Zaterdag 21/09/2019

Onderwijs

Het gemoderniseerde secundair onderwijs: wat betekent dat voor uw kind?

Beeld BELGA

Enkele duizenden leerlingen beginnen eraan: het gemoderniseerde secundair onderwijs. Zo’n tien jaar geleden aangekondigd als een grote hervorming, bleef de revolutie uiteindelijk uit. Maar wat was dat weer, die modernisering?

Wat voorafging

Het wegwerken van de schotten tussen aso, tso en bso. Dat idee duikt een eerste keer op rond de eeuwwisseling en wordt in het regeerakkoord van de Vlaamse regering-Leterme (2004-2009) geschreven. Om dat te bekomen, richt onderwijsminister Frank Vandenbroucke (sp.a) de commissie-Monard (2009) op. Onderwijsexperts tekenen er plannen uit voor een grondige hervorming van het secundair onderwijs. Bedoeling is ondertussen om niet alleen de schotten weg te werken, maar bijvoorbeeld ook de studiekeuze uit te stellen. De volgende regering (2009-2014) en meer bepaald minister van Onderwijs Pascal Smet (sp.a) krijgt de taak om het eindrapport van de commissie-Monard om te zetten in een concrete hervorming.

Al blijkt niet iedereen meer gewonnen te zijn voor een grote hervorming. Vooral onder impuls van N-VA worden de scherpe kantjes van de hervorming geveild. In tegenstelling tot haar voorganger slaagt Hilde Crevits (CD&V) er wel in om een compromis te vinden, al is het woord ‘hervorming’ ondertussen vervangen door ‘modernisering’. Het resultaat is met andere woorden ver verwijderd van wat de commissie-Monard voor ogen had. En de schotten tussen aso, tso en bso? Scholen kunnen er nog altijd voor kiezen om die te behouden.

De structuur verandert, voor wie wil

Een brede eerste graad. Wie de term de afgelopen jaren liet vallen, kon rekenen op een fikse discussie. Een brede graad zoals de hervormers oorspronkelijk bedoelden, namelijk dat iedereen volledig hetzelfde lessenpakket krijgt, komt er niet.

Al blijft een brede basisvorming wel het doel. Concreet krijgt iedereen in het eerste jaar 27 uur basisvorming en 5 uur keuzegedeelte. Vanaf het tweede jaar wordt dat keuzegedeelte uitgebreid: 7 uur voor de A-stroom en 12 uur voor de B-stroom. De keuze-uren kunnen besteed worden aan een keuzevak, zoals Latijn of sport. Al is het ook mogelijk om te remediëren: leerlingen die het moeilijk hebben extra hulp geven.

Lees nu

📘 De genderkwestie op school: roze rugzak vs. Barcelona-bic

🗓️ Lerarentekort én nieuwe eindtermen: voor directeurs is het begin van het schooljaar een race tegen de klok

Meer dan het uitdelen van een B-attest is het in het gemoderniseerde secundair de bedoeling om bij te spijkeren, via remediëring in de keuze-uren. Een C-attest kan enkel in uitzonderlijke gevallen. Het is pas na de volledige eerste graad dat de klassenraad een attest toekent, met advies per leerling.

Maar eigenlijk moet de grote hervorming van de structuur nog volgen. Het is vooral na de eerste graad dat de puzzel stevig door elkaar geschud is. In de tweede en derde graad worden studierichtingen ingedeeld in acht studiedomeinen (taal en cultuur; STEM; economie en organisatie; kunst en creatie; maatschappij en welzijn; land- en tuinbouw; voeding en horeca en sport). Ofwel bieden scholen die richtingen aan als voorbereiding op de arbeidsmarkt, ofwel met de bedoeling om verder te studeren, ofwel als een combinatie van beide. Door die drie doorstroomrichtingen te combineren met de acht studiedomeinen, ontstaat de zogeheten matrix van alle studierichtingen. Dat amalgaam aan richtingen moet de komende jaren verder worden uitgewerkt en treedt vanaf 2021-2022 in voege.

Beeld rv

Maar, en daar zit de crux, scholen mogen zelf kiezen hoe ze dat invullen. Bovendien was in het compromis voorzien dat ook de klassieke indeling van aso, tso, bso en kso behouden blijft. Voldoet de school van uw kroost niet aan wat hier staat? Geen paniek, dat is de vrijheid van die school.

De inhoud verandert, voor iedereen

Naast de vorm, boog de decreetgever zich ook over de inhoud. Dat gebeurt via de eindtermen, de minimumdoelen waarvan de Vlaamse overheid beslist dat leerlingen ze moeten halen. Hoe scholen die inhouden in de les behandelen, bepalen ze zelf. De facto gebeurt dat vaak door de koepels die leerplannen opstellen om scholen daarbij te helpen.

De eindtermen werden een eerste keer opgesteld halfweg de jaren 90. De ontslagnemende Vlaamse regering gaf zichzelf de opdracht die te herzien en te actualiseren. Een oefening die al snel ontaardde in talloze discussies, tussen partijen maar evengoed tussen de politiek en de koepels.

Eind 2017 komt dan eindelijk een compromis uit de bus voor de eerste graad secundair. De rest volgt later. Eerst en vooral ging het aantal eindtermen gevoelig naar beneden, van 688 naar 382. Al werden ze wel allemaal langer en ambitieuzer. Daarnaast zijn er 16 zogenoemde ‘sleutelcompetenties’ die allerlei thema’s bundelen, van Nederlands en wiskunde tot burgerschap, digitale vaardigheden en financiële geletterdheid.

Echt nieuw is het concept basisgeletterdheid: een minimumlat per leerling. Tot nu toe waren eindtermen enkel afdwingbaar per school. Het is een lat waar elke leerling aan het einde van de eerste graad van het secundair over zal moeten om te kunnen beginnen in het derde jaar middelbaar. Het idee is dat basisgeletterdheid bepaalt wat een jongere nodig heeft om te kunnen functioneren in onze samenleving.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234