Zaterdag 26/11/2022

Het genie dat tussen de bankschroef sukkelde

Visionair genie, sado-necrofiel, vader van het detectiveverhaal en ordinaire dronkelap: het zijn maar enkele van de vele epitheta die de Amerikaanse dichter, journalist en schrijver van korte verhalen Edgar Allan Poe in de loop der decennia kreeg opgeplakt. Vandaag, dag op dag anderhalve eeuw geleden, kwam hij in Baltimore tragisch aan zijn einde. Poe werd amper veertig.

Over zijn dood bestaan nog bijna net zoveel onopgehelderde vragen als er in zijn verhalen incestueuze liefdes en ingemetselde lijken voorkomen. Vast staat dat de schrijver op 3 oktober 1849 half bewusteloos wordt aangetroffen in Gunner's Hall, een taverne in Baltimore. Na vijf dagen lang van de aardbodem te zijn verdwenen hangt Poe er hulpeloos in een leunstoel. "Op zijn gezicht lag een verwilderde uitdrukking," verklaart de haastig erbij geroepen dokter Snodgrass achteraf. "Het was opgezwollen, ongewassen, zijn haar ongekamd en zijn hele voorkomen was weerzinwekkend. Hij droeg noch een hemd, noch een halsdoek, en zijn overhemd was aan de voorkant verkreukeld en zeer vies."

Poe wordt naar het nabijgelegen ziekenhuis van het Washington Medical College overgebracht, maar daar vermag de gebrekkige medische kennis van toen hem nauwelijks te helpen. Weer bij bewustzijn gekomen mompelt hij aan één stuk door en voert conversaties met fantomen die zich rond zijn bed bewegen. Hij verklaart zich bereid "in de aarde weg te zinken" en het beste wat zijn vrienden volgens hem kunnen doen is hem een kogel door de ellendige hersenen jagen. Tegen de avond van zaterdag 6 oktober schreeuwt hij verwarde en angstaanjagende droomgedachten uit. "De grote, witte moeder-vrouw van achter het graf was eindelijk naar hem toegekomen om hem op te halen," schrijft Wolf Mankowitz in zijn populaire Poe-biografie. "Op zondagochtend 7 oktober 1849 hield Edgar Allan Poe op met roepen om Reynolds, zijn gids op weg naar de regionen van het eeuwige ijs. Een poosje bleef het stil en toen, bijna alsof hij er niet persoonlijk bij betrokken was, fluisterde hij: 'Heer, sta mijn arme ziel bij', en stierf."

Waar Poe die cruciale dagen voor zijn dood heeft rondgehangen, zal wellicht niemand ooit met zekerheid weten. Volgens sommigen werd hij het slachtoffer van stemmenronselaars. In het corrupte Baltimore van die dagen hielden die zwervers en andere arme drommels tot de dag van de verkiezingen 'gevangen' in zogenaamde coops, een soort barakken waar hun stem werd afgekocht met eten, drank en drugs. Een krankzinnige maar toentertijd courante praktijk. Feit is dat Poe uitgerekend op de dag van de verkiezingen weer boven water kwam, amper twee huizenblokken verwijderd van zo'n stemkeet van de Whigs.

De doodsoorzaak zelf leek tot voor kort duidelijk: Poe werd het slachtoffer van een delirium, het rechtstreekse gevolg van zijn mateloos drankgebruik. Onlangs bleek echter dat die alcoholhypothese wel eens een geslepen zet kan zijn geweest van de arts die Poe destijds behandelde, een geheelonthouder die in de verlopen schrijver een dankbaar afschrikwekkend voorbeeld zag om tegen de drankduivel te waarschuwen. Volgens recent onderzoek van een medicus uit Maryland wijzen Poe's fatale symptomen - hallucinaties, geheugenverlies, koud zweet, agressiviteit - niet in de richting van alcohol maar van hondsdolheid. Mogelijk kreeg de schrijver, zonder het zelfs maar te beseffen, een dodelijke knauw van zijn kat. Deze hypothese is minder bacchantisch maar hoeft qua romantiek nauwelijks voor de andere onder te doen. Had de dode dichter immers geen verhaal geschreven waarin een wrekende zwarte kater de hoofdrol speelt?

De morbidere geesten onder ons komen overigens niet alleen bij de omstandigheden van Poe's levenseind ruimschoots aan hun trekken. Zijn hele levenspad ligt net zo rijkelijk met kommer en kwel bezaaid als dat ene schaarse strookje groen in een woud van hoogbouw met versgedraaide hondendrollen. "Een zo rampzalig schrijversleven is zelfs in de negentiende eeuw, toen de mensen jong dood gingen, zeldzaam," schreef W.F. Hermans ooit over des dichters tragische levensloop. Poe's vader, een door afschuwelijke plankenkoorts mislukt acteur, laat zijn jonge gezin boudweg in de steek, met schulden beladen en aan de drank verslaafd als hij is. Van zijn verdere lot is nooit meer iets vernomen. Edgar is amper drie als zijn moeder, Eliza Poe, sterft aan tuberculose. Haar drie kinderen komen elk in een ander pleeggezin terecht. In het geval van Edgar worden dat de Allans, een kinderloos, door tabaks- en slavenhandel rijk geworden echtpaar aan wie hij zijn tweede naam zal ontlenen.

Aanvankelijk gaat alles goed, maar al vlug blijkt dat Edgar de genen van zijn vader heeft geërfd. Aan de universiteit al maakt hij schulden en verliest zich in leugens en grootspraak. Hij maakt geen enkele studie af, verlaat de universiteit al na een maand of acht en wordt binnen het jaar wegens wangedrag ook van de militaire academie verwijderd. Edgars beminde broer William drinkt zich op zijn vierentwintigste het graf in; de vrouwen in zijn leven gaan een voor een aan tbc ten onder. Wat hij graag ziet, gaat dood, kun je zonder overdrijven stellen. Je zou van minder the arch-priest of gothic horror worden.

Een borstelige snor boven een pruilend lipje. Uitstulpingen aan weerszijden van de schedel, die de indruk wekken in extra hersenruimte te moeten voorzien. Dikke wenkbrauwen, waaronder droefgeestige ogen ontroostbaar de wereld in blikken. De schaarse daguerreotypes die van de vermaarde schrijver zijn bewaard, beelden hem af alsof hij net is "teruggehaald uit de uiterste verschrikkingen van het einde van de wereld". Zijn gelaatstrekken zijn zo treurig en verwrongen dat het wel lijkt alsof hij per abuis tussen een bankschroef is gesukkeld.

Erg mainstream kan ook de binnenkant van Poe's bovenkamer er niet hebben uitgezien. Marie Bonaparte, destijds nog bevriend met Freud zelve, schreef een vuistdikke psychoanalytische interpretatie van Poe's literaire hersenspinsels. Messen en bijlen, putten en kelders, tanden en pijlen: volgens het foliant staan Poe's verhalen bol van de Freudiaanse symbolen en rammelen ze van de geslachtsdelen. Het register achteraan in Bonapartes boek is op zich al veelzeggend: niet minder dan 58 verwijzingen naar impotentie, 40 naar castratie, 9 naar kannibalisme en maar liefst 78 naar sadisme, sadomasochisme, necrofilie en aanverwanten. Poe werd bezocht door paranoia en megalomanie, en volgens de overlevering geraakte hij zelfs seksueel opgewonden door de nakende dood van zijn vrouwtje Virginia, met wie hij trouwde toen ze amper dertien was.

Zelf ligt Poe begraven in de zurige grond van het kerkhof van Westminster Church in Baltimore. "Er zat zwart haar aan het hoofd," bevestigde de doodgraver die hem in 1875 van de ene kant van de dodenakker naar de andere verhuisde, daarmee de mythe ontkrachtend als zou het graf leeg zijn geweest. Van die eens zo markante kop van hem blijft vermoedelijk niet veel meer over dan wat groenbeschimmelde botfragmenten. En toch overkwam Poe in zekere zin "het gruwelijkste lot dat een sterveling te beurt kan vallen", zoals hij het in zijn beroemde verhaal 'De ontijdige begrafenis' omschreef: hij werd levend in zijn kist gestopt. Niet dat hij ooit de lange vingernagels in de pluche bekleding heeft gezet in een wanhopige poging uit de verstikking te ontsnappen - daarvoor had de zeis zijn levensdraad te grondig doorgeknipt.

Maar no rest for the wicked: honderd vijftig jaar na zijn dood lijkt de verdoemde schrijver populairder dan ooit. Zo legt op 19 januari, Poe's geboortedag, een gemaskerde onbekende elk jaar bij nacht nog drie rozen op het graf van de schrijver en giet er een fles cognac over uit. Nog maar een goed jaar geleden brachten zwartgerokte sterren als Iggy Pop en Marianne Faithfull hem hulde door zijn gedichten en griezelverhalen voor te lezen op een soort tribute-cd. De ware freak kan zijn keuze maken uit een waaier bontgekleurde lidmaatschapskaarten van diverse Poe-verenigingen, en op het internet schieten de aan hem gewijde sites als zwammen uit de zompige cybergrond. Je kunt on line rond zijn graf wandelen, chatten over Annabel Lee, met quizvraagjes je kennis van trivia toetsen ("list ten different words that Poe used for 'graveyard'") en zelfs luisteren naar een fragment van 'The Raven', Poe's beroemde klaagzang waarin de herinnering aan een verloren geliefde de gedaante van een onheilsvogel aanneemt. Dat het om de versie uit The Simpsons gaat, ontsierd door een 'doh!' van Homer en hol gelach van Bart, moet de serene surfer er maar bijnemen. Bij wijze van troost kun je op weer een andere site je eigen Poe-T-shirt bestellen. Ook naar aanleiding van de 150ste verjaardag van zijn verscheiden is er van alles te doen. In Richmond bijvoorbeeld, waar de komende drie dagen op de internationale E.A. Poe-conferentie deskundigen bijeenkomen uit Canada, Frankrijk, België, Duitsland, India, Italië, Japan en Singapore. Onder de slagzin Illustrations of a Tormented Mind vindt in Praag dan weer The International Edgar Allan Poe Festival plaats. Nog tot eind deze maand valt er de grootste collectie Poe-gerelateerde parafernalia en artefacten te bewonderen die ooit in Europa werd samengebracht. Vertederend is wel het besluit van het Praagse Poe-genootschap om de raven in de plaatselijke dierentuin te adopteren. De tekst van het gedicht wordt in het Engels en het Tsjechisch op de buitenkant van de kooien gegrift. En er zijn er die nog verder gaan in hun adoratie. Zo bezocht Jan Wolkers enkele jaren geleden Charleston's eiland voor de kust van South Carolina, op zoek naar een fout die hij, toen hij Poe helemaal terug in 1944 voor het eerst las, had menen te ontdekken in diens verhaal 'The Gold Bug'. Met name de omslachtige berekening om de plaats te bepalen waar de schat verborgen lag, klopte volgens Wolkers niet helemaal. Hij kon er toen nachten niet van slapen en kende geen rust tot hij jaren later ter plaatse kon bewijzen dat de afstand tussen de twee punten die je volgens de in het verhaal beschreven methode verkrijgt, amper veertig centimeter bedraagt - en niet de "several yards" waarover Poe het heeft. "Met zijn gevoel voor perfectie zou Poe de enige zijn geweest die het erg zou hebben gevonden. Want je mag in een verhaal een tulpenboom uit de oogkas van een schedel laten groeien en bittere appels rond zich laten vallen, maar je mag niet zondigen tegen de wetten van de meetkunde." Gevoel voor perfectie, inderdaad. Tussen alle mythen en anekdotes door wordt wel eens vergeten dat de schrijver en journalist Poe - hij noemde zichzelf "essentially a Magazinist" en kan als de eerste echte Amerikaanse criticus worden beschouwd - zijn vak, zij het bij vlagen, wel degelijk erg au sérieux nam. Het gebeurde dat hij maandenlang geen druppel dronk en wel achttien uur per dag werkte. In die perioden raakte hij gefascineerd door etymologie en de haast wiskundige constructie van literaire teksten, en misliep hij zijn deadlines niet door opiumgebruik. Maar net als rijkdom en succes binnen handbereik kwamen te liggen, verknoeide dat onmiskenbaar ingebakken masochisme van hem het telkens weer. Zoals die keer dat hij bij president John Tyler zou worden ontvangen, maar in plaats van het Witte Huis de kroeg indook en voorgoed de hoge bescherming verspeelde.

Was Poe een geniale duivelskunstenaar, die overigens ook artikelen over het kweken van suikerbieten schreef, of veeleer een veredeld kioskromanschrijver die met graagte teruggreep naar afgezaagde thema's en motieven uit de gruwelliteratuur? Ook daarover zijn de meningen verdeeld. Wijlen Willem Frederik Hermans noemde hem zonder meer "een van de oorspronkelijkste schrijvers die ooit hebben geleefd en, zonder overdrijving, tot de huidige dag de grootste Amerikaanse schrijver". Charles Baudelaire was bezeten van Poe. Hij besteedde een substantieel deel van zijn leven aan het vertalen van diens verhalen, terwijl Mallarmé de gedichten voor zijn rekening nam. "Dichter bij huis waren Georges Rodenbach, Maurice Maeterlinck en Michel de Ghelderode door Poe gefascineerd," zegt de Gentse hoogleraar Jean-Pierre Vander Motten, die voor een Amerikaanse studie net een bijdrage af heeft over 'smans invloed op Belgische kunstenaars. "Ook in het werk van de graficus Félicien Rops vind je heel wat van Poe's thema's verwerkt. Sommige schilderijen van James Ensor zijn zelfs pure grafische omzettingen van verhalen van Poe. La vengeance de Hop-Frog uit 1898, bijvoorbeeld, naar het hallucinante verhaal waarin hofnar Kikkersprong zo vreselijk wraak neemt door de kleinerende koning samen met zijn zeven ministers en plein public aan kettingen op te hangen en in brand te steken." Het enthousiasme voor Poe's geschriften is op het Europese vasteland echter altijd al veel groter geweest dan in zijn eigen Angelsaksische taalgebied. Volgens kwatongen, T.S. Eliot op kop, komt dat vooral doordat buitenlandse lezers het Engels onvoldoende machtig zijn om zich aan de grove onvolmaaktheden van zijn werk te storen.

Zelf las ik Poe's verhalen - die hij overigens vooral uit geldnood schreef - voor het eerst toen ik tien was. Ze grepen mij meteen bij het nekvel, en toen ik ze onlangs voor het eerst in al die jaren herlas vond ik ze nog net zo beklijvend. De zoevende zeisen en zuigende vergeetputten joegen mij nu minder stuipen op het lijf, maar in ruil daarvoor vond ik onvermoede diepgang tussen de zinnen. Donkere mijngangen zijn het, waarin symboliek en autobiografische brokstukjes als goudadertjes liggen te flonkeren.

Poe's dichtwerk heeft de tand des tijds iets minder glorieus doorstaan. Verzen als 'The Bells' glijden al eens af naar een wat doorzichtig spel van rijm en binnenrijm, dat wel klinkt als een klok maar een beetje gezocht aandoet. Niet voor niets wordt hij soms the jingle man genoemd, naar het smalende oordeel van de negentiende-eeuwse essayist Ralph Waldo Emerson. En toch bezorgt 'The Raven' mij - mits met het juiste timbre voorgelezen - telkens opnieuw kippenvel en rillingen om de ruggengraat. "Het nageslacht zal oordelen," zei Poe ooit tegen een zekere Saunders, zijn beklag ventilerend over een samenzwering waarmee de rest van de Amerikaanse auteurs zijn genialiteit volgens hem wilden kleineren. "Toekomstige generaties zullen het koren van het kaf kunnen scheiden en dan zal 'The Raven', glanzend boven hen allen uitstekend, aanschouwd worden als een diamant van het zuiverste soort." En toch vond hij die raaf, die hem rijk had kunnen maken maar hem door misgelopen auteursrechten haast geen cent heeft opgebracht, nog niet het hoogtepunt van zijn creatieve genie. Wél een honderd bladzijden tellend werkje dat hij twee jaar voor zijn dood schreef: 'Eureka'. Dit 'essay over het materiële en spirituele universum' bleef stilistisch nochtans ver onder zijn gebruikelijke niveau en werd door de academische wereld meedogenloos neergesabeld. Het zou nog anderhalve eeuw duren voor gerenommeerde wetenschappers toegaven dat dit merkwaardige werkstukje - ook wel "het vreemdste zwarte schaap uit de wereldliteratuur" genoemd - met briljante flitsen gelardeerd is. Er is zelfs een opmerkelijke overeenkomst tussen Poe's visioenen en denkbeelden waartoe de moderne wetenschap pas decennia later zou komen. Zo verkondigde hij geruime tijd voor Darwin al dat de wereld niet in één keer is geschapen maar dat er op aarde een evolutie aan de gang is - een hortend en stotend proces dat uiteindelijk naar een superieure levensvorm zal leiden. Ook meende Poe dat dit proces geregeld verstoord kan worden door rampen van kosmische omvang, zoals neerstortende meteorieten. Of hoe de dood van de dino's paradoxaal genoeg het eerst door een dichter werd doorzien.

De schildpad van de wetenschap die het aflegt tegen de adelaar - of is het de raaf? - van de dichterlijke intuïtie. Edgar Allan heeft het niet meer mogen meemaken, maar het zou zijn misprijzende mondje vast in een cynische grimlach hebben gewrongen.

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234