Donderdag 01/12/2022

Het groene licht

Een absolute klassieker heruitgegeven: F. Scott Fitzgerald. 'De Grote Gatsby'

door Luc Huybrechts

F. Scott Fitzgerald

uit het Engels vertaald door Susan Janssen, Atlas, Amsterdam/Antwerpen, 192 p., 600 frank.

ø

Bijna twintig jaar geleden besteedde ik al mijn reisgeld aan een cursus creative writing in Californië. De laatste dag zou Raymond Carver een lezing geven over het slot van de roman. We zaten in spanning te wachten. Carver kwam binnen, kuchte en las met die nasale, ritmische stem van hem de laatste paragraaf van The Great Gatsby voor. Zo, zei hij terwijl hij het boek sloot, zo moet een roman eindigen. Hoe dichter je dit benadert, hoe beter, voegde hij er nog aan toe. Daar konden wij, hongerige schrijvers in spe, het mee doen.

Volgens de blurb wordt De grote Gatsby in zowat alle tot nu toe gepubliceerde overzichten als het na Ulysses belangrijkste boek van de twintigste eeuw genoemd. In het toen door Carver, Cheevers en Spence opgestelde lijstje zaten Fiësta en Lolita daar nog tussenin. Maar ondertussen is Fitzgeralds klassieker, net als Hemingways Fiësta, in ons taalgebied totaal onterecht in de vergetelheid geraakt. Misschien kan de verzorgde heruitgave van Atlas dat verhelpen.

Scott Fitzgeralds naam is onlosmakelijk verbonden met de jaren twintig, die aan hem de naam 'The Jazz Age' hebben te danken. Het was een tijd van decadentie en economische expansie, waarin de Amerikaanse droom binnen ieders bereik leek te liggen. Fitzgerald (1896-1941) week, zoals de meeste van zijn collega's, uit naar het kunstminnende Parijs en maakte daar deel uit van de door Hemingway aangevoerde Lost Generation. Hij was de minst experimentele van die generatie en waarschijnlijk ook de minst intellectualistische. Hij dweepte met de Amerikaanse idealen en kwam daardoor vaak in aanvaring met de vrijgevochten artiesten van de Rive Gauche. Vooral Hemingway verwierp de decadente levensvisie van Scotty, die zich, onder druk van zijn vrouw Zelda, van zijn literaire vrienden zou afkeren. "Hij ziet eruit als een belegen jongen en hij gedraagt zich als een vrouw," schreef Hem over zijn ex-vriend. Achteraf bekeken past de inderdaad wat weke en weinig viriele figuur van Fitzgerald beter in ons huidige tijdsbeeld dan de macho Hemingway.

Zelda had overigens ook schrijversambities. En volgens de geschreven bronnen - die allemaal tot Hemingways entourage behoorden en dus niet van veel objectiviteit verdacht kunnen worden - was zij ziekelijk jaloers op Scotts succes. Ze werd na verschillende zenuwinzinkingen in een psychiatrische inrichting opgenomen. Fitzgerald beschreef een en ander met een bijna klinische accuratesse in het gevoelige Tender Is the Night (1934). Maar vijf jaar eerder al schreef hij met The Great Gatsby zijn absolute meesterwerk. Toen het boek in eerste instantie niet de verwachte lovende kritieken kreeg, rapporteerde Hemingway aan Gertrude Stein: "The Great Gatsby is in zijn eenvoud zo briljant dat de critici daar pas later achter zullen komen. Anders konden ze zelf boeken schrijven." Later vlakte hij die mening af en in A Moveable Feast zegt hij alleen nog: "Ik was er toen van overtuigd dat, als hij een goed boek als The Great Gatsby kon schrijven, er nog meer in hem moest zitten." Zoals bij de meeste recensenten was Hemingways kritiek onderhevig aan persoonlijke animositeiten.

In De grote Gatsby wordt de tragische ondergang beschreven van de dertigjarige Jay Gatsby, een mysterieuze magnaat, rijk geworden door dranksmokkel, die met zijn extravagante feestjes het middelpunt vormt van de high society van Long Island in de jaren twintig. Gatsby, die net als Fitzgerald eigenlijk een wat naïeve jongen is, heeft maar één doel in zijn leven: Daisy Fay voor zich te winnen. Daisy is een verwende southern belle waarmee hij voor de oorlog een kortstondige maar hevige relatie had. Het probleem is dat zij intussen getrouwd is. Maar haar huwelijk is niet gelukkig. Tom, haar echtgenoot, is een stinkend rijke en leeghoofdige sportman met een minnares, Myrtle Wilson, de vrouw van een berooide garagehouder.

Tussen beiden in staat Nick Carraway. Hij is de verteller en een soort ongecorrumpeerde dubbelganger van Jay Gatsby. Hij komt, net als Gatsby, uit het westen en is naar de oostkust gekomen om er zich te vestigen als makelaar in effecten. Carraway blijft echter bescheiden en op de achtergrond, en is eerder de observator die zich liever niet mengt in de mondaine wereld. Hij vertegenwoordigt de andere kant van Fitzgeralds karakter (zoals Fitzgerald Joyce op een Parijs terras toevertrouwde: "Een schrijver is een hele hoop mensen die heel erg zijn best doet om één persoon te worden").

Via Carraway, die een neef van Daisy is, slaagt Gatsby erin om weer in contact met haar te komen. Omdat zijn feestjes haar niet interesseren, houdt hij er onmiddellijk mee op, ontslaat zijn volledige staf en verandert compleet van levensstijl. Daisy komt nu dagelijks naar zijn villa en Gatsby leeft in een roes. De climax komt op een broeierige dag als echtgenoot Tom en Gatsby met elkaar geconfronteerd worden. Tom speelt de geslagen hond en stuurt Daisy en Jay weg. Gatsby laat de opgewonden Daisy achter het stuur plaatsnemen in de hoop dat dat haar gedachten zal afleiden. Maar totaal overstuur rijdt Daisy Toms maîtresse Myrtle dood, die zich bijna voor de auto werpt omdat ze denkt dat haar geliefde erin zit. Daisy rijdt na het ongeluk door. Gatsby wordt door iedereen als de boosdoener aangezien. Alleen Nick vertrouwt hij toe dat Daisy chauffeerde.

De volgende dag wordt Jay Gatsby dood in zijn zwembad aangetroffen. Neergeschoten. In zijn buurt ligt ook het lijk van de garagehouder, die achteraf zelfmoord heeft gepleegd. Tom had hem tegen Gatsby opgezet. Op de begrafenis laat zelfs Daisy het afweten. Nick Carraway is alleen met Gatsby's vader, die toch trots is dat zijn zoon, een gewone jongen uit het westen, het zo ver heeft kunnen brengen.

In de eenvoud van de vader en de hautaine ongevoeligheid van Gatsby's society-vrienden schuilt de confrontatie tussen de waarden en normen van het onontwikkelde, onbedorven westen en het ontwikkelde en daardoor corrupte oosten, een thematiek die Amerikaanse schrijvers door de eeuwen heen heeft beziggehouden. Fitzgerald snijdt met hetzelfde idealistische mes als Cooper en Twain en zelfs als Henry James, die er Engeland bij betrok.

Uit de vertaling van Susan Janssen - die trouwens uit 1985 stamt - blijkt vooral hoe moeilijk het is om de sfeer van Fitzgeralds ascetische taal te vatten. Maar dat kun je haar nauwelijks verwijten. Het luie maar plastische Amerikaans van de roaring twenties is nu eenmaal moeilijk in ons strenge Nederlands om te zetten. De beklijvende beginzin bijvoorbeeld, die me is bijgebleven vanaf de eerste keer dat ik het boek las, met het beeldende "advice that I've been turning around in my mind ever since" wordt nogal gewoontjes: "een raad waarover ik sindsdien ben blijven nadenken". Of: "The lights grow brighter as the earth lurches away from the sun", vertaald als "De lichtjes worden heller naarmate de aarde verder van de zon wegwentelt". Tja. Maar sommige passages zijn dan weer zo sterk dat ze ook in vertaling makkelijk standhouden. Als voorbeeld daarvan het magistrale einde:

"Gatsby geloofde in het groene licht, de orgiastische toekomst die jaar na jaar voor onze ogen terugwijkt. Ze ontglipte ons toen, maar dat doet er niet toe - morgen zullen we harder lopen, onze armen verder uitstrekken... En op een mooie dag -

"En zo varen we voort, schepen tegen de stroom op, onophoudelijk teruggevoerd naar het verleden."

Zo moet volgens Raymond Carver een roman dus eindigen. Ik sluit me daar bij aan. Meer moet het echt niet zijn.

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234