Maandag 24/02/2020

Het gedrukte geheugen van het theater

Het Vlaamse (en Belgische) podiumgebeuren vastgelegd in vier recente publicaties

De bedrijvigheid op de Vlaamse podia wordt dag aan dag met argusogen gevolgd door een heel leger critici, recensenten en theaterwetenschappers. Geregeld dwingen deze chroniqueurs en observators de immer voortdenderende theatertrein tot een stilstand om een stand van zaken op te maken. In volumineuze jaarboeken, onderzoeksrapporten, verslagen en studies wordt teruggeblikt op een of meer seizoenen podiumarbeid. Verwezenlijkingen en tekortkomingen worden tegen elkaar afgewogen, ont- en verwikkelingen in kaart gebracht, veranderingen en leemten gesignaleerd. Een heel enkele keer koppelen de theaterdokters aan hun diagnoses ook nog eens een remedie.

In dat opzicht is de tweetalige uitgave Balcon/Balkon, het product van een samenwerking tussen het Vlaams Theater Instituut en zijn Franstalige tegenhanger Maison du Spectacle-La Bellone, een uitzondering. De onzichtbare barrières tussen de twee theatergemeenschappen in ons land zijn een oud zeer waar al vaak over is geklaagd.

In 1996 besloten Ann Olaerts, toenmalig directrice van het VTI, en haar Franstalige collega's om de kloof te dichten met de publicatie van een tweetalige bloemlezing van teksten. Critici en recensenten zorgden voor een netjes uitgebalanceerd en systematisch overzicht met algemene en informatieve bijdragen over theaterpraktijk, dans, dramaturgie, podiumkunstenbeleid en theateronderwijs aan beide kanten van de taalgrens.

In de tweede editie nu worden daarentegen heel specifieke inhoudelijke accenten gelegd (opera, jeugdtheater en transcommunautaire theaterprojecten). Bovendien beperken de auteurs zich ditmaal niet tot een droge opsomming van feiten en gegevens over structuur, functioneren en geschiedenis van de verschillende podiuminstellingen, maar kruiden zij hun bijdragen met kritische noten en spitse opmerkingen. De Vlaamse auteurs houden zich op de vlakte, maar aan Franstalige zijde wordt er volop met scherp geschoten.

Zo wijst journaliste Béatrice Menet onomwonden op een aantal pijnpunten van het dansbeleid in de Franstalige Gemeenschap. Ze hekelt met veel polemisch vuur de afwezigheid van een officiële basisopleiding hedendaagse dans en van een Waals-Brussels Danscentrum. Acteur-regisseur Richard Burton en theaterauteur Patrick Bonté schimpen op de de nieuwe generatie francofone acteurs en regisseurs, die zij beschuldigen van creatieve bloedarmoede, conformisme en een schrijnend gebrek aan lef.

Burton, Bonté en Menet argumenteren in het wilde weg, noemen geen namen en illustreren hun stellingen niet met concrete voorbeelden en maken het de lezer daardoor knap lastig. Ondanks dit soort schoonheidsfoutjes is dit bicommunautaire jaarboek niettemin het ideale kompas voor de theaterminnende Vlaming die op eigen houtje het oerwoud van het Franstalig-Belgische dans- en theatergebeuren wil verkennen.

De dynamische ploeg van het VTI heeft het voorbije jaar niet alleen dit rijk gestoffeerde naslagwerk voor Belgische podiumkunsten samengesteld, maar verzorgde ook de publicatie van het recentste dubbelnummer van het Vlaams Theaterjaarboek. Tien jaar lang coördineerde het hoofdredacteursduo Jaak van Schoor en Toon Brouwers de uitgave van deze regionale theaterencyclopedie, waarin sinds 1968 alle aspecten van het Vlaamse podiumgebeuren worden geïnventariseerd. Zij geven de fakkel nu door aan het VTI en schreven ten afscheid een essay dat in de 32ste editie van het jaarboek werd opgenomen.

Van Schoor maakt een aantal (oppervlakkige) kanttekeningen bij drie decennia theaterrepertoire en Brouwers schetst de evolutie van de Vlaamse gezelschappen de voorbije dertig jaar. Hun weinig diepgaande observaties worden aangevuld met een genuanceerde en uiterst interessante tekst van Klaas Tindemans. De nieuwe directeur van het VTI doet een poging om de ontwikkelingen in speelstijl en acteerhoudingen in de periode 1966-'99 te reconstrueren en hij slaagt erin die complexe materie op een aantrekkelijke en overzichtelijke manier te presenteren.

Ruim vijf jaar geleden bracht het Kaaitheater naar aanleiding van zijn vijftienjarig bestaan een fors drietalig jubileumboek met de titel Humus I uit, waarin de geschiedenis van het Brusselse productie- en presentatiecentrum aan de hand van foto's, essays, affiches, overpeinzingen en uitgewerkte interviews met theaterprominenten uitgebreid werd toegelicht. Vers van de pers is Humus II, een addendum dat de documentatie van twintig jaar Kaaitheater moet completeren.

Het tweede deel van de kroniek, dat de periode 1993-'98 bestrijkt, werd geschreven door theatercriticus en De Morgen-recensent Peter Anthonissen. Hij maakt een objectieve doorlichting van het kunstenaarscentrum, resumeert zijn bevindingen in een summiere maar spitse inleidende tekst, waarin hij ook nog eens de signaalgebeurtenissen die de voorbije vijf jaar de ontwikkeling van het Kaaitheater markeerden (zoals de opening van het Lunatheater in 1993, het ontslag van bezieler Hugo de Greef eind september 1996, het aantreden van artistiek leiders Agna Smisdom en Johan Reyniers) doorloopt. Het mag best gezegd: hij doet dat alles zonder een zweem van (gecamoufleerde) partijdigheid. Meer nog, in een aantal gevallen, denken we maar aan de povere programmering tijdens het seizoen 1995-'96, legt Anthonissen de vinger op de pijnlijke wonde. In dit feestboek is ook te lezen dat de uitgave van het internationale podiumkunstencahier Theaterschrift het Kaaitheater de titel Cultureel ambassadeur van Vlaanderen opleverde. Wat niet wordt vermeld is dat het redactionele hoofdkwartier ondertussen is overgebracht naar het Berlijnse Künstlerhaus Bethanien. In 1996, het tijdstip van de verhuizing, trad ook een nieuwe hoofdredactrice aan. De Duitse filosofe en filmdramaturge Sabine Pochhammer nam de plaats in van essayiste en Kaaitheater-dramaturge Marianne Van Kerkhoven, maar met een radicale koerswijziging ging dat niet gepaard. Theaterschrift was en is een viertalige uitgave die geënt wordt op een welbepaald thema dat uit verschillende invalshoeken wordt belicht, met een kluwen aan denkbeelden, stellingen en meningen als resultaat.

Spiritualiteit is het uitgangspunt van het recentste nummer.

Een gewaagd thema als je bedenkt dat het begrip tegenwoordig niet alleen in verband wordt gebracht met wat volgens een archaïsche omschrijving in de Winkler Prins 'de subjectieve beleving van 's mensen verhouding tot God' heet, maar ook met allerhande schimmige esoterische praktijken, gaande van soefi-dansen en bhakti-yoga voor zwangere vrouwen tot zen-motorrijden en feng-shui-tuinieren.

De redactionele equipe, die zich tot doel had gesteld na te gaan in hoeverre het spirituele en het religieuze nog een rol spelen in het hedendaagse theater, was zich ervan bewust dat het gekozen onderwerp noopte tot een voorzichtige aanpak, wat ze niettemin niet voor een aantal uitglijers heeft behoed. De theoretische tekst van de Nederlandse filosoof Hent de Vries en Barbara Shwerin von Krogisks bijdrage over het rituele theater van de Poolse regisseur Jerzy Grotowski houden ook na herhaalde lezing stand, maar de integraal weergegeven gesprekken met de Amerikaans-Griekse vocaliste en duivelse diva Diamanda Galas, operagigant Peter Sellars, performanceartieste Shelley Hirsch en de Franse theoloog en theatermaker Olivier Py leveren weinig meer op dan een handvol vage theoretische uitspraken en een hele sliert gemeenplaatsen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234