Maandag 30/11/2020

New York Times

Het 'gemeentelijk socialisme' van Bernie Sanders ligt goed in de markt bij progressief Amerika

Aanhangers van de Democratische presidentskandidaat Bernie Sanders laten hun voorkeur blijken.Beeld AP

Todd Gitlin doceert journalistiek en sociologie aan Columbia University (New York). Hij schreef enkele boeken, onder meer over de jaren.

Nog niet zo lang geleden leek het radicalisme van de jaren 60 in de Amerikaanse politiek oude geschiedenis, verdrongen door Occupy Wall Street en een nieuwe generatie linkse activisten. Maar nu is een veteraan van die jaren 60, Bernie Sanders, kandidaat voor de Democratische nominatie voor de presidentsverkiezingen. Hij lijkt progressief Amerika achter zich te krijgen met zijn kruistocht tegen 'de oligarchie'.

Todd Gitlin.Beeld kos

Toen Sanders de studentenpolitiek van de Sixties achter zich liet, verhuisde hij van Brooklyn naar Vermont, een wijkplaats voor hippies en oudgedienden van de anti-Vietnambeweging en het feminisme. Maar de politiek liet hem niet los en hij sloot zich aan bij de piepkleine linkse Liberty Union Party. Hij nam vier keer deel aan verkiezingen voor de senaat en het gouverneurschap van de staat, en haalde nooit meer dan zes procent van de stemmen. Maar in 1981 keerden de kansen en werd hij verkozen tot burgmeester van Burlington, een stadje met nog geen 38.000 inwoners. Hij werd drie keer voor twee jaar herverkozen en zette vervolgens de stap naar de nationale politiek, als het enige Congreslid van Vermont in Washington.

Het geheim van Sanders' politiek heet 'gemeentelijk socialisme'. Het is de hervormingsgeest van de jaren 60, zonder de extreme kantjes, een moralistische politiek die het ernstig meent met het democratische principe dat politici hun beloften horen waar te maken. Het is ook een politiek die kan aanslaan, zoals niet alleen de populariteit van Sanders in Vermont, maar ook die van Bill de Blasio als burgemeester van New York bewijst.

Verkiezingen winnen is niet altijd de eerste prioriteit van radicaal links in de VS. Het moeizame werk van eindeloze vergaderingen, coalities en hun onvermijdelijke compromissen en de machtsstrijd binnen de Democratische partij heeft na de sixties veel activisten afgeschrikt. Omdat echte resultaten zo moeilijk te bereiken zijn, hebben progressieven - zowel jong als oud - de neiging om trots en uitdagend als onafhankelijke kandidaten de verkiezingen tegemoet te gaan, met de zekerheid dat ze zullen verliezen.

Bill Clinton, waarin de ongelijkheid alleen maar toenam terwijl de mediane inkomens stegen, de Democratische Partij achter zich liet en in 2000 als outsider aan de verkiezingen deelnam. We kennen het resultaat: de progressieve stemmen die Nader afsnoepte van de Democratische kandidaat, Al Gore, hielpen George Bush om president te worden.

Nu liggen de kaarten weer anders. Na de financiële crisis van 2007 en 2008, het slappe herstel en de korte maar mediagenieke episode van Occupy Wall Street, is de inkomensongelijkheid een belangrijk thema geworden in de Amerikaanse politiek en ligt het 'socialisme' van Bernie Sanders, inmiddels 73, goed in de markt bij progressief Amerika.

De jaren 60 hebben dus toch nog niet afgedaan. Sanders heeft grote ambities en hoe minuscuul zijn kansen op een overwinning ook zijn, de Democratische Partij zal rekening moeten houden met zijn campagne. Zijn aanhangers zullen misschien niet blij zijn met de Democratische kandidate die ze waarschijnlijk zullen krijgen, maar hun invloed zal niet te verwaarlozen zijn.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234