Zondag 16/01/2022

Het gitzwarte blunderpad van BP

Interne memo’s tonen aan hoe BP al van in het prilste begin op de hoogte was van de risico’s bij het aanboren van de Macondobron in de Golf van Mexico, maar doelbewust de ogen sloot. ‘BP beknibbelde her en der om hier een miljoen dollar te besparen en daar wat uren. En nu betaalt de hele Golfkust de prijs.’ door Nathalie Carpentier

Hoe de leiding van het olieconcern minuut na minuut werd gewaarschuwd voor de risico’s die ze nam in de Golf van Mexico, en consequent de ogen sloot

Het tijdperk van makkelijk te winnen olie is voorbij”, schreef de Britse krant The Independent deze week. Als er één olie- en gasmaatschappij is die in dat nieuwe tijdperk van hightech en moeilijk bereikbare gebieden de grenzen van het mogelijke heeft afgetast, dan wel oliereus BP. Weinige die zo diep onder de zeebodem boren naar olie, weinige ook die zich zo ver wagen op onbekend terrein.

Het pad dat BP kiest, is er één van potentieel grote winsten, maar ook van zo mogelijk nog grotere risico’s. Het was ‘zonnekoning’ John Browne die dat pad eind de jaren negentig insloeg. De toenmalige CEO van BP, die naar verluidt geobsedeerd was door status en Tony Blair tot zijn vrienden mag rekenen, bouwde het tweedeklasseoliebedrijf uit tot een geduchte concurrent voor Exxon. Volgens docent strategie Tom Kirchmaier van de Manchester Business School probeerde Browne BP op een andere manier te runnen. “Managers roteerden naar nieuwe banen met zware winsttargets en werden verplaatst voor ze geconfronteerd werden met de gevolgen ervan.” Het door ingenieurs geleide bedrijf was verleden tijd, voortaan was BP een louter commerciële onderneming.

John Browne deed zich opmerken als een genadeloos bespaarder. Vele operaties werden uitbesteed, duizenden banen geschrapt. Eigen ingenieurs vlogen uit het kader en het bedrijf, aannemers en onderaannemers kwamen in hun plaats. Kleine, bescheiden projecten waren niet langer interessant, Browne ging voor de riskantste, duurste maar ook potentieel lucratiefste ondernemingen. Het ontging de aandeelhouders niet dat het aandeel van BP fors omhoog ging.

Symbool van BP’s durf was de ‘Thunder Horse’, een boorplatform van 780 miljoen euro dat vijftien verdiepingen boven de zeespiegel uittorende en het uithangbord moest worden van BP’s verovering van de onderzeese oliereservoirs in de Golf van Mexico. Maar in plaats van het vlaggenschip werd Thunder Horse een trieste illustratie van BP’s overmoed. De passage van orkaan Dennis in 2005 maakte dat schokkend duidelijk: Thunder Horse overleefde het noodweer ternauwernood en bleef vervaarlijk naar één kant hellend achter, alsof het op het punt stond te zinken. De oorzaak was een domweg fout geïnstalleerde klep, maar later kwamen nog meer problemen aan het licht. Een ramp was net vermeden; op dat moment werd nog geen olie opgepompt.

En het zou nog erger worden. In maart 2005 ontplofte een olieraffinaderij van BP in Texas. Vijftien mensen kwamen om, 170 mensen raakten gewond. Het ongeval stond in de sterren geschreven. De Amerikaanse krant The New York Times citeerde uit een rapport van adviesbureau Telos Group, dat twee maanden voor het ongeval was opgemaakt: “Nooit eerder zagen we een site waar het idee ‘dit kan mijn dood worden’ zo realistisch was als daar.”

De conclusies van de Chemical and Safety Hazard Investigation Board (CSB) waren vernietigend voor BP. De ramp “werd veroorzaakt door organisatorische en veiligheidsgebreken op alle beleidsniveaus van BP”. Waarschuwingssignalen voor een mogelijke ramp waren jaren lang aanwezig, maar geen enkel kaderlid ondernam iets om onheil te voorkomen. BP had echter geluk: de schade bleef beperkt tot Texas City zelf, en de ramp verdween vrij snel uit de actualiteit. En het was niet door de gebeurtenissen in Texas City, maar door een seksschandaaltje, dat Browne in 2007moest opstappen als CEO. Momenteel werkt hij als topadviseur voor de Britse regering.

Met de nieuwe CEO, Tony Hayward, zou het allemaal verbeteren. Voortaan zou veiligheid een topprioriteit worden, maakte de geoloog zich sterk. Hij leek het te menen. “BP heeft zijn inkomsten te danken aan mensen die elke dag weer hun laarzen en overall aantrekken ergens ter wereld, en hun veiligheidshelm en bril opzetten om kleppen open te draaien”, aldus Hayward in een toespraak voor de Stanford Business School vorig jaar. “En dat durven we wel eens te vergeten.”

Wat Hayward evenmin durfde te vergeten, waren de cijfers. De druk was groot. “BP was de voorbije jaren een serieel onderpresteerder”, formuleerde Hayward het zelf tijdens een interne meeting begin 2008, aldus de interne nieuwsbrief van BP. “Vanaf nu telt elke dollar. Elke zetel telt. En we moeten nu actie ondernemen.”

Hoe de kloof met de concurrenten gedicht moest worden? Hayward: “Er zitten enkele miljarden dollars bij raffinaderijen zoals Texas City die weer op volle capaciteit komen, enkele miljarden meer door 200.000 vaten per dag nieuwe productie als onder meer (...) Thunder Horse opstart, en nog 3 of 4 miljard dollar via kostenbesparingen.” Hoe dringend ingrijpen was, werd nog eens onderstreept door externe spreker Neil Perry, olie- en gasanalist van investeringsbank Morgan Stanley. Wat als het mislukte? “Dan zal BP niet meer bestaan zoals nu over vier of vijf jaar”, aldus Perry. Er volgde een zware ontslagronde, en de nadruk op ‘productietargets’ werd volgens insiders nog groter.

En toen ontplofte op 20 april 2010 het door BP gehuurde boorplatform Deepwater Horizon, eigendom van Transocean. Elf mensen kwamen om, tientallen tot honderd miljoen liter olie uit de Macondobron stroomde in zee.

In een memo aan de werknemers hield Hayward eerst nog vol: “Dit ongeluk doet niet alle inspanningen teniet die we ons hebben getroost om de veiligheid wereldwijd te verbeteren. Veiligheid is onze eerste prioriteit en zal dat altijd blijven.”

Daar denken steeds meer mensen anders over, mensen die in de voorbije jaren een blik achter de schermen konden werpen. Zo herinnert de ramp met de Deepwater Horizon de Amerikaanse advocaat Brent Coon aan de ontploffing in de raffinaderij van BP in Texas. De talloze interne BP-documenten die Coon in zijn bezit kreeg tijdens rechtszaken waarbij hij slachtoffers van die ramp verdedigde, krijgen nu een heel andere betekenis, vertelde hij op CNN. Zoals het ‘dirty words document’. “Dat was een slideshow, opgesteld door BP-advocaten, die aangaf welke woorden BP-werknemers het best vermeden bij rapporten over ongelukken. Het ging om ‘crimineel’, ‘roekeloos’ en ‘gevaarlijk’. Ze wilden niet dat ergens schriftelijk vermeld stond dat ze iets verkeerds deden.” De documenten dateren van jaren geleden, maar zeggen veel over de bedrijfscultuur bij BP. Die is volgens Coon, die nu ook slachtoffers van de ramp met de Deepwater Horizon verdedigt, amper veranderd: BP plaatst winst boven veiligheid.

Die mening zijn nu ook Amerikaanse toezichthouders en diverse leden van het Congres toegedaan. “Er is een totale tegenstrijdigheid tussen BP’s woorden en BP’s daden”, was het scherpe commentaar van de voorzitter van het Committee on Energy and Commerce van het Congres tegenover Hayward, op basis van de voorlopige resultaten van het onderzoek van de ramp. “U werd binnengehaald om van veiligheid de topprioriteit te maken bij BP. Maar onder uw leiding heeft BP de meest extreme risico’s genomen. (...) BP beknibbelde her en der om hier een miljoen dollar te besparen en daar wat uren. En nu betaalt de hele Golfkust de prijs.”

Aanvankelijk leek de Macondobron, “een van de grootste ontdekkingen in de Golf van Mexico”, een voltreffer voor BP. Maar algauw doken er problemen op. De crew had regelmatig moeite om de krachtige ‘erupties’ van opstijgend gas uit de bron onder controle te houden. Tot frustratie van de crew. “Deze bron is een nachtmerrie”, citeert het rapport van de Congrescommissie een e-mail van een booringenieur op 12 april.

Het gebruik van het exploratieplatform Deepwater Horizon, eigendom van Transocean, was heel duur. Bovendien liepen de werken aan de Macondobron 43 dagen vertraging op, wat BP 21 miljoen dollar aan leasingboetes alleen gekost zou hebben.

“Dat lijkt druk te hebben gecreëerd om binnenwegen te nemen, om de bron sneller klaar te krijgen”, aldus een brief van de Congrescommissie aan Hayward. “Ondanks de problemen met de bron lijkt BP om economische redenen diverse beslissingen te hebben genomen die het gevaar op een catastrofe hebben verhoogd.” Daarbij leek het telkens op een “koehandel tussen kosten en veiligheid”.

“Verschillende waarschuwingen vielen in dovemansoren”, zegt de brief nog. Zo voorspelden enkele BP-werknemers halverwege april dat het cement dat in de put was gegoten om de buizen vast te zetten niet zou voldoen. Later wees Halliburton, de aannemer die BP ingehuurd had voor het cementeren, erop dat de bron een “ernstig gasstroomprobleem” kon hebben als BP slechts zes stabiliseringsringen zou plaatsen in plaats van de 21 die Halliburton aanbeval. BP legde het advies naast zich neer. Een BP-kaderlid betrokken bij de beslissing e-mailde: “Het zal tien uur duren om die (ringen, NC) te installeren... I do not like this.” Een dag later erkende het hoofd van de ploeg booringenieurs de risico’s ervan, maar hij voegde eraan toe in een mail: “Who cares, het is gebeurd. Einde van het verhaal, het zal wel goed zijn.”

Een reactie die BP’s gehele houding misschien nog het best samenvat, klonk het scherp bij de voorzitter van de commissie. Ondanks alle waarschuwingen nam BP nog een dubieuze beslissing. Hoewel het bedrijf op 18 april een gespecialiseerde ploeg naar het platform stuurde voor een evaluatietest van de integriteit van het cement, besliste BP op 20 april dat die test toch ‘niet nodig’ was. “Verschrikkelijk nalatig”, vatte een ingenieur die vroeger voor BP had gewerkt de beslissing samen voor de commissie. De annulatie kostte BP slechts 10.000 dollar, de evaluatie laten uitvoeren had 128.000 dollar gekost.

In een reactie op de beschuldigingen in het Congres bleef BP-CEO Tony Hayward bij zijn punt. “Ik heb tot nu toe niets gezien in het bewijsmateriaal dat suggereert dat iemand kosten liet primeren op veiligheid. Als dat zou blijken, zullen we actie ondernemen.”

Kort voor de explosie op 20 april sijpelden volgens getuigenissen van crewleden gassen door het cement. Ongecontroleerd kan dat leiden tot een totale eruptie. Zoals met de Macondobron ook zou gebeuren.

De schade had beperkt kunnen blijven als niet ook de blowout preventer (BOP) het had begeven, menen velen. Die laatste reddingsboei moet in actie schieten als ongecontroleerd veel olie en gas vrijkomen, wat die dag gebeurde. Minuten na de ontploffing probeerde minstens één arbeider de BOP te activeren, waardoor een stalen schot de bronopening moest afsluiten. Maar het schot sloot maar half. De boei werkte niet.

De BOP is zowat het meest cruciale beveiligingssysteem om olierampen zoals die op 20 april te voorkomen. Maar een onderzoek van The New York Times legde een grote kloof bloot tussen wat volgens de industrie het ‘ultieme veiligheidssysteem’ is, en de echte, veel complexere realiteit. Zo bestelde Transocean, de eigenaar van het platform Deepwater Horizon, vorig jaar een ‘strikt vertrouwelijk’ rapport over de betrouwbaarheid van de BOP’s gebruikt door blootplatformen op diepzee. In 45 procent van de gevallen bleken ze niet te werken.

Eén specifiek onderdeel van de BOP moet zeker goed functioneren: het stalen schot. Helaas blijkt ook dat verrassend feilbaar. Soms werkt het schot gewoon niet, soms werkt het niet naar behoren vanwege de duizelingwekkende diepten waarop de olie-industrie vandaag opereert. De industrie kende de problemen. Een niet werkend schot was verantwoordelijk voor wat voor de ramp met Deepwater Horizon gold als een van de grootste olierampen ooit, die met de Ixtoc 1-bron voor de kust van Mexico.

Maar zelfs als alles wél werkt, kan het mislukken, geven twee onderzoeken van begin 2000 aan. Bij de Deepwater Horizon was er nog een ander probleem: daar kon het schot falen als één enkel onderdeel het zou begeven, besloten ingehuurde consultants in 2000. In een reactie aan The New York Times stelde BP echter dat uit een deel van dat rapport dat de krant niet te zien kreeg, bleek dat de kans klein was dat de BOP niet zou werken.

Zowel BP als Transocean waren op de hoogte van de mogelijke problemen met BOP’s en schotten, maar wijzen elkaar sinds de ramp met de vinger. Maar niet alleen zij kenden de vele zwaktes van het systeem. Ook het overheidscontroleagentschap Mineral and Management Services (MMS) kende ze.

Al begin de jaren 2000 won de MMS bij experts advies in over de BOP’s. BOP’s voor diepzeeboringen moesten uitgerust zijn met twee schotsystemen, zeiden die, voor het geval eentje niet zou werken. Maar tot een verplichting kwam het niet. In 2000 en nog eens in 2009 maakte de MMS de olie-industrie erop attent dat ze een back-upsysteem moesten voorzien om de BOP’s te activeren. Maar er kwam geen formele verplichting, noch een controle.

Exemplarisch voor de cultuur binnen de MMS in het voorbije decennium, klonk het in de afgelopen maanden. Hoewel tussen 2001 en 2007 volgens de statistieken van het agentschap meer dan 1.400 ernstige boorongevallen plaatsvonden bij operaties voor de kust, met 41 doden, 302 gewonden en 356 olielekken, mocht de olie-industrie grotendeels zichzelf controleren. De lakse controle en het slechte management binnen de MMS werden al meermaals aan de kaak gesteld. De MMS was ook het voorwerp van schandalen, zoals onthullingen dat inspecteurs smeergeld en luxecadeaus aannamen en soms zelfs seks hadden met mensen uit de olie-industrie.

Een recente interne audit van de MMS in een district scherpte dat beeld nog aan. Ook al is er geen aanwijzing dat er een rechtstreeks verband is met de olieramp van 20 april, toch achtte minister van Binnenlandse Zaken Ken Salazar, die ook verantwoordelijk is voor grondstoffen en landbeheer, de publicatie nodig van het “erg verontrustende” rapport vanwege de actuele “relevantie”. Zo spreekt het rapport over een zorgwekkende bedrijfsomgeving waarbinnen de inspecteurs moesten werken. Het gaat dan vooral over te nauwe banden met de industrie. Zo waren er mensen in het agentschap en in de industrie die elkaar “vaak al kenden van hun kindertijd”. Geschenken aanvaarden van de olie- en gasindustrie was er normaal.

Volgens vroegere werknemers kampte de MMS met een ingebouwd belangenconflict: als waakhond moest het boringen stilleggen bij onveilig gedrag, maar tegelijk moest de organisatie zorgen voor leasinginkomsten uit de olie-industrie. Het zijn twee haaks op elkaar staande taken, die andere landen al lang uit elkaar hebben gehaald.

Na de ramp met de Deepwater Horizon kondigde Salazar een herstructurering en opsplitsing aan, en werd de MMS omgedoopt tot het BOEMRE of Bureau of Ocean Energy Management, Regulation and Enforcement. En er volgde een lange lijst veranderingen om de veiligheid te verbeteren, in vele gevallen gewoon de nooit uitgevoerde adviezen van jaren geleden.

Ook al stopte de corruptie onder de Regering-Obama volgens waarnemers, bepaalde gewoonten verdwijnen niet vanzelf. Toen BP vorig jaar een vergunning aanvroeg voor het boren van de Macondoput, werd het verzoek nagekeken door een MMS-ingenieur met 30 jaar ervaring. Hij kende het cruciale belang van de BOP voor de veiligheid. Om een boorvergunning te krijgen, moest de industrie vanaf 2003 testgegevens indienen bij de MMS die bewezen dat het schottensysteem van de BOP hun specifieke boorsituatie aankon.

Of de controleur naar die testresultaten had gekeken? Nee, het was hem ook nooit gevraagd, getuigde hij onlangs tijdens het kustwachtonderzoek naar de olieramp. Hoewel zijn regionale hoofd dat aanvankelijk tegensprak, moest ook hij toegeven dat hij niet wist of iemand controleert of de BOP deftig werkt.

De covoorzitter van het onderzoek had moeite om dat te geloven. “Dus als ik het goed begrijp, wordt dat essentiële veiligheidssysteem ontworpen volgens de normen van de industrie, geproduceerd door de industrie, geïnstalleerd door de industrie en is er geen enkele overheidscontroleur die de constructie of de installatie nakijkt. Klopt dat?”

“Dat klopt.”

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234