Zondag 25/10/2020

Het geheim dat Yasser Arafat meenam in zijn graf

Volgens weduwe Suha Arafat, die samen met de Arabische nieuwszender de opgravingsprocedure op gang trok, werd haar man vergiftigd met polonium-210. Door wie, dat is dan weer de volgende vraag. Ayfer Erkul

Yasser Arafat ligt begraven in het presidentiële hoofdkwartier in de Palestijnse stad Ramallah. Zijn mausoleum is een glanzend bouwwerk van glas en kalksteen. Een trekpleister voor bewonderaars, buitenlandse politici op bezoek in de Westelijke Jordaanoever en toeristen. Het is een voorlopig graf, zo staat aangeduid op de steen; Arafats uiteindelijke rustplaats moet Jeruzalem worden. Zodra die stad onder Palestijnse controle komt, zo hopen Palestijnen, zal de iconische leider worden opgegraven en zijn stoffelijk overschot verhuisd naar de Rotskoepel op de Tempelberg.

Daar stak Ariel Sharon, die bij Arafats dood in 2004 premier van Israël was, destijds een stokje voor. Sharon, die in 2006 in coma belandde en nu in vegetatieve toestand verkeert, vreesde voor gigantische bedevaarten naar het graf van de man die de laatste zes jaar van zijn actieve leven zijn grootste vijand was geweest.

Veel prangender dan de hoop om Yasser Arafat ooit in Jeruzalem te begraven, werd na zijn dood de vraag of hij was vermoord. En wie dat had gedaan. En hoe. Om dat uit te zoeken, wordt Arafat, meer dan acht jaar na zijn dood, opgegraven. Sinds enkele weken is zijn mausoleum hermetisch afgesloten voor pers en bevolking. Morgen zal hier Arafats stoffelijk overschot uit het graf worden gehaald, zullen onderzoekers kleine weefselstalen afnemen en zullen de resten enkele uren later alweer opnieuw worden begraven. De stalen worden overgevlogen naar laboratoria in Frankrijk, Zwitserland en Rusland. Daar zal worden onderzocht of ze sporen bevatten van giftige stoffen. Met aandacht voor een gif in het bijzonder: polonium-210.

Plotseling ziek

Midden oktober 2004. Yasser Arafat, die door de Israëli's omringd geïsoleerd leeft in zijn hoofdkwartier in Ramallah, voelt zich plots ziek. Hij moet overgeven, heeft diarree, pijn in de maag en hoge koorts. Hij krijgt rode vlekken op zijn gezicht, grote pukkels ook, en begin haast zienderogen te vermageren. Zijn dokters kunnen hem niet helpen, en hij wordt overgevlogen naar het militaire ziekenhuis Percy, nabij Parijs.

Waaraan Arafat precies lijdt, daar hebben ook de Franse artsen het gissen naar. De 75-jarige man verzwakt iedere dag. Wanneer hij op 11 november sterft, is hij een schim geworden van zijn vroegere zelf. Niet meer de trotse verdediger van de Palestijnse zaak, niet meer de raïs die zijn volk zou leiden naar een eigen staat. Wel een zwakke, uitgemergelde oude man die niet op eigen benen kan staan.

Dat er iets mis was met zijn bloedcellen, zoveel weten zijn dokters wel zeker. Diffuse intravasale stolling (DIS), zo luidt het. Eenvoudig uitgedrukt: de stolling van het bloed wordt geactiveerd waardoor kleine bloedvaten verstopt geraken en organen niet meer worden doorbloed. Dat Arafat uiteindelijk doodgaat aan een beroerte, ook daarover is zijn medische team het eens. Maar de oorzaak van de DIS, die wellicht de beroerte veroorzaakte, vinden de artsen niet.

De wildste theorieën en geruchten doen al snel de ronde. Denken sommigen aan kanker, dan wijzen anderen in de richting van levercirrose. Nog anderen, vooral in vijandige Israëlische middens, fluisteren over een besmetting met hiv. Wanneer het medische dossier niet wordt vrijgegeven, is de rechtse Israëlische pers zeker dat dat met opzet in de doofpot is gestoken. Dat Arafat aids heeft zou immers een smet werpen op diens erfenis en de Palestijnse moslimbevolking tegen hem opzetten.

De Palestijnen van hun kant zijn zeker dat Arafat vergiftigd werd door Israël. Meer dan 80 procent van de bevolking is daar rotsvast van overtuigd, zo wijst een peiling uit. Sterkt hen in die overtuiging nog meer: de verschillende bedreigingen die Sharon uitte tegen hun leider. Zo had die in het voorjaar van 2004 gezegd dat hij zich niet meer gebonden voelde aan zijn belofte aan de Amerikanen om geen aanslag te plegen op Arafat. Enkele maanden voor Arafats dood had Sharon in een interview ook laten weten dat de Palestijnse leider hetzelfde lot stond te wachten als de leiders van Hamas die eerder waren gedood door het Israëlische leger. "Ook Arafat zullen we zo aanpakken, op het juiste moment op de juiste plaats", had Sharon gezegd.

Veel vragen dus na de dood van Arafat. Met als belangrijkste uiteraard: werd hij vermoord of door wie? Maar ook: waarom vernietigde het militaire ziekenhuis waar hij lag zo snel zijn urine- en bloedstalen terwijl het in andere gevallen de gewoonte is die jarenlang te bewaren? En: waarom werd er geen degelijke post mortem uitgevoerd na de vreemde dood van deze toch wel prominente leider? Ook belangrijk: als hij zou vergiftigd zijn door Israël, zoals zijn aanhangers denken, hoe zouden de daders dan binnen zijn geraakt in Arafats hoofdkwartier in Ramallah? Had Israël hulp van binnenuit? Pleegden met andere woorden Palestijnen verraad? En: het was toch opvallend hoe gedwee de Palestijnse Autoriteit de these van onduidelijke doodsoorzaak zomaar accepteerde?

De Autoriteit stelde na Arafats dood wel een onderzoekscommissie op, maar die liet zich vooral opmerken door een afwezigheid van enig initiatief. Geldgebrek lag daarvoor aan de basis, maar tegelijk ontbrak ook het enthousiasme bij de commissieleden om het mysterie rond Arafats dood te doorgronden.

Toch waren er enkele individuen die zelf op onderzoek uitgingen, met in het achterhoofd een mogelijke vergiftiging als doodsoorzaak. Bassam Abu Sharif bijvoorbeeld, ooit adviseur van Arafat en nu een belangrijk woordvoerder van de Palestijnse Autoriteit, was overtuigd dat Arafat was vergiftigd met thallium. Dat product is in de afgelopen decennia vaak gebruikt bij politieke en gewone moorden. Het was onder meer het favoriete gif van Saddam Hoesseins geheime dienst. Maar Sharif kon zijn bevindingen niet echt staven met bewijzen en de hypothese van thalliumvergiftiging werd later ook opzijgeschoven. Voortbouwend op die vergiftigingsthese kwam een aantal journalisten van de Arabische nieuwszender enkele maanden geleden wel tot duidelijke resultaten. En dat leidde tot de huidige opgraving.

Aanwijzingen

Zijn onderbroek, zijn hemdje, zijn zwart-witte keffiyeh, zijn tandenborstel. Toen journalisten van Al Jazeera aan weduwe Suha Arafat enkele persoonlijke bezittingen vroegen voor verder onderzoek, aarzelde de vrouw lang geen moment. Suha Arafat was aanvankelijk tegen elke opgraving geweest, maar zei dat ze nu de waarheid wilde weten. Al Jazeera stuurde de voorwerpen begin dit jaar voor analyse naar het gerenommeerde Institut de Radiophysique in Zwitserland. De uitslag was zo verpletterend dat de nieuwszender er prompt een hele reeks aan wijdde, 'What Killed Arafat', die in juli van dit jaar werd uitgezonden.

Het Zwitserse laboratorium schreef als conclusie dat de kledingstukken en de tandenborstel besmet waren met polonium-210. Dat was nog geen bewijs dat de Palestijnse leider was vergiftigd door het goedje, maar wees wel sterk in die richting.

Polonium is een uiterst radioactieve stof die in 1889 werd ontdekt door Marie Curie. Zij noemde haar ontdekking liefdevol naar haar vaderland Polen. De isotoop polonium-210 is de meest voorkomende en uiterst gevaarlijk in erg kleine hoeveelheden. Uitzoeken of iemand met polonium werd vergiftigd, is erg moeilijk. De onderzoeker moet al specifiek op zoek gaan naar radioactieve straling. Bovendien zijn er weinig gevallen bekend zodat onderzoekers amper vergelijkingsmateriaal hebben.

De bekendste vergiftiging met Polonium-210 was de moord op Alexander Litvinenko. De voormalige Russische spion die was overgelopen naar het Westen en asiel had gekregen in Groot-Brittannië, werd in 2006 in Londen doodziek nadat iemand polonium-210 in zijn thee had gedaan in een restaurant.

Vergeleken met de Litvinenkozaak waren de hoeveelheden polonium die de onderzoekers vonden op de bezittingen van Yasser Arafat opvallend groter. Polonium-210 heeft een halfwaardetijd van 138 dagen, wat betekent dat het goedje zowat iedere viereneenhalve maand met de helft in sterkte daalt. Als Arafat dezelfde dosis had gekregen als Litvinenko, dan zou er volgens het Zwitserse instituut bijna acht jaar 's mans vergiftiging slechts enkele millibecquerels (de eenheid om radioactiviteit te meten) aanwezig kunnen zijn. Maar op Arafats tandenborstel werd 54 mBq gemeten en een urinevlek op zijn onderbroek kwam zelfs uit op 180 mBq. Een pak meer dan bij de Rus dus, wat erop wees dat Arafat wellicht niet alleen vergiftigd was met polonium maar ook dat hij een veel sterkere dosis had gekregen.

Om meer zekerheid te hebben, zou Arafat moeten worden opgegraven zodat zijn resten konden worden onderzocht. Na de resultaten van het onderzoek, opende een rechtbank in Nanterre op vraag van Suha Arafat een onderzoek naar moord op de Palestijnse leider. En uiteindelijk ging de Palestijnse Autoriteit ook akkoord met een opgraving.

Toch is de kans groot dat de exhumatie helemaal geen zekerheid zal leveren over de dood van Arafat. Enerzijds is er de vraag of er na acht jaar nog bruikbare resten over zijn van de man. Anderzijds vergaat polonium bijzonder snel in beenderen. Volgens het Zwitserse Institut de Radiophysique is de kans dat er nog sporen van polonium zijn in Arafats resten 50 procent.

Israël

Arafats neef, de bij Palestijnen invloedrijke Nasser al-Qidwa, heeft zich dan ook tegen een opgraving gekeerd. Niet nodig, vindt de man die hoofd is van de Yasser Arafat Foundation. "Dat mijn oom vergiftigd is, dat weten we al sinds zijn dood", zei hij onlangs aan AFP. Al-Qidwa meent dat er zonder talmen eindelijk werk moest worden gemaakt van een internationale onderzoekscommissie die de verantwoordelijk van Arafats moord bij Israël legt.

Israël zelf heeft na het overlijden van Arafat ontkend iets met diens dood te maken te hebben. "We hebben Arafat niet gedood toen de terreur zijn hoogste punt bereikt had (tijdens de Palestijnse opstand, ae), dus waarom zouden we hem vermoorden in 2004, toe hij geïsoleerd zat in zijn hoofdkwartier en zijn politieke invloed al begon te tanen?"

Maar, zo zeggen anderen, polonium koop je niet gewoon bij de kruidenier. Het is een product dat moet worden vervaardigd in een nucleaire centrale en slechts enkele landen zijn daartoe in staat. Daaronder is niet alleen Rusland maar ook Israël. Zo schrijft de Israëlische onderzoeksjournalist Michael Karpin in zijn boek The Bomb in the Basement dat in 1957 een lek werd ontdekt in het laboratorium van het Weizmann Institute, waarna verschillende wetenschappers besmet geraakten door polonium-210 en vroegtijdig stierven aan kanker.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234