik wil geen antwoorden geven, maar vragen stellen. Wat is het juiste om te doen? We leven in een maatschappij die stelt dat moraliteit het hoogste goed is. Terwijl die moraliteit gewoon regels zijn die we gemaakt hebben om mensen te laten samenleven op een goede manier, om die maatschappij draaiende te houden. Als die maatschappij verandert, verandert ook de moraliteit.Kijk naar de tijd waarin homoseksualiteit hier illegaal was. Waren dat slechte mensen? Nee, ze verboden homoseksualiteit omdat ze dachten dat het de maatschappij zou verstoren. Een criminoloog heeft ooit gesteld dat goed en slecht alleen gedefinieerd worden door tijd en cultuur. Daar ben ik het mee eens."

Wat volgt is een bevreemdend moment waarbij Nesbø ons een volgend vraagstuk voorlegt. Zouden een vader en dochter seks moeten hebben als de wereld vergaat en alleen zij overblijven?

- "Should a father fuck his daughter?"

Hij legt zo hard de nadruk op het woord fuck dat het ongemakkelijk wordt en wacht net zo lang tot hij een antwoord krijgt. Na wat schouderophalen aan weerszijden van de tafel gaat hij verder.

"Ik heb geen hoger doel, geen taak. Ik heb enkel de ambitie om iets waarachtigs te schrijven, om dingen te schrijven die nog nooit geschreven zijn. Om binnen te komen bij de lezers en hen en mezelf bewust te maken."

In zijn woorden klinkt een soort vastberadenheid en voor het eerst lijkt dat realisme van de schrijver plaats te maken voor een soort droom.

Maar dan gaat hij verder.

"Waarschijnlijk zal dat niet gebeuren, maar je moet blijven proberen. Het is alleszins een zotte ambitie om te hebben als schrijver, maar zonder die ambitie zie ik ook geen reden om 's ochtends op te staan. Ik moet ervan overtuigd zijn dat ik de beste schrijver ter wereld ben. Maar ik ben niet dom, dus ik besef ook dat ik er waarschijnlijk naast zit. En toch, het grootste deel van de dag geloof ik dat echt en zie ik geen reden om mezelf te overtuigen van het tegendeel."

De vraag is dan of iemand met zo'n ingesteldheid nog bevestiging van anderen nodig heeft. Met het publiek dat applaudisseert en massaal cd's koopt. Of met de literatuurprijzen waarmee hij stilaan een eigen collectie kan aanleggen. Of misschien zelfs van de vader, die er niet meer is? Die laatste vraag praat hij voorbij.

"Ik ben voor de meeste dingen die ik doe afhankelijk van feedback van mensen. Als iemand me zegt dat ik niet goed zing, zal ik het daar zelfs niet oneens mee zijn. Maar met schrijven is dat anders. Vanaf de eerste minuut dat ik schreef, wist ik dat ze het fout zouden hebben als ze het niet goed vonden. Dan zouden ze er gewoon niet klaar voor zijn. Het gaat niet om goed of slecht, het gaat erom dat ik de enige persoon ben die weet hoe mijn verhaal verteld moet worden. Niemand anders kan dat. Niet zo goed als ik."

Betekent goed zijn ook goed doen voor iemand als Nesbø? Met wat hij verdient, kan hij in peperdure auto's rondrijden en zich omringen met de mooiste vrouwen die hij samen met hun liefde kan kopen. Aangezien hij in z'n eentje op de fiets is komen opdagen, mag verondersteld worden dat hij zich daaraan niet laat vangen. Nog een bewijs is zijn Harry Hole Foundation, een stichting die lees-en schrijfcursussen aanbiedt voor kinderen in de derde wereld.

"Het is veel gezegd dat ik een drang had of heb om goed te doen. Het is moeilijk om al je motieven te analyseren. Het is een feit dat ik een levensstijl heb die geen overvolle bankrekening nodig heeft, daarom doe ik het. En uit schaamte. Ik kom uit een sociaal systeem en bijbehorende cultuur waar veel bezit gepaard gaat met dat gevoel van schaamte. Ik heb zo veel privileges, anderen niet. Daarnaast wil een deel van mij ook gewoon tof gevonden worden, ik wil overkomen als een goed persoon. En er is dat pure idealisme. Een mix van verschillende dingen dus, waarbij je niet kunt zeggen in welke mate die zich onderling verhouden."

Tegen het einde van de avond lijkt het alsof deze man geen mislukkingen kent, of ze niet als dusdanig van de hand doet. Er was dat boek waaraan hij twee jaar gewerkt heeft om het vervolgens te deleten, maar hij wist ook waarom hij het moest deleten. Dat rechtvaardigt het. Nesbø is een golden boy, heeft talenten op overschot en het leven lacht hem toe op elk moment en waar dan ook. Of niet? Het tegendeel zou hem slechts menselijk maken.

Bruine suiker

Er was de dood van zijn vader, maar ook van zijn broer Knut in 2013. Er was de scheiding van de moeder van zijn dochter. Er zijn al die dingen die hij deed omdat zijn vader het niet kon, een concept waarmee zijn eigen dochter misschien ooit ook gaat worstelen. Nesbø's antwoord op de vraag of ook hij daarmee enkele lasten op zijn schouders draagt, blijft uit. Hij neemt een bruin suikerklontje van zijn onderbordje en wil afleiding brengen door van onderwerp te veranderen. Bij hem thuis dipten ze die suikerklontjes in de koffie. Dan zwijgt hij weer. Hij denkt. Hij zegt dat hij op die vraag een straf antwoord wil verzinnen. Dat gegeven op zich zegt echter meer dan een verzinsel.

Dan maar de vraag of hij nog iets te bewijzen heeft aan zichzelf. Want een mens heeft altijd iets te bewijzen, al was het maar dat hij niets te bewijzen heeft.

"Ik wil graag een bepaalde berg beklimmen. Ik klim al jaren en er is één bergtop die me uitdaagt. Een nietszeggende top hoor, die voor niemand behalve mij iets betekent. Op zo'n berg bestrijd ik mijn hoogtevrees. Het is een interessante plek om te zijn, omdat je jezelf helemaal stript. Voor niemand anders dan jezelf. Je stoot op de sterkste en de zwakste kant van jezelf en daar kun je niet over liegen. Je weet dat je op een mentale grens zult stoten, waar je stopt met functioneren. Een angst om te vallen, bekruipt je op dat moment. Vergelijk het met bang zijn in het donker. Er is geen gevaar, maar wel een zekere angst. Ik zoek die grenzen graag op, ik voel die angst graag. Tegelijk doet het me beseffen dat ik geen mentale superman ben. Net zoals ik vroeger ontdekt heb dat ik niet de slimste mens ben op deze wereld, weet ik nu ook dat ik niet de moedigste man ben. De teleurstelling die daarin ligt, is even groot als de bevrijding."

Hij brengt bedachtzaam zijn ristretto naar zijn mond. Zijn beide handen met schrammen op de knokkels rond het kleine tasje. Deze man leeft hard, al lijkt het alsof hij het moet voelen om het te beseffen. Bij het verlaten van het restaurant draaien de blikken opnieuw in zijn richting. Voor iemand die graag alleen is, lijkt hij zelden alleen te kunnen zijn. Zij het in gedachten. Zoals je alleen boven op een bergtop het dal kunt overschouwen. Reikhalzend naar de volgende piek.

De dorst, het nieuwste boek in de Harry Hole-reeks, is nu verkrijgbaar, uitgeverij Cargo, 21,99 euro

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234