Dinsdag 19/01/2021

Het gezicht van de liefde

'Ik zou met plezier één van mijn boeken inruilen voor een echte liefde'

Een ontmoeting met de Franse schrijver Michel Tournier

Al bijna een halve eeuw leidt de Franse filosoof en schrijver Michel Tournier een geïsoleerd bestaan in de pastorie van Choisel, een madurodamdorp in het Franse Chevreuse-dal. 'Ik ben honkvast, maar ik ben dol op reizen. Vooral de Maghreb. En India.' Al 45 jaar is Tournier alleenstaand maar hij voedde wel een kind uit een andere familie op. 'De glimlach van een kind is als eeuwige liefde.' Ooit kende hij een grote passie. 'Ik ben nu 76 jaar maar dag en nacht blijf ik ernaar op zoek gaan.' Op het kerkhof naast zijn huis heeft hij zich al een plek uitgezocht. 'Vijftien jaar geleden heb ik voorspeld dat ik in het jaar 2000 zal sterven. Op mijn grafsteen moet staan: Heb dank, o Leven.' Een interview.

Martin Coenen / Foto's Stephan Vanfleteren

Is uw prins Filip al terug van zijn huwelijksreis?", wil Michel Tournier weten als hij mij komt afhalen in het station van Saint-Rémy-lès-Chevreuse, een klein uur treinen van Parijs. De 76-jarige filosoof en schrijver, winnaar van de prestigieuze Prix Goncourt, notoir lid van de Académie Française, vindt de Belgische troonopvolger niet meteen de vlotste jongen van de Europese monarchie, maar hij heeft er wel begrip voor. "Koningen en prinsen moeten een beetje een sfinx zijn. Ze kunnen ook maar beter zinnen bezigen met dubbele bodems. Eerlijkheid leidt op zo'n niveau tot niets, kaarten open en bloot op tafel is een vergissing. Onze De Gaulle heeft het vaak gezegd en geschreven: 'Het prestige van grote leiders hangt samen met hun capaciteit om een stuk mysterie te behouden.' Vergelijk de geschiedenis van het buitenechtelijke kind van Mitterrand met die domme affaire van Clinton en..."

Tournier maakt zijn zin niet af. Zonder enige overgang zegt hij: "Links is de boerderij van Coubertin. Hier is de scheidslijn tussen het stedelijke Frankrijk en het platteland." Hij stopt de oude VW-Golf aan de kant van de weg. "Weet u dat niet alle dieren zich op dezelfde manier voortbewegen? Aan deze boerderij ben ik te weten gekomen dat koeien anders lopen dan kamelen of olifanten. Sommige beesten lopen poot per poot, anderen bewegen hun onderstel diagonaal."

De weg is bochtig, Tournier rijdt bijna zo snel als hij praat. "Die Mathilde is een heel mooie vrouw. Toch betwijfel ik of ze het charisma heeft van koningin Astrid. Ik was nog een kind toen zij om het leven kwam, maar haar beeld zal ik nooit vergeten. Dat was waarlijk een heel grote vrouw, een diva, een klasse apart. Bij haar vergeleken is Lady Diana..."

Weer maakt hij zijn zin niet af. We rijden Choisel binnen. Tournier besluit tot een korte sightseeing in het minuscule dorp: een postkantoor, een restaurant dat de deuren sloot bij gebrek aan clientèle, een politiegebouw, dertig huizen op een kluit rond de kerk. En naast die kerk, met uitzicht op het kerkhof, ligt zijn pastorie. De tafel is gedekt voor twee, uit de keuken haalt hij een fles Brouilly. "In principe drink je rode wijn op kamertemperatuur. Deze heeft het voordeel dat je hem koel kan drinken." Zijn andere lievelingswijn: Sancerre, wit. "Ik neem aan dat u niet gekomen bent voor mijn visie op wijn. Vraagt u maar."

U had het over lady Diana?

"Eén keer heb ik gedineerd met haar. Het was op uitnodiging van de toenmalige minister van Cultuur Jack Lang, in het kasteel van Chambord. Lady Diana zat links van mij, rechts van mij zat Zizi Jeanmaire. Wat een groot verschil in vrouwen!" Hij loopt naar een antiek dressoir. Uit de lade diept hij een foto op van Jeanmaire uit haar glorieperiode in de theaters van de Champs-Elysées: een uitdagende blik, haar lijf gehuld in pluimen. "Zizi straalt erotiek uit, vitaliteit. Zo was ze ook in het echt. Lady Diana was een elegante dame, klasse, maar zonder enige levensvreugde. De droefheid stond op haar gezicht te lezen. Ik geloof niet dat ze één woord gewisseld heeft met prins Charles, die tegenover ons aan tafel zat. Met die rode wangen van hem, door het vele jagen en de buitenlucht, is hij niet echt een mooie man, maar wel heel charmant, met veel gevoel voor humor. Prins Charles spreekt ook heel goed Frans. Iemand die geen Frans spreekt, is niet echt een man van grote klasse, vind ik."

Tournier laat mij even meebladeren in zijn mapje van erotische foto's, bergt het dan snel op en beent naar de keuken. Hij roept: "Wat wilt u, quiche of groententaart?" Hij zal ook nog aardappelen serveren met kalfsvlees en als toetje is er een potje magere kaas. Bij alles gebruikt hij mosterd van Dijon. "Ik kook kleine dingen. Een man alleen, weet u."

Prompt voegt hij eraan toe: "Maar het gebeurt maar heel zelden dat ik hier alleen ben. Vanochtend waren hier nog vier kinderen in het huis aan het spelen. Ik ben dol op kinderen."

Korte stilte, een wat mysterieus lachje. Dan: "Het volgende is gebeurd. Toen ik hier aankwam, zei ik tegen mezelf: 'Ik woon op de pastorie. Het zou dus heel charmant en bijna bijbels zijn als ik op een dag op een van de treden van de trap een mandje met een baby zou aantreffen.' Zo is het niet verlopen, maar wel bijna. Op een dag werd er aangebeld. Het was een vrouw uit het dorp die haar drie kinderen liet dopen. Voor één van hen was de peter niet komen opdagen. Die vrouw vroeg mij om hem te vervangen. Ik ben naar de kerk gegaan en ik heb een kleine jongen in mijn armen genomen, Laurent. Na die plechtigheid ben ik die mensen blijven opzoeken en ik ben een vriend van de familie geworden. Toen Laurent zeven jaar was, heb ik hem meegenomen op vakantie. Na onze reis heeft hij mij gezegd dat hij zich bij mij veel beter voelde dan bij zijn familie. Ik heb hem gehouden. Hij is zeventien jaar hier gebleven. Hij heeft niet gebroken met zijn familie en liep elke dag even aan bij zijn moeder. Laurent is nu veertig jaar, hij heeft zelf drie kinderen die mij 'pappie Michel' noemen. Voilà, mijn hele privé-leven."

Hebt u nooit last van eenzaamheid?

"Natuurlijk wel, maar die eenzaamheid zou er overal wel geweest zijn. Eenzaamheid is niet de afwezigheid van mensen rondom je, van iedereen, nee, eenzaamheid is de afwezigheid van één welbepaald iemand die men bij zich zou willen. Ofwel is die persoon er niet, ofwel bestaat hij niet. Dàt is het lijden van de eenzaamheid."

Hij tokkelt met zijn vingers op de houten tafel. "Er is een schitterend lied van Georges Moustaki: 'Je couche avec ma solitude'. Slapen met je eenzaamheid, zo is het maar net."

Foto's. Laurent is tien. Laurent is veertien. Laurent is zeventien en verliefd. Laurent met Michel Tournier op een rots in Bretagne.

"Die jaren met Laurent! Een kind is een goede oplossing tegen de eenzaamheid. De glimlach van een kind is als eeuwige liefde."

En een huisdier?

"Veel mensen vinden hun heil in een hond, maar ik vind het een slechte oplossing. Onmogelijk. Een hond verhindert mij om te vertrekken. Ik ben zo vaak op reis en onderweg. Een kat kan je alleen laten, een hond niet. De kat is gehecht aan haar territorium - het huis, de tuin, het dorp - maar de hond is gehecht aan zijn baasje. Als de meester vertrekt, is de hond ongelukkig, als de hond mee mag, is hij gelukkig. De hond houdt van de auto want die auto is van zijn baasje. Een kat in de auto is vreselijk. Er zijn katten die zich door het raam gooien. Zelfmoord. De grote wreedheid tegenover een kat is om ze mee te nemen op vakantie. De kat is een sedentair dier, de kat moet thuisblijven. Ik heb altijd katten gehad. Het zijn de katten van het dorp. Ze komen hier, ze komen binnen, ze kennen het huis. Het is een deel van hun territorium. Ze komen ook altijd terug."

Choisel is een klein dorp. Hebt u veel contact met de mensen van het dorp?

"Het bewijs is de geschiedenis van de kleine Laurent. Vanochtend belde een meisje van een jaar of twaalf aan. 'Komt u ook naar de begrafenis van mevrouw zus-en-zo?', vroeg ze. Ze was een nichtje van de overledene. Ik kende de vrouw maar een beetje, maar toch. Toen de kerkklokken luidden, ben ik even naar de uitvaartdienst gegaan. Niets in het dorp ontgaat me: de huwelijken, de geboorten, de begrafenissen, de drama's, enzovoorts. Ik weet alles. Eigenlijk is dit minuscule dorp één grote familie. Maar er is één verschil. Als u een vrouw en kinderen hebt en besluit om elders te gaan wonen, neemt u hen mee want zij zijn de kleine gemeenschap zonder dewelke u niet kan bestaan. Als ik wegga uit dit dorp veroordeel ik mezelf tot grote eenzaamheid want ik kan het dorp niet meenemen.

"Elk jaar ga ik op vakantie naar Bretagne. Telkens neem ik vijf of zes mensen mee, meestal kinderen, maar ook hun grootmoeder of een tante. Ik beschouw hen als mijn familie maar het is een familie die niet van mij is: het is niet mijn vrouw, het zijn niet mijn kinderen, het zijn mensen van het dorp met wie ik 45 jaar samenleef. Tot op zekere hoogte heb ik ervoor gekozen maar ik zie het toch ook als mijn lot."

Tournier zit aan de kop van de tafel, ik kijk uit op de kerkhofmuur door 'het venster op een wereld waar niets gebeurt', zoals hij schrijft in Célébrations, zijn laatste bundel essays.

"U ziet dat ik niet overdrijf. Er gebeurt hier niets. Ook door het venster aan de straatkant is niet veel te zien, hooguit de postauto die passeert. De tijd staat natuurlijk niet stil, maar hier lijkt het er wel op, nee?"

Hooguit een paar keer in de halve eeuw dat Tournier in Choisel woont, stond het dorp in rep en roer.

Toen Ingrid Bergmann er nog woonde en een feest hield. Dan werd de kerktoren verlicht door spots die nog steeds gemonteerd staan op de muur van Tourniers huis. "Ze is me zelf om toelating komen vragen. Hoe had ik dat kunnen weigeren? Haar man Lars woont nog steeds in het dorp."

Toen president François Mitterrand per helikopter op bezoek kwam bij Tournier. "Ik moet u iets laten zien", zegt hij . We gaan de trap op, twee hoog. "Dit is mijn privé-domein, dat ik vreemdelingen maar zelden laat betreden." Het blijkt de zolder te zijn die volledig is ingericht als werk- en slaapkamer. Overal boeken: in rekken tegen de muren, op de grond, op kleine tafeltjes, op de vensterbank. Zelfs het grote bed in een nis onder het eiken gebinte is omgeven door boeken. Op een fauteuil ligt een vest. "Lamawol", zegt Tournier, "lekker warm. Gekocht op één van mijn reizen. Dit vest heeft Mitterrand gedragen toen hij hier was."

Terug in de woonkamer doet hij het hele verhaal, dat begon bij de Duitse fotograaf Konrad Muëller, die een fotoboek maakte van Willy Brandt toen die kanselier was.

"Met dat boek heeft Muëller zich aangeboden op het Elysée en heeft hij Mitterrand voorgesteld om hetzelfde te doen voor hem. Mitterrand heeft het aanvaard. Toen het boek na een jaar af was, zocht de uitgever iemand om een voorwoord te schrijven en het toeval viel op mij. Samen met Muëller ben ik naar het Elysée gegaan. Het verbaasde me hoeveel Mitterrand van mij wist. Hij kende mijn boeken, was op de hoogte van mijn reizen, wist waar ik woonde. Bij het afscheid zei hij: "Als u mij uitnodigt, kom ik u bezoeken in uw pastorie in het Chevreuse-dal." Ik antwoordde: "Meneer de president, dat zou waarlijk een eer zijn." Dat was in mei. En in de maand augustus, vier maanden later, kreeg ik een telefoontje van het secretariaat van het Elysée. 'De president komt. Hij wil met u lunchen.' Ik zei: 'Ah bon, dineren? Met hoeveel mensen?' 'Met vijf.' Ik: 'Ah bon, met vijf. 't Is goed.' Ik legde de hoorn neer en dacht: 'Wat moet ik in godsnaam beginnen?' U ziet hoe ik hier woon: sober, nauwelijks enig comfort. Toen had ik niet eens genoeg borden voor vijf gasten en mijn glasservies bestond alleen maar uit mosterdpotten die ik uitgewassen had. Bon, ik heb dan maar nieuw vaatwerk gekocht. De winkelierster grapte nog : 'Meneer Tournier, het lijkt wel alsof u de president zelf op bezoek krijgt.' 'Mevrouw', zei ik, 'hij komt.'"

"Op de dag van het bezoek had ik al om negen uur de gendarmerie over de vloer. Ze hebben het hele huis doorzocht, zelfs onder de bedden hebben ze gekeken. Om halftwee is Mitterrand gearriveerd en hij is gebleven tot na vijven. In de late namiddag wil het hier in augustus al eens koud zijn. Die dag was het meer dan fris. Mitterrand vroeg mij om een pull en ik heb hem mijn mooiste, wollen vest gegeven. Toen hij weg was, besefte ik dat de president nog altijd mijn vest droeg." Een uitbundige lach. "'s Anderendaags is een motard hem komen terugbrengen."

Hij houdt niet van koude, zegt Tournier. "Hier in Choisel gaat het nog wel, maar in Arles! Het vriest er zelden maar het is er altijd heel koud. Nog niet zo lang geleden ben ik naar IJsland geweest. In Reykjavik heb ik minder kou geleden dan in Arles. Als in de winter de mistral blaast, is de kou er nauwelijks te harden. En doods! In de zomer mag Arles dan al één groot feest zijn, in de winter is het een dodelijke stad."

Tournier liet zich verleiden tot de aankoop van een appartement in de Zuid-Franse stad toen hij in 1970 voor zijn roman De elzenkoning de gerenommeerde Prix Goncourt kreeg.

"Die prijs brengt geld op, veel geld. Zes miljoen Franse francs. Dat is bijna een miljoen dollar! Ik heb eerst mijn schulden afbetaald want ik had nog altijd een hypotheek op dit huis. Maar ik had nog zoveel geld over. Omdat ik bezig was met de research voor De gouden druppel, een roman over de Arabische immigranten in West-Europa, wilde ik een huis kopen in Rabat. Veel mensen zijn dol op Tanger, maar ik niet, ik wil Rabat. Waarom? Tanger is volstrekt mediterraan; de zee is er triest, zoals de Middellandse Zee. Maar Rabat ligt aan de Atlantische Oceaan. De oceaan is golvend, bruisend en krachtig. Daar wilde ik een huis kopen. Mijn Marokkaanse vriend raadde mij dat af. Hij zei: "Marokko is een bom. De lont is al aangestoken." Hij was heel hoog geplaatst in het bestuur en hij had informatie dat het de verkeerde kant opging. Hij heeft gelijk gekregen. Een jaar later was er de aanslag op de koning en in 1972 was er het drama van Oufkir (een Marokkaanse generaal die van samenzwering tegen koning Hassan werd verdacht en kort daarna, volgens de officiële versie, zelfmoord pleegde, nvdr). Ik zou allicht weggejaagd zijn of ik zou zelf zijn vertrokken als ik er een huis had gekocht. In plaats van Rabat werd het Arles." Een slok wijn. "Mensen met geld doen domme dingen, ook schrijvers."

Nooit heeft hij eraan gedacht om de pastorie te verkopen. "Elke hoek van het huis herinnert mij aan gebeurtenissen en episodes uit mijn leven. Ik woon hier al zo lang. Het huis is samen met mij oud geworden. Ouder wordend ben ik mij van alles gaan ontdoen. Van familie, van ideologie enzovoorts. Ook mijn angst voor eenzaamheid ben ik in dit huis kwijtgeraakt. Het huis is de enige constante in mijn leven."

In zijn boek Dwaze liefdes heeft Michel Tournier zijn eigen in memoriam geschreven. In de tuin wijst hij mij de plek aan die hij heeft uitgekozen voor een grafmonument waarvan hij het ontwerp al heeft: "Een geopend boek, gedragen door zes schooljongens, die met hun uiteenlopende uitingen van verdriet doen denken aan een kinderversie van Rodins Burgers van Calais." Op het kerkhof aan de andere kant van de muur is het geluid van een spade te horen: de gemeentewerkman gooit aarde op de kist van de vanochtend begraven mevrouw. "Ik hoor dat geluid regelmatig", zegt Tournier. "Elke keer als de doodgraver een graf delft. Ik zou het een metafysisch geluid willen noemen. De doden op het kerkhof zijn mijn buren."

In het in memoriam heeft hij zijn eigen dood voorzien voor het jaar 2000. "Ik heb dat geschreven in 1985. Het jaar 2000 had toen iets symbolisch. Ik heb geen angst voor de dood, maar het hoeft niet zo nodig uit te komen, hé."

Hoe stelt u zich de dood voor?

"Ik wil een dood die mij verrast. Geen aanslepend proces, maar een discrete dood. Liefst gaat er een beetje humor aan vooraf. Door de mensen die ik dan zal ontmoeten, door de situatie. Als het enigszins kan, zou ik graag heengaan in schoonheid."

Tournier werd geboren op 19 december 1924. "Een goede datum, de negentiende. Ook Edith Piaf en Jean Genet zijn dan jarig. Ik ben van een goed geboortejaar. Marlon Brando, Paul Newman en Charles Aznavour zijn ook van 1924. Ik ben in goed gezelschap en daarenboven zijn ze nog allemaal in leven."

De tekst voor zijn grafmonument kent hij ook al: 'Heb dank, o Leven.' Vier woorden, één duidelijke boodschap.

"Ik hou van het leven, ja. We genieten van een beetje nazomerse zon, we hebben goede wijn gedronken, we praten lekker de tijd weg. Waarom zou ik niet van het leven houden?"

Nogal wat schrijvers hebben zelfmoord gepleegd?

"Ik ga geen zelfmoord plegen. Maar dat heeft niets te maken met mijn liefde voor het leven. Men kan ook zelfmoord plegen terwijl men van het leven houdt. Dat is geen contradictie. Het grote probleem is dat de zelfmoord zich niet laat verklaren. Om dezelfde reden dat één iemand besluit om een einde te maken aan zijn leven, zoals bankroet in zaken, een slepende ziekte, een kapotte liefde, zijn er vijftig anderen die hetzelfde meemaken maar geen zelfmoord plegen."

Het gesprek komt op de schrijver en humanist Jean Améry, die besloot om zelf uit het leven te stappen. Améry wilde niet horen van het woord zelfmoord, voor hem ging het om een zelfgekozen dood. "De mens heeft het recht om te kiezen zijn leven te beëindigen", meent Tournier. Misschien heeft Améry gelijk dat de zelfgekozen dood geen daad van lafheid of zwakte is, maar juist van sterkte. Toch zou ik niet zover willen gaan als hij door te beweren dat het alleen maar zwakke mensen zijn die geen zelfmoord plegen."

Niet ver van de kerk, in het bos dat tot aan Saint-Rémy-lès-Chevreuse loopt, heeft een jonge man uit het dorp zelfmoord gepleegd. "Er is daar een poel. Groot maar ondiep. Niet veel meer dan dertig centimeter. Modder en smurrie. Een beetje water. Die jongen heeft de handen in zijn zakken gestoken, is neergeknield, heeft zich voorover laten vallen tot in de modder en hij is blijven liggen tot hij dood was. Hij heeft niet bewogen, de handen staken bij zijn dood nog in zijn zakken. Het moet een langzame, vreselijke dood zijn geweest. Ik geloof wel dat er voor zelfmoord enige moed nodig is."

Terug in huis. Als ik vraag of er in zijn huis gerookt mag worden brengt hij een asbak met wat sigarettenas in. "Ik doe dat bewust, wat as erin laten. Mensen voelen zich zo meer op hun gemak."

Hij zet koffie. "Weet u waarom ik blij ben dat we in het jaar 2000 zijn? Ik ben nu geen schrijver van de 20ste eeuw meer, maar van de 21ste. Of ik na mijn dood snel vergeten zal zijn is niet echt mijn probleem. Ik schrijf voor de mensen van nu. Ik behoor tot een hele, hele kleine minderheid van schrijvers die kunnen leven van hun pen. In Frankrijk zijn er maar dertig auteurs die naast het schrijven géén ander beroep hebben."

Tournier legt de laatste hand aan een nieuwe roman. Centraal staan vampiers. "Vampiers zijn mythische wezens. De mythe is zonder twijfel het fundament van mijn schrijven."

Zijn fascinatie voor mythes gaat terug tot zijn studie in de filosofie. "Ik wilde professor in de filosofie worden, maar ik ben gezakt voor mijn laatste examens. Dat bracht me zo van streek dat ik het jaar zeker niet wilde overdoen. Ik ben dan maar gaan klussen voor de radio. Vertalen uit het Duits, af en toe een interview. Later ben ik voor een uitgeverij gaan werken. Ik heb mijn brood verdiend zoals ik kon, de bric et de brac. Het bracht meestal niet veel geld op, maar ik amuseerde mij en dat is toch het belangrijkste. Zeventien jaar heb ik mij zo beziggehouden. Al die tijd heb ik gezocht naar een literaire vorm om mijn filosofische inzichten kwijt te kunnen. Zo ben ik terechtgekomen bij de mythe. De mythe is het ideale middel om een brug te slaan tussen de literatuur en de filosofie. Neem de mythe van Don Juan. Hij incarneert het probleem van de erotiek in de samenleving. Ook Faust is een mythe want het gaat over het probleem van de kennis en de relatie van de kennis met de externe wereld. Tristan en Isolde is een mythe over passie. Maar een dode mythe is niets, je moet ze nieuw leven inblazen."

Dat nieuw leven inblazen heeft Tournier onder andere gedaan met Robinson Crusoë, de mythische held uit het wereldvermaarde boek van Daniel Defoe. Robinson is ook de held van Tourniers roman Vrijdag of het andere eiland, zonder meer een schitterend boek.

"Het boek heeft inderdaad alle ingrediënten van een pakkend, populair boek: een boot, vissen en jagen, avontuur, moord, geweld enzovoorts. Maar tezelfdertijd is het een sterk filosofisch verhaal. Robinson Crusoë belichaamt een hele reeks fundamentele aspecten van het bestaan. Het meest in het oog springende is de eenzaamheid. Twintig jaar lang zit Robinson Crusoë moederziel alleen op zijn eiland. Hij bedenkt een systeem om zijn samenleving te organiseren. De komst van de indiaan Vrijdag stelt hem in staat om het systeem op de proef te stellen, maar het mislukt. De ontmoeting van de twee brengt fundamentele vraagstukken als taal, seks en moraal aan de orde. En het is een confrontatie tussen de industriële, westerse wereld en de derde wereld, nog steeds een brandend actueel probleem."

Bij de promotietournee voor het boek 0viel Tournier iets vreemds op: zwart en blank reageren totaal anders tegenover Robinson en Vrijdag. "Bij de Tamil in Zuid-India werd mij verweten dat ik van Robinson een blanke had gemaakt. Zij sympathiseerden met Robinson want hij is de sterke man terwijl Vrijdag een nietsnut is die alleen maar stommiteiten uithaalt. Waarom moest Robinson dan een blanke zijn? Ook in alle zwarte landen, inbegrepen de zwarte woonwijken van New York, heb ik zeer negatieve reacties gehad tegenover Vrijdag. Als ik er met meisjes over sprak, wilden ze allemaal trouwen met Robinson want Vrijdag zou volgens hen nooit zijn verantwoordelijkheid kunnen nemen. Robinson, de blanke, stond voor welvaart en bezit."

Tournier reist veel, heel veel. "Reizen is als dromen en het beleven van je fantasmen."

Zijn favoriete bestemming is de Sahara. "De woestijn heeft mij altijd aangetrokken. Meer dan één keer ben ik dwars door de Sahara gereisd, van Algiers naar Tamanrasset. Ik heb er ook gewandeld. Tien dagen te voet in het zand. Ik zou het nu niet meer doen want fysiek is het heel erg zwaar. Ook het tropisch regenwoud zoals in Gabon is fysiek heel erg zwaar. Je ziet af. Gabon ligt op de evenaar. Dag en nacht is het er veertig graden! Ook bij ons is het in de zomer soms veertig graden, maar 's nachts koelt het af. Eén van de wreedheden van de tropische landen is dat het er dag en nacht even warm is. In tegenstelling tot wat andere reizigers beweren, vind ik de vochtige hitte van Gabon minder erg dan de droge warmte van de Sahara. Door de droogte doet je keel pijn. Je hebt permanent dorst en drinken helpt niet. Ja, gedurende één seconde is het water delicieus, maar onmiddellijk nadien knaagt de dorst alweer. En er is nog een probleem: de vliegen. In vochtige streken zijn er geen vliegen maar in de Sahara wordt de reiziger belaagd door wolken vliegen op zoek naar vochtigheid. Ze vinden die aan je ogen, aan je mond, enzovoorts. Het is ondraaglijk."

Twee dingen ontbreken nooit in de koffer van de reiziger Tournier: een notitieboekje en een verrekijker. "Ik hou ervan om te kijken naar wat zich in de buurt van het hotel afspeelt. Ik bekijk de mensen op straat. Ik lijd aan slapeloosheid. Soms kijk ik ook 's avonds of 's ochtends heel vroeg door mijn verrekijker. Geliefden die ruzie maken. Koppels die kussen."

Een voyeur?

"Ik ben gepassioneerd door gezichten, voeten, knieën..."

Een voorkeur?

"Billen. Ik hou van harde billen. De billen zijn het mooiste van het menselijk lichaam. Die dubbele ronding, ik kan er uren naar kijken."

Tournier vindt het niet erg dat hij aan slapeloosheid lijdt. "Hoe ouder men wordt, hoe minder slaap men nodig heeft. Maar ik heb het nooit erg gevonden. Ik heb een paraboolantenne waardoor ik wel honderd zenders kan bekijken. 's Nachts, meestal tussen twee en vijf, zes uur, kijk ik. Zelfs de Mexicaanse televisie kan ik bekijken. Het is heel interessant, het zijn mooie nachten."

Droomt u veel?

"Niet veel maar in mijn dromen is er één constante: ik ben altijd naakt. Ik denk dat het is omdat ik de gewoonte heb om te slapen in mijn blootje. Ik zie het bed als de buik van mijn moeder. Gaan slapen is teruggaan naar waar ik vandaan kom. In zekere zin is het een omgekeerde geboorte."

Een beetje onverwachts vraagt hij mij: 'Wat betekent het Franse woord fondement?' Hij geeft gelijk zelf het antwoord: "Het heeft twee betekenissen. Grondslag. Maar ook: achterwerk. Achterwerk is poep en stront. Het hoort bij het leven. Zoals er geen liefde is zonder sperma en ander lichaamsvocht. Het hele leven heeft iets scatologisch."

Het is al over vieren. Michel Tournier wil mij nog laten kennismaken met het werk van een beeldhouwer die aan de rand van Choisel woont.

"Zijn werken zijn werkelijk schitterend!" Op het erf van de eertijdse boerderij staat een metershoog sculptuur. Markies de Sade in hout: in elkaar verstrengelde lijven, half naakt, half verhuld, copulerend, afwerend, borsten, billen. Tournier is verrukt: "Mooi, hé. Heel erotisch." Dan: "Het is met seks als met koken. Bij koken gaat het om het bereiden van voedsel om de honger te stillen. Heel basic. Gastronomie is van een andere orde. Niet de honger is van belang, nee, het voedsel wordt een absoluut iets. Gewone seksualiteit is als koken: wat primeert is de voortplanting. Maar bij erotiek wordt de seks een absolute waarde." Tournier komt graag in dit atelier omdat hij van hout houdt. "Meer dan steen zit hout vol leven. En dan al die soorten! Blank hout is helemaal anders dan de zware houtsoorten zoals palissander, sequoia, acajou. En dan is er nog de harshoudende variëteit : ceder, den, spar."

De beeldhouwer is niet thuis. Tournier zal mij naar het station rijden. Wat had hij nu eigenlijk willen zeggen over lady Diana en koningin Astrid?

"Ah bon, 't is waar ook. Ja, het springt in mijn hoofd soms van de hak op de tak. Wat ik bedoelde, is dat koningin Astrid veel meer klasse had omdat geld in zijn ordinaire vorm geen rol gespeeld heeft in haar leven. Maar wie zat er aan de zijde van Diana toen zij om het leven kwam? Een Egyptenaar die miljardair was. Voilà! Het thema van de prins die een herderinnetje trouwt, bestaat niet. Een koningin die een herder als minnaar neemt is een fabel. Geld zoekt geld op.

"Er is een groot verband tussen geld en seks. Altijd geweest. Geld geven aan een partner met wie je naar bed gaat, is een gebaar dat zo oud is als de mens. Ik heb het niet over prostitutie, nee, over het huwelijk. Hoezeer geld een rol speelt in het huwelijk wordt duidelijk in het burgerlijk wetboek. Drie voorwaarden zijn noodzakelijk en voldoende voor een huwelijk: een minimumleeftijd, afwezigheid van bloedverwantschap én de plicht om de andere te onderhouden. Er is geen sprake van seks of seksuele betrekkingen. Het enige wat telt, is geld. Het is dan ook onzin om pacten en overeenkomsten uit te vinden om een huwelijk tussen homo's en lesbiennes mogelijk te maken. Zo'n huwelijk is perfect mogelijk volgens de wet. Het kerkelijk huwelijk is anders. Bij een kerkelijk huwelijk gaat het om de voortplanting. Zonder voortplanting is het huwelijk ongeldig, zoals gebeurd is voor Napoleon en Joséphine."

In de bar-tabac tegenover het station drinken we een pastis. Vanavond moet Tournier nog dagboeknotities schrijven voor de krant Libération. "Ik zou iets willen schrijven over het verschil tussen vriendschap en liefde. Mensen willen die twee nogal eens mengen, terwijl het totaal andere dingen zijn. Fundamenteel voor de vriendschap is achting. Als je vriend iets doet dat in jouw ogen slecht is, is hij je vriend niet meer. Vriendschap wordt gedood door minachting. Vriendschap duldt ook geen bedrog terwijl het inherent is aan de liefde. In de liefde kunnen geliefden elkaar de walgelijkste en laagste dingen naar het hoofd slingeren, ze blijven geliefden."

Hij heeft een systeem ontworpen om de balans van een leven te meten. "Er zijn vijf belangrijke categorieën. De eerste is de familie. Wat is de waarde van vader, moeder, zuster, broer, neef, nicht? Vervolgens: de vrienden. Wat zijn mijn vrienden mij waard? Ten derde: hoe hoog schat ik mijn liefdes in? Vierde categorie: wat is de waarde van mijn beroep? Ten vijfde: heb ik geluk in het algemeen? Elk van die categorieën geef je een quotering op twintig. Het totaal leert je tot op welke hoogte je gelukkig of ongelukkig bent. Aan de hand van het gemiddelde weet je welke categorie goed scoort en welke niet."

U hebt het systeem zelf uitgeprobeerd ?

"Bien sûr."

En?

"Het is de droom van mijn leven om ooit nog een groot liefdesavontuur te beleven."

Heeft u dat nooit gehad?

"Je kan niet alles hebben in het leven. Ik heb in de verkeerde vijver gevist."

Tournier vindt het niet erg als hij in een stationsrestauratie op de trein moet wachten. "Ik observeer graag. Ook zonder verrekijker."

Hij lacht. We bestellen nog iets. "Als je aan een jong meisje vraagt met wie ze graag een groot liefdesavontuur zal beleven maakt ze allicht een portret van een soort prins: mooi, vrijgevig, rijk, charmant, lief, stoer. Het is evident dat des te meer zij hecht aan al die eigenschappen samen, des te minder kans ze heeft om hem te ontmoeten. Ze moet water in de wijn doen, ze moet openstaan voor mannen met andere eigenschappen. Ik heb die fout gemaakt. Ik heb mijn grote liefde zodanig geprefabriceerd dat ik geen enkele kans had om ze te kunnen ontmoeten. De ene keer dat ik een liefde had die bijna aan mijn ideaal beantwoordde, heb ik ze domweg laten gaan."

Geen dag of nacht gaan voorbij zonder dat hij terugdenkt aan die grote liefde, bekent Tournier. "Het is een groot gemis. Ik heb een redelijk succes als schrijver, maar ik zou met plezier één van mijn boeken inruilen voor een echte liefde."

Hij heeft een eenvoudige methode bedacht waarmee je kan uitmaken of het ware liefde is die je voor iemand voelt. "Je moet nagaan welk lichaamsdeel het meest de begeerte opwekt. Als dat het gezicht is, is er werkelijk liefde."

De boeken van Michel Tournier worden uitgegeven bij Gallimard en Meulenhoff.

Martin Coenen is televisiemaker en freelance journalist. Stephan Vanfleteren is fotograaf bij De Morgen.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234