Maandag 24/01/2022

Het failliet van het

Muren tussen slaap- en badkamer werden vervangen door doorzichtig glas, maar je geliefde op wc is geen fraai uitzicht

hoteldesign

Gedaan met designerdildo's, felgekleurde moodlights, glazen badkamers en oncomfortabele vierkante baden in hotels. Het hysterische designtijdperk loopt ten einde. Mainstream hotelketens hebben design als toverwoord ontdekt, en innovatie is een cliché geworden. 'Geef ons comfort en service terug', schreeuwen toonaangevende hotelrecensenten nu.

Door Ivo Weyel

"Don't worry sir, the bathroom must be somewhere." Vertwijfeld gaat een gast in zijn hotelkamer op zoek naar de badkamer. Alles is hagelwit en spiegelglad en nergens is een deurknop te bekennen. Designer Anoushka Hempel houdt immers niet van deurknoppen. Dan schuift er bij toeval iets open en openbaart zich de badkamer. De plek is het Londense Hempel Hotel en de tijd is halverwege de jaren negentig, de hoogtijdagen van het hoteldesign. Dat het bad in die badkamer ergonomisch onmogelijk was om in te zitten, vond niemand erg. Want wat vond iedereen het mooi allemaal. Dat mannen in het New Yorkse Royalton Hotel in de wastafel stonden te plassen omdat ze dachten dat het de wc was, deerde niemand. Ooit sprak een kamermeisje van het Hudson Hotel een gast bestraffend toe omdat die in zijn kamer een tafeltje had verplaatst: "The designer put the table in that corner for a reason." Gasten smeekten radeloos aan de receptie van het Londense St. Martin's Lane of men niet steeds het licht in de kamers van kleur wilde laten veranderen ("I'm sorry, it's on a timeclock"). Om nog maar te zwijgen van de naakte dame die je tijdens het inchecken in The Standard, Los Angeles, recht in de ogen keek in een glazen doos achter de receptie. Bij wijze van wandversiering. Een levende dame, welteverstaan. Natuurlijk deed iedereen cool alsof dat de gewoonste zaak van de wereld was.

Kortom, hoteldesign is de jongste jaren over de kop geslagen. Het kon allemaal niet excentriek genoeg, en de gast werd gereduceerd tot een figurant. Personeel was niet deskundig, maar slechts mooi. Comfort werd veronachtzaamd. Dat moest een keer omslaan, en die kentering is nu ingezet. Voormalige notoire adepten laten zich nu laatdunkend uit over nieuwe designhotels. The New York Times kopte onlangs 'The decline of the design hotel' boven een paginagroot artikel. Condé Nast Traveller, 's werelds meest toonaangevende reisblad, fulmineert in het laatste nummer tegen designoverdaad en trekt ten strijde tegen de "irritante afwezigheid van een deur tussen de slaap- en badkamer", onder meer in het Parijse Murano Urban Resort hotel.

Misschien wel het duidelijkste signaal dat het hysterische designtijdperk ten einde loopt, is de recente verkoop van het New Yorkse Paramount Hotel voor 126 miljoen dollar aan de Hard Rock Hotelgroep. Het Paramount was in het begin van de jaren negentig een ware sensatie. Het was het tweede hotel dat manager Ian Schrager door Philippe Starck liet inrichten. (Hun eerste gezamenlijke project, The Royalton, opende in 1988 en wordt nog steeds aangezien als 's werelds allereerste designhotel. Dat is opmerkelijk, want het állereerste designhotel, Morgans, ook van Ian Schrager, maar ingericht door Andrée Putman en al geopend in 1983, heeft nooit die voorbeeldfunctie gekregen.)

De lobby's van het Paramount en The Royalton waren places to be, hipper dan welke club ook. De hotels waren immer volgeboekt. Het duurde niet lang tot overal ter wereld soortgelijke excentrieke hotels openden. Een serie hotelgidsen - Hip Hotels - groeide uit tot de meest succesvolle van zijn tijd. Eensgezinde hotels verenigden zich in ketens: Design Hotels, Cosmopolitan Hotels, New Style Hotels, enzovoort. Hotelboetieks verkochten allerlei 'hippe' hotelaccessoires, van asbak tot badjas en van speciaal gebotteld bronwater tot designerdildo.

Op het toppunt van de designhype bezat Schrager zevenentwintig designhotels en was hij persoonlijk goed voor een half miljard dollar. Hij moest het ene na het andere openen, omdat de hotelbusiness door zijn toedoen begon te functioneren als vluchtig modeverschijnsel. Het hippe en trendy volk draagt geen kleren van vorig seizoen. Dus rende men massaal naar het allernieuwste hotel, het vorige leeg achterlatend. Als een plaag sprinkhanen moest hun honger voortdurend gevoed worden met nieuwe adressen. Van The Royalton ging het naar Paramount, de Hudson, Chambers, Bryant Park, Soho Grand, Tribeca Grand, The Time, Mercer, enzovoort. Had je met moeite maanden van tevoren een kamer kunnen boeken in de hit van het moment, kwam je ter plekke, bleek het al passé en zat iedereen elders in een nieuwe hotspot.

Om de aandacht te trekken werd het design (het enige lokmiddel, om comfort ging het allang niet meer) steeds uitbundiger en idioter. Er verschenen levensgrote opgezette rendieren in de kamers, muren tussen slaap- en badkamer werden vervangen door doorzichtig glas - hoe je ook van elkaar houdt, je geliefde op de wc is niet ieders idee van een fraai uitzicht -, kabouters bleken nachtkastjes, minibars werden gevuld met designerdildo's en gekleurde condooms in de vorm van hitsige konijntjes. En dan dat gekleurde licht, het zogenaamde moodlight dat ineens overal verscheen. Heeft iemand zichzelf eens 's morgens vroeg onder fel geel licht in de spiegel gezien?

Maar intussen heeft de designgeneratie - ook een jaartje ouder - genoeg van die fratsen. Schrager liep inmiddels ruim driehonderd miljoen dollar op. Met Starck spreekt hij niet meer, het gouden duo van weleer is met ruzie uit elkaar. In een interview met The Financial Times geeft Schrager toe dat hij het comfort geheel uit het oog was verloren. "Het ging er ons alleen maar om zo snel mogelijk met something amazing te komen." Maar hij wijt de ondergang niet alleen daaraan. Er was ook nog 9/11, de economische achteruitgang en last but not least, het ouder worden van zijn doelgroep. Bovendien heerst er een algemene designmoeheid nu ook grote, mainstream hotelketens zoals Four Seasons, Park Hyatt, Dorint en Hilton design als toverwoord hebben ontdekt. Hun inrichtingen zijn dermate gelijkwaardig geworden dat ze zijn vervallen tot datgene waar de eerste designhotels zich tegen verzetten, namelijk de eenvormigheid. Je ziet nu overal wengéhout, glazen badkamers, een jarenveertiglamp, een felgekleurde poef, grappige dildo's. Voorspelbaarheid in excentriciteit is de norm geworden, innovatie is tot een cliché verworden. Nota Bene, momenteel de hipste reisgids, rept in het voorwoord over de idiotie van design. Immers, alles wat ontworpen is - of dat nu een Louis XV-fauteuil is of een Starckpoef - is design. De anonieme schrijvers van Nota Bene (medewerkers reizen undercover en betalen zelf hun overnachtingen) willen dat hotels zich gaan bezighouden met die andere twee veronachtzaamde grootheden in de hotelwereld: "Let service and comfort rule again!" n

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234