Zondag 18/08/2019

'Het gaat slecht, verder gaat het goed'

Nog vorige maand werd aan het licht gebracht dat de radioprogramma's waar de familie Van Egters (niet) naar luistert, grotendeels overeenstemmen met wat werd aangekondigd in de Vara-radiogidsen voor de laatste weken van 1946

De Avonden van gerard reve revisited

De laatste tien dagen van het jaar zijn op onnavolgbare wijze vereeuwigd in De Avonden, dé klassieker van de Nederlandse letterkunde, die in 2001 een 48ste, een 49ste en een 50ste druk beleefde. Op 22 december, de dag waarop Frits van Egters - 'de held van deze geschiedenis' - uit een nare droom ontwaakt, begint de echte Reve-liefhebber De Avonden wederom te herlezen, één hoofdstuk per dag. In het Letterkundig Museum in Den Haag opende onlangs een tentoonstelling over leven en werk van Gerard Reve. De Avonden, Reves romandebuut, krijgt daarin uiteraard een prominente plaats toebedeeld.

Jeroen de Preter

Het graf gaapt, de tijd zoemt, en nergens is redding. De Avonden, 31 december

Het was tweede kerstdag in het jaar 1946 toen Gerard Kornelis van het Reve, 23 jaar oud en wonend in Amsterdam, zijn plannen voor een lang verhaal of novelle op een vel papier tikte. Zijn werkplan, afgedrukt in de onlangs verschenen 49ste en 50ste uitgave van De Avonden, leert dat Van het Reve op dat ogenblik nog niet zeker was van zijn titel. In aanmerking kwamen nog: De Kamerbewoners, Helden van onzen tijd, Ziekenbezoek, De Avonden of - de titel die hij toen nog het meest geschikt vond - De Winteravonden. Over de vorm waarin hij zijn verhaal zou gieten, twijfelde hij duidelijk niet. "Wij moeten ons niet den een of anderen vorm laten opdringen. De mededeelende verhaalvorm is absoluut niet verwerpelijk, zie DE DOOD VAN IWAN ILJITSJ van Graaf Leo Tolstoi."

Evenmin bestond er twijfel over de gemoedstoestand waarin het werk tot stand moest komen. "Het werk dienen wij geduldig, zonder opwinding te verrichten."

Aldus arbeidende dijde de novelle al snel uit tot een kloeke roman. Op zondag 18 mei 1947 legde Reve de laatste hand aan een typoscript van 147 bladzijden; in november 1947 verscheen bij uitgeverij De Bezige Bij de 288 pagina's dikke roman De Avonden. Een Winterverhaal van Simon van het Reve.

De drie en twintigjarige schrijver wil in dit beklemmende verhaal, dat de omvang bereikt van een normale roman, de geestelijke nood tonen van de naoorlogse tijd, in het bijzonder van hen, die in de oorlog volwassen werden. In tien opeenvolgende avonden zien wij de hoofdpersoon, een eenzaam, jong kantoorbediende in Amsterdam, bezoeken afleggen bij oude schoolvrienden van het gymnasium. Allen hebben uit de oorlog, die - als een gevaarlijk spook - bijna nergens wordt genoemd, de ontgoocheling, het cynisme, het gebrek aan vertrouwen en de onmacht overgehouden. (...) Nergens laat Van het Reve zich verleiden tot heftige beschrijvingen, hij moraliseert nooit, maar men voelt zijn gevoeligheid door het cynisme heen breken. Het is een verhaal als een nachtmerrie, waaruit men echter - en dat is te danken aan de positieve levensopvattingen van de auteur - versterkt ontwaakt.

Uit de aanbiedingsfolder van De Avonden, november 1947

Reves romandebuut bleef, om de veelgeciteerde voorlaatste zin van De Avonden nog maar eens te citeren, niet onopgemerkt; zijn "positieve levensopvattingen" bleven dat - al dan niet ten onrechte - wel. Eenieder die in de toen nog zo verzuilde literaire wereld enige naam en faam genoot, wilde er zijn zegje over doen, allemaal waren ze geschokt door de afwezigheid van enig licht in de duisternis.

De destijds zeer gezaghebbende criticus Garmt Stuiveling noemde De Avonden "een document van geestelijke nood, de morele leegte van een geheel maatschappelijke groep, die, met uitzondering uiteraard van duizenden wier inzicht helderder is, als groep geen ander uitzicht heeft dan verveling en klein gepest, zolang zij onmachtig of onwillig blijft om het enige uitzicht, het socialistische uitzicht te zien."

De katholiek Godfried Bomans schreef - het klinkt thans allicht veel positiever dan hij het ooit heeft bedoeld - dat hij zelden een boek gelezen had "zó naargeestig, zó zeer van iedere positiviteit verstoken, zó grauw, cynisch en volstrekt negatief, als dit. Het wurgt iemand de keel toe. De wereld is hier gelijk in het begin van het boek Genesis: woest en ledig. Nergens klinkt een stem: 'Het worde licht'."

"Tom te tom tom, tom te tom", zong Frits in zichzelf, "het gaat slecht, verder gaat het goed."

De Avonden, 23 december

Het "lawaai" waar zijn roman aanleiding toe had gegeven, noopte G.K. van het Reve al spoedig tot een reactie. In een vitrinekast van het Letterkundig Museum ligt nu een brief van zijn hand, in februari 1948 gepubliceerd in het Literair Maandblad van de boekhandel. "Er is over De Avonden al heel wat onzin de wereld ingestuurd", schreef hij. Een van die onzinnigheden was, aldus Van het Reve, het verwijt dat zijn roman "geen uitzicht" zou bieden. "Om uitkomst aan te wijzen, moet men allereerst uitkomst zien, maar bovendien, is dat speciaal mijn taak?" De passage die erop volgt, doorstreepte hij met potlood. "Wie geen levenstroost heeft, hange zich op, ga naar de Rooms Katholieke Kerk, de psychiater of de Communistische Partij Nederland, maar zanike mij niet aan het hoofd om 'Uitzicht'." De doorhaling wordt onderbroken waar Van het Reve zijn 'ware' beweegreden onthult: "De Avonden schreef ik, omdat ik dacht en overtuigd was, dat ik het moest schrijven; dat lijkt mij een geldige reden. Ik hoopte dat tien vrienden een presentexemplaar zouden willen aannemen, dat twintig mensen uit medelijden en tien per vergissing het boek zouden kopen. Het is anders gegaan. Dat er zoveel lawaai van is gekomen, is niet mijn schuld. Ik heb voor het boek geen reclame gemaakt. Als men het lezen wil leze men het en anders late men het, dat laatste is wel het verstandigste, want het is maar een boek."

Ironie of ernst? Je hebt er, zoals bij al het andere dat Van het Reve of Reve heeft geschreven, het raden naar. Een topstuk van de Reve-tentoonstelling is wel een verlanglijstje van de kleine Gerard dat, zo we ervan uitgaan dat het voor de Sint bestemd was, reeds een tikje blasfemisch mag heten. Behalve "een doosje kroontjespennen" en "een dubbeltje om een kaartje te kopen voor een ajaxwedstrijd", vroeg hij om "een paar moddervette bokkingen".

"Wie lust een zure haring?", vroeg ze. "Ik alstublieft niet", zei Frits. "Jij, vader?", vroeg ze. "Och nee, ik heb er niet zoveel zin in", antwoordde zijn vader. "Ze liggen al drie dagen in de keuken op hun schotel", zei Frits bij zichzelf "en ze zijn groen geworden. De gesneden ui is donker van kleur geworden."

"Dan moet ik die vissen weer weggooien", zei ze. "Dan weer zeuren jullie, waarom ik nooit zure haring koop. Dan koop ik ze en dan blijven ze liggen en het eind is, dat ze in de asbak terechtkomen." "Nou, breng ze maar", zei Frits. Ze gingen aan tafel. "Het is eigenaardig om te zien", zei zijn vader, "hoe slecht die vis tegenwoordig wordt schoongemaakt." "Ja", zei zijn moeder, "ze weten dat je ze koopt." "Heb je een fris mes?", vroeg Frits, toen hij zijn haring had stukgesneden en opgegeten, "ik wou jam nemen." "Pak het zelf maar, een fris mes", antwoordde ze. "De dag is voor tweederde voorbij", dacht hij, "en ik heb voor de verdere middag een vieze smaak in de mond."

De Avonden, 22 december

Wie zich ook maar een beetje probeert te verplaatsen in de tijd waarin De Avonden verscheen, verbaast zich niet over de felle reacties die het boek losmaakte. Reves romandebuut verscheen kort na de Tweede Wereldoorlog, in volle wederopbouw, een tijd waarin men - getuige onder meer Stuiveling en Bomans - met blakend optimisme naar de toekomst diende uit te kijken.

Van enig naoorlogs optimisme is er in De Avonden geen spoor te bekennen. Wel verliest Frits, "de held van deze geschiedenis", zich in velerlei overpeinzingen en discussies over oprukkende kaalhoofdigheid, ziekte, afwijkingen en martelmethodiek. Thuis wijdt hij in hoofdzaak beschouwingen aan de aardappelen en de jus, de kachel, de radio, de voortkruipende tijd, zijn spiegelbeeld, de onhebbelijkheden van zijn halfdove vader en zijn op de rand van een zenuwinzinking balancerende moeder.

Zelfs zonder die naoorlogse context is De Avonden een boek dat frappeert door zijn aandacht voor het futiele, het banale, het lelijke en het vergankelijke van het menselijk bestaan. De ellende wordt alleen nog maar versterkt door de gruwelijke precisie waarmee Reve dit alles heeft beschreven.

Hij heeft alles heel erg nauwkeurig beschreven. Gerardje is de enige mens die ik ken (buiten mijzelf) die een bericht letterlijk kan overbrengen: in de oorlog was hij de enige die ik vertrouwde wanneer het ging om het exact navertellen van Radio-Engeland-berichten.

Schrijver en hoogleraar Karel van het Reve, Gerard Reves 'geleerde broer', Joop van Egters in De Avonden

"Elke gelijkenis van figuren of voorvallen in dit verhaal met werkelijke personen of gebeurtenissen is toevallig", zo waarschuwen alle vijftig edities van De Avonden. Tevergeefs. Het wetenschappelijk onderzoek naar de verhouding tussen de roman en de werkelijkheid bloeit als nooit tevoren.

In 1997, bij de vijftigste verjaardag van het boek, verscheen Ik haat Amsterdam, een voor Revianen onmisbaar boekje waaruit blijkt dat Frits' omzwervingen in de Pijp, de wijk in Amsterdam-Zuid waar de roman zich afspeelt, nog altijd perfect na te wandelen zijn. Inmiddels is ook algemeen geweten dat Frits' woonplaats, "de eerste verdieping van het huis Schilderskade 66" in het boek - de Jozef Israëlkade 415 in de werkelijkheid - thans bewoond wordt door ene Peter Kant, een gepensioneerde werkloze, de eigenaar van twee papegaaien, een man die overigens nooit een boek van Reve heeft gelezen.

Nog vorige maand werd aan het licht gebracht dat de radioprogramma's waar de familie Van Egters (niet) naar luistert, grotendeels overeenstemmen met wat werd aangekondigd in de Vara-radiogidsen voor de laatste weken van 1946. Eerder was al gebleken dat de gedetailleerde beschrijvingen van het weer in veel gevallen rechtstreeks uit de weersvoorspellingen van de krant Het Parool werden geplukt.

Waarmee nog niet gezegd is dat Van het Reve de werkelijkheid alleen maar heel goed heeft gecalqueerd. Wie het in de 49ste of 50ste druk van De Avonden in facsimile afgedrukte manuscript en typoscript bestudeert, merkt algauw dat hij de werkelijkheid in een welbepaalde richting regisseerde. Passages werden verschoven, ingekort, directer en zo intenser gemaakt.

Bevoorrechte getuigen bij het ontstaansproces was G.K. van het Reves twee jaar oudere broer Karel - Joop van Egters in het boek. Tijdens de conceptie van De Avonden las de jonge schrijver geregeld passages uit zijn work-in-progress voor. Tijdens een gesprek met de Vara-radio in 1979 legde Karel van het Reve met Reviaanse precisie uit hoe zijn broer de werkelijkheid romantiseerde. Hun vader, zei hij, lijkt in De Avonden "een soort werkloze kleermaker. Iemand die steun trekt, of die vroeger tuinman is geweest, of stratenmaker". In werkelijkheid was Gerard J.M. van het Reve een gerenommeerd journalist en een vooraanstaand figuur in de communistische beweging.

Bepalend voor zijn broers visie op de werkelijkheid was volgens Karel van het Reve "zijn neiging om zich alles ontzettend somber te herinneren. Als ik in Betondorp kom (de wijk waar de familie Reve in de jaren dertig woonde, JdP) dan denk ik: god, dat is een leuk dorpje, daar zou ik best weer willen wonen. Maar als je hem over Betondorp hoort, dan lijkt het het verschrikkelijkste oord wat er ooit op de wereld geweest is. Net als zijn herinneringen aan de communistische beweging. Voor hem is dat een stel krankzinnigen geweest. Idioten, halvegaren, zieken, manken, eenogigen, psychopaten. Geen één fatsoenlijk mens. Terwijl - ik heb precies dezelfde mensen meegemaakt: allemaal heel aardige, redelijke mensen, die toevallig communist waren. Ik heb de alleraardigste herinneringen aan die en aan die en aan die uit de beweging. En voor hem is het iets verschrikkelijks. Een ramp."

"Vader", zei hij luid, "vader." De man richtte zich op. "Het is niet erg om ongelukkig te zijn", dacht Frits, "maar hoe moet het een mens te moede zijn, als hij weet, dat nergens buiten hemzelf schuld is aan te wijzen? Het graf gaapt, de tijd zoemt, en nergens is redding. Arme man."

De Avonden, 31 december

Dat er ook ontzettend veel humor in De Avonden zit, werd in 1947 nauwelijks opgemerkt, en ook vandaag zijn er lezers die er de lol niet van inzien. Voor hen is er allicht geen redding. Zoals de oorlog in De Avonden zo aanwezig is door zijn afwezigheid, zo is het boek ook slechts grappig in de zin dat er geen echte, dat wil zeggen op werkvloer of café na te vertellen grappen instaan.

De Reviaanse humor heeft zo zijn eigen wetten. Een daarvan luidt dat woordspelingen verwerpelijk zijn. Een andere zegt dat "krankzinnigheden of onwaarschijnlijkheden" uit den boze zijn. In zijn voorlopig laatste interview, op 10 november jongstleden gepubliceerd in De Morgen, drukte de schrijver iedereen nog eens op het hart dat een goeie roman vrij is van al te gekke gebeurtenissen. "Ook al is het je overkomen. Aan de kant van de weg moest ik een keer een grote drol, en die rolde van een helling naar beneden, en kwam terecht op een kerel die lag te slapen. Die ontwaakte, vloekte, en kwam overeind om me dood te slaan. Maar hij had maar één been. Zoiets kun je niet opschrijven, dat gelooft niemand."

"De mensen lachen, zonder dat er ook maar de geringste aanleiding tot lachen bestaat", dacht hij en beet op zijn vingertoppen. De Avonden, 31 december

Wat geldt voor de oorlog en de grappen, geldt niet minder voor de seks: De Avonden is ontegensprekelijk een erotisch geladen boek, maar over seks wordt met geen woord gerept. Van het Reve behandelde deze kwestie in de al eerder geciteerde brief aan de critici. "(M)erkwaardig genoeg verwijt men mij anderzijds onvolledigheid bij de behandeling van de sexualiteit. Welnu: zo het verhaal nu drukkend en giftig lijkt, het zou dan, bij volledigheid, voor de nu al 'slapeloze' lezer een obsessie worden, hij zou tegen de muur klimmen van ellende." Te vrezen valt dat hij gelijk heeft, al noemde hij de afwezigheid van expliciete seks wel een van de voornaamste tekortkomingen van het boek. "Dat men iets in het boek mist", schreef hij, "komt niet omdat ik met de lezer medelijden had, maar omdat ik zelf niet voldoende kracht en moed bezat de woorden neer te schrijven. Ik hoop deze te verwerven." Van het Reve beperkt zich in De Avonden tot wat dubbelzinnig gerotzooi met een knuffelkonijn, als sekssymbool natuurlijk niet mis.

"Ja, houd jij je maar kalm", zei hij, het konijn een paar tikken op de kop gevend, "jij kunt daar niet weg. Dat hoef je heus niet te proberen. Voor jou heb ik een heel bizondere straf uitgedacht. Je krijgt drie en twintig zweepslagen. Als je schreeuwt, nog tien erbij. Dan prik ik je met een naald in je kont en in je nek." Hij omknelde met de rechter hand beide oren en vervolgde: "Dan verdraai ik je oren. Net als natte was wring ik ze, tot er een beetje bloed afdruipt." Hij liet de oren weer los. "en dan moet je op een hete, ijzeren plaat dansen. Dat is wel een erge straf, maar wat je gedaan hebt is ook zo schandelijk, dat het alleen maar op deze wijze geboet kan worden." Hij zette zijn tanden in een oor. "Er af kan je niet", fluisterde hij, "want om je hals zit een ketting, die vastgemaakt is aan de zolder. Die plaat maak ik aldoor heter, tot hij gloeit." Hij liet het oor los, aaide over de kop en zei iets luider: "Huil maar niet, hoor. Zo ver is het nog niet. Dat is pas om half elf. Je hebt nog een half uur." De Avonden, 31 december

Van De Avonden wordt altijd beweerd dat het generatie na generatie aanspreekt. Het zou wel eens kunnen dat de thans aanstormende generatie is afgehaakt. In een bespreking van De Grote Reve Dagen, vorige week gehouden in het Letterkundig Museum, stond dat De Avonden, ooit nummer één in de Nederlandse scholierenhitlijst, is teruggezakt naar de 77ste plaats. Logisch, vond de verslaggever. De Avonden is te traag, er gebeurt niet genoeg in om de jongeren van nu nog te boeien. Zijn oordeel wordt bevestigd door een reeks leraren die onlangs in NRC Handelsblad werd opgevoerd. "De stijl die wij zo bewonderen doet voor de leerlingen toch wel erg ouderwets aan. Ze lezen liever Nicci French of John Grisham. Het zijn tv-kinderen, iedere minuut moet spannend zijn." Zolang er Big Brother is, is er nog hoop.

Als je vroeger op de tv kwam, dan telde je mee. Nu niet meer. Nu gaat het maar dag en nacht door. Kleurentelevisie is eigenlijk ook helemaal niet nodig. Maar het gewone volk wil alles gekleurd zien.

Gerard Reve in HP/De Tijd, 16 november 2001

Jeroen de Preter

De tentoonstelling Gerard Reve, Leraar en Belijder, loopt nog tot 26 mei in het Letterkundig Museum in Den Haag. Prins Willem-Alexanderhof 5. Tel.: 0031/70/333.96.66, www.letterkundigmuseum.nl

Gerard Reve

De avonden. Een winterverhaal

De Bezige Bij, Amsterdam, 287 p., 17,10 euro.

Ironie of ernst? Je hebt er, zoals bij al het andere dat Van het Reve of Reve heeft geschreven, het raden naar

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden