Woensdag 16/10/2019

Het Evangelie volgens Verwilghen

Regering moet niet alle heil verwachten van Veiligheidsplan

De politiehervorming schiet niet op, de Hoge Raad voor de Justitie straalt maar weinig autoriteit uit en het publieke vertrouwen in het gerecht is nog altijd gering. Wie in die omstandigheden met veel bravoure een Veiligheidsplan aankondigt en denkt dat dat alles oplost, wekt verwachtingen die niet kunnen worden ingelost.

Piet Van Eeckhaut

Advocaat Piet Van Eeckhaut is oud-stafhouder van de balie en voorzitter van de provincieraad van Oost-Vlaanderen.

De treurige zomer van 1996 veroorzaakte, naast verschrikkelijk persoonlijk lijden - iets wat nogal snel naar de achtergrond wordt verdrongen - een dubbele ambivalente schokgolf. Aan de ene kant maakte een gevaarlijk populisme zich meester van zeer velen, binnen en buiten de politieke arena. Tegenover de publieke vijand nr. 1, de misdadiger der misdadigers, werden en een paar helden gecreëerd, witte ridders, binnen de magistratuur en in de politiek. De magistraten zijn al vergeten. Wie herinnert zich nog de namen van een paar arme onderzoeksrechters, een procureur hier of daar? Die namen werden destijds nochtans tot op straat als slogans gebruikt. De enige witte ridder die als beeld overeind is gebleven en die op dezelfde schokgolf vooruitgestuwd is naar het ministerschap is Marc Verwilghen. Aldus heeft, aan de andere kant, deze weinig fraaie dialectiek van helden en anti-helden, ook een goede zijde: justitie is nu een departement geworden dat, in tegenstelling tot vroeger, in dit kleine koninkrijk nu enorme belangstelling heeft gekregen. De minister heeft dus de kans - en ook de verantwoordelijkheid - er iets van te maken.

Maar hij heeft het niet gemakkelijk. Want in deze smeltkroes van verfoeilijk populisme en, tegelijk, toch ook groeiende en positieve kritische mondigheid ("alles is dubbel") kwellen hem allerlei problemen.

Eerst en vooral belandde de politiehervorming in een nogal verwarde fase. Het zal niet eenvoudig zijn er uit te geraken. De federale minister van Binnenlandse Zaken, die weliswaar probeert Nederlands te leren, lijkt niet erg overtuigend als coördinerende figuur. In de korpsen bestaat er aan de basis geen zeer gunstige houding tegenover de hervorming. Dit is nog een eufemisme. Daarenboven is de vrees voor een eenheidspolitie als te zware machtsfactor an sich in de democratie nooit ver weg, ook bij de practici die de hervorming principieel genegen zijn.

Daarnaast start de Hoge Raad voor de Justitie in niet schitterende omstandigheden. We zullen zien wat het wordt. Het is nodig ook hier krediet te geven. Maar de kritiek op de samenstelling is scherp, terwijl weinig autoriteit van het nieuwe orgaan lijkt uit te gaan. Hopelijk wordt dat nog anders.

Intussen blijft het povere beeld dat vooral door de media rond ons gerecht is gecreëerd, spectaculair geldig: het wantrouwen als sfeer, het gebrek aan krediet en het eeuwige gehamer op de gerechtelijke achterstand, waarbij men er zich wel voor hoedt genuanceerd te redeneren. Inderdaad, nauwelijks wordt er een onderscheid gemaakt door de media, wat die fameuze achterstand betreft, tussen de burgerlijke sector (waar hij vooral in de hoven van beroep inderdaad zeer ernstig is) en bijvoorbeeld de sociale zaken, waar de cijfers veel gunstiger zijn. In de strafrechterlijke sector lijkt de achterstand eerder gematigd, zonder alarmerend te zijn. Bij sommige rechtsmachten (de vrederechters bijvoorbeeld) stelt het probleem zich bijna niet. Maar ook hier is enkel het negatieve nieuws interessant.

Komt hier nog de kwestie bij van de rechtshulp, die aan modernisering toe is en waar een dialoog met de balie zich opdringt.

Dit is nog maar een beperkt beeld van enkele moeilijkheden die om een oplossing vragen.

En nu lanceert de minister, niet zonder enig zacht triomfalisme, het Veiligheidsplan. Hij wordt daarin, wat aarzelend, gesteund door de premier, die er een zaak van de regering heeft van gemaakt, na een klaarblijkelijk moeilijke discussie. Politiek redacteur Bart Brinckman heeft onlangs op deze pagina's van De Morgen een titel gebruikt waarvan de geschiedkundige ironie treffend was ('Het plan en niets dan het plan').

Het is nodig dat de minister, de premier, de regering en ook de wetgevende kamers, ten zeerste op hun hoede zijn voor minstens drie mythes (of illusies) die een dergelijke verkondiging van een soort heilsplan kan meebrengen.

Het eerste gevaar is de soms expliciete, soms gesuggereerde utopie dat er plots minder misdadigers zullen zijn, zonder misdaden. Misdaad is van alle tijden en misdadigers verschijnen voortdurend aan onze sombere horizon. Passie, geld, seksuele problemen, macht, opblazing van het ego, geweldsdrift, roesmiddelen... ze zullen door geen enkel plan worden uitgeroeid.

Het is onethisch de politieke mythe - zelfs onuitgesproken - te ondersteunen 'dat wij het nu eventjes gaan oplossen'. Deze overmoed, in de fatale Griekse zin van het woord, mag de paars-groene regering van Guy Verhofstadt niet kenmerken. Terecht heeft de premier in het programma van Walter Zinzen begin juni de ethische instelling van zijn regering verdedigd. Wat op buitenlands gebied geldt, geldt ook in de binnenlandse politiek en in het bijzonder in het justitiebeleid. De regering, verfrissend als ze is in haar globaal optreden, mag niet uit het oog verliezen dat het zwaar opschroeven van de veiligheidsproblematiek, met alles wat dat bij de burger teweeg brengt aan verkeerde reacties en fixaties, niet moreel is. De veiligheid is natuurlijk een reëel probleem, zeer zeker in een paar grote steden. Maar tussen een reëel probleem en een opgeblazen mythe is er een grote afstand die deze regering niet mag dichtgooien. Realistische maatregelen dus, maar geen politieke opschroeving.

Er rijst een tweede gevaar. De benadering van het snelrecht vervult vele praktijkjuristen met grote zorg. Zeker, het gerecht moet, in een aantal gevallen, met slagkracht en efficiëntie, zonder verwijl, optreden. En soms is zeer grote strengheid nodig. Maar daarbij moet elke sociale discriminatie worden vermeden. Sommigen roepen bijna fatalistisch allerlei spookbeelden op rond Euro 2000. (Hopelijk is de wet van Murphy hier niet toepasselijk). Ook daar mag het snelrecht niet resulteren in een soort klassejustitie, die zich keert tegen de minstbedeelden, de meest uitgeslotenen, om dan maar vlug aan ons braaf publiek een paar voorbeelden te stellen. De media zitter er bij manier van spreken op te wachten. Een kniesoor die zich daarbij bekommert om het echte waarborgen van de procedure, de vrije verdediging, de eerbied voor het principe van het vermoeden van onschuld. De zorg voor de rechtsstaat moet nochtans de eerste basis zijn van de regering en dus ook van haar Veiligheidsplan. Het gebruik van mythische, magische woorden - het snelrecht dreigt er zo een te worden - mag de wijsheid van de grote traditie niet doen vergeten. Het is niet voor niets dat het eeuwen heeft geduurd voor de rechtsstaat vorm kreeg.

Tenslotte: ik hoor dat de procureurs het nu moeten doen, wat het Veiligheidsplan betreft, en dat zij, zo zegt de minister 'geresponsabiliseerd' moeten worden. Mooi, maar de eerste vraag is wat de procureurs daar zelf echt over denken en hoe zij dat gaan opvatten. Vanuit welke mentaliteit zullen zij de ministeriële opdracht in de dagelijkse praktijk beleven? Als intussen een publieke sfeer van wantrouwen het gerecht en de magistratuur blijft omringen, zal de motivering schraal zijn. De basis van een echte daadkracht bij de magistraten is het vertrouwen van de burgers in hun bekwaamheid, hun onpartijdigheid en hun rechtschapenheid. Dat vertrouwen is nodig om hen anders te leren werken, met behoud van de grote waarden uit het verleden weliswaar, maar met soms helemaal nieuwe methodes en in een andere stijl. Dat ligt niet eenvoudig. Allen die om de justitie echt bekommerd zijn, zullen moeten meegaan in die mentaliteitsverandering, die - gelukkig - bij velen toch al geleidelijk vorm krijgt. Om Bart Brinckman opnieuw te citeren: 'Daarbij zal de hervorming van de politie doorslaggevend zijn. Daarin mag niet gefaald worden.' Als uitsmijter daarbij nog dit: er moet zeker ook hard worden gesleuteld aan de verhoudingen tussen magistratuur en politie. Het is een oud zeer. Als onze onderzoeksrechters en onze substituten niet leren met alle politiediensten - in staat van hervorming, dus - op een gepaste en deskundige manier om te gaan, zal het plan ook weinig kansen maken. En omgekeerd dient de politie, ook in hervormde structuren, er nog eens aan herinnerd te worden dat in de rechtsstaat niet de politie beveelt of rechtspreekt. Dat doet de democratische overheid en dat doen de magistraten. Dat mag soms wel eens vergeten worden, binnen de beslotenheid van de politionele ruimten. En een te machtige eenheidspolitie is qua mentaliteit niet zeer geruststellend. Macht is nodig, maar gevaarlijk tegelijk.

Iedere praktijkjurist die het hart op de rechte plaats heeft steunt deze regering en deze minister in de pogingen tot vernieuwing. Maar de krijtlijnen moeten deze zijn van een nuchter rationalisme en van respect voor de rechtsstaat. Daarbij mag niet toegegeven worden aan gemakkelijke illusies en mythes, die bij het grote publiek, krantenlezers en televisiekijkers, bijna altijd verkoopbaar zijn en dus inslaan. Daardoor is dit voor de overheid zo comfortabel en dus zo verleidelijk. Het heeft iets van vuurwerk. En vuurwerk kan mooi zijn. Maar het is soms ook zeer gevaarlijk.

'Het zwaar opschroeven van de veiligheidsproblematiek is immoreel'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234