Woensdag 07/12/2022

Het groene erfgoed van Brugge

open monumentendagen

Naar aanleiding van de Open Monumentendagen heeft de Dienst voor Monumentenzorg van Brugge in samenwerking met de stedelijke groendienst en met Brugge 2002 een heel bijzonder programma uitgewerkt waarbij vooral het groene erfgoed van de stad in de kijker wordt geplaatst, onder het motto 'een tuin is meer dan er staat'. Blikvanger zijn veertig privé-tuinen, die uitzonderlijk kunnen worden bezocht.

Brussel

Eigen berichtgeving

Paul Geerts

Kleine en grote tuinen, verborgen tuinen, kasteelparken, godshuistuinen en kloostertuinen... De meeste tuinen liggen in de binnenstad, maar er zijn ook tuinen bij in een aantal omringende gemeenten zoals Jabbeke, Loppem, Oedelem/Beernem, Oostkerke en Oostkamp.

"De tuinen zijn gekozen om hun boeiende confrontatie met het architecturale erfgoed", zegt Brigitte Beernaert van de Stedelijke Dienst voor Monumentenzorg. "Hiermee willen we het publiek attent maken op de mogelijkheid om zelf groen erfgoed te creëren. Architectuur wordt immers versterkt door groen en omgekeerd. Heel wat geld wordt geïnvesteerd om monumenten te restaureren of om nieuwe gebouwen om te richten. Op hetzelfde moment zou waar het kan ook geïnvesteerd moeten worden in 'architecturaal' groen."

kasteeltuin oostkerke

Een van de bijzonderste tuinen die naar aanleiding van de Open Monumentendagen kan worden bezocht, is de tuin bij het kasteel van Oostkerke (Damme). Hij werd in de jaren '40 ontworpen door de bekende Nederlandse tuinarchitecte Mien Ruys. De tuin bestaat uit twee duidelijk onderscheiden gedeelten: een verhoogde, door muren en hoge taxushagen omsloten, intieme tuin rond de binnenkoer van het kasteel, en een uitgestrekte gazontuin met een rozentuin en een aantal bloemenborders, gedeeltelijk omgeven door een lage meidoornhaag, zodat hij langs alle kanten uitzicht biedt over het prachtige polderlandschap. De 14de-eeuwse grondvesten van de vroegere ringmuur en hoektorens werden daarbij blootgelegd, en als tracé van de wandelpaden in de nieuwe tuin geïntegreerd.

Rond het huis, op hetzelfde niveau, vormen gesloten tuinen een plantenbastion. Ze zijn afgeschermd door taxushagen, die na vijftig jaar een aanzienlijk dikke muur vormen. Van buitenaf lijken die gesloten tuinen, die enkel via trappen te bereiken zijn, op een groene verdedigingswal die het huis beschut tegen de felle windstoten. De bloemenborders (er ligt een zomer-, herfst- en lenteborder) werden in de loop der jaren door tuinarchitect Van Wassenhove heraangeplant. Hij respecteerde daarbij de geest van Mien Ruys en de traditie van de weelderige Engelse bloemenborders, maar zorgde wel voor zachtere kleurenschema's.

Rond de grondvesten van een oude toren werd een formele rozentuin aangelegd met verhoogde, bakstenen perken. In de zes rozenperken groeien grootbloemige rozen, één soort per perk, zoals Gruss an Aachen, Jardins de Bagatelle, Papa Meilland, Madame Meilland en Lady Sylvia. De herfstborder die aansluit bij die die rozentuin en de vele struikrozen zoals Honorine de Brabant, die in de directe omgeving van de rozenperken in een veel minder strakke opstelling zijn aangeplant, vormen een mooi tegengewicht voor de formele structuur van die rozentuin.

Achter de rozentuin, verscholen achter een taxushaag, ligt een grote snijbloementuin. De bloemen staan er mooi op rijtjes, zoals in een ouderwetse moestuin. Er staan hier en daar trouwens ook wat groenten en kruiden, maar het hoofdaccent ligt duidelijk bij de snijbloemen. Heel veel pioenen en irissen, delphiniums, massa's dahlia's en vooral veel rozen. Dwars door de tuin loopt een brede gracht, een restant van de vroegere omwalling, waarvan de oevers aan weerszijden beplant zijn met gele lis.

Een bijzonder fraai element van de tuin is de populierenlaan die naar een Oude Molen leidt. De populieren zijn helemaal scheefgegroeid door de strakke westenwind. Links toont het landschap zich in al zijn glorie met rijen knotwilgen en populieren, in de verte afgeboord met meidoornhagen. Recentelijk liet Van Wassenhove enkele moeraseiken planten ter vervanging en aanvulling van de bomen die vijftig jaar geleden door Mien Ruys werden geplant. Rond het huis liggen twee verborgen tuinen. In de ene staan monumentale taxusvormen op een grasveld in de schaduw van enkele hoge populieren en een imposante wilg. Van hieruit heeft men ook een mooi uitzicht over het dorpje met de typische kerktoren.

Een kleine, rechthoekige binnentuin ligt verborgen achter de dikke taxushagen. Hier bloeien de hele zomer witte, blauwe en roze bloemen voor het Lieve-Vrouwebeeld dat op een sokkel tegen de tuinmuur staat, omringd met rozen. Het albasten beeldje van O.-L.-Vrouw laat er geen twijfel over bestaan dat de tuin bedoeld is als een Maria-tuin. Maar in het dorp staat hij bekend als de 'Tuin der verliefden', een naam die hij destijds zou hebben gekregen toen de misdienaars van het dorp op het kasteel werden ontvangen.

Centraal ligt een grasveldje met aan weerszijden een brede bloemenborder met hoofdzakelijk roze, blauw en mauve bloeiende bloemen, met hier en daar een wit accent en enkele grijsbladige planten, zoals bijvoorbeeld Stachys en Santolina. In die bloemenborders onder meer de rozig witte Rosa 'Marie Pavic', verschillende soorten geraniums, witte Lavatera, blauwe Delphinium, witte Cosmos, purperen Buddleia...

architectentuinen

U kunt van de Brugse Monumentendagen ook gebruikmaken om een aantal bijzondere tuinen van bekende tuinarchitecten te ontdekken. Jacques Wirtz tekende bijvoorbeeld de heraanleg van de residentie van de gouverneur aan de Burg. Van tuinarchitect Paul Deroose zijn verschillende tuinen te bezoeken, waaronder zijn eigen tuin (Jabbeke Stationstraat 166) die wordt gekenmerkt door een sterke architecturale eenheid tussen de tuin en de woning die uit 1843 dateert. De middenas wordt geflankeerd door twee borders van circa 21 meter lengte. Die middenas mondt uit in een grote tuinruimte, die achteraan is gelegen. De muren die naar het zuiden zijn georiënteerd zijn begroeid met druivelaar, vijg, Ceanothus en klimrozen. Daarnaast vindt men er enkele afzonderlijke ruimten voor snijbloemen en kruiden.

Omstreeks 1985 werd de tuin uitgebreid met een bestaande boomgaard, met oude niet gesnoeide appelaars, perelaars en een notelaar. In de jaren 1990 werd een collectietuin voor heesters en rozen aangelegd, omgeven door een ecologisch beheerd weiland met bosschages en vijver. Verder een zeer mooie moestuin met groenten, kruiden, kleinfruit en leiperen.

Bij het voormalige huis de Halleux (Oude Burg 21), nu eigendom van de Christelijke Mutualiteiten, ontwierp Deroose een formele tuin naar 18de-eeuws model in overeenstemming met de architectuur van de oranjerie. Twee gesnoeide loofgangen in haagbeuk onderlijnen het perspectivische zicht op de oranjerie en schermen de aanpalende minder boeiende gebouwen af van de grote centrale broderie in buxus met schelpmotieven.

In Sint-Andries (Zeeweg 73) ligt de privé-woning van architect Arthur Degeyter. De ruime tuin past perfect bij de strakke, modernistische woning en de omgeving, een open ruimte in het bos. Degeyter concipieerde deze tuin in overleg met tuinarchitect Paul Deroose. Basisidee was dat de tuin vanuit de woonvertrekken op de eerste verdieping moest worden bekeken. De tuin bestaat uit grote cirkels en ovalen van taxushagen die zich over het terrein bewegen in een schijnbaar willekeurige orde, maar die zich bij nader toezien feilloos aansluiten bij de vele grachtjes die het terrein doorkruisen. Elke ruimte kreeg een verschillende invulling met bloemen, groenten, fruit of gras. Degeyter ontpopte zich tot een begenadigd topiarius en heeft zijn hagen op een meesterlijke manier gedecoreerd met de vreemdste snoeivormen. Vlak bij (Zeeweg 69) ligt nog een andere tuin van Deroose.

Degeyter en Deroose werkten ook samen bij 'De Lochting' (Sint-Michiels, Lorkendreef 11). De tuin heeft als kern een formele besloten tuin omgeven door een taxushaag, een gevel van het huis en een zogenaamde 'gothic avenue', een tunnel van beuken. Vooraan en wat lager gelegen situeert zich een klein grasveld met enkele notelaars, dat aan de kant van de straat afgesloten is met een hulsthaag. De structuur van de grote tuin in de Langerei 66 is het werk van Paul Deroose, terwijl zijn collega André Van Wassenhove de beplanting verzorgde. Dankzij een perfecte ruimtelijke compositie, een afgewogen inplanting van waardevolle solitaire heesters en bomen, is hier een tuin met een tijdloos karakter en een wonderlijke rust ontstaan. De waterpartij is bijzonder attractief.

Ook de privé-tuin van de vorige week overleden André van Wassenhove (Kleine Kerkhofstraat 72, Assebroek) is te bezoeken. De voortuin bestaat uit een ingewikkeld en ingenieus patroon van buxushaagjes en buxusblokken waartussen een rijke collectie vaak bijzondere vaste planten, struiken en bomen groeien. Naast de woning liggen een kleine bollenweide, een vijvertuin met twee terrassen en daarachter situeert zich de grote collectietuin waar sinds jaren wordt geëxperimenteerd met vaste planten, struiken en bomen.

Andere tuinen van Van Wassenhove zijn onder meer de tuin bij het voormalige huis Désiré De Meyer in de Blekerstraat en de grote stadstuin van het voormalige huis Maertens in de Ezelstraat 33. In de ruime tuin in de Nachtegalendreef 28, Sint-Michiels, bouwde Van Wassenhove volgens een formeel schema enkele door hagen omsloten tuinkamers uit. In een perfecte verhouding tussen 'openheid' en 'geborgenheid' ontstond een rustige tuin met een watertuin, een verzameltuin, een bosquet en een ruim gazon met boomgaard.

In de Sint-Baafstraat 14 Sint-Andries ligt een tuin met parkallures, die gedomineerd wordt door een imposante honderdjarige beuk. De tuin was meer dan twintig jaar verwaarloosd en werd naar een ontwerp van André Van Wassenhove omgevormd tot een hedendaagse tuin met een waardevol sortiment van bloeiende planten en heesters en vele minutieus geschoren hagen en snoeivormen. Ook de grote siertuin in de Stationsstraat 18 in Loppem werd aangelegd in samenspraak met Van Wassenhove.

Van tuinarchitect Piet Blanckaert kan de eigen tuin (Sint-Andries, Dopheidestraat 7) worden bezocht. De inplanting van het huis werd bepaald in functie van het behoud van een nat elzenbosje en een gracht, die door de aanplanting van wintergroene iris, hosta en muizenoortje een verrassend entree vormt naar de rest van de tuin. In de siertuin zijn verschillende tuinkamers uitgebouwd die verbonden zijn door assen waarop bloemenborders werden geënt. Een van de tuinruimtes is aangelegd als 'geheime tuin', duidelijk Japans geïnspireerd. Een andere tuin van Blanckaert is onder andere 'het kleinste tuintje van Brugge' in de Elf-Julistraat 48.

De privé-tuin van tuinarchitect Chris Ghyselen (Oedelem, Tinhoutstraat 36) bij een honderd jaar oud huis is opgedeeld in een aantal sobere, eenvoudige en vooral kleinere tuinen, waaronder een vijvertuin. Ook in Oedelem (Bruggestraat 22) ontwierp Ghyselen bij een mooie, 19de-eeuwse woning in laatclassicistische stijl een tuin opgebouwd op een langgerekte zichtas, die vanaf de voortuin, door het huis en een afgesloten terras doorloopt tot in de achterliggende siertuin.

Vervolg op pagina 35

'De te bezoeken tuinen zijn gekozen vanwege hun boeiende confrontatie met het architecturale erfgoed'

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234