Woensdag 20/01/2021

Het exploot van de piloot

Douglas De Coninck gaat in de reeks 'Het standbeeld spreekt' acht weken lang op zoek naar het verhaal achter vergeten sculpturen. Vandaag: gevechtspiloot Jean de Selys Longchamps, Brussel. 20 januari 1943. In de donkerste dagen van de bezetting besluit een jonge edelman 'een stoot uit te delen die het Belgisch moreel zal opkrikken'.

Op deze plek hebben Robert Maistriau en Youra Livchitz gestaan. Dat moet dan in de voormiddag van 21 januari 1943 zijn geweest. Zoals alle nieuwtjes had ook dit de mensen met vertraging bereikt. Op de BBC was er elke avond een kwartier lang Radio België, beurtelings in het Frans en in Nederlands, met omroeper Jan Moedwil: "Wij doen ons best, zonder er op te boffen. Toch krijgen we ze wel, die moffen!"

Nu was de omroeper door het dolle heen. Een vliegmachine van de RAF, de Britse luchtmacht, had totaal onverwacht de aanval ingezet op het hoofdkwartier van de Gestapo in Brussel. Er was sprake van meerdere doden.

Robert Maistriau (22) en Youra Livchitz (25) kenden elkaar uit het milieu rond het kunstenaarscollectief van Marcel Hastir, waar de stencilmachine in achterzaaltjes van cafeetjes verzetskrantjes uitspuwde en iedereen vooral held was in woorden. Nu ze hier stonden, starend naar de gehavende gevel en de haag van Duitse soldaten die hen toeriepen dat er niets te zien was, kwamen ze tot een gedeeld besef. "Een opstoot van energie", vertelde Maistriau in een interview in 2005. "Dat gevoel, opeens: de Duitsers zijn niet zó ongenaakbaar."

Bijna dag op dag drie maanden nadat ze daar stonden, reden de jongens met een derde vriend op de fiets naar Boortmeerbeek. Ze zetten een rode lamp op de sporen en deden een deportatietrein stoppen. Met een nijptang openden ze een veewagen. De aanval op het Twintigste Konvooi is de enige in zijn soort uit de hele Tweede Wereldoorlog. 231 joden ontkwamen aan de gaskamers in Auschwitz en tot zijn dood in 2008 bleef Robert Maistriau brieven en kaartjes ontvangen van onbekenden uit de hele wereld. Mensen schreven dingen als: "Dank u voor mijn leven."

Elke keer weer, zei hij, moest hij dan terugdenken aan die piloot.

Onder de radar

'Baron Jean de Selys Longchamps', staat er. Aan de achterkant: 'in aandenken van zijn aanval op het Gestapo gebouw.' Er staat niet bij dat Jean de grootoom is van Delphine Boël. Haar moeder, Sybille de Selys Longchamps, was de dochter van broer François.

Jean was voorbestemd om bankier te worden, maar had er aan de universiteit weinig van gebakken. Hij streed in 1940 mee bij de Achttiendaagse veldtocht, vluchtte naar Marokko, belandde in een kamp in Montpellier, wist te ontsnappen en over te steken naar Engeland. Hoewel hij er op z'n 29ste eigenlijk al te oud voor was, realiseerde hij zijn droom. Hij werd jachtpiloot bij het 609ste eskadron van de RAF in Manston.

Volgens de in 2008 overleden luchtmachtkolonel Raymond Lallemant, met wie Jean in 1941 in Londen zijn opleiding volgde, sprak de jonge edelman al maanden over zijn plan. Hij ging bijna dagelijks met zijn Hawker Typhoon doelwitten bombarderen in België en Duitsland, meestal locomotieven en spoorlijnen. Hij wou nu, "een stoot uitdelen die het Belgisch moreel zal opkrikken."

Hij had een klasje van Belgische kinderen in Londen aan het werk gezet met kleurpotloden. Ze tekenden duizend tricolore vlaggetjes. Na het bombardement zou hij die uitstrooien boven het Warandepark. Hij had toestemming gevraagd aan zijn superieuren, maar kreeg geen antwoord. Geen ja, en ook geen nee. In de ochtend van 20 januari 1943 waren ze in alle vroegte met twee Typhoons opgestegen in Manston. Ze hadden spoorweginstallaties gebombardeerd in Oost-Vlaanderen. Zijn maat André Bianco keerde iets voor negenen terug richting kust, Jean niet.

'Fantastisch'

Raymond Lallemant, in een interview met de RTBF Bergen, 1983: "Jean heeft mij verteld dat hij laag vloog, om onder de radar te blijven. Hij vloog over de bogen van de Cinquantenaire, volgde de Wetstraat tot aan het Koninklijk Paleis en draaide naar links. Voorbij het Justitiepaleis klom hij om het gebouw goed te kunnen zien. Hij vloog door tot aan de universiteit. Daar maakte hij een bocht en ging hij boven de daken van de Franklin Rooseveltlaan vliegen."

Jean Selys de Longchamps wist goed welk gebouw hij hebben wou. Monique en François, zijn oudere zus en zijn oudere broer, zaten in Brussel bij het verzet. Hij wist wat voor collectieve angst het twaalf verdiepingen hoge gebouw aan de Louizalaan 453 inboezemde. Hier werden door de Sicherheitsdienst (SD) opgepakte verzetslui en joden ondervraagd en gefolterd tot de dood, tenzij ze hun vrienden verraadden. Sommige van hun verhalen zijn nog leesbaar op de muren in de kelders op het nummer 347, waar mensen na een verhoor door de Gestapo enkel nog vingernagels hadden.

'Aan mijn lieve vrouw, voor ik ga sterven. Aan jou en mijn drie kinderen, de laatste gedachten.'

'Louise Moeder Zuster, hoe lang zullen we nog gescheiden zijn?'

'Leve Stalin.'

Bij een eerste passage dropte de piloot twee obussen. Bij een tweede nam hij verdieping na verdieping onder vuur. "Hij bleef schieten en vertelde me dat hij dat is blijven doen tot hij over het dak vloog", aldus Raymond Lallemant. "Hij klom en gooide eerste de Britse vlag en daarna de Belgische. De eerste bleef even haperen, maar kwam los. Daardoor dwarrelden de vlaggen gelijktijdig over Brussel. Het was fantastisch."

In zijn opwinding vergat de piloot de kleine vlaggetjes.

"Die heeft hij dan boven Gent uitgeworpen."

Feestje

Jean de Selys Longchamps landde om 9.44 uur precies in Manston. Hij opende de cockpit en riep: "I got them square!" Hij verloor prompt een militaire graad, maar bouwde niettemin een feestje in de pub. In Brussel waren rond die tijd de eerste burgers willekeurig uit trams geplukt met oog op executie. Vier Duitse soldaten waren omgekomen bij het bombardement, onder wie SS-Sturmbannführer Alfred Thomas en Gestapo-commandant Müller. Ook een deel van het archief was vernietigd.

Het heeft zijn tijd moeten duren voor de piloot een monument te beurt viel. Vijftig jaar. Al die tijd wist men in militaire kringen niet goed wat ervan te denken. Kon men standbeelden optrekken voor militairen die tegen een bevel in hadden gehandeld?

Raymond Lallemant: "Toen wij de missie bedachten, hadden wij nooit verwacht dat ze zo'n impact zou hebben. We hadden niet de pretentie een heroïsche daad te stellen. We wilden onszelf gewoon trakteren op een aanval op de Gestapo."

Jean de Selys Longchamps kreeg weinig mee van wat zijn actie in België teweegbracht. Van hoe het samen staren naar die gehavende gevel nog dagenlang een daad van rebellie zou blijven. De piloot kwam om in de nacht van 15 op 16 augustus 1943. Hij werd boven Oostende geraakt door de Duitse luchtafweer. Bij zijn landing brak zijn toestel in tweeën.

Het standbeeld staat op een historisch verantwoorde maar verder rampzalige locatie: op een vluchtheuvel. Het verkeer dat via het Ter Kamerenbos Brussel binnenrijdt, kan hier kiezen voor een U-bocht. Niet iedereen is even stuurvaardig als de man met het bladgouden hoofd. Het arduinen perkje is onlangs hersteld nadat er nog maar eens een auto tegenaan knalde. Over hoeveel keer dat sinds 1992 al is gebeurd, bestaan geen cijfers.

Volgende week: Dank der Congolezen, Oostende.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234