Dinsdag 20/04/2021

Het geweer. En hoe het van schouder te veranderen

Van Den Haag tot Parijs hangt de sociaaldemocratie uitgeteld in de touwen. Nieuwe linkse initiatieven lijken te onzeker of te radicaal. Rechts domineert het debat. Waarheen dan, met links in Europa? In een prikkelend concreet essay wijst de befaamde Franse econoom Thomas Piketty de weg.

"Het politieke links is kapot", schreef columniste Rosanne Hertzberger vorige week nog trefzeker in de Nederlandse krant NRC. Wat ze bedoelde is dit: "De linkerkant van het politieke spectrum is kapot. Ze worden gegijzeld door puristen die zich bezighouden met taalzuiveringen en het bestormen van standbeelden."

Daarmee bedoelt Hertzberger dat velen op links de ogen niet op de bal weten te houden. Te veel verontwaardiging gaat naar kwesties waarover het nu eenmaal makkelijk is om zich te verontwaardigen. Straatnaamborden met namen van 'foute' lieden is een voor de hand liggend voorbeeld. Verzet tegen een essay waarin, toegegeven, al te stellig wordt geponeerd dat de IS-ideologie haatdragender is dan het nazisme, is er een ander. De felle verontwaardiging staat in contrast met cruciale, taaiere sociaal-economische kwesties waarover amper debat opsteekt.

Heeft Rosanne Hertzberger gelijk? Grotendeels wel.

Eerst de nuance. Mededogen met minderheden is geen luxueuze opstelling vanwege links. Het is een vorm van solidariteit en behoort aldus tot de kern van de ideologische waarden, zoals vrijheid dat doet bij liberalen. Wanneer de rechten van minderheden in het gedrang komen, is protest op links dus een logische reactie.

Behalve 'politiek correct' en dus voor sommigen per definitie verdacht, is een debat over onze omgang met standbeelden die de triomf van het koloniaal verleden verheerlijken dan ook best zinvol. Het geeft stem aan wie voorheen stemloos was en kan inzichten doen voortschrijden.

Maar, en daar heeft Hertzberger groot gelijk in, het mag wel wat meer zijn. Het lijkt wel alsof er alleen nog energie voor voorspelbare verontwaardiging is. Over andere kwesties, met vaak een algemener sociaal-economisch belang, geven linkse, progressieve spraakmakers minder thuis.

Ook daar hoort weer een nuance bij. Er zijn eminente uitzonderingen. Punt is dat zij op dit moment de toon van het debat niet weten te zetten. De neiging ontstaat om zich gefrustreerd terug te trekken in de catacomben van de bevriende tijdschriften, zoals Samenleving en Politiek, of debatclubs, wachtend op betere tijden.

Tegen de rechtse lamp

Wat overblijft, zijn de hevig vlammende debatten over identitaire of culturele samenlevingskwesties. De vurige flikkering van die discussies geeft ze hun aantrekkingskracht. Als motten laten linkse stemmen zich lokken naar het licht. Daar vliegen ze onverbiddelijk tegen de lamp van rechts.

Instemmend citeert Rosanne Hertzberger Steve Bannon, de ontslagen/opgestapte adviseur van de Amerikaanse president Donald Trump. "Hij zei dat hij het liefst zag dat de Democraten het elke dag over racisme zouden hebben. Want 'zolang links zich concentreert op ras en identiteit en wij op economisch nationalisme, verslaan we ze.'"

Zo is het maar net. De figuur van Donald Trump is daarbij van enig belang. Sinds zijn komst naar het Witte Huis lijkt er geen maat meer te staan op de oppositionele woede. Niet het verzet tegen de vele onbehouwen, domme, beledigende provocaties van de president is het probleem, wel de oppervlakkigheid en eenzijdigheid ervan. De boosheid gaat niet veel dieper dan het idiote getwitter dat er ten grondslag aan ligt.

Toch zou er bij de Democraten stilaan een licht mogen opgaan. Heette het na de verloren presidentsrace nog dat de boodschap begrepen was en dat beter geluisterd zou worden naar de stem van de straat, dan blijft van die goede intenties nog weinig over. Peiling na peiling warmt de tegenstand zich aan de zinkende populariteit van Trump. Toch gingen intussen al meerdere tussentijdse verkiezingen gewoon weer verloren aan de Republikeinen. Boosheid om Trump schijnt niet te volstaan om harten en geesten te heroveren.

Op het Francken-fluitje

Een Trump hebben we hier niet, maar de mechaniek is wel herkenbaar. Neem de aanslepende Nederlandse regeringsformatie. Een welgemikt lek over het verplichte onderricht in het Wilhelmus-volkslied volstond om alle poppen van het identitaire debat aan het dansen te krijgen.

Zo makkelijk gaat dat dus. Over de sociaal-economische keuzes van de aanstaande Nederlandse kabinet moet het eerste woord nog gezegd worden. Nochtans zullen die beleidsopties allicht veel levensbepalender zijn dan het idee om het volkslied in kinderhoofden te stampen.

In Vlaanderen is staatssecretaris voor Asiel & Migratie Theo Francken (N-VA) een meester van het schijndebat. Hij hoeft maar op zijn Twitter-hondenfluitje te blazen of het gekef, van weerszijden, neemt een aanvang. Geen idee of dat ook echt een tactiek is, maar het lijkt er alleszins op dat meneer Francken af en toe bewust een been in de groep gooit, om wat ophef te creëren. Gewoon, omdat het kan.

Keer op keer laat links zich slepen naar het strijdperk van het identitaire of culturele debat. Principieel mogen linkse tegenstemmen dan zeker wel een punt hebben, rechts moet alleen wachten op een volgende terreuraanslag, die er wel zeker weer gaat komen, om de winst uit te tellen.

Die context maakt elke gepolariseerde twist over samenleven in diversiteit een debat in het hol van de leeuw. Je kunt er inhoudelijk nog wel een punt scoren, een klauw later lig je toch tegen de grond. Rechts wéét dat.

Ken je Gramsci

En links? Dat verliest meer dan alleen die identitaire debatten. Al te makkelijk laat het zich zelf naar die slachtbank lokken.

Bij de N-VA en bij andere populaire rechtse bewegingen kennen ze hun 'Gramsci'. Antonio Gramsci, Italiaanse marxist uit de eerste helft van de vorige eeuw, stelde dat een ideologie pas succesvol kan zijn als ze de 'culturele hegemonie' kan claimen. Als ze met andere woorden de debatten kan domineren. Daar moet strijd om geleverd worden. Die cultuuroorlog is rechts grandioos aan het winnen. Ondanks of juist dankzij hun praatjes over de alomtegenwoordigheid van gutmenschen, politiek correcte wegkijkers en andere linkse kerkgangers.

Soms is het aandoenlijk hoezeer N-VA het debat op dat voor haar rendabele identitaire terrein wenst te houden. In al zijn onbeholpen rauwe xenofobie was een recente tweet van jongerenvoorzitter Tomas Roggeman verhelderend. "Groen basispensioen: gratis geld voor de bomma uit Marokko die hier nooit 1 dag werkte. ''tzijn zotten die werken' moet Almaci gedacht hebben", schreef Roggeman over een groen voorstel voor een algemeen basispensioen.

Een kristalhelder sociaal-economisch thema - de toekomst van het pensioenstelsel - werd op bijna absurd ruwe wijze toch weer omgetoverd tot een debat over afkomst. Het is sterker dan henzelf. De tweet werd later genuanceerd, wellicht omdat het besef doordrong dat dit discours zich in werkelijk niks nog onderscheidt van dat van Vlaams Belang. Zelfs Donald Trump weet dat het enige verhullende subtiliteit vergt om de hondenfluit van de vreemdelingenangst te bespelen.

De gevolgen van die verschuiving in de debatruimte zijn niettemin verbluffend. Ook om dat te illustreren moeten we niet ver teruggaan in de nieuwscyclus. Amper een week geleden baarde PS-voorzitter Elio Di Rupo opzien met de publicatie van Nouvelles conquêtes, een boek vol onbeschaamd linkse, rode of donkerrode voorstellen.

De woede was, zeker in Vlaanderen, immens. Ook bij ernstige geesten met status van onafhankelijk expert, gingen alle remmen los. De ondernemersvriendelijke maar doorgaans bedaarde kwaliteitskrant De Tijd betitelde de gedachten van Di Rupo in een niet-opiniërend nieuwsbericht op de voorpagina als 'ultralinks' - een woord dat tot voor een paar jaar gereserveerd bleef voor terreurgroepen van het slag Rode Brigades.

Elio Di Rupo bepleit de invoering van de vierdaagse werkweek, een volstrekt kosteloos leerplichtonderwijs, pensioen op 65 of het optrekken van uitkeringen boven de armoedegrens. Dat is links, traditioneel links en bij momenten weinig origineel links nagedacht. Maar de invoering van de Radenrepubliek is het niet.

Vanwaar dan toch al die verontwaardiging? Blijkbaar valt het voor vele spraakmakers lastig om zich nog maar voor te stellen dat een linkse partij uitpakt met, toe maar, linkse voorstellen. Dat een linkse partij nog eens onbeschroomd en met enig zelfvertrouwen het perk van het debat verlegt, schijnt onvoorstelbaar geworden te zijn. Het lef!

Intimiderende druk

Van die reactie gaat een intimiderende druk uit. Zo voelde zelfs sp.a-voorzitter John Crombez zich geneigd van Di Rupo te distantiëren. Dat verbaast omdat Crombez zelf eerder twee Ctrl+Alt+Del-pamfletten schreef met even linkse en vaak zelfs gelijkaardige ideeën. Die leden dan weer aan een ander euvel: ze vielen op een koude steen.

Het verschil in ontvangst tussen de ideeën van Di Rupo en Crombez - dus tot zelfs bij Crombez zelf toe - laat toe te preciseren hoezeer rechts cultureel dominant geworden is in Vlaanderen (maar de analyse geldt ook elders). Een per definitie gepolariseerd debat over Di Rupo wil rechts in Vlaanderen nog wel toestaan. Het is niet aan de PS dat N-VA (of Open Vld als u wil) stemmen zal verliezen.

Wel integendeel. De figuur-Di Rupo bood de Vlaams-nationalisten zelfs de kans om het klassieke nationalistische carcan te verbreden met een rechts-liberale economische agenda. Dat lukte naadloos omdat de tegenstelling met de PS die agenda toch weer een communautair, identitair randje gaf. Zo kon N-VA de 'Vlaamse grondstroom' claimen, niet bepaald een socio-economisch concept. Met Elio Di Rupo wil de N-VA dan ook wat graag over economie debatteren. Na een jarenlange haast persoonlijke hetze tegen het taalkundig uitgedaagde PS-boegbeeld met het strikje, draait ook zo'n debat kansrijk uit voor N-VA.

Een debat over sp.a-voorstellen is wat anders. Dat negeert rechts liever. En dat kan het negeren, omdat links in Vlaanderen - het weze sp.a, Groen of PVDA - vandaag de kracht of de wil ontbeert om zich onmiskenbaar op te dringen.

Want ook Groen, dat zich momenteel succesvol acht, onderscheidt zich minder met een alternatieve, linkse sociaal-economische analyse. Liever dient het zich aan als sparringpartner van N-VA in de identiteitsdebatten. Ook al krijgt het tikken, Groen aast hier op de trofee van de strijdlust als sterkst geprofileerde tegenpartij voor de Vlaams-nationalisten. Een bonus die voor de sp.a, met haar niet altijd even kosmopolitische achterban, nu eenmaal buiten bereik ligt.

Buiten de stolp

Natuurlijk reikt die preoccupatie met identitaire kwesties verder dan de partijpolitiek alleen. Ook media, toch platformen voor het beschaafde meningsverschil, slaan hun tenten graag op op dit terrein. De verklaring daarvoor is wellicht ontnuchterend simpel. Vele journalisten huizen onder dezelfde stolp als de politici en horen er dezelfde debatmuziek. Voor u er zelf over begint: ja, ook ikzelf laat me al eens sneller tot een samenlevingsdebat verleiden dan tot een over economische keuzes.

Met dat debat is op zich niks mis. We moeten niet terugverlangen naar een paternalistische tijd van onbetreden debatterreinen. Maar de balans is, eerlijk gezegd, wel zoekgeraakt. Alsof er alleen nog maar over boerkini's en de Cyriel Verschaevestraat van mening verschild kan worden.

Daarbij is het nog maar de vraag of ook buiten de stolp - dat is de publieke ruimte in beperkte zin: het terrein van politici en maatschappelijke spraakmakers - de nood aan zulke eenzijdigheid even urgent is. Hoe zeker zijn we dat een grote meerderheid van de Vlamingen die 'radicale' ideeën van Di Rupo afwijst?

Natuurlijk, inhoudelijke kritiek mag en moet er zelfs zijn. Op de uitvoerbaarheid van 's mans plannen, op de betaalbaarheid... En het is zeer de vraag of meneer Di Rupo nog de geloofwaardige woordvoerder van een linkse inhoudelijke herbronning kan zijn. Allemaal waar. Maar zelfs met die bezwaren, zou het interessant zijn om na te gaan of de Vlaming op de sociaal-economische as even fors meegeschoven is naar rechts als de eenzijdigheid van het publieke debat laat uitschijnen.

We wéten het gewoon niet. Zijn we zeker dat Vlamingen niet willen dat inkomen gelijk belast wordt, of het nu uit arbeid of vermogensgroei komt? Zijn we zeker dat Vlamingen niet willen dat de poortjes voor belastingontwijking dicht gaan? Zijn we, kortom, zeker dat Vlamingen geen alternatieven wensen te onderzoeken voor de economische inrichting van hun leven? Het zijn op zijn minst opwindende kwesties.

Neem de PS-belofte om de wettelijke pensioenleeftijd terug te draaien van 67 (zoals deze regering besliste) naar 65. Alweer: scepsis is zeer gerechtvaardigd of dat het juiste signaal is, als je mensen meer en dus langer aan het werk wilt houden. Dat Di Rupo toch weer naar de oude regel terug wil, lijkt heiligschennis, te oordelen naar de hevige reacties.

Toch is het nog maar van de campagne van 2014 geleden dat werkelijk elke partij in zijn kiesprogram liet opnemen dat een verhoging van de pensioenleeftijd "niet aan de orde" is. Tot het zonder al te veel discussie in de regeringsvorming plots wel aan de orde bleek te zijn. Hoezo dan, 'ultralinks'?

En dan nu: Piketty!

Wacht even, zou dit stuk niet de nieuwe Piketty bespreken? Komt er aan. Het ontmoedigende plafond dat op elk sociaal-economisch debat gelegd wordt, heet 'Europa'. Het is een ontnuchterend laag plafond: de EU laat amper marge toe voor alternatief beleid.

Het maakt elk debat over economische of fiscale keuzes enigszins futiel: er is maar zoveel mogelijk als de hoge heren in de Europese Unie toestaan. Dat geldt met name voor de eurogroep die het financieel-budgettaire beleid uittekent voor de eurozonelanden.

De historische evaluatie dat met name Europese sociaal-democraten al te gretig zelf meegetimmerd hebben aan dat plafond is inmiddels wel bekend. In zijn nieuwe essay, Naar een democratischer Europa, doet de Franse econoom Thomas Piketty, befaamd van zijn onderzoek naar ongelijkheid en historische vermogensontwikkeling, een prikkelend eenvoudig voorstel: we halen het plafond weg, ha!

Piketty stelt een "democratische urgentie" vast om de Europese instellingen te hervormen.

De plots toegenomen, informele macht van die eurogroep - de groep van EU-ministers van Financiën van de eurolanden - staat de auteur tegen. "Machtig en ongrijpbaar tegelijk, heeft het bestuur van de eurozone zich eigenlijk ontwikkeld in de dode hoek van de politieke controle, in een soort democratisch zwart gat."

De vaststelling is pertinent. De eurogroep is geen verantwoording verschuldigd aan het Europees Parlement. De nationale parlementen in de lidstaten zitten te veraf. Zij komen niet verder dan notuleren wat in de eurogroep beslist is. Nochtans raken die beslissingen, dixit Piketty, "de essentie van de sociale pacten van de lidstaten".

Hier is het dat het liberale 'There Is No Alternative'-beleid van de eurolanden in stenen tafelen gebeiteld wordt. Dat geschiedt middels dwingende adviezen voor de begroting, fiscale keuzes, of economisch beleid.

Democratisch verloopt die besluitvorming inderdaad niet. Niet alleen omdat er amper verantwoording afgelegd wordt aan de volksvertegenwoordiging, maar ook omdat er sterke, zogenaamd anti-Europese signalen zijn dat de bevolking dat opgedrongen beleid niet lust. Die signalen blijven genegeerd worden, waardoor het Europese project zichzelf uitholt.

Geen ponykamp

Het alternatief dat Piketty formuleert is niet min: een nieuw, eigen parlement voor de eurozone. Nóg een parlement? Ja en neen, de assemblee zou gevuld worden met leden die gedelegeerd worden uit de nationale parlementen, volgens grootte van de bevolking, en uit het Europees Parlement. Nieuwe 'postjes' voor nog meer politici worden dus niet gecreëerd.

Ook al gaat het maar om een pamflet van enkele tientallen pagina's, Thomas Piketty levert geen half werk. Het tweede deel van het boekje bevat al meteen een concreet uitgeschreven wetsvoorstel voor de invoering van het eurozone-parlement. De econoom argumenteert dat de installatie van het nieuwe parlement kan lukken, zonder ingewikkelde en onzekere EU-verdragswijziging. Ook het Europees Stabiliteitsmechanisme-noodfonds werd, met dekking van het Europees Hof van Justitie, ingevoerd zonder aan de verdragen te raken. Wat bij economische urgentie mag, moet bij democratische urgentie ook mogen, redeneert de auteur.

In de concrete uitwerking van zijn parlementaire wensdroom, stelt Piketty zich kwetsbaar op. Volgens zijn berekeningen zou de nieuwe assemblee eerder naar links hellen. Dat is, zo bekent de auteur, ook helemaal de bedoeling. Met name de dominantie van de Duitse kijk op de Europese economie moet getemperd worden. Die eerlijkheid siert Piketty, maar in Berlijn moet hij geen applaus verwachten.

Bovendien, zo kan bijvoorbeeld Guy Verhofstadt (Open Vld) hem vertellen, is het riskant om vanuit een bestaande realiteit te gaan morrelen aan parlementssamenstellingen. Niets zo volatiel als de voorkeur van de kiezer.

Dan nog verdient Thomas Piketty alle krediet voor zijn radicale en eenvoudige voorstel. Strategisch heeft hij gelijk: het is in Europa dat het sociaal-economische beleid in zijn bedding wordt gelegd. En principieel heeft hij gelijk: in een democratie behoort tegenover de informeel groeiende macht van de eurogroep een parlementair evenwaardige tegenmacht te staan.

Krijgt hij ook gelijk? Dat valt zeer te betwijfelen. Maar dat mag ons niet verhinderen hier gloedvol over te debatteren. Te veel discussies worden al vermeden uit kansberekening.

Zeker links zou de inspiratie ter harte mogen nemen. Piketty toont het geweer, en hoe het van schouder te veranderen.

In afwachting kan het geen kwaad om te pogen buiten dat gramsciaanse hegemonische denkkader te treden. Of om tenminste te beseffen dat die hegemonie er is. Je hoeft Jeremy Corbyn (Labour), Raoul Hedebouw (PVDA) en zelfs Elio Di Rupo niet achterna te hollen om ook in deze relatief welvarende regio weer een debatlijn te openen over sociaal-economische kwesties.

En anders? Zonder verandering van spoor lijkt een verdere krimp van links ook in noord en zuid van dit land onafwendbaar. Hoewel de regeerperiode geen ponykamp was, staat niets na 2019 een heruitgave van dit kabinet (met desgevallend cdH er ditmaal wel bij) in de weg. Zonder deftig links tegenwicht, zal de verleiding erg groot zijn om dan een keer echt onbeschroomd rechts beleid te voeren. De nu al uitgesproken fantasietjes over een privatisering van de NMBS illustreren dat dat geen totaal imaginair toekomstbeeld hoeft te zijn. Het lijkt, integendeel, nog maar het begin.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234