Vrijdag 05/03/2021

het flamboyante leven van Howard Hughes

In 1943 valt de censuurcommissie over de borsten van Jane Russell in The Outlaw. Hughes, nooit te beroerd voor een stunt, laat een wiskundige aanrukken die de commissieleden voorrekent dat de getoonde boezem echt niet buiten proportie isHughes overlaadt zijn potenti�le veroveringen eerst met juwelen, etentjes, reisjes, niets is hem te gek. Vaak belooft hij daarna met ze te trouwen, een belofte die hij nooit nakomt

Miljardair, rokkenjager en piloot

The Aviator kreeg deze week liefst elf Oscar-nominaties. Regisseur Martin Scorcese verfilmde twintig jaar uit het leven van Howard Hughes (1905-1976). Maar wie was Hughes echt? Portret van de man die ooit de eerste miljardair van de Verenigde Staten was, maar uiteindelijk stierf als een verwarde kluizenaar.

Han Ceelen

In Hollywood, waar hij het grootste deel van zijn leven doorbracht, herinnert weinig meer aan Hughes. De vliegvelden waar hij als luchtvaarpionier het luchtruim koos, zijn verdwenen, of hebben allang een andere bestemming gekregen. Van zijn vliegtuigen zelf is niets meer over. De Spruce Goose, het kolossale transportvliegtuig dat het hoogtepunt had moeten worden uit zijn loopbaan, lag tot begin jaren negentig in de haven van Long Beach, maar is intussen verhuisd naar een luchtvaartmuseum in Oregon. Zelfs de Cocoanut Grove, de legendarische nachtclub waar Hughes fuifde met de Hollywood-elite, staat op de nominatie om te worden gesloopt. Het Ambassador Hotel waarin de club is gevestigd moet binnenkort waarschijnlijk plaatsmaken voor een school.

Een van de weinige plekken die wel bewaard zijn gebleven, is Hughes' voormalige hoofdkantoor aan Romaine Street. In de kluizen van dit sombere art-decogebouw in hartje Hollywood lagen decennialang zijn persoonlijke bezittingen en grootste geheimen opgeslagen. Inbrekers die er in 1974 binnendrongen, troffen er brieven aan van beroemde minnaressen als Katharine Hepburn, Ava Gardner en Lana Turner. In een dossierkast bevonden zich honderden verslagen van privé-detectives over de handel en wandel van filmsterretjes uit zijn omvangrijke harem. In een aparte kluis lag een kopie van een lijvig FBI-rapport over Hughes, hem persoonlijk toegestuurd door FBI-chef J. Edgar Hoover. En in een brandkast vonden de dieven wat ze (waarschijnlijk) zochten: aantekeningen die Hughes in verband brachten met president Richard Nixon en het Watergate-schandaal.

In de nadagen van Hughes' imperium stond '7000 Romaine Street' bekend als een onneembare vesting. Hughes' medewerkers en bodyguards, geïnstrueerd door hun paranoïde baas, lieten er nog geen muis naar binnen. Maar vandaag staat de voordeur gewoon open. De entree maakt een verwaarloosde indruk. Bij de lift ligt een stapeltje vergeelde telefoonboeken; het hokje van de conciërge ziet eruit alsof het al jaren niet meer is gebruikt. Op de eerste verdieping leidt een gang langs tientallen lege kantoren. Pas helemaal aan het eind blijkt er nog eentje bezet. Filmproducent Steven Netburn is de laatste huurder hier, vertelt hij. De eigenaar gaat binnenkort verbouwen.

Hughes' spullen zijn intussen allang verdwenen, zegt Netburn. En ook in de rest van het pand zijn er vrijwel geen sporen meer van hem te vinden. Martin Scorcese en zijn team zijn nog wel komen kijken, maar er was niets wat ze konden gebruiken. "Ze hebben foto's genomen en alles in de studio nagebouwd." Eén mooie anekdote weet Netburn zich nog wel te herinneren. "Een van de grotere kluizen bevatte een drankvoorraad van de vader van Hughes. Op een dag stonden hier allemaal auto's van het FBI voor de deur. Waren ze al die flessen in de goot aan het leeggieten. Onze secretaresse heeft nog een flesje meegekregen."

Dat Hollywood nauwelijks geïnteresseerd lijkt in de erfenis van Hughes is op zich niet zo verwonderlijk. De verhouding tussen het filmestablishment en Hughes was al vanaf diens opkomst in de jaren twintig koeltjes. In een tijd dat de studio's oppermachtig waren, besloot hij als buitenstaander op eigen houtje films te gaan maken. En hij had er nog succes mee ook. Daar maak je uiteraard weinig vrienden mee. Tekenend voor de verhouding is dat er voor The Aviator maar één film over Hughes was gemaakt: Jonathan Demmes Melvin and Howard (1980).

Veel jongere Amerikanen kenden Hughes dan ook alleen als de wereldvreemde kluizenaar die hij aan het eind van zijn leven was geworden (Hughes stond bijvoorbeeld model voor Montgomery Burns in The Simpsons). Pas de laatste vijftien jaar is er weer meer aandacht voor Hughes' hoogtijdagen. Vooral Peter Brown en Pat Broeske deden in hun biografie Howard Hughes: The Untold Story (1996) een poging om zijn geschonden blazoen op te poetsen. In hun voorwoord schreven ze: "We willen het beeld van de mensenschuwe miljardair vervangen door een levendig portret van een vitale man van de wereld; een man met een grenzeloze verbeeldingskracht; een luchtvaartpionier; en een geniale zakenman wiens invloed in sommige industrieën nog steeds doorwerkt."

Ook The Aviator focust op de gloriejaren van Hughes (de film loopt van 1927 tot 1947). En voor die beperking valt heel wat te zeggen, want alleen al de hoeveelheid biografisch materiaal uit die periode is overstelpend. Een normaal mens had er waarschijnlijk drie levens voor nodig gehad.

Toen Howard Hughes jr. op kerstavond 1905 werd geboren in Houston zag de toekomst er zonnig uit. Zijn vader had een paar jaar ervoor een olieboor uitgevonden die hem rijk had gemaakt. Ook aan liefde zou het Howard de eerste jaren niet ontbreken. Allene Hughes was zo bezorgd over haar wat ziekelijke zoon dat ze geen moment van zijn zijde week. Als het even kon, stimuleerde ze zijn bijzondere aanleg voor techniek. "Mijn zoon wordt een genie", zei ze vaak. Maar op zijn achttiende was Howard Hughes opeens wees. Zijn vader had net een hartaanval gehad, zijn moeder was twee jaar eerder overleden aan een zwangerschap.

Hughes reageerde kordaat. Hij kocht zijn familieleden uit en wist als minderjarige zeggenschap te verkrijgen over het fortuin van zijn vader. Ambities om bij de Hughes Tool Company te gaan werken, had hij geenszins. Het bedrijf zou de rest van zijn leven een melkkoetje blijven waaraan hij geld onttrok voor zijn passies. Een daarvan, wist hij toen al, was films maken. En daarvoor moest hij naar Hollywood. Als gebaar van goede wil naar zijn familie stemde hij ermee in niet alleen te gaan. Op zijn negentiende trouwde hij met Ella Rice, afkomstig uit een gegoede familie in Houston.

Als The Aviator begint, logeert Hughes in het chique Ambassador Hotel, waar het puikje van Hollywood elke avond komt dansen in de Cocoanut Grove. Hughes speelt er het verwende rijkeluiszoontje. Hij draagt dure pakken, rijdt met grote auto's en bezorgt het personeel nachtmerries met zijn veeleisende gedrag. Ook heeft hij grote ambities: hij wil de beste golfer, de beste piloot en de beste filmproducent van de wereld worden, noteert hij op 25 januari 1925 op een bonnetje. Het eerste geeft hij al snel op, maar zijn carrière als filmproducer pakt hij voortvarend aan. Zijn eerste film wordt nog door iedereen weggelachen, maar al in 1927 sleept hij met Two Arabian Knights een Oscar in de wacht (beste regie voor Lewis Milestone).

Meteen daarop begint hij met een nog veel ambitieuzer project. De komende drie jaar zullen in het teken staan van Hell's Angels, een door Hughes zelfgeschreven spektakel over twee Britse gevechtsvliegers uit de Eerste Wereldoorlog. De opnamen worden een lijdensweg. Hughes ontslaat zijn eerste twee regisseurs en besluit de film zelf te regisseren. Maar de vele ingewikkelde vliegscènes en zijn eigen onervarenheid spelen hem parten. Scènes moeten talloze keren worden overgedaan en Hughes is onzeker in de montage. Als de film eindelijk af lijkt, blijkt het geluid intussen zijn intrede te hebben gedaan. Weer moet alles opnieuw. Uiteindelijk kost Hell's Angels ruim 4 miljoen dollar, een record voor die tijd. Maar de spectaculaire première in het gloednieuwe Grauman's Chinese Theater maakt veel goed.

Op 30 juni rijdt een limousine met Hughes en hoofdrolspeelster Jean Harlow door een zee van licht naar de bioscoop aan Hollywood Boulevard. Ze worden toegejuicht door een half miljoen mensen. Laag overscherende vliegtuigen laten een spoor van driekleurige rook achter. Howard Hughes is in één klap een Hollywood-speler geworden. En minstens zo belangrijk: de critici prijzen zijn film de hemel in.

Hell's Angels zal het hoogtepunt blijven uit Hughes' oeuvre. Als producer maakt hij later nog talloze andere films, maar de meeste zijn niet veel bijzonders. Eigenlijk heeft alleen Scarface, het grimmige maffia-epos van Howard Hawks, de tand des tijds overleefd. Hughes leverde een twee jaar durend gevecht met de censors om de film in de zalen te krijgen. In 1943 krijgt hij het nog een keer aan de stok met de censuurcommissie. Deze keer over de borsten van actrice Jane Russell in The Outlaw. Hughes, nooit te beroerd voor een stuntje, laat een wiskundige aanrukken die de verbouwereerde commissieleden voorrekent dat de getoonde boezem echt niet buiten proportie is.

Na de vernietigende reacties op The Outlaw lijkt het gedaan met Hughes' filmcarrière. Maar vijf jaar later maakt hij tot veler verbazing een comeback in Hollywood. Hij koopt de RKO-studio's op, het tegenwoordige Paramount, en wordt daarmee de eerste persoon die in zijn eentje een studio bezit. Maar Hughes blijkt niet gemaakt voor het vak. Hij leidt de studio naar de rand van de financiële afgrond en zal hem in 1955 weer verkopen.

Kun je over Hughes' verdiensten voor de filmindustrie nog twisten, niemand zal bestrijden dat hij een van de grote luchtvaartpioniers is geweest. Vliegtuigen waren Hughes' enige echte liefde, zeggen velen die hem hebben gekend. En vliegen zat hem in het bloed. Al bij zijn eerste vlieglessen bleek hij een natuurtalent. In de lucht kende het verlegen, ziekelijke jongetje plotseling geen angst meer. Hij wilde hij maar één ding: sneller, sneller, sneller.

Daartoe richt hij in 1932 een eigen vliegtuigfabriekje op: Hughes Aircraft. Twee jaar lang werkt hij samen met zijn ingenieurs in Glendale aan de Silver Bullet, een schitterend gestroomlijnd toestel dat hem het wereldsnelheidsrecord moet opleveren. Op 13 september 1935 is het eindelijk zover. Tijdens een testvlucht boven Santa Ana wordt een recordtijd van 352.46 mijl per uur geklokt. Dat Hughes vervolgens een levensgevaarlijke crash maakt in een knollenveld kan de pret nauwelijks drukken.

Het is het begin van een hele reeks recordpogingen die Hughes in de jaren erna over de hele aardbol zal voeren. Eerst verbetert hij de snelste tijd voor de vlucht Los Angeles-New York tot ruim zeven uur. En in juli 1938 volbrengt hij met een vierkoppige crew een vlucht om de wereld in drie dagen, negentien uur en zeventien minuten. Bij terugkeer in de VS wordt hij als een held ontvangen. In New York krijgt hij een ticker-tapeparade op Broadway en ook in andere steden staan honderdduizenden hem op te wachten.

Niet alles pakt zo goed uit. Een jaar later verhuist Hughes zijn vliegtuigfabriek naar een grotere locatie in Culver City, in de hoop opdrachten binnen te kunnen slepen van het Amerikaanse leger. Zijn eerste ontwerp voor een gevechtsvliegtuig wordt door het leger verworpen, maar uiteindelijk haalt Hughes twee megaorders binnen. Hij mag honderd spionagevliegtuigen (XF11's) bouwen, en vijfhonderd exemplaren van het grootste transportvliegtuig ooit, de flying boat (later bijgenaamd de Spruce Goose, of sparrenhouten gans).

Beide toestellen blijken echter niet voor het einde van de oorlog klaar en in 1945 worden de contracten door het leger ontbonden. Hughes blijft achter met peperdure prototypes, maar is vastbesloten te bewijzen dat zijn vliegtuigen luchtwaardig zijn. Iets wat ten dele lukt. Op 7 juli 1946 crasht hij met een XF11 in een huizenblok in Beverly Hills. Maar een jaar later verrast hij zijn critici met een testvlucht van de Spruce Goose in de haven van Long Beach. De vlucht duurt zestig seconden en minder dan een kilometer, maar wordt een van de beroemdste vluchten ooit. Hughes commentaar na afloop: "Nou, het vliegtuig lijkt me tamelijk succesvol."

Ook in de passagiersluchtvaart laat Hughes zich gelden. In 1940 neemt hij postvervoerder Trans World Airlines (TWA) over van een groep aandeelhouders, onder wie oprichter Charles Lindbergh. Hughes wil met zijn nieuwe airline commerciële vluchten opzetten tussen New York en LA, en uiteindelijk ook naar Europa. Hij bestelt uit eigen een zak een splinternieuwe vloot superliners bij fabrikant Lockheed (kosten: 18 miljoen dollar), maar hij stuit op felle tegenwerking. Pan American Airlines controleert op dat moment het passagiersvervoer en is vastbesloten vast te houden aan zijn monopolie. Toch slaagt Hughes erin een voet tussen de deur te krijgen, en een aantal jaren lang draait TWA goed. Hughes voert baanbrekende technische verbeteringen door en is een van de eersten die beseft dat supersonische vliegtuigen de toekomst zijn. Later zal TWA echter net als filmstudio RKO in de financiële problemen komen en wordt Hughes gedwongen zijn speeltje weer te verkopen.

De vete met Pan Am krijgt nog een staartje. Als er een senaatsonderzoek dreigt naar de omkoping van ambtenaren bij de aanbesteding van de XF11 krijgt Hughes van de conservatieve senator Ralph Owen Brewster (prachtige rol van Alan Alda in de film) een aanbod: het onderzoek is van de baan als TWA zijn routes naar Europa opgeeft ten behoeve van Pan Am. Hughes weigert, getuigt vier dagen in Washington, weet Brewster neer te zetten als een stroman van Pan Am en wint de zaak. In de dagen erna worden er honderden 'Hughes for president'-fanclubs opgericht.

Met dezelfde bezetenheid waarmee Hughes nieuwe vliegtuigen kocht, jaagde hij ook vrouwen na. Volgens psychiaters die in de biografie van Brown en Broeske aan het woord komen, was er een verband. Hughes was volgens hen een verzamelaar, iemand die vrouwen per se wilde bezitten, maar vervolgens ook weer snel genoeg van ze kreeg. Waarna het tijd was voor de volgende verovering.

Feit is dat de knappe Hughes waarschijnlijk de grootste Don Juan is die er ooit in Hollywood rond heeft gelopen. Hughes was getrouwd toen hij in Hollywood aankwam, maar daar trok hij zich vanaf het begin weinig van aan. Terwijl Ella thuis zat in hun villa in het deftige Hancock Park dook Howard het nachtleven in met het ene na het andere sterretje van het witte doek. Ella zag het een tijdlang aan, vroeg een scheiding aan en keerde terug naar Texas.

Hughes' eerste liefde in Hollywood was naar verluidt actrice Billie Dove en in de jaren daarop volgen Katharine Hepburn, Ava Gardner, Joan Crawford, Bette Davis, Susan Hayward, Rita Hayworth, Janet Leigh, Gina Lollobrigida en Lana Turner.

Het patroon van de affaires is steeds hetzelfde. Hughes overlaadt zijn potentiële veroveringen eerst met cadeautjes. Juwelen, etentjes, kleren, reisjes, niets is hem te gek. Ava Gardner krijgt een schoenendoos met 250.000 dollar, die ze weigert. Vaak belooft hij daarna met ze te trouwen, een belofte hij nooit nakomt.

De meeste relaties zijn kort. Sommige, zoals die met Katharine Hepburn, duren langer. Hepburn trekt zelfs bij hem in in zijn huis in Hancock Park. Maar ook zijn krijgt uiteindelijk genoeg van zijn chronische ontrouw, een probleem waar al Hughes' vrouwen vroeg of laat tegenaan lopen. "Hij was psychologisch niet in staat trouw te zijn aan één vrouw", zei zijn medewerker Robert Maheu. "Hij was minder bang van de dood." "Het was alsof hij vluchtte voor de herinneringen aan de verstikkende liefde van zijn moeder", schrijven zijn biografen.

Misschien nog opmerkelijker is Hughes' gewoonte om zijn vriendinnen, vaak nog piepjonge meisjes, ergens te 'stallen'. Als een bezit dat hij later naar believen kan gebruiken. Faith Domergue (16) is een van de eersten die die behandeling te beurt valt. Ze verblijft een tijdlang afgeschermd van de buitenwereld in zijn woning in Hancock Park en verhuist later naar een door Hughes gehuurde villa in Bel Air. Ze is ervan overtuigd dat Hughes met haar zal trouwen. Als ze er uiteindelijk achter komt dat hij met Ava Gardner op stap is, ramt ze hysterisch haar auto in die van Gardner.

Tegelijk is Hughes zelf ziekelijk jaloers. Wat leidt tot een andere gewoonte: het laten bespioneren van zijn vrouwen door privé-detectives. Als Hughes vermoedt dat er iets speelt tussen Ava Gardner en haar ex-man Mickey Rooney stelt zijn geheime politie hem van minuut tot minuut op de hoogte van de gebeurtenissen in haar slaapkamer.

Zelfs actrice Jean Peters, die uiteindelijk zijn tweede vrouw zal worden, laat zich die vernederende behandeling welgevallen. Haar doen en laten wordt dag en nacht in kaart gebracht en zelfs tijdens hun huwelijk verblijft ze zelden in hetzelfde huis als Hughes.

Zover komt het in The Aviator niet, want we zijn inmiddels aanbeland in de laatste twintig jaar van Hughes' leven. De periode waarin zijn geestelijke aftakeling steeds verder gestalte zal krijgen. In de loop der jaren had Hughes al een aantal merkwaardige tics ontwikkeld. Zijn maatkostuums had hij ingewisseld voor goedkope confectiepakken met tennisschoenen. Hij begon vast te houden aan strikte eetgewoonten (elke dag biefstuk, erwtjes en ijs) en hij werd in navolging van zijn moeder doodsbenauwd voor bacteriën. Alles wat hij aanraakte, moest eerst grondig worden gereinigd of aangepakt met Kleenex.

Soms was hij ook opeens wekenlang onvindbaar. Dan had hij zich vermomd en ergens in een andere staat een nieuwe identiteit aangenomen. Bij zijn beroemdste escapade in 1932 liet hij zijn haar knippen, nam de trein naar Fort Worth in Texas en versierde daar een baantje bij de bagageafdeling van American Airlines. Via een intern trainingsprogramma begon hij aan een opleiding als piloot en stond al snel te boek als een getalenteerde leerling. Tot 'Charles Howard' werd herkend als Howard Hughes, miljardair en filmproducer.

Brown en Broeske wijten een deel van zijn raadselachtige gedrag aan een aandoening die tegenwoordig goed te behandelen is: dwangneurose. Voorts is er een codeïneverslaving waaraan hij leidt sinds hij bij zijn ongeluk in Beverly Hills in een coma raakte. Tot slot zou een niet volledig genezen syfilis Hughes' brein hebben aangetast, dat al een aantal stevige opdoffers had gekregen door zijn vliegtuigcrashes.

Wat de oorzaken ook waren Hughes' toestand gaat steeds verder achteruit. Zijn assistent Noah Dietrich heeft het over periodes van "kortsluiting in Howards geest", die resulteren in bizar gedrag. Een FBI-onderzoek concludeert in 1955 dat Hughes "een paranoïde, emotioneel gestoorde man is, wiens geest zo is achteruitgegaan dat hij in staat is tot moord en zelfmoord".

Meisjes veroveren wordt in de jaren vijftig een ware obsessie. Niet alleen worden ze steeds jonger, Hughes haalt ze ook overal vandaan. Meisjes die hem zijn opgevallen op screenings van RKO, bij talentenjachten of gewoon in tijdschriften worden naar Romaine Street ontboden en krijgen het aanbod een contract te tekenen met 'meneer Hughes'. Hopend op een toekomstig filmrolletje worden ze vervolgens ergens in een van Hughes' huizen 'weggezet'. Het schandaalblad Confidential beweert dat Hughes 164 dames 'onder surveillance' heeft en lijdt aan een moedercomplex. Hij laat prompt de hele oplage in beslag nemen.

Ook het bespioneren van zijn minnaressen begint uit de hand te lopen. Hughes houdt er intussen een privé-legertje van zo'n vijftig man op na, die hun gangen van minuut tot minuut nagaan. Zijn hoofdkantoor verandert in een sinistere vesting die wordt gerund door een clubje mormonen die Hughes heeft aangenomen. Zij schermen hun chef steeds verder af van de buitenwereld. Zelfs echtgenote Jean Peters kan hem vaak alleen bereiken via de telefooncentrale van '7000 Romaine'.

Vanwege Hughes' nog steeds toenemende smetvrees laat hij zijn medewerkers witte handschoenen dragen. Ook krijgen ze gedetailleerde instructies over het bereiden en aanreiken van zijn eten. Tijdens het openen van een potje perziken bijvoorbeeld "mag er absoluut niet gesproken, gehoest, gekucht of met de lippen bewogen worden". Bij het ontbijt (chocoladerepen, noten en melk) dienen de noten precies van een bepaalde afmeting te zijn.

Op een dag sluit hij zich op in zijn screeningroom met een 'bacterievrije zone' om zich heen. Hij plakt de ramen van zijn bungalow in het Beverly Hills Hotel af met zwarte tape. Hij laat zijn haar en zijn nagels groeien, zit naakt in zijn kamer, kijkt dagenlang alleen maar tv en video.

In 1956, net voor die periode, was al gebleken hoe ver Hughes heen was. Voor de aankoop van een vloot nieuwe jetvliegtuigen voor TWA had hij een half miljard dollar uitgegeven die hij eigenlijk niet had. Als oplossing toog hij met een legertje gewapende beveiligers naar de fabrikant en hield er de arbeiders onder schot. Zolang de vliegtuigen niet af waren, hoefde hij ze ook niet te betalen.

In 1966 kan Jean Peters het allemaal niet meer aan en verlaat hem. Na twintig jaar huwelijk omschrijft ze haar man als "een sociopaat: iemand die totaal niet in staat is om de gevoelens van een ander te begrijpen". In 1970 volgt de definitieve scheiding.

Maar het verhaal Hughes is nog niet afgelopen. In 1967 trekt hij onverwacht naar Las Vegas, waar hij in sneltempo casino's begint op te kopen. In geen tijd is hij de grootste onroerendgoedeigenaar die de stad ooit heeft gekend. Hughes bivakkeert in het Desert Inn en laat zich verder nauwelijks zien.

En dan is hij in 1970 plots verdwenen. Naar de Bahama's, zo blijkt later. De mormonen hebben de verzwakte en gedrogeerde Hughes nu stevig in hun greep en slepen hem zijn laatste jaren van hot naar her. Ondertussen plunderen ze volgens Hughes' biografen zijn bedrijf. In Londen ontwaakt Hughes nog korte tijd uit zijn lethargie. Maar als hij een heup breekt en terug moet aan de codeïne is het zo goed als voorbij. Vriend Cary Grant, die hem komt opzoeken, zegt: "De ziel en de geest zijn dood.".

Ongeveer tegelijkertijd speelt Hughes buiten zijn weten nog een belangrijke rol in het Watergate-schandaal, schrijven Brown en Broeske. Jaren eerder had Hughes Richard Nixon een donatie gegeven van 200.000 dollar, waarvan de helft onder tafel. Nixon was bang dat Hughes zijn employé Larry O'Brien, een voormalig medewerker van Kennedy, over de gift had verteld en stuurde een clubje inbrekers naar diens kantoor in het Watergate-gebouw op zoek naar bewijs. De rest is bekend.

Hughes sterft uiteindelijk in Acapulco in Mexico, volgens velen aan verwaarlozing. Hij laat het Howard Hughes Medical Institute achter, tegenwoordig de grootste private financier van biomedisch onderzoek in de VS. Zo'n honderd mensen delen in zijn erfenis.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234