Dinsdag 01/12/2020

Het goud van de Farao

et zijn ooit wel andere tijden geweest: nauwelijks een halfuur nadat vrijdagmiddag het ontslag van Hosni Moebarak bekendgemaakt was, kondigde de Zwitserse regering aan dat alle fondsen die in dat land aan de Farao zouden kunnen toebehoren, geblokkeerd worden. In een verordening liet Bern weten dat het de banken op zijn grondgebied gevraagd had alle bezittingen van de clan Moebarak op te sporen en te bevriezen.

Volgens de Zwitserse Nationale Bank zijn de tegoeden die de raïs en zijn familie eind 2009 op Zwitserse rekeningen hadden uitstaan, goed voor 2,27 miljard euro. De bevriezing, die onmiddellijk van kracht werd, blijft drie jaar geldig, in afwachting dat een gerechtelijk onderzoek naar het patrimonium duidelijkheid schept in de herkomst ervan. De Moebaraks kunnen niet alleen niet langer aan hun centen, volgens de verordening “is ook de verkoop of vervreemding van vastgoed dat aan deze personen toebehoort verboden.” Dat Zwitserland “alle noodzakelijke maatregelen wil nemen om verduistering van publieke gelden te vermijden”, heet het nog. Recent blokkeerden de Zwitsers ook rekeningen en vastgoed dat de naar Saoedi-Arabië gevluchte Tunesische dictator Ben Ali in het Alpenland bezat.

Maar, zoals de Franse niet-gouvernementele organisatie CCFD Terre Solidaire vaststelde op grond van de ervaring met andere dictatorfortuinen, ook Moebaraks Zwitserse geld is maar een schijntje van wat hij, zijn vrouw Suzanne en zijn zonen Alaa en Gamal in werkelijkheid bezitten. Volgens informatie die vorige week door The Guardian, ABC Newsen andere media gepubliceerd werd, gaat het om rekeningen en eigendommen ter waarde van 30 tot 70 miljard dollar. Op die manier zouden de Moebaraks tot de rijkste families ter wereld behoren en zou de president zelf, vóór de Thaise koning Bhumibol, de Saoedische vorst Abdullah en de sultan van Brunei, het rijkste (ex-)staatshoofd van het ondermaanse zijn. Een jaar geleden schreef de Algerijnse krant Al Khabar al dat Moebarak 15 miljard dollar in persoonlijk beheer had, Suzanne 1 miljard, de tot niet zo lang geleden als troonopvolger gedoodverfde Gamal 17 miljard en Alaa 8 miljard. Tot de financiële instellingen waar ze klant van waren, of zijn, behoren de Royal Bank of Scotland en UBS.

De clan-Moebarak zou behalve in Egypte, waar ze vele villa’s, hotels en firma’s op haar naam heeft staan, ook vastgoed hebben in Frankrijk, de Verenigde Staten, Duitsland, Spanje, Dubai en Groot-Brittannië. Een stevige optrek in Londen, aan Wilton Place in de wijk Belgravia, is een van de weinige officieel bekende huizen van de presidentiële familie. Ook aan Rodeo Drive in Beverly Hills en in Manhattan houden de Moebaraks er meerdere woningen op na.

Maar alleen al de wijde variatie op de schatting maakt duidelijk hoezeer zelfs specialisten in het duister tasten. Volgens de door het Franse maandblad L’Expansion geïnterviewde Midden-Oostenspecialist Christoph Davidson is het peilen van Moebaraks fortuin als zoeken naar een speld in een hooiberg. “Financiële geheimhouding, onduidelijkheid over de aandeelhoudersstructuren binnen Egyptische bedrijven en de angst om wanpraktijken aan de kaak te stellen binnen het autoritaire regime hebben de informatiegaring sterk bemoeilijkt”, aldus Davidson. Ook het Amerikaanse blad Forbes, dat jaarlijks een ranking van de omvangrijkste zakenfortuinen publiceert,zegt grote twijfels te hebben bij de door The Guardian naar voor geschoven extrapolaties. Minimalisten menen zelfs dat Moebarak ‘slechts’ enkele honderden miljoenen in de geldbeugel heeft.

Hoe dan ook: rijk is de oude raïs ongetwijfeld, en appeltjes voor de dorst heeft hij zat. De basis van zijn fortuin zou Moebarak overigens niet eens tijdens zijn drie decennia lange presidentschap hebben bijeengegraaid, wel in de periode daarvoor, toen hij als hoge luchtmachtofficier de facto zakenman was en een vrije hand had in ’s lands militaire complex. Moebarak sloot bijvoorbeeld uiterst lucratieve contracten af met zowel de VS als de Sovjet-Unie, grootmachten die een Koude Oorlog uitvochten en wier onderlinge concurrentie hij volop uitspeelde.

Volgens ABC News inde het toekomstige staatshoofd reusachtige commissielonen op elke militaire transactie met het buitenland. In 1975, als vicepresident, stort Hosni Moebarak zich ook op vastgoed. Grond die het leger toebehoort zet hij in de uitverkoop en schaft hij ten persoonlijken titel aan. Vervolgens laat hij de gronden herbestemmen zodat er ook flats en hotels op kunnen worden gebouwd en doet hij de prijzen de pan uitswingen. Kassa kassa in Caïro, telkens weer.

Ook Gamal, de jongste zoon van Moebarak, was jong geleerd. Op de internationale financiële markten begon hij in de jaren tachtig te speculeren op Egyptes soevereine schuld. Het spaarpotje dat die oefening hem baarde was mooi genoeg om, net zoals paps, voor een prikje legergronden in te slaan. Die werden vervolgens aan investeerders verpatst, waarna de winst bij Europese banken werd geparkeerd. Gamal bleef tot niet zo lang geleden in de zandbak spelen, bijvoorbeeld in de omgeving van Ismailia, in de Sinaï-woestijn. Telkens werd dezelfde procedure gehanteerd: herbestemming, gevolgd door waardeverhoging en doorverkoop.

Uiteraard werden de praktijken onder Moebaraks presidentschap volop voortgezet. In de jaren negentig haalt het staatshoofd niet alleen de economie naar zich toe, hij begint ze ook te privatiseren. “Een groot aantal staatsbedrijven wordt in de internationale etalage gezet, waarna het bedrijfskapitaal minstens voor een deel onder de heersende elite wordt verdeeld”, zegt een Egyptische economist die liever anoniem wil blijven in L’Expansion. Aan The Guardian zei Princeton-professor Amaney Jamal dan weer dat “de corruptie binnen het regime zeer wijdverbreid was” en dat “het gebruik van publieke middelen voor persoonlijke doelstellingen” courant was.

Grosso modo verschilt de situatie in Egypte niet van die in andere Arabische landen. Buitenlandse bedrijven die een vestiging in het land in kwestie willen openen, kunnen wettelijk meestal niet buiten een plaatselijke partner om die een deel van het kapitaal in handen heeft. In Egyptische joint-ventures blijft zo 20 tot 50 procent van een bedrijf onder lokaal beheer. Een voorbeeld dat al jaren over de tongen rolt, is dat van telefoonreus Orascom. Die ging met France Telecom scheep en vond in Alaa Moebarak een van zijn hoofdaandeelhouders.

Maar voor wat hoorde natuurlijk wat: de bedragen die de Moebaraks van privébedrijven en investeerders afroomden, wonnen die laatsten terug onder de vorm van beïnvloeding van de politieke agenda. Hoewel hij zichzelf enkele weken geleden een nieuwe maagdelijkheid aanmat door afstand te nemen van het regime, is het een publiek geheim dat Orascom-baas Naguib Sawiris en Moebarak twee handen op één buik waren. Worden door sommige media verder genoemd: de EFG-Hermes-bank, Skoda, Mövenpick, Hyundai en Marlboro. The New York Times ziet ook een mogelijke, zij het voorlopig niet bevestigde link met het gigantische vastgoedproject Sixth of October City, een nieuwe stad van 500.000 inwoners in de buurt van Cairo.

Overigens: één van de redenen waarom de raïs de eer donderdagavond, anders dan verwacht, niet meteen aan zichzelf liet, is dat hij zijn afvallige bondgenoten in de westerse politieke en zakenwereld nog even lik op stuk wou geven. Moebaraks discours stond bol van de uithalen naar het buitenland.

Vast staat alleszins dat de Egyptische president de voorbije weken de tijd heeft proberen te rekken. Volgens de Britse krant Daily Telegraph, die zich daarvoor op westerse inlichtingenbronnen beroept, zou hij 18 dagen lang, via allerhande transacties, niets anders hebben gedaan dan geld verstopt. Ook de eveneens in Londen gepubliceerde pan-Arabische krant Al Quds al Arabi schrijft dat de belangrijkste reden voor Moebaraks uitputtingsslag met de betogers van financiële aard was. Bovendien zou hij volgens waarnemers een akkoord met zijn opvolgers hebben gesloten dat deze hem niet voor de rechter zouden slepen wegens mensenrechtenschendingen, corruptie en andere onfrisse handelingen.

Vergeten en vergeven?

Maar in tegenstelling tot de Tunesische ex-president Ben Ali, die holderdebolder een jet nam naar de Golf, bleef de Egyptenaar in eigen land, in zijn prachtige residentie in Sharm-el-Sheikh. Zou het kunnen dat de oude raïs erop vertrouwt dat hij vergeten en vergeven wordt? Denkt hij dat de bui overwaait, dat over luttele maanden, als de democratische transitie minder gesmeerd loopt dan verhoopt, zijn naam alsnog door nostalgie gezuiverd wordt? Rekent hij misschien op Duitsland, waar hij eerder al voor kanker werd behandeld? Maar wat als Interpol net als in het geval van Ben Ali een internationaal arrestatiebevel tegen hem uitvaardigt? Nou ja, in de diplomatieke coulissen achten maar weinigen de kans reëel dat de oude Moebarak ooit nog in de kraag gevat wordt.

Volgens het Basel Institute on Governance, een denktank die zich op het traceren van dictatorgeld toespitst, is het in de eerste plaats aan de nieuwe Egyptische autoriteiten zelf om een onderzoek te openen. Als in het bronland geen politieke wil bestaat om de zaak uit te spitten, dan wordt het ook daarbuiten moeilijker om achter het verduisterde geld aan te gaan.

In een recent gesprek met deze krant maakte CCFD-specialiste Mathilde Dupré zich alvast weinig illusies. Vergeleken met wat dictatoren zoals de Pahlavi’s (Iran), Soeharto’s (Indonesië), Bhutto’s (Pakistan) en Mobutu’s (Congo) achterovergedrukt hebben, is het teruggevonden, bevroren of aan de schatkist van hun respectieve landen gerestitueerde bedrag een habbekrats: tussen één en vier procent.

Toch is de wereld er vandaag veel sneller bij dan pakweg twintig jaar geleden: de publieke opinie is gevoeliger geworden en het internationaal recht is versterkt. Maar dan nog: voor de Farao zijn financiële geheimen prijsgeeft, zal er nog veel water vloeien door de Nijl.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234