Zaterdag 24/08/2019

Postuum

Het gezicht van de apartheid had een hart voor de zwarten

Roelof 'Pik' Botha en aartsbisschop Desmond Tutu bij diens aankomst voor de Waarheidscommissie in Johannesburg in 1997. Beeld AFP

Roelof Frederik ‘Pik’ Botha, minister in het apartheidstijdperk in Zuid-Afrika, is op 86-jarige leeftijd overleden. Hij verdedigde het racistische regime naar buiten toe, maar probeerde ook de politieke rechten van de zwarte bevolking te vergroten en werd later minister onder Mandela.

Botha (geen familie van oud-president Pieter Willem Botha) gaat de geschiedenisboeken in als een tegenstrijdig man. Het overgrote deel van zijn carrière was hij opgezadeld met de onmogelijke opdracht de apartheid op het wereldtoneel te verdedigen. Tegelijkertijd streed hij voor de politieke rechten van de zwarte bevolking.

Bon vivant

Bij zijn tegenstanders en de pers stond Botha bekend als een charismatische bon vivant. Het type dat meningsverschillen aan de toog beslecht. Volgens een anekdote op de Zuid-Afrikaanse nieuwssite News24 goot hij tijdens een lange­afstandsvlucht in het bijzijn van de pers een emmer vol met de inhoud van kleine flesjes drank. Hij gaf het brouwsel door als een Afrikaanse kalebas. De lege flesjes gooide hij vervolgens door het vliegtuig en hij voorspelde als een traditionele Afrikaanse geneesheer de toekomst van de journalisten. Onder het motto what happens on the trip, stays on the trip kwamen dit soort verhalen pas na zijn pensionering in de openbaarheid.

‘Pik’ Botha begon zijn carrière in 1953 als diplomaat, in 1977 werd hij minister van Buitenlandse Zaken voor de Nationale Partij van president Botha. Daarmee werd hij het gezicht van de verguisde apartheidsregering. Terwijl Zuid-Afrika internationaal steeds verder geïsoleerd raakte door het racistische regime, probeerde Botha de schade te beperken. Hij onderhield goede contacten met de Amerikaanse diplomaat Henry Kissinger en wist toenmalig president Ronald Reagan en de Engelse premier Margaret Thatcher te overtuigen sancties op Zuid-Afrika te verzachten. Een van zijn successen was het vredesakkoord tussen Angola, Cuba en Zuid-Afrika in 1988.

Botha kreeg de reputatie ‘liberaal’ te zijn door zijn pogingen meer politieke rechten voor zwarten te bewerkstelligen. In 1985 schreef hij een speech waarin de vrijlating van de gevangen Nelson Mandela werd aangekondigd. De president blies de toespraak af. Een jaar later voorspelde Botha tijdens een persconferentie dat Zuid-Afrika in de toekomst een zwarte president kon hebben, mits de rechten van de minderheden in het land gewaarborgd zouden worden. Hij werd al snel gedwongen te verklaren dat dit niet het standpunt van de regering was.

“Een nieuw tijdperk is begonnen in Zuid-Afrika”, zei Botha toen de apartheid in 1990 werd afgeschaft. Hij diende enkele jaren als minister onder de overgangsregering van president F.W. de Klerk, waarna hij in 1994 toetrad tot de zwarte meerderheidsregering van Nelson Man­dela als minister van Energie. In 1996 stapte hij uit de politiek.

Botha betuigde zijn spijt dat hij tijdens zijn ministerschap geen einde had gemaakt aan de apartheid. In 1996 overdacht Botha nog eens zijn keuze om jarenlang te dienen onder het apartheidsregime. “Ik had ervoor kunnen kiezen om ontslag te nemen en mezelf als een roepende in de woestijn te isoleren. De andere optie was van binnenuit mensen op andere gedachten te brengen en zo mee te helpen aan een geleidelijke transformatie van mentaliteit. Hoe het ook zij, ik ben in de politiek blijven hangen.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden