Maandag 09/12/2019

Circulatieplan

Het Gentse circulatieplan is goed, maar er is veel collateral damage

Beeld Jan Straetmans

Is dat dekselse circulatieplan nu een goed plan of niet? Het is een vraag die de voorbije week vaak is gesteld in deze reeks. Eerlijk? Het plan is goed, maar er moet meer aandacht zijn voor de gewone Gentenaar die op zoek is naar oplossingen.

Allereerst dit: er was geen verkeersdeskundige te vinden die het Gentse circulatieplan volledig wil afschrijven. Kritische opmerkingen over deeltjes van het plan of mogelijke neveneffecten, dat wel. Maar iemand vinden die écht tegen is? Nope.

Integendeel zelfs. Bij de experten kreeg ik vooral te horen dat dit is wat elke stad zou moeten doen. Dat er voldoende checks-and-balan­ces zijn, want de stad is bereid om voortdurend bij te sturen waar nodig. Dat Gent tenminste de culot heeft om zo’n plan in te voeren. Dat Antwerpen daar een puntje aan kan zuigen. Iets wat een Gentenaar altijd graag hoort natuurlijk.

Voor wie elke dag met de materie bezig is, is het blijkbaar de evidentie zelve. Weg met de auto uit de binnenstad. En doe ze maar lekker rondrijden, de hardleerse exemplaren die per se die auto willen blijven gebruiken. Of zoals mobiliteitsdeskundige Willy Miermans het verwoordde: "We denken dat we in Gent een revolutie meemaken, maar we zijn eerder met een inhaalbeweging bezig." Kijk naar de rest van Europa. Daar zijn er heel wat steden met dit soort lussenplannen en autovrije centra. Maar hier, in het navelstarende Belgenlandje, hebben we daar blijkbaar een probleem mee.

Bewijs genoeg

De experten hebben zeker een punt. Als je te veel auto’s hebt in je stad, kun je eigenlijk maar twee dingen doen. Of je past je stad aan aan het autoverkeer, of je past het autoverkeer aan aan je stad. Bij optie 1 stoot je vrij snel op limieten. Je zou, zoals in Amerikaanse steden soms gebeurt, je stad kunnen afbreken en parkeerplaatsen voorzien waar vroeger woonblokken stonden. Maar daar zitten de Gentenaars niet op te wachten. Bovendien dreig je op den duur geen stad meer over te hebben.

Blijft dus over: optie 2. En die houdt in dat je auto’s begint te weren uit je stad. Steden die voor optie 2 kozen, zijn steevast leuke plekken geworden. Logisch: wetenschappelijk bewijs genoeg dat zegt dat wandelaars en fietsers meer sociale contacten hebben dan automobilisten, hun buren vaak beter kennen en ook langer op straat of in een winkel blijven hangen.

Het enige punt van kritiek op dit circulatieplan is volgens experten dat het eigenlijk nog niet ver genoeg gaat. Als je mensen wilt ontmoedigen om met de auto naar het centrum van Gent te komen, moet je vooral geen ondergrondse parkings voorzien in dat centrum. Dat is als een kind verbieden te snoepen, maar de snoeppot ernaast zetten. Werkt niet.

Het Gents Milieufront en andere groene jongens hadden nochtans voorgesteld om de huidige parkeergarages in het stadscentrum voor te behouden voor bewonersparkeren. Dat voorstel is niet weerhouden. De garages liggen er nu eenmaal, redeneerde schepen Filip Watteeuw (Groen). Dat ze de uitbaters – op drie na telkens het stadsbestuur – een aardige cent opleveren, zegt hij er meestal niet bij.

Glazenwasser

En toch. Globaal gezien mag dit dan een goed plan zijn, op het niveau van de individuele Gentenaar is er toch behoorlijk wat collateral damage. Verhalen hoorden we de afgelopen week genoeg. De oudere man die zijn zieke vrouw elke dag naar het ziekenhuis moet brengen voor een behandeling en daarvoor nu enkele kilometers moet omrijden. De moeder van een driejarige kleuter die haar kind niet meer kan afzetten aan de autovrij geworden schoolpoort en niet meteen een mogelijkheid ziet om het kind met bus of fiets tot aan de school te krijgen.

En wat te denken van de glazenwasser die voor een klus in het voetgangersgebied een vergunning kan aanvragen om binnen te rijden, maar er niet mag parkeren? Hij moet dus binnenrijden, zijn materiaal uitladen, de auto buiten het gebied parkeren en te voet terugkeren. En na de klus alles nog eens in omgekeerde volgorde doen. Is dat handig? Natuurlijk niet.

De rode strepen in het stadscentrum geven aan dat de auto niet welkom is. Vrije baan dus, bijvoorbeeld voor rolschaatsers. Beeld Eric de Mildt

Je kunt als stadsbestuur dan wel vinden dat dit plan nodig is voor ‘het algemeen belang’, en dat Gentenaars maar de klik moeten maken en andere vervoersmanieren moeten combineren. Want dat laatste is natuurlijk de hele bedoeling van het plan. En meteen ook het grote verschil met verkeersplannen in andere steden. Hier wordt niet enkel de auto geweerd, hier wringen Watteeuw en co. de bewoners zowat de arm om om zich anders te gaan verplaatsen. De schepen zei het herhaaldelijk: als het plan er alleen toe leidt dat Gentenaars met de wagen blijven rijden en door de omleidingen dan maar meer kilometers afleggen, dan is het mislukt. Maar de switch maken en zich anders gaan verplaatsen, is voor heel wat mensen makkelijker gezegd dan gedaan.

Niet dat de stad geen moeite heeft gedaan om iedereen mee te krijgen. Watteeuw krijgt vaak het verwijt dat hij geen echte inspraak van de Gentenaar wilde. Die kritiek klopt. De Gentenaar had namelijk niets te zeggen over de basisprincipes van het plan. Hij heeft niet mee mogen beslissen over de opdeling in sectoren of over het principe dat je om van sector A naar sector B te gaan via de stadsring moet. Hij heeft ook niet mee mogen beslissen over het groter maken van het autovrije gebied.

Maar de stad heeft wél geluisterd naar iedereen die problemen signaleerde, die met bezorgdheden allerhande zat en zit. Bij de praktische uitwerking is daar voor een groot stuk wel degelijk rekening mee gehouden. Zo is het nu voor mensen met een beperking zelfs mogelijk om een vergunning te krijgen om door het autovrije gebied te rijden. Dat kon tot nu toe niet.

Omgekeerde Lazaruseffect

Globaal gezien is er dus wel geluisterd naar de Gentenaar. Maar feit blijft dat veel inwoners nog altijd zélf een oplossing moeten vinden voor hun individueel probleem. Die problemen lijken volgens de voorstanders van het plan vrij banaal, zeker in het licht van de grote wereldproblemen van dit moment. Je kunt daar smalend over doen, zeggen dat die mensen overdrijven. 

Eén verkeersdeskundige had het zelfs over ‘het omgekeerde Lazaruseffect’ dat telkens opduikt bij verkeersplannen. Lazarus stond plots weer op en begon te lopen. Hier zie je het omgekeerde. Beperk je het autogebruik, dan is plots iedereen ziek of minder mobiel. Wat de uitzondering is, wordt plots de regel. Dat mag geen reden zijn om een systeem dat een meerderheid van de Gentenaars ten goede kan komen, niet door te voeren, stelde hij.

Klopt. Maar wie echt geen oplossing ziet om het ene kind in de crèche, het andere op school en zichzelf op tijd op het werk te krijgen, ziet wel een levensgroot probleem. Een probleem dat niet altijd erkend wordt of afgedaan wordt als ‘geklaag’.  Er is vanuit het stadsbestuur opvallend weinig begrip voor die ‘oplossingzoekende Gentenaar’. Ze moeten maar in staat zijn om een oplossing te vinden, klinkt het. Wat Watteeuw en co. hierbij vergeten, is dat oplossingen vinden voor fitte, goed opgeleide Gentenaars inderdaad peanuts is. Voor heel wat andere groepen mensen is dat minder evident. Niet iedereen kan de fiets of de tram op, niet iedereen vindt zijn weg in het aanvragen van vergunningen om van plaats A naar plaats B te mogen. En dat leidt tot frustratie. Veel frustratie. Vandaar dat er vaak heel emotioneel wordt gereageerd als het woord ‘circulatieplan’ valt.

De Grote Angst

De grootste vijand van dit circulatieplan is dus de angst voor wat kan komen. Gentenaars zijn niet zozeer tegen het plan en de achterliggende principes. Ze zijn vooral bang voor de mogelijke ‘neveneffecten’.

En die zullen er ook zijn. Onvermijdelijk. De Gentenaars weten ook waarom ze bang zijn. Ze hebben dit namelijk al eens meegemaakt. Eind jaren 90 was er al eens een schepen – toen van blauwe signatuur – die het in zijn hoofd haalde om de hele stad overhoop te gooien en een voetgangerszone te creëren in het historische hart. De stad stond op haar kop. Maandenlang regende het doemberichten. Door de auto’s te weren uit die zone zou de hemel op de kop van de Gentenaar vallen. Het zou de doodsteek worden van de lokale handel, want geen kat zou nog naar Gent komen. Want als je niet met de auto tot aan de winkel kunt rijden, dan ga je niet naar de winkel. En een wandeling door het voetgangersgebied zou geen walk through the park zijn, maar eentje waarbij je langs alle kanten overvallen kunt worden.

Het bleek allemaal nogal mee te vallen. Gent kwam er uiteindelijk heel goed uit: een aantrekkelijke binnenstad, meer toeristen, meer handel. Al is ook dat natuurlijk ‘globaal gezien’. Want er moesten wel degelijk heel wat handelaars de deuren sluiten. Wel kwamen er meer nieuwe en andere handelaars bij, die wél aangepast waren aan het hebben van een zaak in een autovrij gebied. Waardoor er netto nu méér handel is in Gent. Maar voor diegenen die destijds ‘gefilterd’ werden, is dat een drama.

De vrees van een deel van de handelaars is dus zeker terecht. Ook nu zal het circulatieplan als een filter werken en zullen er een paar de deuren moeten sluiten. De pizzeria die net geïnvesteerd heeft in twintig brommertjes en nu merkt dat die het voetgangersgebied niet in mogen, bijvoorbeeld. Veel kans dat die het inderdaad niet overleeft.

Mikado

De stad belooft wel om de komende maanden voortdurend te monitoren en waar nodig bij te sturen. Maar veel Gentenaars geloven daar niet echt in. Wie het circulatieplan bekijkt, ziet ook dat het één grote mikado is. Als je een stokje weghaalt, heeft dat grote consequenties voor de andere stokjes. Zo groot zelfs dat het nog maar de vraag is of iemand ooit zal durven een stokje weg te halen. Het is dan ook met dichtgeknepen billen dat de Gentenaar aan het circulatieplan begint.

Zouden we dan niet beter het hele plan de prullenmand in kieperen? Neen. Absoluut niet. Want ook dit plan zal de stad globaal gezien een stuk aangenamer en aantrekkelijker maken. Dat zal over enkele jaren blijken. Maar mobiliteitsplannen hebben in een stad een darwinesk effect. Er vindt een natuurlijke selectie plaats. En voor Gent is één ding heel duidelijk: wie bij het zoeken naar oplossingen blijft redeneren vanuit de auto, heeft een probleem. Wie erin slaagt de omschakeling te maken, zal het overleven.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234