Zaterdag 14/12/2019

Het fantoom van Franco

Generaal Franco is alweer 42 jaar dood, Spanje zelf heeft zich als een moderne democratie ontpopt. Maar waarom dan blijft de verguisde dictator, kijk naar de recente gebeurtenissen in Catalonië, toch zo hard door de hoofden spoken?

Sinds de Guardia Civil en de Spaanse politie er hard tegenaan gingen in Catalonië, en deelnemers aan het illegale referendum met matrak en schild terugdrongen, flitste prompt dat andere gezicht weer door de geesten: dat van generalísimo Francisco Franco, het heerschap dat Spanje 36 jaar lang bestierde, met ijzeren vuist en bij de Gratie Gods. Het separatistische kamp kon zich geen betere propaganda bedenken, de beelden gingen de wereld rond.

"Onzin, je allerreinste onzin", hoorden we twee Brusselse Spanjaarden 's anderendaags klagen over zoveel kort-door-de-bochtigheid. "Of zag je de Belgische politie nooit tekeergaan tegen geweldloze betogers op het Schumanplein?"

Hoewel er bij de meeste kiesbureaus weinig bijzonders is gebeurd, zondag, hield de indruk stand dat Spanje abrupt enkele decennia in de tijd teruggevallen was.

De Guardia Civil dan ook! Het paramilitaire korps dat met vierhonderd leden de Cortes bezette, het parlement in Madrid, toen luitenant-kolonel Antonio Tejero op 23 februari 1981 de parlementsleden met een paar welgemikte schoten op het plafond onder de banken dwong. Koning Juan Carlos belde die nacht de hele legerleiding af om haar ervan te overtuigen de coup toch maar niet te steunen, wat hem ook lukte. De democratie was gered, de monarch ontpopte zich als held.

Het nam niet weg: onder de militairen bestond grote onvrede over de richting die het nieuwe Spanje - Franco was in 1975 na een slepende ziekte gestorven - ingeslagen was. Met name de herwonnen autonomie voor eeuwige luizen in de pels Baskenland en Catalonië zat het krijgswezen hoog. Hoe lang zou het duren, vreesde het, voor Spanje in stukken en brokken uiteenviel? Het leger was eraan voor de moeite: na 23-F, zoals het avontuur later genoemd werd, kwam het eens en voorgoed onder burgerlijk toezicht te staan, Guardia Civil incluis.

Hekel aan politiek

'Franco is terug', klonk het deze week in het verhitte Catalonië. 'Dan zijn we compleet vergeten wie Franco was!' luidde een verontwaardigde riposte in de krant El País.

Wie was hij dus, de caudillo van nog geen 1,60 meter hoog die smalend Franquito werd genoemd, of generalito, het generaaltje? In Het land van Don Quichot. De Spanjaarden en hun geschiedenis (Athenaeum - Polak & Van Gennep, 2011) schetst de Leidse historicus Peer Vries het portret van een weinig charismatisch type dat 'allerminst een begenadigd spreker' was.

Maar dat hoefde ook niet: de Galiciër Franco was een militair en geen politicus. Hij had een hekel aan politiek, was tegen democratie en drukte zijn landgenoten op het hart, bijvoorbeeld in het blad Arriba, "zich niet met politiek in te laten, want dat doe ik ook niet".

Het enige wat Franco sinds 1939 wel gedaan had, was Spanje regeren. En hoe: de vrije mening was ingeperkt, van noemenswaardige verkiezingen was geen sprake, er waren geen onafhankelijke partijen, geen vrije vakbonden en nog minder vrije media.

"Maar hij heeft ons wél van Stalin gered", zweren, in de Marollen, diezelfde Brusselse Spanjaarden, zelfverklaarde sociaaldemocraten nog wel. "De Republiek? Met die anarchisten en communisten? Het was een zootje hoor, er móést wel iets gebeuren."

En ja hoor, er gebeurde iets: een burgeroorlog met een half miljoen doden, aangesticht en beslecht door een man die 'zich opwierp als de verdediger van het ware geloof', 'geen groot denker' was, 'niets moest hebben van leraren en geleerden', 'geen boeken las en geen bibliotheek bezat' en ook 'niet erg geïnteresseerd was in de wijdere wereld'. Als Franco al de grens overstak, dan hooguit om Hitler, Mussolini en de Portugese sterke man Salazar te ontmoeten.

In zijn stormloop naar de macht had Franco - 'Vinger Gods op Aarde' en 'Schildwacht van het Westen' - er letterlijk geen gras over laten groeien. Volgens Vries liet hij de oorlog opzettelijk lang duren en wilde hij veroverd gebied, met inbegrip van Catalonië, stelselmatig grondig zuiveren. Na het conflict ging de repressie volop door: tussen 1939 en 1945 werden naar schatting 50.000 opposanten geëxecuteerd; Spanje telde 280.000 politieke gevangenen; zo'n 15.000 mensen kwamen in werkkampen om het leven; honderdduizenden anderen werden veroordeeld maar niet naar de cel gestuurd op voorwaarde dat ze strikte loyauteit aan het regime betoonden. En ja, in de Patriottische Spaanse Catechismus, uit de vroege Franco-jaren, heette het dat het vaderland zeven aartsvijanden had: het liberalisme, de democratie, het jodendom, de vrijmetselarij, het kapitalisme, het marxisme en... het separatisme.

Op ongehoorzaamheid stond tot het bittere einde de doodstraf. In de laatste jaren van de dictatuur probeerde Franco, alsof hij duidelijk wilde maken dat hij over zijn aardse leven heen zou regeren, de duimschroeven weer aan te draaien: het beeld van Salvador Puig Antich, een Catalaanse anarchist die op 2 maart 1974 stierf aan de garrote of wurgpaal en die de geschiedenis zou ingaan als Franco's laatste terechtgestelde, dook de voorbije dagen her en der weer op.

Dan zouden we denken dat het Spanje van Franco internationaal wel erg geïsoleerd stond. Gold dat zeker voor de eerste jaren van zijn regime, dan veranderde het zaakje na de uitbraak van de Koude Oorlog. De VS, Engeland en Frankrijk hadden dan wel geen hoge pet op van de Spaanse leider, zijn fervente anticommunisme leverde hem de militaire samenwerking met Washington op. Toetreden tot de NAVO deed Spanje nog niet. Ook de toen nog EEG genaamde Europese club hield Franco liever op afstand: pas na zijn dood, toen de democratische hervormingen op het goede spoor zaten, kon Spanje lid worden.

Toegegeven, in die laatste Franco-jaren hadden ook 's mans tegenstanders weer moed gevat. Terwijl tot eind de jaren 40 elke zweem van Catalaans of Baskisch nationalisme uit den boze was, stond het regime gaandeweg toe dat beide talen opnieuw gesproken werden, zij het strikt voor religieus, literair of folkloristisch gebruik. Van politiek activisme kon geen sprake zijn. Radicale clandestiene groepen probeerden desondanks de idee op te wekken dat Catalonië en Baskenland onderdrukte kolonies waren, vergelijkbaar met landen in de Derde Wereld.

Van het een kwam het ander. In 1968 pleegde de Baskische revolutionair-separatistische 'beweging' (zo heette ze toen ook in de Belgische pers) Euskadi Ta Askatasuna, de ETA, haar eerste moord op een lid van de Guardia Civil. Hoewel de suggestie van de interne kolonisering zeker niet door alle Basken en Catalanen werd gedeeld, en Franco ook onder hen veel aanhangers telde, werd de prille ETA als een klasje sympathieke durfals beschouwd: toen Franco's kersverse regeringsleider Carrero Blanco eind 1973 bij een aanslag om het leven kwam (zijn auto werd de lucht ingeblazen), werd hij de risee van de opinie, die het grappend over Spanjes 'eerste astronaut' had.

Eviva España

Op 20 november 1975 werd Francisco Franco, 83, van de monitor ontkoppeld. Terwijl zijn dood een loden sluier wierp over het openbare leven, werd binnenskamers de cava ontkurkt. Door de strijd tegen de ETA was die laatste jaren her en der de noodtoestand van kracht, het neemt niet weg dat Spanje toen al een ander land geworden was. Door de economische liberalisering van de sixties had het zich als een aantrekkelijke lagelonenbestemming ontpopt voor buitenlandse investeerders. Honderdduizenden Asturiërs en Galiciërs die naar Noord-Europa waren gemigreerd, ook naar ons land, brachten geld in de kassa; steeds meer buitenlandse toeristen kwamen bakken en braden op de costa's. In België scoorde Samantha een hit met 'Eviva España' ('Ik hou van dansen en muziek, eviva...'), in Spanje zelf was songfestivalkraker 'Eres Tu' al wat de klok sloeg. Vaticaan II en de in Zuid-Amerika populaire bevrijdingstheologie deden zelfs de kerk schoorvoetend afstand nemen van Franco. Toen hij zijn laatste adem uitblies, ging amper een vijfde van de Spanjaarden 's zondags nog naar de mis.

De kaarten voor de democratische overgang, een compromis tussen hervormingsgezinde Franco-politici en gematigde opposanten, lagen beter dan ooit. Met horten en stoten - zie 23-F - werkte Spanje zich op tot een moderne staat die in de hele wereld bewondering opriep, een koninkrijk dat ook de regionale autonomieën een plaats gaf, al bleef de spanning tussen het continentale Madrid en het duo Catalonië/Baskenland aanwezig: in het beste geval onderhuids, in het slechtste geval zoals we dat zondag zagen. 'Con Franco eso no pasaba', vingen we deze week ook op. Onder Franco zou het niet waar geweest zijn.

"Vergeet niet dat er in het centrale Castilië en andere Spaanse regio's erg weinig begrip bestaat voor het Catalaanse standpunt", zegt hoogleraar Lieve Behiels (KU Leuven, onderzoeksgroep Vertaling en Interculturele Transfer). "Dat valt voor een stuk terug te brengen tot het Franco-tijdperk, maar het zit veel dieper dan dat en speelde ook in Spanjes woelige 19de eeuw al sterk."

Diepe verdeeldheid

Dat velen naar wijlen de dictator verwijzen, heeft met herinnering te maken, aldus Behiels, niet met het feit dat de geschiedenis plots terug van weggeweest zou zijn. "Het Franco-regime oproepen is een manier om de centrale regering te framen. Die heeft trouwens de strijd om de beeldvorming al verloren door het uit de hand gelopen politieoptreden."

Toch valt het Behiels op dat de internationale media snel sympathie toonden voor de Catalaanse zaak, terwijl ze voorbijgingen aan de diepe verdeeldheid binnen Catalonië zelf. "Die mag je niet onderschatten. Vergeet ook niet dat burgers die zich tegen het referendum uitspraken, tonnen bagger over zich heen gekregen hebben."

Spanje-experte Barbara Loyer (Institut Français de Géopolitique) is het met Behiels eens. "Als ik kijk naar het gemak waarmee Catalaanse nationalisten hun tegenstanders als fascisten afdoen, en omgekeerd, hoe sommige Spanjaarden op hun beurt de Catalanen omschrijven, ja, dat is schokkend. Te veel politici zijn erop uit om nieuwe emoties los te maken over een pijnlijk hoofdstuk uit de geschiedenis. Het valt me op hoe sektarisch de Spaanse politiek geworden is."

Niet alleen het Catalaanse nationalisme, dat sinds de economische crisis van de jongste jaren vooral door extreemlinks wordt aangezweept, ook de Spaanse linkse partijen, met name Podemos, roeren gretig de Franco-trom, aldus Loyer.

"Een groot segment ter linkerzijde schuift alles wat fout loopt in de schoenen van het franquisme. Volgens hen is het huidige bestel franquistisch, is het gerecht franquistisch en is de corruptie franquistisch. Elke gedachte die niet feilloos past in hun ideologische kraam, heet franquistisch. Ze spreken ook niet over de democratie, maar over het 'regime van 1978' (het jaar waarin de Spaanse burgers met grote meerderheid de nieuwe grondwet goedkeurden, LD). De zo moeizaam bedongen amnestieregeling uit die tijd willen ze weer opengooien. Het zijn dezelfden die Mariano Rajoy nu met Recep Tayyip Erdogan vergelijken. Je moet een groot gebrek aan politieke cultuur hebben, of kwade bedoelingen, om zoiets te durven stellen."

"Mensen die in 1975 20 jaar oud waren, zijn vandaag de 60 voorbij", zegt Behiels. "In de jaren 70 en 80 ja, tóén zaten er nog Franco-mensen aan de knoppen. Vandaag niet meer. Spanje is een heel modern land geworden, het homohuwelijk is er goedgekeurd, het politieke pluralisme is reëel, als koning Felipe in Barcelona een voetbalmatch bijwoont en de Catalaanse helft van het stadion fluit hem uit, dan krijgt geen mens daarmee problemen."

Historisch Geheugen

Wat wél klopt, is dat het franquisme destijds zowat in elke familie zat. Elke Spanjaard heeft ergens wel een verwant, veraf of nabij, die lid was van de Falange ('Falanx'), Franco's massabeweging. Tot links behoren niet alleen de nazaten van de Republikeinen, maar ook heel wat toenmalige jongeren die tegen hun franquistische vaders en moeders in opstand kwamen.

Wat eveneens klopt, is dat de Partido Popular (PP), de partij van Rajoy, de rechtstreekse erfgenaam is van de Alianza Popular (AP, 'Volksalliantie'), die na Franco's dood op haar beurt onderdak bood aan Franco-gezinde politici. Behiels: "In die partij was de hele rechterzijde, inclusief extreemrechts, vertegenwoordigd. Ook al bestaat de PP voor het leeuwendeel uit rechtgeaarde democraten, de partij dekte ook de extreemrechtse flank af, zodat extreemrechts na Franco nooit meer als zelfstandige formatie aan de bak kwam."

Een laatste element dat meespeelt, en dat ook in de voormalige militaire regimes van Latijns-Amerika cruciaal gebleken is, zijn de onopgehelderde vragen die door de ene generatie aan de andere worden doorgegeven. "Nog altijd zijn mensen op zoek naar een zoon, een geliefde, een echtgenoot, iemand die tijdens de Burgeroorlog in een massagraf verdwenen is", zegt Behiels. "Er bestaat een wet op het Historisch Geheugen waar de PP uiteraard niet blij mee is en die nog altijd zorgt voor animositeit tussen links en rechts."

Franco zelf ligt intussen dood en wel in zijn monumentale Vallei der Gevallenen, buiten Madrid. Neen dus, hij kijkt niet langer mee over de schouders van Rajoy. Dat die laatste zo snel mogelijk een exit moet vinden uit de crisis, spreekt echter voor zich.

Barbara Loyer: "Een nieuw grondwettelijk akkoord met nieuwe afspraken voor Catalonië lijkt me de beste optie. Helaas, de PP noch de sociaaldemocratische PSOE, de klassieke partijen dus, is bereid om daar een meerderheid voor te leveren. Wat er de volgende dagen ook gebeurt, Spanje is nog lang niet uit de problemen. Maar dat het aan Franco ligt? Neen, echt niet."

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234