Zondag 26/01/2020

Het geheim van frieteter De Wever

Niet alleen de geschiedenis van de familie De Wever en die van België worden tegen het licht gehouden. De crisis hier schetst Buruma in een Europees kader. ‘Ik wist The New Yorker te overtuigen een uitgebreide analyse over België te brengen met het argument dat België ooit gold als ideaal voorbeeld van het Europese project, maar vandaag een dramatische illustratie is van hoe dat mislukt’, zegt Buruma.

Na zijn opgemerkte interview met het Duitse Der Spiegel, waarin De Wever België ‘de zieke man van Europa’ noemt, duikt de politicus opnieuw op met zijn Vlaams-nationalistische ideeën in een vooraanstaand buitenlands magazine. The New Yorker heeft ruim een miljoen lezers, voornamelijk in Amerikaanse steden.

Publicist Buruma, een van de belangrijkste opiniemakers van vandaag, schrijft het artikel met de kop ‘Le divorce’ aan de hand van gesprekken met De Wever, zijn broer Bruno, Walloniëkenner Pascal Verbeken, La Libre Belgique-journalist Christian Laporte, sp.a-parlementslid uit Vilvoorde Hans Bonte maar ook met kruidenier Ahmed in Kuregem.

De Wever, omschreven als “een lijvige ijverige schooljongen met rozige wangen”, is volgens Buruma een in Europa ‘uniek soort populist’ omdat hij zich niet kant tegen de islam, noch tegen Europa, enkel tegen de Belgische staat, “omdat die inefficiënt is”.

Niet alleen legt Buruma via een summiere geschiedenis van het land uit hoe de taalkwestie de scheurende identiteit van België heeft gevormd, aan de hand van de in het Vlaams-nationalisme gewortelde geschiedenis van de familie De Wever, die van de almacht van de PS in Wallonië en die van de Europese Unie toont de auteur zijn Amerikaanse publiek waarom ons land een identiteitscrisis heeft.

“Op zich is er weinig bekend in het buitenland over jullie geschiedenis, dus dat moest erin”, vertelt Buruma.

Door de mix van xenofobie, inefficiënte staatsstructuren, politieke verwarring, de taalkwestie en het “uniek soort populisme” van de De Wever vraagt Buruma zich af of er “een uitweg is uit het gevaarlijke moeras van door de taalkwesties en etniciteit gekleurde politiek” in ons land. Een antwoord heeft hij niet. “Het kan altijd wat worden met België, dat maakt het land net zo interessant.”

Charleroi en Kuregem

Hij gaat in zijn zoektocht een kijkje nemen in Charleroi, “een vergane, smoezelige stad vol winkels met dichtgetimmerde ramen, gebroken glas op straat, goedkope Turkse kebabshops, Oost-Europese gangsters en prostituees van middelbare leeftijd die onder de heroïne zitten”.

Zelfs het huis van Marc Dutroux passeert de revue. En daarbij merkt de auteur op dat door de inefficiënte organisatie van de politie zijn arrestatie werd vertraagd en dat het protest daarover “een van de weinige keren was dat Vlamingen en Walen gezamenlijk blijk gaven van hun onvrede.”

Zowel een kruidenier uit ‘probleemwijk’ Kuregem die graag naar Vilvoorde zou verkassen als Hans Bonte komen in The New Yorker aan bod om te illustreren hoe de problemen relevant zijn voor de spanningen tussen de taalgroepen die België uiteenrukken.”

Typische warboel

Dat zelfs immigranten als Ahmed in de Brusselse probleemwijken er weg willen omdat ze bang zijn voor criminaliteit en dat een Vlaamse stad als Vilvoorde op zijn beurt “minder blank en minder Nederlandstalig wordt”, zorgt ervoor dat Vlamingen steeds minder van hun hoofdstad gaan houden en dat de Vlaamse gevoelens sterker opspelen in de rand, wat tot de “typisch Belgische warboel van het B-H-V-conflict leidt”, aldus Buruma.

Als buitenstaander heeft Buruma veel oog voor de details van de absurde situatie waarin België verkeert. Een bordje in het OCMW van Vilvoorde dat in het Nederlands meldt dat er enkel Nederlands wordt gesproken valt hem op, maar, “in België stel je je op den duur geen vragen meer bij dit soort zaken.”

Ook de positie van N-VA komt absurd of toch minstens onpraktisch over. “Mocht Brussel er niet zijn, dan was de scheiding tussen Vlaanderen en Wallonië al een feit. Maar Brussel is België en vecht voor zijn overleven, terwijl veel Vlamingen en Walen er een hekel aan hebben”, zegt De Wever. Dat het N-VA-kopstuk na de verkiezingsoverwinning niet eens het nummer van Elio Di Rupo vond toen hij die wou feliciteren, vindt Buruma eveneens een hoogst opmerkelijk detail dat de vervreemding tussen beide taalgroepen illustreert: “En dit zijn dan de mensen die een regering moeten vormen.”

Buruma: “Ik kan niet inschatten wat de lezer ervan zal denken, maar The New Yorker vond het in ieder geval de moeite om het verhaal van België te brengen omdat de problemen in België een dramatische illustratie zijn van een probleem dat in veel Europese landen heerst: wat bindt een land in een tijd van globalisering, de groeiende macht van Europese instellingen, massale immigratie? Is een gemeenschappelijke taal nodig? Heeft de politieke elite zijn greep verloren? Is de multiculturele samenleving gedoemd?”

Unieke populist

Dat De Wever daarbij een unieke rol speelt, acht Buruma niet per se problematisch. “Al die gevoelens en bezorgdheden zijn er. Iemand moet ze vertegenwoordigen. En dan is het maar beter iemand als De Wever, die erg slim en geen onverantwoordelijke extremist en volksmenner is. Hij is een uitzonderlijke populist omdat hij niet extremistisch is en tegelijk een typisch moderne Europese populist die in tv-shows opdraaft. Het geheim van zijn succes is dat hij de perfecte, gemiddelde, frietetende Belg is die wel bovengemiddeld intelligent is. Daar blijven mensen iets in zien.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234