Zondag 05/12/2021

Het geheim om twintig miljoen fans te vinden voor één concert

Led Zeppelin geeft maandag eenmalig reünieconcert in Londen

Hoe komt het toch dat een rockgroep die haar hoogste toppen scheerde tijdens de jaren zeventig (in poptermen zowat het neolithicum) erin slaagt liefst twintig miljoen gegadigden te vinden voor een eenmalig reünieconcert? Het antwoord is te vinden in de anno 2007 nog nauwelijks te bevatten hoogte van die toppen. En natuurlijk ook in de bizarre wijze waarop we dankzij Led Zeppelin vandaag tegen de citroen en een bepaald type zoutwatervis aankijken.

DOOR KURT BLONDEEL

Leg een man in de straat de vraag van hierboven voor, en hij antwoordt geheid: 'Omdat die muziek niet kapot te krijgen is.' Nu is diezelfde man in staat precies hetzelfde te beweren over pakweg The Rubettes, maar toch: die plompe analyse is de nagel op de kop.

Maar uiteraard gaat de motivatie van diegenen die er aanstaande maandag in de Londense O2Arena zo graag bij hadden willen zijn dieper dan dat. Het feit dat de onrechtstreekse aanleiding voor Led Zeppelins eerste podiumhereniging in bijna dertien jaar de dood van platenbaas Ahmet Ertegun is, zal die twintig miljoen ticketjagers worst wezen. Slechts een twintigste van hen mocht meedoen aan een elektronische loterij, waarin uiteindelijk twintigduizend geluksvogels het recht wonnen om omgerekend 175 euro voor een kaartje neer te tellen. The Rubettes beraden zich over hún strategie.

Desondanks blijft er dat koele feit dat de drie originele leden van Led Zeppelin (zanger Robert Plant, gitarist Jimmy Page en bassist-toetsenist John Paul Jones) met hun 59, 63 en 61 winters dichter bij een kaartclub dan een viriele (hard)rockband aanleunen. Om de net genoemde, exorbitante cijfers te kunnen begrijpen, moeten we er enkele gevaarlijke woorden bij slepen. Gevaarlijk, omdat ze in de loop van de voorbije kwarteeuw pop- en rockjournalistiek zo vaak en zo lichtzinnig tot de beeldvorming over een zingende geit hier en een rappende clown daar hebben bijgedragen dat ze Led Zep vandaag nog nauwelijks recht doen.

Toch, dames en heren, was of is Led Zeppelin meer dan waarschijnlijk de ultieme rockgroep. Tijdens haar hoogdagen, die toch een dik decennium hebben geduurd, verwierf de band een mythische, haast goddelijke status. Dat klinkt vandaag inderdaad behoorlijk ridicuul. Maar toch kun je niet om de vaststelling heen dat het kwartet en zijn gevolg (laten we de legendarische manager Peter Grant niet onvermeld laten) de standaard voor wat een rockband kan zijn waarschijnlijk eens en voor altijd buiten het bereik van elke andere rockband hebben geplaatst.

Qua verkoopscijfers spreken we niet over gouden of platina, maar over diamanten platen, momenteel heeft de teller de 300 miljoen overschreden. Bovendien zijn er de wilde verhalen die nog altijd van rockminnende vader op zoon worden overgedragen (of via het internet, dat kan ook). Over decadentie. Occultisme. Gesloopte hotelkamers. De dood van drummer John Bonham in 1980. De privé-Boeings (eerst was er The Starship, later Caesar's Chariot). En natuurlijk ook een van de ontaardste sagen uit de rockgeschiedenis: die van de groupie en de rode snapper. Laat uw fantasie maar werken, dat is net het punt.

Het is immers op die extreme vervolmaking van het in rock gangbare bigger than life-aspect dat de drie overblijvende groepsleden vandaag nog altijd kunnen teren. Robert Plant straalde met zijn lange blonde lokken, spannende jeans, damesbloesjes en ontblote bast zo'n seksuele energie uit dat zijn directe concurrenten (Ozzy Osbourne bij Black Sabbath en Ian Gillan bij Deep Purple) meteen wisten waar ze stonden. De onsterfelijke tekstregel "squeeze my lemon / 'till the juice runs down my leg" is wat dat betreft exemplarisch.

Jimmy Page, die u van ons na Jimi Hendrix gerust de tweede belangrijkste rockgitarist mag noemen, had zowel primaire, maar soms verbazend funky riffs in de vingers als vingervlugge solo's en akoestische folkarpeggio's. En de onbehouwen maar strakke manier waarop John Bonham (die in Londen overigens wordt vervangen door zijn 41-jarige zoon Jason) op de vellen tekeerging, moet u nog altijd horen om het te geloven. Het was allemaal genoeg om ook de stille John Paul Jones meteen maar in de algemene verheerlijking mee te trekken.

Nu ja, algemeen, door de muziekpers is Led Zeppelin van in het begin verfoeid geweest. Daarom vermeldde de hoes van Led Zeppelin IV in 1971 groepsnaam noch plaattitel, maar enkel vier runetekens. De leden waren het namelijk kotsbeu dat hun weliswaar luide, parmantige en monolithische verbastering van blues en folk als nietszeggend of bespottelijk werd afgedaan. Om die reden heeft de groep gedurende haar twaalfjarige carrière haast nooit interviews gegeven. Wat haar onaantastbare status natuurlijk alleen maar ten goede kwam.

Maar goed, wie dit allemaal indertijd niet zelf heeft meegemaakt zal niet snel geneigd zijn om zijn idolatrie voor Led Zeppelin gezwind te laten overlopen. Elke generatie zijn eigen helden, zo gaat dat nu eenmaal. Maar dat is buiten het monumentale karakter van zoveel Led Zepsongs gerekend.

Niet alleen echoot de stampende, uitgepuurde rock van het kwartet in ontelbare andere groepen door (tegenwoordig doen vooral The White Stripes en Wolfmother er hun voordeel mee), nummers als 'Heartbreaker', 'Immigrant Song', 'Rock and Roll', 'Black Dog' of 'Trampled under Foot' blijven tot op de dag van vandaag standaardwerken. Heavy metal begint hier, maar evengoed konden latere goeroes van de alternatieve rock zoals Steve Albini of Jim O'Rourke er niet afblijven. Wat zeggen we, zelfs rapper Puff Daddy graaide voor zijn wansmakelijk grote hit 'Come with Me' uit 1998 de structuur van 'Kashmir' mee, mét volle medewerking van Page dan nog.

Ten slotte is er ook nog dat "aardige, leuke, goedbedoelde liedje" (Plants woorden) dat op de Amerikaanse radio nog altijd meer dan vierduizend keer per jaar te horen is, en sinds de recente onlinetoegankelijkheid van de Zeppelincatalogus zo vaak is gedownload dat het vorige maand prompt de Britse hitlijsten binnendook. Volgens veel rockliefhebbers maakt 'Stairway to Heaven' aanspraak op de titel 'beste song aller tijden'. Dat het nummer ook het begrip 'rockballade' mee boven de doopvont hield, is een gebeurtenis die altijd al op een abnormaal grote vergoelijking heeft kunnen rekenen. Net zoals het feit dat Page en co zich met 'D'Yer Mak'er' ooit aan een potje reggae hebben gewaagd. Met dat laatste nummer creëerde Led Zeppelin overigens nog maar eens een gat in de popmarkt dat later, tijdens de jaren negentig, door de lolbroeken van Dread Zeppelin veel groter zou worden gemaakt dan iemand ooit wenselijk had gevonden.

Maar ach, dat heb je nu eenmaal ook met God, Allah en Guy Spitaels: they have a lot to answer for.

Led Zeppelin heeft de standaard voor wat een rockband kan zijn waarschijnlijk eens en voor altijd buiten het bereik van elke andere rockband geplaatst

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234