Dinsdag 29/11/2022

Het gezin dat stikte in de asbest

Zijn moeder, zijn vader, ingenieur bij Eternit, en zijn twee broers overleden allemaal aan asbestkanker. Alleen op Eric kreeg de asbest nog geen vat. Maandag zit hij op de voorste rij als in Brussel het eerste Belgische asbestproces start. 'Ik wil de stem van mijn overleden moeder zijn.'

it was mijn kinderparadijs", zegt Eric Jonckheere (52) met een wijds gebaar. Hij is de oudste zoon van Françoise Jonckheere. We staan op het lelijke gemeenteplein van Kapelle-op-den-Bos. "Hier ging ik naar kleuterschool De Lepel en later naar het eerste leerjaar bij juf Godelieve. Hier reed ik op mijn fietsje de Bormstraat uit - waar we woonden op nummer 17 - tot aan het Zeekanaal. Naar Frans, toen mijn beste vriend. Frans was kraanman bij Eternit: hij laadde en loste hij de boten op het kanaal."

Dat paradijs heeft voor Eric ondertussen alle glans verloren. De ouderlijke woning is gesloopt en de bouwgrond staat te koop. In de beek achter het huis waar hij zo vaak speelde, kabbelt het stinkende, brakke water, wit van het vuil van het vrijgekomen asbest.

Honderd meter verder voetballen kinderen op een veldje van het Sportcentrum Eternit. "Het sportcentrum is gebouwd op de voormalige stortplaats van Eternit. Als ik die jongens zie voetballen, denk ik niet dat het erg gezond kan zijn."

Kapelle-op-den-Bos, 9.000 inwoners groot, ligt op de grens van Antwerpen en Vlaams-Brabant. Het leunt tegen het Zeekanaal en ligt gevangen tussen de A12 en de E19. Het is een dorp zonder veel franje of bezienswaardigheden. De gemeente van burgemeester Leo Peeters is vooral bekend door twee omstreden fabrieken: het kantelpoortenbedrijf Feryn, waar allochtone werknemers niet altijd even welkom waren, en Eternit, de multinational van de steenrijke Belgische familie Emsens. Ooit werkten meer dan 2.500 arbeiders in de fabrieken waar buizen en dakplaten in asbestcement werden gemaakt.

Dankzij Eternit was ons land jarenlang wereldleider in de verwerking van het asbest dat vanuit de mijnen in Canada, Kazachstan en Rusland werd ingevoerd. De bouwmaterialen van Eternit zitten ook nu nog verwerkt in ontelbare woningen, fabrieken en andere gebouwen. Het was, zo dacht men lang, een betrouwbaar en efficiënt bouwmateriaal waarmee tot ieders tevredenheid werd gebouwd en verbouwd. Overal waar men komt langs Vlaamse wegen, komt men golfplaten van Eternit tegen.

Het absolute hoogtepunt werd bereikt tijdens de Expo '58. Daar was een constructie van Eternit één van de topattracties. Om de schier eindeloze mogelijkheden van het asbestcement te illustreren bouwde Eternit een vijftig meter hoge toren in de vorm van een spiraalvormige helling waarin 1.270 asbestbuizen werden verwerkt.

Verstikkingsdood

De inwoners van Kapelle-op-den-Bos mochten vroeger elke vrijdag gratis stukken en brokken eternietplaten ophalen in de fabriek om hun opritten aan te leggen of om koterijen te bouwen in de tuin. Wisten zij veel dat bij bewerking van die platen een uiterst gevaarlijke stof vrijkomt dat zich jarenlang ophoopt in de longen. Het kan twintig tot dertig jaar duren voor de eerste symptomen van mesothelioom of asbestkanker zich manifesteren.

Mesothelioom is een kanker van het longslijmvlies, dat tussen de ribben en de longen zit. Door de kanker verhardt het vlies, zodat ademen steeds moeilijker wordt. Na een pijnlijke aftakeling sterft de patiënt een soort verstikkingsdood. Tussen diagnose en overlijden ligt tussen de zes maanden en een jaar.

"Kijk rond, zie je al die dakpannen van Eternit?", vraagt Erick Jonckheere. "Hier moeten honderden mensen wonen die niet eens weten dat de asbest in hun longen zit. In België alleen al sterven elke jaar 800 mensen door asbestkanker. En toch blijft alles rustig. Ik begrijp het niet."

Het verhaal van asbestkanker in ons land is het verhaal van de familie Jonckheere. Heel de familie is ervan doordrongen, figuurlijk, maar helaas ook letterlijk. Eric vertelt dat verhaal rustig en beheerst, af en toe onderbroken door een droge hoest. Tijdens het interview en de wandeling door Kapelle-op-den-Bos heb ik hem verschillende keren gevraagd hoe het komt dat hij zo kalm blijft.

"Ik ben zo, een optimist. Ik weet dat asbest mijn familie langzaam vernietigt. Ik weet dat ik en mijn twee nog levende broers belast zijn door asbest. Volgende week moet ik opnieuw onder de scanner. Die ziekte hangt als een zwaard van Damocles boven mij, maar ik moet verder. Ik moet getuigen over het kwaad van asbest. Ik wil dat men de waarheid hoort en niet wat de machtige asbestlobby verkondigt. Ik wil de stem van mijn overleden moeder zijn."

Eric is 52 en piloot voor de Luxemburgse maatschappij Cargolux. Een Franstalige Brusselaar, maar hij spreekt behoorlijk Nederlands, de taal van zijn kleutertijd in Kapelle-op-den-Bos. Hij ziet er blozend gezond uit. Strak, sportief, licht gebruind in jeans en een katoenen hemd. "Maar ook ik zit vol asbest."

"Mijn opa was directeur bij Eternit. Hij keerde daarvoor terug uit Congo. Ook mijn vader, Pierre, ging er werken als ingenieur. De zeven ingenieursfamilies van Eternit woonden allemaal in fraaie huizen in de Bormstraat, op een steenworp van de fabrieken. "Die gezinnen hingen aan mekaar. Er waren zeker dertig kinderen, van wie velen ongeveer zo oud waren als ik. Het was een fijne tijd."

"Mijn vader was verantwoordelijk voor de afdeling Pierrit", vertelt Eric aan de fabriekspoort van Eternit. "Die afdeling maakte een soort imitatiebaksteen, maar dan in asbestcement. Ik ging wel eens mee op ronde en dan was ik zo trots op hem. Hij heette Pierre: ik dacht dat Pierrit naar hem was genoemd."

"Papa was een zwijgzame man. Nogal introvert, maar als ik hem nodig had, was hij er altijd. Hij werkte zijn hele leven voor Eternit. Pas bij zijn brugpensioen, toen hij 58 was, werd hij ziek. Het begon met hoesten en pijn aan de longen. Zijn wereld stortte in toen de dokter de diagnose stelde. Hij heeft nog zes maanden geleefd. Met veel pijn, want palliatieve zorgen bestonden toen nog niet of nauwelijks.

"Hij was ook verbitterd, want in de fabriek vertelde iedereen dat werken met asbest geen kwaad kon, ook onze huisdokter. Maar de man is zelfs aan asbestkanker gestorven. Ach, die was niet bezorgd om de gezondheid van zijn patiënten. Hij was gezwicht voor de macht en het geld van zijn broodheren. Niemand in Kappelle durfde ooit kritiek geven op Eternit. Het bedrijf gaf werk aan de mensen en sponsorde vele activiteiten. De toenmalige burgemeester had ook een transportbedrijf en werkte vooral voor Eternit. Hoe kan je van zo iemand kritiek verwachten op Eternit? Heel Kapelle-op-den-Bos at uit de hand van dat bedrijf."

In de jaren zeventig was er een Waalse journaliste die berichtte over de levensgevaarlijke aspecten van asbeststof. "Mijn vader las erover, begon te twijfelen en sprak de directie erover aan. Op een dag kwam hij thuis en vertelde opgelucht dat de algemeen directeur bij hem op kantoor was geweest. Hij had met zijn wijsvinger door het stof op de kast geveegd en dat vervolgens weggelikt. 'Als dat stof echt gevaarlijk is, dan zou ik dat toch niet doen', vertelde hij mijn vader en mijn vader geloofde hem."

In 1987 werd Pierre Jonckheere, 59 jaar oud, begraven op het kerkhof van Kapelle-op-den-Bos.

Gezond leven

"Mijn moeder moest verder en bad dat het daarbij zou blijven. Ze was een erg gelovige vrouw en had altijd gezond geleefd. Onze groenten werd gekweekt in de eigen tuin. Wij mochten geen cola drinken of een hamburger eten, omdat zij dat ongezond vond. Hoewel ze nooit in de fabriek had gewerkt, kreeg zij in 1999 plots dezelfde symptomen als mijn vader. Haar longen werden onderzocht en er werd kanker vastgesteld. Toen is zij razend geworden. Ze heeft papa zelfs laten opgraven in Kapelle-op-den-Bos om hem opnieuw te begraven bij Brussel. Zij was woedend omdat ze ziek was geworden alleen maar door daar te wonen en de kleren van papa te wassen. Wij moesten ons van moeder laten testen en toen bleek dat allevijf de kinderen asbest in de longen hadden.

"Zoals bij alle andere slachtoffers bood Eternit geld aan voor de verzorging. Maar je werd pas betaald als je beloofde geen rechtszaken te beginnen. Mijn moeder was zo boos dat ze niks wou van Eternit, ook al had ze dat geld goed kunnen gebruiken." Pas na enig aandringen zegt Eric Jonckheere dat er omgerekend tussen de 40.000 en 50.000 euro is aangeboden. "Eternit heeft aan veel slachtoffers zwijggeld betaald. Mama wou een proces: de wereld moest weten wat er in Kapelle-op-den-Bos gebeurde. Kort voor zij stierf heb ik haar beloofd daarmee door te gaan."

Françoise Jonckheere wilde geen chirurgische ingrepen, geen therapeutische hardnekkigheid aan haar lijf. Ze wilde alleen maar sterven zonder pijn. Niet zoals ze haar echtgenoot had zien sterven.

"Het was koud en kil in België. Mijn jongste broer Benoit woont in Miami. Ik ben piloot van een cargovliegtuig, maar toen heb ik van mijn werkgever de toelating gekregen om mijn moeder mee te nemen op een vlucht naar Miami en de Antillen. Boven de wolken hebben we gepraat over papa, ons leven en onze vrolijke tijd in Kapelle-op-den-Bos. Het waren twee prachtige weken. Een geschenk. Maar de familietragedie was nog niet gedaan."

Nauwelijks een jaar nadat hun moeder was begraven, zat de familie samen om nieuwjaar te vieren. Tot Pierre-Paul plots zenuwachtig het woord nam en vertelde dat ook hij... "We waren totaal verbouwereerd. Hij was vader van drie kinderen en nauwelijks 40 jaar. De meest sportieve van ons allemaal. Hij heeft gevochten om te overleven: zo is hij nog naar Parijs geweest om zijn bloed te laten vervangen. Maar de kanker was te sterk voor hem. Hij stierf in 2003, op 43-jarige leeftijd."

Daarna was het de beurt aan Stéphane. Hij vernam het nieuws in januari 2007 en in 2009 is hij gestorven aan asbestkanker, ondanks een longtransplantatie in Leuven.

Eric Jonckheere windt zich dan toch plots op. "Hoewel al in 1963 een duidelijk wetenschappelijk bewijs werd geleverd dat asbest dodend was, negeerde Eternit jarenlang alle waarschuwingen en werd de productie nog opgevoerd." Hij toont een brochure waarin het materiaal wordt aangeprezen. De folder heeft als ondertitel 'Om uw gezondheid te redden'.

"Er was in die tijd ook een informatiecentrum erg actief om alle voordelen van asbest aan te prijzen. Dat zogenaamd onafhankelijke centrum bleek gevestigd te zijn in de hoofdzetel van Eternit in Brussel."

De asbestlobby is machtig in België, zegt Eric Jonckheere. Die lobby heeft er onder meer voor kunnen zorgen dat Eternit tot in 1998 kon doorgaan met de productie. België was daarmee het laatste Europese land.

Om de waarheid boven te spitten en slachtoffers te helpen richtte Françoise samen met haar zonen de vzw Abeva op, de vereniging van asbestslachtoffers in België. Doel is de levensomstandigheden van asbestslachtoffers te verbeteren, maar ook om nieuwe drama's te voorkomen. Elk jaar sterven in ons land 800 mensen als gevolg van asbestkanker. In heel de wereld ongeveer 110.000. Dat zijn vooral mensen die met asbest hebben gewerkt.

Eric Jonckheere denkt dat het aantal slachtoffers veel hoger ligt. "De ziekte is zo vreselijk efficiënt in haar vernietiging. Ik heb weet van een jobstudent die in een Brico in Luik amper veertien dagen moest werken met golfplaten. De man is ondertussen al lang gestorven aan mesothelioom. Omdat de ziekte zich pas na minstens 20 jaar manifesteert moet de piek in het aantal doden nog komen, tussen 2025 en 2035."

Maandag start in Brussel het eerste asbestproces. Ook daarmee loopt ons land achterop. In de VS en Canada hebben asbestslachtoffers al veel processen aangespannen én gewonnen. De problematiek sloop dichter naar België toen in 2009 in Turijn twee voormalige topmannen van Eternit, de Zwitserse industrieel Stephan Schmidheiny en de Belgische baron Jean-Lois Cartier de Marchienne, zich moesten verantwoorden. De twee waren bestuurder bij Eternit Genua en werden beschuldigd van nalatigheid en overtreding van arbeidsreglementering in de vier asbestfabrieken van Eternit in Italië. Volgens de burgerlijke partijen zouden daar ongeveer 2.000 mensen zijn gestorven door asbestbesmetting en zouden er 800 anderen ziek door zijn geworden. De uitspraak wordt eind dit jaar verwacht.

Ook Karel Vinck, ex-topman van de NMBS en huidig BAM-voorzitter, leidde een Etnernitfabriek in Italië, in het Siciliaanse Targia. In 2006 werd hij veroordeeld, maar in beroep kreeg hij vrijspraak. Vinck heeft altijd beweerd dat hij op basis van de kennis die toen beschikbaar was, niet op de hoogte was van het gevaar voor de gezondheid van zijn arbeiders.

In Turijn zijn er honderden burgerlijke partijen. In Brussel enkel de familie Jonckheere. "Je merkt dat de doofpotoperatie die de fabriek jarenlang organiseerde goed heeft gewerkt", zegt Eric Jonckheere. "Italianen zijn misschien wat extraverter en kritischer. Van mij zegt men hetzelfde. Maar ik heb ook aan mijn moeder op haar sterfbed beloofd om hiermee door te gaan."

Jonckheere vindt het ook bizar dat slachtoffers die een schadevergoeding krijgen van het in 2007 opgerichte Asbestfonds moeten afzien van een juridische procedure tegen de asbestproducent. "Ook Eternit eiste hetzelfde tot in 2007."

Hij zegt dat de overheid vooral uitblinkt in afwezigheid. "Waarom bestaat hier geen gratis 0800-telefoonnummer waar mensen met vragen over asbest terecht kunnen? Ons land ligt bezaaid met buizen en dakplaten vol asbest. Elke dag zijn er mensen die daarmee in aanraking komen en de gevaren voor hun gezondheid niet beseffen. Ik hoop echt dat dit proces eindelijk eens wat stof zal doen opwaaien in België, want het is hier te lang stil gebleven."

Daarom organiseert Abeva zondag, de dag voor het begin van het proces, in de Bozar een internationale conferentie om meer informatie te geven over asbestkanker. Dan wordt ook de Italiaanse documentaire Dodelijk stof over het asbestproces in Turijn in avant-première getoond.

Het volgende slachtoffer?

Twee uur later zijn we terug op het gemeenteplein van Kapelle-op-den-Bos. Ik neem afscheid van Eric Jonckheere. Of hij niet bang is, wil ik nog weten. "Neen, dat mag ik niet zijn. Ik wil niet dat asbest nog meer schade aanricht in mijn leven. Ik heb een droomjob. Ik steun enkele weeshuizen in Afrika en krijg daar veel voor terug. Misschien zijn de familiefeesten nog wel het zwaarst. Dan zien we hoe ons gezin stilaan uitgedund raakt. Onze kinderen of neefjes vragen wel eens: 'Wie zal de volgende zijn?'"

We hebben ook Eternit gecontacteerd om te reageren op de beschuldigingen. Het bedrijf verkoos dat niet te doen omdat er een procedure loopt. We kregen wel wat informatie over asbest gemaild. (mvds)

Advocaat Jan Fermon: 'Eternit moet fout erkennen'

De belangrijkste eis van de familie Jonckheere is dat Eternit voor de rechter erkent een fout gemaakt te hebben. Maar hun advocaat, Jan Fermon, is bijna zeker dat dit niet zal gebeuren. Daarnaast vraagt de familie smartengeld voor de dood van hun moeder: 399.500 euro.

De zaak die maandag start is een burgerlijk proces, legt Fermon uit. Hij wil maandag bewijzen dat er een oorzakelijk verband bestaat tussen de dood van Françoise Jonckheere en de activiteiten bij Eternit.

"Als buurtbewoner werd zij belast door het gevaarlijke asbeststof en daarnaast kwam zij als familielid van een werknemer van Eternit in aanraking met het gevaarlijke stof, onder meer door het wassen van de kledij van haar man."

Jan Fermon denkt dat Eternit hetzelfde zal pleiten als bij vergelijkbare processen in het buitenland: dat het alle mogelijke voorzorgen heeft genomen en dat het dat deed op basis van de op dat moment aanwezige kennis. Het zou best kunnen dat het bedrijf zal pleiten dat de zaak verjaard is. Mesothelioom heeft immers een erg lange incubatietijd. Het bedrijf in Kapelle-op-den-Bos zal vermoedelijk ook het schadebedrag betwisten.

Maandag brengen alle partijen hun &pleidooien. De rechter zal dan vermoedelijk een maand later met een vonnis komen. Maar bij een veroordeling lijkt het meer dan waarschijnlijk dat Eternit in beroep zal gaan, zodat deze procedure, die al lang duurt, nog vele jaren in beslag zal nemen.

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234