Woensdag 12/05/2021

Het geborrel en gebruis van de rode reus

De memoires van Félix Nadar, fotograaf en fenomeen

door Eric Min

Félix Nadar

Uit het Frans vertaald door Mechtild Claessens De Arbeiderspers - Privé-domein, Amsterdam/Antwerpen, 267 p., 799 frank.

Aan één lang leven had Gaspard-Félix Tournachon alias Nadar (1820-1910) net genoeg. Vrijwel negentig jaar lang was hij uitvinder, fotograaf, karikaturist, schrijver, reclamejongen, ballonvaarder, veelvraat en dwarsligger. Op zijn tachtigste schreef hij de veertien hoofdstukken van Quand j'étais photographe, de bundel onderhoudende memoires die we voortaan ook in een vlotte Nederlandse vertaling kunnen lezen.

Is er iets waarin Nadar bijna een eeuw lang niet de eerste, de grootste of de strafste is geweest? Hij maakte de mooiste studioportretten, de scherpste karikaturen en de eerste fotoreportage, daalde af in de riolen van Parijs om er bij kunstlicht te fotograferen en werd ballonvaarder om te bewijzen dat luchtballonnen niet deugen. In 1874 plukte hij Monet, Renoir en hun vrienden die door de officiële Salon waren afgewezen, van de straat; in zijn atelier aan de boulevard des Capucines organiseerde hij prompt de eerste tentoonstelling van de schilders die later de impressionisten werden genoemd, naar Monets doek Impression, soleil levant dat er werd tentoongesteld. Baudelaire droeg het gedicht 'Le Rêve d'un curieux' aan hem op en borstelde een liefdevol portret: "Nadars vitaliteit is verbijsterend. Zijn broer vertelde dat Félix van elk inwendig orgaan twee exemplaren had. Ik benijdde hem erom dat alle niet-abstracte dingen hem zo goed afgingen" - toen de rosse fotograaf in Brussel met zijn luchtballon zou opstijgen (en er met tegenzin zijn naam leende aan de ijzeren hekken die het publiek op een afstand hielden), serveerden de restaurants van de hoofdstad een reusachtige omelet Nadar. Jules Verne, die ook nog secretaris van Nadars luchtvaartvereniging is geweest, voerde hem in De la Terre à la Lune op als de onverschrokken held Ardan. De rode reus was overal tegelijk. In het door de Pruisen belegerde Parijs organiseerde hij de luchtpost. Hij schreef kunstkritieken en romans. Ooit was hij even als vrijwilliger naar Polen getrokken om het land te bevrijden; later koos hij de kant van de Commune. De man kende de halve wereld: George Sand, Henri Murger, Félicien Rops, Alexandre Dumas, Gérard de Nerval... En als zijn verhalen niet altijd helemaal klopten, dan waren ze in elk geval goed gevonden. Met tomeloze panache en een uitstekende neus voor reclame werkte hij zich almaar opnieuw in de kijker als artistiek-literaire stuntman of middenstander met een catchy pseudoniem. Op het glazen dak van de vuurrood geschilderde fotostudio schitterde zijn handtekening 's nachts in scharlaken letters. Het was meteen de eerste Parijse neonreclame.

Nadar is eigenlijk een wat buitenissig kind van zijn tijd in wiens hoofd de fascinaties van de negentiende eeuw worden uitvergroot. Hoewel hij prat gaat op zijn grondige afkeer van alles wat met getallen te maken heeft en de grootste moeite heeft met alles wat niet onmiddellijk resultaten oplevert, kijkt hij met verliefde ogen naar de wetenschappelijke ontdekkingen van de voorbije jaren: stroom, stoom, telefoon en fonograaf, penicilline en narcose. Hij schrijft lyrische stukken over een "tovenaar-ingenieur" als de Gentse wetenschapper Désiré van Monckhoven, over het laboratorium van Marey of over Muybridge. Op de Parijse Elektriciteitstentoonstelling stommelt hij door een oerwoud van -grafen, -scopen, -fonen en -logen, allemaal incarnaties van deze ongeëvenaarde bediende in al zijn livreien en met al zijn namen. Uiteraard is het de fee van de fotografie die Nadars parcours door het technologische landschap uitstippelt. "Maar moeten al die nieuwe wonderen niet verbleken bij het verrassendste en verontrustendste aller wonderen, datgene wat de mens eindelijk in staat lijkt te stellen om op zijn beurt iets te scheppen door de ontastbare schim te verstoffelijken, de schim die verdwijnt zodra ze wordt waargenomen, zonder een spoor op het kristal van de spiegel of een rimpeling op het water van de vijver achter te laten?"

Het mysterie van de daguerreotypie ruikt verduiveld sterk naar toverkunst en takkenbos; wrang merkt de vrijdenker Nadar op dat "de kerk al dat gedoe in de donkere kamer maar niks vindt en dat de hemelse braadovens wel voor minder (zijn) opgevlamd". Maar we vernemen dat ook een groot schrijver als Balzac bang is voor het objectief. Volgens zijn bizarre theorie wordt bij elke foto een van de flinterdunne vliesjes die in ontelbare lagen op alle lichamen liggen, losgerukt en opgeslorpt. Droogweg stelde Nadar vast dat de omvang van Balzacs buik zijn paniek om het kwijtraken van enkele "vluchtige omhulsels" in de kiem zou moeten smoren.

Toch lijkt het alsof de oude krijger die zijn herinneringen bijeenkrast, het heilige vuur wat heeft verloren. De fotografie werd al spoedig een banaal tijdverdrijf, zo sneert hij: "ieder aan lager wal geraakt of afgeschreven persoon vestigde zich dan ook als fotograaf: de kantoorklerk die er op de betaaldag niet aan had gedacht om op tijd naar huis te gaan, de tenorzanger van het café-chantant die zijn stem kwijt was, de huisbewaarder die hunkerde naar iets artistieks - allemaal lieten ze zich kunstenaar noemen! Mislukte schilders en gemankeerde beeldhouwers stroomden toe, zelfs een kok schitterde aan het firmament."

In het snedige sluitstuk '1830 en daaromtrent', waarin Nadar met een sneltreinvaart door zijn jeugd stuift als een losgeslagen nazaat van Louis Sébastien Mercier die honderd jaar eerder zijn eigen Tableau van Parijs optekende, maakt hij zich vrolijk over de waan van de dag, maar evengoed kan er een snik af omdat alles te snel gaat. Zelfs de taal verandert: "in het restaurant vragen ze tegenwoordig de addition in plaats van de nota, en er is nog een nieuw woord: de reclame; zal het opgang maken?" Nadar kijkt vertwijfeld achterom. "In het geborrel en het gebruis, in deze droesem waar enkel verbijsterende dwaasheid en absurditeit in overblijft, is ook het Respect ten onder gegaan, en de Eer, en de Beschaving. Onze nieuwsgierigheid snuffelt aan alles, want bij gebrek aan Geschiedenis met een hoofdletter vegen we ijverig de kruimels van de petite histoire bijeen." Het klinkt wat vreemd uit de mond van een man die zo graag stevige anekdotes neerzette en briljante spotprenten maakte. Merkte hij daarnet niet op dat in de taal van zijn tijd iets gelanceerd is wanneer er een karikatuur van wordt gemaakt? Het is niet de enige tegenspraak van een virtuoos tegenspreker die ook zichzelf niet spaarde.

Van deze memoires mogen we geen gestructureerd of chronologisch verhaal verwachten. Nadar babbelt, schoffelt, schermt met namen en rijgt badinerend mooie passages aaneen. Hij is natuurlijk vooral met zijn eigen mythe in de weer. Het avontuur van de ballonvaart, tegelijk een publiciteitsstunt voor de portretstudio en een hanige poging om aan te tonen dat de luchtballon echt niet het vervoermiddel van de toekomst zou zijn, krijgt een prominente plaats, net als die andere primeur: de eindeloze opnamesessies in de Parijse catacomben bij het licht van magnesiumlampen die belichtingstijden van wel achttien minuten vereisten.

Het relaas is onderhoudend, warrig, teder en nostalgisch, vals bescheiden of zwaar gechargeerd. We treffen gevoelige fragmenten aan, vlotte en zelfs spannende verhalen, nobele herinneringen aan oude vrienden of afrekeningen in het milieu - lijdt de dwergachtige schilder Meissonier niet aan het euvel van al wie klein is van gestalte: "korte armen die wel bestemd lijken voor grote gebaren"? Dit boek klinkt nu eens wijs en dan weer kleinzerig, als de tirade van een rasverteller. Nadar heeft zijn tijd genomen om alles treffend te formuleren, een beetje zoals hij fotografeerde of tekende. Hij had dan ook meer dan één leven in de kast staan.

Dit boek klinkt nu eens wijs en dan weer kleinzerig, als de tirade van een rasverteller. Nadar heeft zijn tijd genomen om alles treffend te formuleren

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234