Woensdag 25/11/2020

InterviewNatacha Hofman, vrouw van Stephan Vanfleteren

‘Het geheim van 33 jaar gelukkig samenzijn? Als je elkaar vrijheid geeft, heb je veel om over te praten’

Beeld Johan Jacobs

Acht autoritten, een paar croque-monsieurs en wat rode wijn: meer was er 33 jaar geleden niet nodig om de bekroonde fotograaf Stephan Vanfleteren (50) en Natacha Hofman (52) voor elkaar te doen vallen. Hoewel ze doorgaans liever op de achtergrond blijft en al helemaal niet graag gefotografeerd wordt, maakt Hofman nu toch een uitzondering. ‘Na een lange reis moet Stephan zijn plaats in ons gezin heroveren: naar de bakker gaan, de vuilnisbakken buitenzetten en niet zeuren.’

Sinds een paar weken ligt Dagboek van een fotograaf in de rekken, een fotoloos verslag van de avondwandelingen die Vanfleteren van 13 maart tot 31 mei maakte. De bijhorende beelden, waarin hij ‘het unheimliche gevoel’ van de lockdown heeft gevangen, zijn te zien op zijn Instagram en in het Antwerpse Fotomuseum, waar ook zijn overzichtstentoonstelling Present nog tot 13 september loopt.

Wanneer we aanbellen bij hun woonst in Veurne, die ook hun uitgeverijen Kannibaal en Hannibal herbergt, worden we verwelkomd door de man des huizes en Kosmos, de hond die hem vaak op zijn coronawandelingen vergezelde.

Natacha Hofman: “Dit is mijn ouderlijke huis. Gek hoe het is gelopen: ik had niet verwacht ooit terug te keren naar West-Vlaanderen. Vroeger, toen ik nog voor de VRT werkte, woonden we in Vilvoorde. Al mijn vrienden en collega’s woonden in Brussel, en ik voelde me daar goed. Maar enkele jaren na de dood van mijn mama – ze is dertien jaar geleden gestorven – vertelde mijn vader op kerstavond dat hij het huis wilde verkopen. De volgende avond zat Stephan bij de haard. Het vuur was uitgedoofd, maar net toen hij dacht: wat als wíj het huis nu eens zouden kopen, begon het vuur letterlijk weer op te flakkeren. Stephan zag dat als een teken. Aanvankelijk dacht ik: ‘No way, ik keer niet terug naar m’n roots!’ Ik wilde mijn leven in Brussel niet achterlaten. Maar het is een groot huis, en ik heb het helemaal naar mijn zin kunnen verbouwen en inrichten. Stephan heeft nu een atelier en studio in de kelder, en de redactie van onze uitgeverij Hannibal zit op de benedenverdieping. Leuk voor mij, aangezien ik altijd op een redactie gewerkt heb. Je zit hier wat afgelegen, maar zo trekken we de wereld binnen.”

Wat voor werk deed je bij de VRT?

Hofman: “Ik had stage gelopen bij de nieuwsdienst en kon er meteen na mijn studies aan de slag als regieassistente. Toen de regisseur een burn-out kreeg en niet vervangen werd, mocht ik zijn plaats innemen.”

Had je altijd van zo’n carrière gedroomd?

Hofman: “Na het middelbaar wilde ik iets doen met film of televisie, maar indertijd was het niet zo simpel om in West-Vlaanderen te weten te komen dat er zoiets als een opleiding regieassistentie bestond (lacht). Toen ik via via het RITCS leerde kennen, wist ik meteen: ‘Dít wil ik doen.’ Gelukkig maar: tijdens mijn studentenjaren in Brussel heb ik Stephan al heel snel ontmoet.”

We zijn één en al oor.

Hofman: “Norman (Baert, cameraman en acteur, bekend van zijn rol als Koen De Geyter in ‘Ex Drummer’, red.) studeerde ook aan het RITCS. Hij had een auto en woonde vlakbij, in Koksijde. Hij stelde voor om te carpoolen naar Brussel. Hij was een jeugdvriend van Stephan, die in Oostduinkerke woonde, aan Sint-Lukas studeerde en ook mee wilde carpoolen. Norman stelde voor om ter kennismaking eens samen te eten met ons drietjes. Stephan, geen geweldige kok, had croque-monsieurs gemaakt (lacht). Ik eet dat niet graag, maar heb dat niet laten blijken. Na wat rode wijntjes werd beslist dat we elke vrijdag en zondag zouden carpoolen, van en naar ons kot. Maar Norman waarschuwde ons: ‘Ik ga elke rit even halt houden in Gent, want mijn lief woont daar. Jullie zullen dus een drietal uurtjes in Gent moeten overbruggen.’ Stephan en ik gingen toen naar de cinema of naar een bar, waar we drie uur bleven babbelen en wachten op Norman.

“We leerden elkaar beter kennen en niet veel later ben ik nog een keer bij Stephan gaan eten: macaroni. Eet ik óók niet graag (lacht). Maar het klikte wel. Hij hield van fotografie, ik was erg geïnteresseerd in beelden. We spraken toen al dezelfde beeldtaal.

“Een maand later stond Stephan op een maandagavond plots aan mijn kot.”

Met een liefdesverklaring?

Hofman: “Nee, maar het was wel een passioneel moment. Ik vond het fantastisch dat hij onverwacht aan m’n deur stond, want zelf neem ik niet zo makkelijk initiatief op liefdesvlak.

“Omdat ik een klein kot had en Stephan op een appartementje woonde, heb ik die avond meteen m’n boeltje gepakt en zijn we gaan samenwonen. Dat leek heel logisch. Samenwonen ging ook meteen goed, al heb ik vanaf toen wel het koken voor mijn rekening genomen (lacht). We zijn intussen al 33 jaar samen.”

Een rariteit, dezer dagen.

Hofman: “Ja, maar je moet het ook niet moeilijker maken dan het is. Als het klikt, dan klikt het. We komen allebei uit een nest van zelfstandigen: misschien speelt dat ook mee? Stephans ouders baatten een tennisclub uit, mijn moeder was kinesiste en mijn vader osteopaat. Als kind van zelfstandigen moet je sneller voor jezelf zorgen. Mijn ouders werkten van ’s ochtends zeven uur tot ’s avonds elf uur: als oudste dochter zorgde ik ervoor dat er eten op tafel stond. We hebben allebei vroeg ons plan leren trekken.

“Mijn moeder was enorm geliefd hier in Veurne. Veel inwoners kennen me nog van vroeger en zeker in het begin spraken ze me aan. Dat is mooi, maar ik leef liever in anonimiteit. Ik doe hier dan ook zelden boodschappen. Ik woon graag in dit huis, maar Veurne is niet mijn stad. Gelukkig komt hier vaak volk over de vloer: auteurs, fotografen, mensen die door Stephan gefotografeerd worden. Stromae en zijn vrouw zijn hier al aan tafel aangeschoven, net zoals Jan Decleir, Glen Hansard, Jacky Ickx, Khadja Nin, Matthias Schoenaerts en Ilja Leonard Pfeijffer. Iedereen is welkom en blijft ook hangen. Mensen moeten van ver komen om hier te raken, maar eens ze hier zijn, overvalt hen een soort rust: ‘Nu we hier zijn, zullen we de tijd nemen.’ Ik heb drie frigo’s die altijd vol eten zitten: onze gasten weten dat ze hier niet zullen verhongeren. En er staat ook altijd een bed klaar, dat weet Roland Van Campenhout maar al te goed (lacht).

“Ook voor de kinderen is het interessant dat er elke keer ander volk aan tafel zit. Al heb ik al vaak gedacht dat het pas écht ideaal zou zijn, mocht dit huis in Brussel staan. Nu ja, tegenwoordig zit de wereld ook hierin, hè (toont haar smartphone).”

WHITE POWER

Jij bent meer een stadsmens?

Hofman (knikt): “Vroeger reisden we altijd naar een stad. Stephan ging dan in z’n eentje op pad met z’n fototoestel, ik deed mijn eigen ding – ik ben niet iemand die hem de hele tijd achternaloopt. Toen hij in Caïro arme kinderen volgde die achteraan op trams hoppen, trok ik de stad rond aan de hand van de biografie van de Egyptische zangeres Umm Kulthum. Stephan vertrok ’s ochtends vroeg, kwam rond de middag naar huis – want dan staat de zon te hoog en is de lichtinval niet goed – om in de namiddag weer te vertrekken en terug te komen na zonsondergang. We aten ’s middags samen en waren ’s avonds weer samen, en deden verder onze eigen zin.

“Soms zijn we op onze reizen in spannende situaties terechtgekomen. 25 jaar geleden zag hij Mexicanen de Amerikaanse grens naar San Diego oversteken. Hij wilde hen volgen, dus sprong hij uit de auto om ze achterna te lopen. Maar hij had de sleutels mee, waardoor er voor mij niets anders op zat dan in de auto te wachten. Er passeerde een patrouillewagen: ‘Ma’am, what are you doing here?’ Ik wilde de Mexicanen noch Stephan verklikken, en heb toen een smoesje verzonnen. Dan pas begin je te denken: ‘Is dit wel veilig? Waar is hij heen?’ Of die keer toen hij in Alabama foto’s ging maken van een bijeenkomst van de Ku Klux Klan en ik ’s nachts in dat donkere bos op hem zat te wachten. Ik krijg het nog altijd benauwd als ik terugdenk aan die kreten: ‘White power! White power!’ Maar achteraf bekeken zijn het unieke herinneringen.

“Stephan wil nooit een hotel boeken vóór zonsondergang. Hij wil altijd een zonsondergang zien: dan is het licht het mooist. Op een roadtrip door Amerika vroegen de kinderen weleens: ‘Mama, waar gaan wij vanavond slapen?’ ‘We vinden wel iets. Zoniet, dan slapen we gewoon in de Chevy Inn.’ Het is nooit zover gekomen dat we effectief in de Chevrolet moesten overnachten, maar soms heeft het niet veel gescheeld (lacht). Dat bezorgde me wel stress: zelf zou ik het niet erg vinden, maar je hebt toch liever dat je kinderen in een bed kunnen slapen.”

‘Vóór we een koppel waren, stond Stephan op een avond plots voor mijn kot. Ik heb nog diezelfde avond mijn boeltje gepakt en ben bij hem gaan wonen. Dat leek heel logisch.’Beeld Johan Jacobs

Stephan is zijn carrière begonnen bij de krant. Voor De Morgen trok hij naar Rwanda, om de genocide vast te leggen. Ben je nooit bang geweest dat een reportage slecht zou aflopen?

Hofman: “Hij was toen nog maar 23. Ik had een reis voor ons geboekt naar Calcutta, maar twee dagen voor ons vertrek zei hij: ‘Ik mag voor de krant naar Rwanda.’ Eerst was ik ontgoocheld, maar ik kan gelukkig snel de knop omdraaien. Natuurlijk denk je aan wat er allemaal kan mislopen – hij ging naar een gevaarlijk gebied waar nog geen journalist was geweest – maar je mag daar niet te veel bij stilstaan. En ik gunde het hem: als zo’n kans zich aandient, moet je die grijpen.

“Stephan landde met een vrachtvliegtuig vanuit Rwanda in Oostende – de deuren van dat vliegtuig waren met touwen vastgebonden. Nadat ik hem was gaan oppikken, moesten we meteen naar Brussel: fotografen werkten toen nog met filmrolletjes, en hij heeft drie dagen en nachten in zijn donkere kamer gezeten om die te ontwikkelen.

“Kort daarna zijn we toch nog vertrokken naar Calcutta. Hij had verschrikkelijke dingen gezien in Rwanda, en amper geslapen. Op het vliegtuig zei hij plots: ‘Ik ben weg’, waarop hij flauwviel. Ik riep geschrokken, zoals in een film: ‘Is er een dokter aanwezig?!’ De stewards kwamen met grote zuurstofflessen aangelopen en een Indische dokter heeft zich toen over Stephan ontfermd. Het slaaptekort en de ontlading na alle stress en spanning waren de oorzaak. Hij heeft de rest van die vlucht in de vliegtuiggang geslapen, en de eerste week in Calcutta sliep hij met zijn ogen open. Ik dacht eerst dat hij dood was!

“Toen hij in Calcutta eropuit trok om foto’s te maken, zei hij: ‘Er is hier niets om te fotograferen.’ Doordat hij afschuwelijke dingen had gezien, werd alles plots banaal. We zijn toen naar de zuidkust van India gevlogen om te relaxen, en daarna lukte het hem wel weer om met zijn fototoestel op pad te gaan.”

Toen hij in 1996 in Nairobi prostituees en aidspatiënten fotografeerde, werd hij overvallen door een bende straatkinderen, waarop een groot gevecht op straat ontstond. Hij deelde in de klappen.

Hofman: “Daardoor dacht hij: ik moet iets nalaten van mezelf. Dus liep er diezelfde avond een fax voor me binnen op de VRT-redactie, die werd afgesloten met: ‘Ik wil mtoto’s’ – Swahili voor kinderen. Het was toevallig 14 februari (lacht). Als ik kinderen zou krijgen, dan wilde ik die graag voor mijn 30ste. Maar we hadden een goed leven samen: had Stephan geen kinderen gewild, dan had ik dat ook oké gevonden.

“Omdat je niet allebei veel kunt blijven reizen als je kinderen wilt grootbrengen – als regisseur moest ik voor de opnames van Tofsport regelmatig naar het buitenland – ben ik toen van job veranderd. Ik ben op productie overgeschakeld. Ik deed de coördinatie van buitenlandse reizen voor een volledige tv-ploeg, waardoor ik in mijn hoofd kon meereizen. Later heb ik de productie gedaan van Lux, Luc Janssens praatprogramma over cultuur. Het laatste wat ik voor de VRT gedaan heb, was de organisatie en coördinatie van Rudi Vranckx’ Bonjour Congo. Daarna kwam Stephan met het idee op de proppen om dit huis te kopen en hier een uitgeverij te starten, waarin ik nu meedraai.”

Is het aangenaam om samen te werken?

Hofman: “Bij ons werkt dat goed. Ik ben de eerste die zijn beelden ziet, zijn meest kritische klankbord. Als ik het maar niks vind, zeg ik dat ook. Soms is hij het niet met me eens en discussiëren we, maar hij respecteert mijn oordeel.

“Als artdirector bij Hannibal bepaal ik door de keuze van de beelden mee de inhoud van de boeken. Ik beslis mee wat er op de cover komt en waak over de structuur. Soms vragen musea ons om boeken te maken, en dan spring ik bij als het team vastzit.

“Ik heb een rijk leven, mede dankzij Stephan. Wat wij allemaal kunnen doen! Als hij een idee heeft, zit hij op een denderende trein. Ik probeer alles errond dan zo comfortabel mogelijk te maken voor hem, zodat hij zijn focus kan behouden. Atlantic Wall (het boek waarvoor Vanfleteren bunkers van de 5.000 kilometer lange Duitse verdedigingslinie uit de Tweede Wereldoorlog is gaan fotograferen, red.) is daar een goed voorbeeld van.”

Daarover zei hij: ‘Natacha was mijn Google wanneer ik de weg niet vond.’

Hofman: “Ik doe vaak zijn research. Ik heb hem allerlei visueel mooie bunkers voorgelegd, waarna hij koos welke hij wilde fotograferen. Maar sommige bunkers zijn niet zo makkelijk te vinden. Dan belde hij: ‘Ik sta hier en zie dit en dat.’ Op basis van zijn beschrijvingen navigeerde ik hem telefonisch naar de bunker met behulp van Google Earth. Zodra hij de bunker vond, was hij weer uren alleen, maar dat vindt hij net fantastisch: dat brengt hem tot rust.

“Die hele reis, van Noorwegen tot aan de Spaanse grens, heeft een halfjaar geduurd, maar ik heb hem goed kunnen volgen en helpen. Toen hij op de Kanaaleilanden zat, kreeg ik plots telefoon: ‘Ik heb goed nieuws: ik leef nog. Maar ook slecht nieuws: ik ben alles kwijt.’ Die bunkers staan aan zee: hij zag plots in zijn ooghoek een golf aankomen, kon niet meer tijdig naar boven klimmen en werd door de golven tegen de rotsen geslagen. Hij was zijn tas met zijn fototoestel kwijt. Ik heb dan een vervangtoestel gezocht: er woonde gelukkig één fotograaf op de Kanaaleilanden, wiens toestel hij mocht lenen.”

BERGBEKLIMMEN

Naar aanleiding van zijn overzichtstentoonstelling Present zei hij: ‘Fotografie was mijn ontsnappingsroute uit een middelmatig leven.’ Is dat voor jou ook zo?

Hofman: “Er gaat alleszins geen dag voorbij dat er niets te beleven valt. Het is interessant, spannend, en we zien mooie dingen. Zijn lat ligt enorm hoog. Als je meewilt, moet je ‘m óók hoog leggen. Ik bekijk ons leven als het beklimmen van een berg. Als we uiteindelijk op de top van die berg staan – wanneer hij een project heeft gerealiseerd zoals hij dat wilde – dan kunnen wij ook meegenieten. Zo gaat het elke keer opnieuw. Pas op, we vallen ook onderweg. Niet elke foto die Stephan maakt, is goed. Hij komt vaak thuis met de boodschap: ‘Het ging niet vandaag.’ Het is keihard werken om die berg te beklimmen, maar eens boven denk je: wat een mooi uitzicht.”

Denk je dat hij dat niet zonder jouw steun en hulp zou kunnen?

Hofman: “Misschien zou iemand anders het dan doen.”

Minimaliseer je nu je aandeel niet?

Hofman (lacht): “We zijn complementair. Dat is zo mooi. Bij andere fotografen denk ik soms: jij zou iemand moeten hebben die helemaal in jou gelooft. Maar dat geldt voor veel kunstenaars. Je moet ze de ruimte geven om hun ideeën te realiseren en niet al te veel van hun tijd afknabbelen.”

‘Stephan is nogal melancholisch. Als ik oude beelden zie, voel ik warmte - geen tristesse, zoals hij. Wat dat betreft, houden we elkaar in evenwicht.’Beeld Johan Jacobs

Wellicht zou niet elke vrouw dat even makkelijk vinden. Toen hij in 2017 voor Surf Tribe surfers ging fotograferen in onder meer Hawaï, Bali en Nieuw-Zeeland, heeft hij 222 nachten niet thuis geslapen. Denk je dan soms niet: hij staat daar nu op een strand foto’s te maken, terwijl ik hier in m’n eentje een huishouden moet runnen?

Hofman: “Nee, want ik krijg er veel schoonheid en rijkdom aan beelden voor terug. Dat maakt hem gelukkig. En je wilt toch alleen maar een gelukkige man in huis? Ik kan hem altijd bellen, al val ik hem zelden lastig – als er problemen zijn, los ik die zelf op. Dat is zwaar, maar dat gaat. Mijn instelling is: je moet niet zeuren of te veel nadenken, maar gewoon doordoen. Voorwaarts!

“Als hij terug is van een lange werkreis, is het ook voor mij weer aanpassen. Je bent je eigen routine gewoon, en plots moet je weer rekening houden met een vijfde gezinslid. Hier is het leven gewoon doorgegaan, waardoor hij zijn plaats weer moet heroveren. En dat doet hij ook: hij draait dan meteen weer mee in het huishouden. Dan moet hij weer naar de bakker, de vuilnisbakken buitenzetten en niet zeuren (lacht).

“Vanaf september zullen alle kinderen het huis uit zijn. Onze zoon Zamiel studeert arts, culture and society aan de Erasmus Universiteit in Rotterdam, onze tweelingdochters Zhou en Yto gaan – als de coronacrisis het toelaat – een jaar naar het buitenland om Engels en Spaans te leren. Dan zal ik voor het eerst alleen thuiszitten. Ik denk daar weleens over na, maar ik ben altijd met van alles bezig, dus misschien zal ik niet zoveel last hebben van het legenestsyndroom.”

MELANCHOLIE

Stephan ziet jullie huwelijk als één van zijn grootste verwezenlijkingen. Jij ook?

Hofman: “Er zijn al mensen die me gevraagd hebben wat het geheim is van 33 jaar gelukkig samenzijn. Maar of daar een geheim voor is? Misschien net dat hij niet continu thuis is? (lacht) We hebben tijd voor onszelf, waardoor we elkaar veel te vertellen hebben bij het weerzien. We zien elkaar supergraag en ik vertrouw hem. Ik geef hem de vrijheid om te reizen en verwacht eerlijkheid in de plaats.”

In zijn boek Present zegt hij over een trip naar Cannes: ‘Een oude godin van erotische films toont meer dan professionele interesse in deze fotograaf na de shoot.’ Ben je daar ooit bezorgd om geweest?

Hofman: “Nee. We hebben elkaar dat vertrouwen gegeven, dus moet hij dat respecteren. Natuurlijk dienen er zich voor hem als fotograaf veel opportuniteiten aan in het buitenland, maar als je daar thuis continu bezorgd over moet zijn, word je gek.

“Ik denk wel dat ik het snel zou doorhebben mocht hij over de schreef gaan: daarvoor ken ik hem te goed. En ik zou hier evengoed kunnen doen wat ik wil, hè. Er lopen hier ook knappe goden rond (lacht).”

Nog in Present heeft hij het over meerdere ‘vleselijke liefdes, tot de kilometerteller stopte in een Simca Talbot – Normans auto – met de vrouw van mijn leven’. Heb jij ook een wilde periode gekend voor je Stephan ontmoette?

Hofman: “Aan zee zit het ’s zomers vol toeristen, hè (lacht). Maar het was niet zo wild als bij hem, denk ik.”

Jij hebt het mooie auteursportret voor Dagboek van een fotograaf gemaakt. Was je daar zenuwachtig voor?

Hofman: “Nee, ik maak altijd de foto’s van onze kinderen, omdat hij vindt dat ik beter ben in familiefoto’s.”

Uit het dagboek kunnen we afleiden dat je drie keer bent meegegaan op zijn coronawandelingen. Heb je ’t wel gezien ondertussen?

Hofman: “Hij blijft wel héél lang weg, hè. En als de avond valt, is het vaak koud, en ik heb het graag warm. De kinderen waren hier ook: zij willen ’s avonds ook gewoon lekker eten en samen zijn. Ik had mijn eigen werk, en ik was ook bang voor politiecontroles. Eén keer zag ik politie in de verte: ‘Sla hier maar af!’ Waarop hij: ‘Je kunt toch zeggen dat je mijn statief moet dragen of dingen moet noteren?’ Maar ik overtreed niet graag regels. Toen er zeevonk (minuscuul organisme dat voor lichteffecten in het water zorgt, red.) te zien was, ben ik meegegaan omdat ik dat natuurfenomeen nog nooit gezien had. En we hebben ook eens met het hele gezin pizza’s afgehaald, en die bij zonsondergang in alle rust in de duinen opgegeten.”

Heb je hem door het dagboek dat hij bijhield over zijn wandelingen nog op een andere manier leren kennen?

Hofman: “Er staan zinnen in waarvan ik denk: hoe is hij dáárop gekomen? Hij schrijft heel beeldend: ‘Het duister knijpt de keel van de dag dicht en ik graai nog het laatste licht uit de luchtpijp.’ Daarin herken ik Stephan: hij wil altijd het licht zien ondergaan, dan pas is er rust.

“Hij is veel melancholischer dan ik. Tijdens zijn wandelingen in Oostende is hij geschrokken van hoe erg bepaalde plekken veranderd zijn. Hij legt dingen vast voor ze verdwijnen, en dat raakt hem. Als ik oude beelden zie, voel ik warmte – geen tristesse, zoals hij. Wat dat betreft, houden we elkaar in evenwicht.”

MEER VAN HETZELFDE

Stephan heeft het in zijn dagboek vaak over zijn liefde voor de zee: ‘De zee wordt mooier de minuut. Ze glanst en de sirenes zingen. Ik hou het niet meer en ga dieper de zee in.’

Hofman: “Ik hou meer van het bos. Het geeft me rust te weten dat de zee slechts 5 kilometer hiervandaan ligt: als ik wil, kan ik ernaartoe. Stephan daarentegen heeft de zee echt nódig. Je merkt het aan de foto’s van die wandelingen: hij heeft heel veel in de zee gestaan en met de golven meegedanst om aanrollende golven te fotograferen. Voor hem is dat ook geluk.”

De rust van de lockdown kwam als geroepen voor hem. Na het samenstellen van Present zat hij er helemaal door.

Hofman: “Een jaar lang is hij daar op zijn eentje maniakaal mee bezig geweest in zijn kelder. Er zijn veel fotografen die bij hem stage willen lopen, dus ik zei: besteed dat toch uit! Maar hij wilde per se die dertig jaar van zijn leven zelf doorploegen, en de begeleidende teksten voor het boek zelf schrijven. Het was een gekkenwerk, waaraan hij bijna onderdoor is gegaan.

Present neemt het hele Fotomuseum in beslag. En wat bijzonder is: op de bovenste verdieping liggen persoonlijke spullen. Toen we vroeger in Brussel naar de kermis gingen, maakten we elk jaar polaroidfoto’s aan het schietkraam – zo zie je in de loop der jaren plots ook onze zoon en dochters opduiken op die foto’s. Toen hij aan Surf Tribe werkte, heeft hij een zelfgemaakte oude houten surfplank van een Afrikaans eilandje meegebracht: die ligt daar ook. En wist je dat Melanie De Biasio Blackened Cities (een plaat met één nummer van 24 minuten, red.) gebaseerd heeft op een foto van Stephans Charleroi-reeks? Zij is afkomstig uit Charleroi en raakte erdoor geïnspireerd. Die plaat wordt door de suppoost op de pick-up gelegd zodra er volk langskomt.”

Wat zijn jouw favoriete foto’s van hem?

Hofman: “Die foto van de twee zwarte jongens op de Londense metro uit 1989: je ziet ze wegdromen. Wij zaten toen recht tegenover hen. Het is een tijdloze foto: op basis van hun kledij zou je evengoed kunnen denken dat het tafereel zich in het New York van de fifties afspeelt.

“We houden allebei van de zwarte cultuur. Stephan houdt erg van Afrika, ik meer van het donkere Amerika. Ik ben een grote soul- en bluesfan, van B.B. King tot Aretha Franklin en Leon Bridges. We hebben eens van de bron tot de monding van de Mississippi gereisd en onderweg verschillende jukejoints (cafés voor zwarten die stammen uit de segregatie, red.) bezocht. Ik ben tijdens die reis trouwens zwanger geworden van Zamiel (lacht).”

Is Stephan je favoriete fotograaf?

Hofman: “Ik heb er verschillende. Als ik kijk naar de portretten van de Peruaanse fotograaf Martín Chambi – die vooral actief was van de jaren 20 tot de jaren 50 – vraag ik me altijd af: ‘Hoe heeft hij dát in die tijd voor elkaar gekregen?’ Ook Vivian Maier en Berenice Abbott hebben hun tijd prachtig weten vast te leggen. Maar een mooi beeld hoeft niet altijd van een bekende fotograaf afkomstig te zijn. Het ontroert me telkens weer om een bijzondere foto van een onbekende fotograaf te ontdekken.”

Voel jij je Stephans muze?

Hofman: “Hijzelf vindt van niet, maar in zijn teksten ben ik altijd aanwezig, dus ik word niet weggestopt.”

Sta je zelf graag op de foto?

Hofman: “Nee, ik voel mij daar niet zo comfortabel bij. Ik heb nog een foto van tijdens onze studentenjaren, toen hij me net wakker had gemaakt. Ik had de dag erna examen en sta huilend op die foto: ‘Ik wil slapen!’ (lacht)”

Wat vind je Stephans aantrekkelijkste eigenschappen?

Hofman: “Zijn gedrevenheid. Hij wil altijd ergens naartoe en neemt me daarin mee. Ik vind het mooi dat ik in zijn wereld toegelaten word. We babbelen veel, wat nieuwe ideeën voortbrengt – zowel voor zijn foto’s als voor mijn boeken. Verder is hij een enorm lieve en grappige man. We lachen veel samen.”

Wat mogen we jullie nog toewensen?

Hofman: “Meer van hetzelfde. Ik wil mooie boeken blijven maken en kan me helemaal verliezen tijdens de research naar beelden. Een beeld kan me emotioneel raken en beneemt me soms de adem. En eens de kinderen later helemaal op eigen benen staan, wil ik weer met Stephan mee als hij op reis gaat voor zijn foto’s. Net zoals vroeger.”

© Humo

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234